Het leven op zich is een zending.

 

Your soul’s mission is
to serve in the grandest way it can.
Divine plans lie imprinted in your inner world,
and there are important lessons for you
to learn and share on this journey
to your most magnificent self.
(Debbie Ford)

 

Dit nieuw bericht op mijn blog is een beetje anders dan gewoonlijk. De reden is dat mijn ‘normale’ dagelijkse bezigheden de volgende drie jaar een heel andere wending krijgen. Sommige lezers zijn al op de hoogte, anderen horen dit voor de eerste keer. Mijn man en ik gaan een zending vervullen voor onze kerk. Nu, over God en geloof praten is niet zo gemakkelijk en het is ook niet gemakkelijk om uit te leggen waarom ik drie jaar lang God en geloof op de belangrijkste plaats zet in mijn activiteiten. Ik wil niet alwetend of arrogant overkomen, maar ik wil jullie toch een kijkje geven in mijn hart, mijn verlangens en mijn beweegredenen.
Ik vind dat in onze rationele maatschappij alleen datgene waarde heeft wat men kan meten en kan zien. In ons seculier landje is rationaliteit de norm en al de rest wordt als inbeelding of fantasie afgeschilderd. Even een gedachte om te overwegen:

Is het juist niet irrationeel
om te denken
dat rationaliteit,
echtheid en waarheid beperkt
tot het meetbare en waarneembare?

Al vanaf ik een klein meisje was heb ik meermaals ervaren dat er meer is dan wat ik met mijn ogen kan zien, meer dan wat ik met mijn oren kan horen, en meer dan wat ik kan aanraken. Van jongsaf weet ik dus dat er dingen zijn die niet meetbaar en waarneembaar zijn, maar die er toch zijn.
Geloof is een talent, zegt men soms. Of: geloof is een kruk die zwakke mensen nodig hebben om op te steunen. Of: geloof is iets voor dommeriken. Of: geloof is een zegen. Ik ben er van overtuigd dat geloof een keuze is.
Ik heb al op heel jonge leeftijd geloofd in een God. Met de jaren is dit geloof gegroeid en gerijpt, door studie en door ervaringen. Ik vind mezelf niet dom (toen ik studeerde was ik de primus van de klas), intelligentie bepaalt niet of je gelooft of niet. Nogmaals, geloof is een keuze. Natuurlijk heeft gelovig zijn me gesteund in bepaalde moeilijkheden van mijn leven maar een kruk … ? Ik beleef mijn geloof ook heel intens in blijde en vreugdevolle momenten.
Ik ben katholiek opgevoed en mijn liefde voor de bijbelverhalen komt uit die periode. Mijn vader heeft me echter onderwezen dat er veel ‘mankementen’ in mijn kerkleven waren. In 1978 ontmoette ik voor het eerst zendelingen van de Kerk van Jezus Christus van de heiligen der laatste dagen. Ik stond open om te luisteren, te horen en te voelen.
Ik werd lid van de Kerk van Jezus Christus van de heiligen der laatste dagen (ja, het is een lange naam) door mijn hart en mijn verstand te combineren. Nieuwe schriftuur fascineerde me enorm, want ik geloof dat het evangelie universeel is , voor alle volken. Waarom zouden de Joden het alleenrecht hebben op goddelijke openbaring, als God al sprak voor er zelfs van Joden of Israëlieten sprake was?

Nu, die nieuwe schriftuur die ik in handen kreeg, is het Boek van Mormon. Dit boek staat vol diepe geestelijke uitspraken. Ik zal er zeker nog eens wat meer over schrijven.
Ik heb het in 1978 in een paar dagen uitgelezen en sinds die tijd al meerdere keren grondig bestudeerd. IK kan moeilijk met woorden beschrijven wat ik voelde toen ik me in dat boek verdiepte. Ik deed wat een van de profeet-schrijvers uit dit boek vraagt:

‘ Zie, ik wil u aansporen dat wanneer u deze dingen leest
– indien het wijsheid is in Gods bestel dat u ze leest –
u zult bedenken hoe barmhartig de Heer jegens de mensenkinderen is geweest
vanaf de schepping van Adam tot op het tijdstip dat u deze dingen ontvangt,
en het in uw hart zult overwegen.
En wanneer u deze dingen ontvangt,
spoor ik u aan God, de eeuwige Vader,
in de naam van Christus te vragen
of deze dingen niet waar zijn;
en indien u vraagt met een oprecht hart,
met een eerlijke bedoeling
en met geloof in Christus,
zal Hij de waarheid ervan aan u openbaren
door de macht van de Heilige Geest.
En door de macht van de Heilige Geest kunt u
de waarheid van alle dingen kennen.
(Moroni 10: 3-5)

Ik heb gebeden om te weten te komen of dit boek schriftuur is. Ik moest het weten, want ik wist dat de beslissing om lid te worden van een andere kerk op veel onbegrip zou stuiten van familie en vrienden. Gods geest getuigde tot mij dat het Boek van Mormon schriftuur is, door Joseph Smith met goddelijke hulp vertaald, en zo werd de herstelling ingeluid waar de apostel Petrus in de Bijbel over spreekt:

… Jezus Christus, … Hem moest de hemel moet opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten.’
(Handelingen 3: 21)

Net als de Bijbel getuigt het Boek van Mormon over het godschap van Jezus Christus. Het boek staat vol verslagen over de grote dingen die de Heer voor zijn volk gedaan heeft. We lezen er ook in hoe belangrijk het maken van verbonden is. Maar boven alles gaat dit boek over Jezus Christus. De wereld twijfelt aan  of verwerpt de Zoon van God. Velen brengen de Bijbel onder bij de rubriek sprookjes, maar dit boek ondersteunt de Bijbel. Bijna op elke bladzijde staat een verwijzing naar de Heiland. Sommigen hebben de Bijbel een bloedboek genoemd en de God daarin een wrede bloeddorstige God. Het Boek van Mormon weerlegt deze aantijging en toont een zachtmoedige God met oneindige liefde voor alle mensen. Het boek getuigt dat Jezus onze Verlosser is en in dit verband wil ik een mooie tekst aanhalen:

En Hij zal uitgaan en pijnen en benauwingen en allerlei verzoekingen doorstaan; en wel opdat het woord wordt vervuld dat zegt dat Hij de pijnen en ziekten van zijn volk op Zich zal nemen.
En Hij zal de dood op zich nemen, om de banden van de dood, die zijn volk binden, los te maken; en Hij zal hun zwakheden op zich nemen, opdat zijn binnenste met barmhartigheid zal worden vervuld, naar het vlees, opdat Hij naar het vlees zal weten hoe zijn volk te hulp te komen naargelang hun zwakheden.’
(Alma 7: 11-12)

De kennis over Gods plan met de mens is verloren gegaan. Waarom vieren we Kerst en Pasen? Wie is Jezus Christus? Betekent Hij iets voor de mensheid?

In de Bijbel lezen we dat Jezus na zijn opstanding verscheen aan Petrus en Hij vroeg hem: Simon, zoon van Johannes, hebt gij mij waarlijk lief, meer dan dezen?’ Petrus antwoordde: ‘Ja Here, Gij weet dat ik U liefheb.’ Christus zei tot hem: ‘Weid mijn lammeren.’ Toen vroeg Hij opnieuw: ‘Simon, hebt gij mij waarlijk lief?’  En Petrus antwoordde opnieuw bevestigend. Jezus zei toen: ‘Hoed mijn schapen.’ Voor de derde keer vroeg de Here of Petrus Hem liefhad. Petrus raakte er een beetje van in de war, misschien wel bedroefd omdat Jezus het hem nog eens vroeg, maar hij bevestigde zijn liefde voor zijn Meester. Jezus gaf hem toen de opdracht: ‘Weid mijn schapen.'(Johannes 21).

Deze tekst geeft de reden waarom mijn man en ik en duizenden andere jongere en oudere mensen op zending gaan en hun leven op ‘hold’ zetten. We leven in een maatschappij waar christelijke normen en waarden in steile val naar beneden donderen. Men heeft God niet alleen de deur gewezen, men heeft zichzelf tot god verheven.
In onze tijd zijn vele mensen ongelukkig, of depressief, en ze vragen zich af: ‘Is dit alles wat er is?’
Persoonlijke status, een hoger loon, een verre reis, dat is allemaal wel leuk en het geeft blijdschap, maar geen blijvende vreugde of geluk. Echt geluk komt als je God begrijpt en weet dat Hij een plan heeft opgesteld om eeuwig gelukkig te zijn. Geluk komt als je de Heiland kent en liefhebt en je leven baseert op zijn leringen. Mijn leven heeft zoveel meer betekenis en diepgang gekregen en ik ben enthousiast om dit met anderen te delen.

When you discover your mission,
you will feel its demand.
It will fill you with enthusiasm
and a burning desire
to get to work on it.
(W. Clement Stone)

Er was eens een man die naar de kapper ging om zijn haar en baard te laten knippen. De man en de kapper begonnen te babbelen, zoals dat in een kapperszaak gaat. Op een bepaald moment zei de kapper: ‘Ik geloof niet dat God bestaat. Als je naar de wereld kijkt dan moet je mij wel gelijk geven. Er zijn zoveel zieken, zoveel mensen met een handicap; er sterven zoveel onschuldige kinderen, er is hongersnood en armoede. Nee, als God echt bestond dan zou er geen ellende bestaan.’
De andere man werd er stil van.
Toen de kapper klaar was, ging de man naar huis. Onderweg zag hij een man met lang haar en een onverzorgde baard. Hij liep terug naar de kapperszaak en riep: ‘Kappers bestaan niet!’
De kapper lachte hem uit: ‘ Ik sta vlak voor je en ik ben toch een kapper?’
‘Nee!’ riep de man. ‘Kappers bestaan niet! Als ze zouden bestaan, dan zouden er geen mannen rondlopen met lang haar en onverzorgde baarden.’
De kapper antwoordde: ‘Ach man, kappers bestaan wel. Het zijn gewoon de mensen die niet naar ons komen.’
‘Precies!’ zei de man. ‘En dat is ook zo met God. Hij bestaat echt. Het zijn gewoon de mensen die Hem niet opzoeken. Daarom is er zoveel ellende op aarde.’

Mijn man en ik zullen zo’n 140 jonge mensen begeleiden in hun opdracht om de mensen te vertellen over Jezus Christus. Om te vertellen dat God nog steeds luistert en spreekt, om te praten over het geluk dat het naleven van het evangelie met zich meebrengt, en om te getuigen dat alle mensen letterlijk geesteskinderen van God zijn. Dit allemaal zonder opdringerig te zijn en met respect voor andere meningen.
We gaan dus geen product verkopen. We proberen niemand te imponeren of te forceren. We zijn door de Heer geroepen om diegenen te vinden die op zoek zijn naar waarheid, naar geluk en naar hogere waarden, en naar God.

As God has not made anything useless in this world,
as all beings fulfill obligations
or a role in the sublime drama of creation,
I cannot exempt from this duty,
and small though it be,
I too have a mission to fill …
(Jose Rizal)

Ik moest dus geen managementcursus volgen, maar moet wel geloof hebben, vertrouwen en heel veel liefde voor al Gods kinderen. Mijn zending is om mensen te helpen geloof te ontwikkelen in Jezus Christus en zijn voorbeeld te volgen. Mijn opdracht is om te onderwijzen uit de Bijbel en het Boek van Mormon. Ik zal altijd respect hebben voor de keuze van een ander. We zijn allemaal kinderen van God en zoals Hij van al zijn kinderen houdt, zo ga ik ook nog meer proberen van mijn medemens te houden.

Natuurlijk zal ik vele dingen missen. Als ik denk aan de knuffels van mijn kleinkinderen worden mijn ogen al mistig.
Misschien zal deze blog met wat minder regelmaat verschijnen, maar ik ben er zeker van dat mijn nieuwe uitdaging me ook veel creatieve schrijfsels zal opleveren. Ik hoop dat jullie me mee vergezellen op deze reis.

Waar je talenten
en de behoeften van de wereld
elkaar kruisen
ligt je roeping.
(Aristoteles)

 

Ben jij een volmaakte moeder?

Ik denk dat er een tijd was waarin we allemaal een volmaakt perfecte moeder waren. Ik was dat, en jij ook.
Wanneer was dat dan?
Dat was de periode voor we letterlijk een moeder werden.
Als ik de klok terugdraai, dan hoor ik mezelf als jong meisje vele ‘moederdingen’ veroordelen. Misschien herken jij je ook in mijn toenmalige opmerkingen:
‘Als ik later mama word, dan zal ik nooit …’ (vul maar in).
Of, ‘Als ik mama word, zal ik altijd … ‘ (hier is ook genoeg in te vullen).
Ik stond aan de zijlijn en observeerde mijn moeder, mijn oma, mijn tantes, mijn buurvrouwen, de mama’s van schoolvriendinnen, en zelfs totaal onbekenden die mijn pad kruisten. Het leek zo gemakkelijk, ik had een heel plan over het volmaakte moederschap in mijn brein geweven. Op een dag zou ik het perfect ten uitvoer brengen. Ik schreef een gelukkig sprookje met headlines van dingen die ik nooit zou doen en van dingen die ik altijd zou doen. Tjonge, wat was ik zelfzeker over mijn toekomstig moederschap.
Maar toen kwam de dag dat mijn perfect uitgeschreven scenario in duizend stukken viel. Het was de dag dat mijn vliezen braken. Nog niet goed beseffend wat me overkwam zijn mijn man en ik halsoverkop naar het ‘moederhuis’ gereden. Zo noemden ze vroeger dat gedeelte van het hospitaal, waar je zonder baby binnenkwam en met baby naar buiten ging.
Onze baby liet al direct merken dat hij een eigen willetje had, maar uiteindelijk werd een prachtige kleine jongen in mijn armen gelegd. Ik was doodmoe. Ik was gelukkig, maar was doodmoe. Wist ik dat die moeheid een bijgeschenk van het moederschap is? Ik was dolgelukkig, maar voelde ineens een enorme bezorgdheid – nog zo’n cadeautje voor de rest van je moederleven. Mijn hele lichaam trilde van alle hormonale en emotionele veranderingen die ineens mijn jonge leven kwamen overdonderen.
Toen ik even later alleen in mijn kamer lag en het ‘babybolletje’ zachtjes op en neer ging in zijn bedje, borrelden allerlei gedachten omhoog:
Waar was iedereen nu?
Wat moest ik doen?
Waarom kwam niemand uitleg geven?
Waarom lag er geen handleiding op mijn nachtkastje?
Ik was bang, boos, gelukkig, bezorgd en verdrietig tegelijk. Ik weet nog hoe ik mijn baby in zijn mooie blauwe oogjes keek en hoe de tranen over mijn wangen liepen. Ik voelde me zo onbekwaam en zo onwetend, maar tjonge, wat voelde ik ook een oneindige liefde voor dit kereltje dat negen maanden lang heel dicht bij mij had geleefd.

We have to learn to say good-bye to
what we thought motherhood was,
so we can love
what motherhood is.
(Christie Gardiner)

Ik kreeg nog drie kinderen: een dochter en twee zonen. Ondertussen zijn ze zelf al ouders en ik weet zeker dat zij, net als ik en alle ouders, ook droombeelden over ouderschap hebben moeten laten vallen.
Heel wat jonge, en oudere, ouders voelen zich onbekwaam, ze voelen zich niet goed genoeg. Onze digitale wereld heeft daar zeker aan meegeholpen, want die schildert al te gemakkelijk perfecte gezinsfoto’s, perfecte kinderen, perfecte maaltijden, perfecte woonkamers, perfecte uitstappen, enz. De werkelijkheid is meestal heel wat anders.
Als oma, met veel moederschapservaring, wil ik alle ongeruste, overbezorgde mama’s een geheim of twee vertellen over het mama zijn en worden.

Ten eerste: moeder zijn is moeilijk. Maar als je het voor geen goud ter wereld wil opgeven, dan is dat genoeg. Dan ben jij genoeg.

Ten tweede: je zal je meermaals niet goed genoeg vinden. Onbekwaamheid zal je bezoeken. Onbekwaamheid komt honderd keer op bezoek, en waarschijnlijk nog veel meer keren. Misschien maak je de keuze om met je kind geen dokter te bezoeken, want kleinzerigheid past niet in jouw woordenboek, maar een paar dagen later snel je met datzelfde kind naar de spoeddienst. Of je rijdt als een snelheidsmaniak juist wèl naar de spoeddienst met je krijsende baby, en je wordt direct weer naar huis gestuurd met de mededeling ‘tandjes op komst’, terwijl meewarende blikken je naar de uitgang begeleiden. Of de schooldirecteur verwittigt je dat je kind gevallen is en de wonde moet genaaid worden. Bij de verpleegster merk je dan dat je kind al drie dagen dezelfde trui aanheeft en met schaamrode wangen teken je de verzekeringspapieren. Je bent misschien al eens een schoolpapier vergeten in te vullen, of je bent het oudercontact helemaal vergeten. Dochterlief zal je daarvoor enkele dagen geen ‘klank’ geven. Maar soms zal je ook niet beseffen wat je verkeerd gezegd of gedaan hebt, als je tienerzoon zijn kamerdeur keihard dichtknalt – of was zijn lievelingsbroek nog niet gestreken?
Ja, er zijn momenten dat je tegen je kinderen zal roepen, ook al hebben ze dat niet verdient, je zal ze volgens de boekjes te dikwijls pizza, frietjes of snelle hapjes voorschotelen, je zal capituleren en ja zeggen als het eigenlijk een nee moet zijn. Of je zal nee zeggen, terwijl het beter ja was geweest. O ja, je zal dikwijls domme dingen doen en zeggen. Ben je dan onbekwaam? Ben je dan niets waard als moeder? Hemeltje nee,  vergeet je niet alle goede beslissingen, alle gezonde maaltijden? Onthou, niemand is volmaakt, ook moeders niet.

I believe that someday
each of us mothers
will kneel at the feet of our Savior
as we talk to Him about being a mom,
and we are going to lament with broken hearts
all of the things we did wrong,
and He will make them right.
(Christie Gardiner)

Nog een prachtig geheim dat mij zoveel inzicht heeft gegeven is deze Afrikaanse spreuk:

It takes a village to raise a child.

Ik ben wie ik ben door onder meer de vele vrouwen en moeders die mijn pad kruisten. Ik las een mooi idee over ‘stammen’ in het boek ‘You are the mother your children need’ van Christie Gardiner. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat ik als moeder deel uitmaak van een bepaalde vrouwenstam. Een stam die me helpt om moeder te zijn en een stam waarin elke vrouw iedereen liefdevol helpt. We behoren tot vele stammen, zoals de stam van onze naam, de stam van onze school, de stam van ons dorp, de stam van ons geloof enz. De belangrijkste stam is de stam van Hemelse Vader, daar behoren alle mensen bij. Alle vrouwen behoren ook tot de stam van Moeder Eva. Hoeveel krachtige moeders zijn er al niet uit die stam voortgekomen? Vrouwen die de macht hebben om elkaar te helpen en te steunen in een van de meest heilige roepingen: het moederschap.
Misschien denk je dat goede moeders het wel alleen aan kunnen. Nee, hoor! Ik wil een vergelijking maken met de ringen van een boomstam. In het midden staat je kind. De eerste ring is God, de volgende ring is papa en mama. De ring erna is misschien oma en dan volgen de ringen van tantes, nichtjes enz. In een boomstam staan de ringen dichter of verder van het centrum, maar elke ring vormt de sterkte en de groei van de boom. Voor onze kinderen zullen sommige ringen dichter of verder van hen afstaan, maar allemaal hebben ze een invloed op hen en zijn ze een deel van hun groei en vooruitgang.
Het is maar een vergelijking, maar alle vrouwen hebben een invloed. Zo kunnen wij ook een ring toevoegen aan de boom van kinderen die niet de onze zijn.

Twee zijn beter dan één, omdat zij een goede beloning hebben bij hun zwoegen.
Want, indien zij allen vallen,
dan richt de een de ander weer op;
(Prediker 4: 9-10)

We mogen elkaar niet belemmeren om een ring te plaatsen rond een kind. We moeten elkaar niet in de weg staan om ‘het dorp’ te zijn.
Marjorie Hinckley zei het zo mooi:

We are all in this together.
We need each other.
Oh, how we need each other.
Those of us who are old need you who are young,
and hopefully,
you who are young need some of us who are old …
We need deep and satisfying friendship with each other.
These friendships are a necessary source
of sustenance.

In de boomstam van mijn leven zijn al vele ringen gemaakt. Ze zijn gemaakt door mijn ‘stamleden’: twee echte zussen, schoonzussen, buurvrouwen, vriendinnen, leden van mijn kerkwijk en kerkring, boekenliefhebsters, kunstliefhebsters en museabezoeksters wiens naam ik niet eens ken. Sommigen in mijn stam hebben hetzelfde geloof als ik, anderen niet. Sommigen hebben dezelfde politieke ideeën, anderen niet. Sommigen houden van dezelfde schrijvers, anderen niet. Sommigen houden van klassieke muziek, anderen niet. Deze smeltkroes van ideeën en ervaringen maken mijn stam van vrouwen geweldig!
We mogen ook niet vergeten hoeveel mannen een positieve invloed uitoefenen, een kind heeft ook een papa, en vele geweldige mannen kruisen ook hun pad. Maar deze blogtekst is nu vooral aan de vrouwen gericht, de mannen komen een andere keer aan bod.

Ik ben een moeder, en dat is niets iets dat ik zomaar tussendoor doe. Mijn moederzijn neem ik mee in alles wat ik doe. Ik ben moeder als ik een toespraak geef en als ik een blogtekst schrijf. Ik ben moeder in mijn lesgeven en in mijn creatieve uitingen. Het moederschap beïnvloedt mijn politieke voorkeur en ideeën. Het heeft invloed op mijn winkelen, mijn babbelen en nog zo veel meer. Moederschap zit in mij.
Ik begin zo stilaan te beseffen dat ik wel echt de moeder ben die mijn kinderen nodig hebben, ook al doe ik vele dingen niet zoals het zou moeten.
Als ik me afvraag of ik wel bekwaam genoeg ben, dan keer ik me naar mijn Hemelse Vader. Hij en Zijn Zoon zijn het middelpunt van mijn leven. Te midden van de moeilijkheden die het moederschap geregeld meebrengt, voel ik Hun liefde en krijg ik vrede.

MAM
Dat spel je ondersteboven als
WAW

Juist, mama’s zijn wauw! Een hopeloos moment maakt je heus geen hopeloze moeder.
Een beetje humor komt ook wel van pas. Als je kleine kinderen weer eens de zetels als trampoline gebruiken, als je tieners weer eens de ijskast geplunderd hebben, als er weer eens vuile voeten op de vloer staan, of vingerafdrukken op de ramen en kasten, als je weer eens de tablet of spelconsole weggestopt hebt en je kinderen zeuren dat ze zich dood vervelen … spring dan in gedachten naar de toekomst en fantaseer dat je later, als zij groot zijn, bij hen thuis binnenspringt, je voeten niet afveegt en je alles opeet en opdrinkt wat ze in huis hebben. Kortom, je maakt er een boeltje van. Je kijkt op je uurwerk en geeuwt. Je zegt dat je je dood verveelt en je verdwijnt.
Enfin, een moeder mag soms wel eens een kortstondige ‘heksengedachte’ hebben.

Het leven van een mama is onvoorspelbaar, moeilijk, en soms een puinhoop. Het is verre van volmaakt en een moederhart breekt meer dan eens. Maar het leven van een mama is ook leuk, grappig en creatief. Het is inspirerend, verheffend en vreugdevol.

Gelukkige moederdag
aan alle mama’s
en aan alle vrouwen
van de stam die ringen bouwen.

Jullie zijn GEWELDIG!

 

 

Keizer Smartphone, koning Tablet, Prins Wii, en hun onderdanen.

 

Wat ben ik blij dat ik in het tijdperk van voor de smartphone ben opgegroeid. Als ik met mijn vriendinnetje op straat wou spelen, spraken we af op school of liep ik bij haar langs om te zien of ze thuis was. Ik whatsappte niet, musical.ly lag nog in de verre toekomst, en foto’s trok ik heel zuinig met mijn klein kodakje waar een rolletje van 12, en in ‘t beste geval 24, mogelijke shots opstonden. Ik kon me geen zorgen maken over hoeveel likes een mooie foto zou krijgen, want die was in een album gekleefd en alleen familie en enkele uitverkoren vrienden konden er een kijkje in nemen.

I’m sorry, it’s true. Having children really changes your view on these things.
We’re born,
we live for a brief instant,
and we die.
It’s been happening for a long time.
Technology is not changing it much – if at all.
(Steve Jobs)

Smartphones lijken bij veel kleine en grote mensen vergroeid te zijn aan een bepaald lichaamsdeel, overal hangen die aan hun handen en overal worden die mobieltjes meegesleurd – zelfs tot op het toilet! Op alle mogelijke en onmogelijke plaatsen staan ze te bellen, te sms’en, te whatsappen en nog meer. Ze zouden eens moeten weten hoe ik mijn tijd doorbracht. Ik herinner me nog als gisteren hoe ik soms urenlang (bij manier van spreken) stond aan te schuiven aan de kassa (en steevast had ik de verkeerde rij uitgekozen). Ik tuurde naar de rug van degene die voor me stond en moest me dikwijls beheersen om hier en daar geen verloren gevallen haar weg te plukken. Of ik keek naar de schoenen en stelde vast hoeveel verschillende soorten voeten er wel bestonden. Ik staarde met een lege blik naar het winkelkarretje van mijn voorganger en fantaseerde voor wie wat gekocht was.
Ik denk ook dat schrijvers in die wachtende rij aan de kassa toen wel heel zeker veel krankzinnige, fantastische ideeën kregen voor hun volgende boek.
Wat missen mensen toch veel door constant hun smartphone te gebruiken. Neem nu een treinrit. Als jong meisje nam ik geregeld dat voertuig. De reis begon al spannend door zenuwachtig aan te schuiven voor een ‘kaartje’. Bij een lange wachtrij en een snel tikkende klok had men immers geen automaat ter beschikking, en ook thuis kon je geen ticket bestellen. In de coupé kon je dutten (gebeurt nu ook nog wel), je kon door het raam staren en bijvoorbeeld de koeien tellen ( nu zou men zich vragen stellen bij zulk gedrag), of je kon een praatje slaan met je medereiziger – face to face – echt waar!

Cyberspace kan niet op tegen real space.
Face – to – face babbelen heeft veel meer voordelen.
(Jonathan Sacks)

Mijn kinderen hadden vroeger geluk dat we een Nintendo in huis hadden. Er waren maar een paar spelletjes en ze speelden die tot ze het beu waren. De meeste tijd brachten ze door met fietsen en skaten op de oprit, knikkeren, voetballen, schommelen en tenten bouwen. Ze speelden verstoppertje in de tuin, dribbelden met de basketbal en pesten de poes. Ze tekenden met stoepkrijt ons terras vol met leuke figuren en vonden zelf spelletjes uit. En ja, af en toe verveelden ze zich en zeurden de oren van mijn hoofd, maar omdat er veel minder technologie bestond moesten ze creatief denken over hun vrije tijd.

Cell phones, mobile e-mail,
and all the other cool and slick gadgets
can cause massive losses
in our creative output and overall productivity.
(Robin S. Sharma)

Okee, terug naar het heden nu, voor je iets verkeerd gaat denken – ik hou wel van technologie. Ik was ooit de techniekcoach op een basisschool (mijn man heeft daar nog steeds binnenpretjes over) en heb heel wat leuke projecten met de kinderen uitgewerkt, van waterraketten tot ballonwagentjes en allerlei bouwwerken met of zonder knipperende lichtjes. Ik vind het ook geweldig dat ik in een paar muisklikken de hele wereld kan verkennen. Als ik ergens naar toe rijd voel ik me veiliger met mijn smartphone – vroeger kreeg ik wel eens buikpijn bij de gedachte dat ik niemand kon bereiken als ik ergens eenzaam en alleen aan de kant van de weg zou staan. Huwelijks- en andere foto’s van verre vrienden vliegen in geen tijd over de oceaan tot bij mij thuis. Ik kan skypen of Facetimen met mijn kleinkinderen, Tedtalks beluisteren op mijn iPad en inspirerende toespraken van mijn kerkleiders opnieuw bekijken op momenten wanneer het mij past. Ik kan een blog voorbereiden en daardoor mensen een inspirerende gedachte sturen. Kortom, technologie en sociale media is fantastisch en leuk!
Tablets, iPads en smartphones zijn zo aantrekkelijk! We leven een een technologische wereld met heel veel voordelen. Maar zoals bij vele dingen heeft technologie ook een andere kant: verslavend, duister, afstompend …
Sociale media en technologie met al hun snufjes, gadgets en spelletjes zijn fijn, zolang we al die dingen niet toelaten om tussen dat te staan waar we het meest om geven: onze relaties met familie en vrienden.

New technology is not good or evil of itself.
It’s all about how people choose to use it.
(David Wong)

Als ik rondkijk zie ik vrienden en familie die hun devices meenemen als ze naar bed gaan, en dat zijn de dingen waar ze ook het eerst naar grijpen als ze wakker worden. Ik zie met lede ogen hoe mijn kleinkinderen met al die technosnufjes omgaan.
De meeste ouders vinden die nieuwe technologie niet gevaarlijk. Ze laten hun kleine kinderen spelen met hun smartphone, ze laten hun tablet te pas en ten onpas gebruiken, en downloaden telkens nieuwe spelletjes omdat de kinderen erom zeuren. Ze moeten toch mee met hun tijd en kunnen toch geen ouderwetse ouders zijn? Ze zien dat hun kroost hun nek stretcht door stijfheid, maar reageren niet. Ze vergeten dat er aan de nieuwe vrede en rust een prijskaartje hangt. Ze accepteren ongefilterde YouTube-filmpjes omdat deze nu eenmaal tot de digitale wereld van hun tiener behoren. Maar lieve hemel, staan ze wel stil met wat daar allemaal op te vinden is?

I fear the day that technology
will surpass our human interaction.
The world will have a generation
of idiots.
(Albert Einstein)

Als leerkracht merkte ik dat kinderen hun woorden verkeerd spelden, want zo konden ze met hun duimen een beetje sneller typen. Ik heb kinderen – en zelfs volwassenen – ontmoet die bijna niets meer lezen, want ze kijken liever naar een filmpje. Iets van buiten leren, dat is veel te moeilijk geworden. Er is veel minder concentratie en men lijkt zich moeilijker te kunnen focussen. Leerkrachten, kunstenaars en professoren aan de universiteit trekken aan de alarmbel.

It’s very important that children learn to use technology
– it’s part of life –
but also that they learn when to put it down.
(Anne Wojcicki)

Greg Trimble, eigenaar van een internet marketing bedrijf gespecialiseerd in sociale media, schreef het volgende:

‘Technologie is mijn broodwinning en het brengt eten op onze tafel. Maar door mijn achtergrond kan ik ook de twee kanten van technologie zien: de kant die mensen en organisaties meer efficiënt maakt, en de kant die levens kan vernietigen – en dan vooral jonge levens. Ik zit tot over mijn oren in de technologie en dat is misschien de reden waarom ik zo bezorgd ben dat onze maatschappij er zo door bezeten is. Ik heb mensen gezien die een kolossale woede-uitbarsting kregen alleen maar omdat hun email een uurtje niet werkte. Ik zie kinderen tussen 8 en 18 jaar die overal hun devices meenemen. Ze laten me denken aan Gollum uit ‘Lord of the Rings’. Ze houden hun smartphone of tablet heel stevig vast en ik kan hen bijna horen fluisteren: ‘My Precious’. Als je het probeert af te nemen, bijten ze bijna je vinger af! Ik heb drie-, vier-, vijf-, en zesjarige kinderen gezien die niets anders deden dan spelen op een iPad of mobieltje, en als ze moetsen stoppen krijsten en agressief werden. Meestal geven de ouders dan toe, want dan worden de kinderen weer rustig. Het lijkt erop dat technologie de moderne fopspeen is voor jong als oud, en weet je nog hoe moeilijk het was om je kind te laten ontwennen aan zijn tutje?’ (uit ‘Dads who stay and fight’)

Volgens mij is het probleem dat teveel mensen naar het extreme neigen. Ofwel is technologie alles, ofwel zijn ze er volledig tegen. Technologie is belangrijk in onze wereld, maar er is een verschil tussen technologie gebruiken in afstompende, nutteloze, verslavende materialen, en technologie gebruiken om creatief en ontdekkend aan de slag te gaan. Je beperkt de tijd niet die een kind spendeert aan piano spelen, of schrijven, of schilderen en zo hoef je ook de tijd niet te beperken wanneer een kind kunst ‘computert’, of een video maakt, of aan een computerprogramma werkt. Als het verstand in creatieve modem staat, dan werkt het hard. Kinderen zullen dan ook moe worden en een break willen of iets anders willen doen. Iemand die in de zetel op zijn iPad video’s bekijkt, of het ene na het andere verslavende spel speelt, kan dat een hele dag doen zonder te stoppen.
Wist je dat de ontwikkelaars en uitvinders van de computers waar je nu mee werkt zich zelf zorgen maken over de hoeveelheid tijd die hun eigen kinderen spenderen aan technologie? Steve Jobs en anderen lijken bijna wel drugdealers die het gevaar van drugs kennen en er daarom alles aan doen om hun kinderen tegen die verslaving te beschermen. Ze leggen strikte beperkingen op aan de schermtijd van hun kinderen, bannen technologische gadgets op schooldagen en alleen in het weekend mogen ze spelen- en dan nog beperkt. Geen schermen in de slaapkamer.Punt.
Evan Williams, de oprichter van Twitter geeft aan zijn kinderen boeken in plaats van iPads. Wat? Ja, boeken!
De rest van de wereld laat hun kinderen toe om zich dag en nacht onder te dompelen in het licht van tablets, smartphones en computers.
Wat weten deze tech nerds wat vele mensen niet beseffen?

Technology is so much fun,
but we can drown in our technology.
The fog of information can
drive out knowledge.
(Daniel J. Boorstin)

Is het antwoord dan ‘delete’? Stoppen met heel de boel in sociale media?
Ja, sociale media is verslavend, afstompend en gevaarlijk.
Nee, we moeten sociale media niet afschrijven!
Waarom dan niet? Wel, het is iets dat volgens mij niet voorbij zal gaan. Het is een deel van ons moderne leven geworden. Je kan er zoveel positieve dingen mee doen zoals vrienden contacteren en informatie krijgen over de wereld, de maatschappij, je buurt, je kerkleven,…  We worden inderdaad soms geconfronteerd met ‘fakenews’ en met onveiligheid. Sommige foto’s bezorgen ons een minderwaardigheidscomplex en we beginnen ons te vergelijken met ‘gefotoshopte’ anderen. Maar moeten we daarom de ‘delete’ knop indrukken? Moeten we alleen op ons eiland gaan zitten? Ik denk het niet, maar ik geloof wel dat we misschien een paar aanpassingen moeten doen.

Misschien moeten we een tijdslimiet instellen. Hoeveel minuten wil ik per dag op Facebook doorbrengen, hoeveel dagen per week op Instagram, enz. Een goeie tip is om een kookwekker te gebruiken.
Besluiten wat je echt wil zien is ook aan te raden. Like die pagina’s of vul je mailadres in, dan krijg je zo een seintje bij iets nieuws en verspil je geen tijd om heel Facebook af te scrollen.
Denk na waarom je bepaalde technologie gebruikt en stel dan doelen. Je wil bijvoorbeeld op de hoogte blijven van de vakantie van een vriendin, je wil per dag drie positieve commentaren geven op een post van vrienden, je wil per week een opbouwende gedachte posten, …
Een doelgericht mens is er twee waard!

Despite our ever-connective technology,
neither Skype nor Facebook
-not even a telephone call-
can come close to the joy of
being with loved ones in person.
(Marlo Thomas)

Je zou je kinderen zo lang mogelijk van sociale media moeten houden, maar als je kinderen hebt die sociale media gebruiken, doe dit dan ook. Als sociale media je soms een wrang gevoel geeft, je humeur aantast, of je zelf in een dipje laat belanden, denk er dan eens aan dat je tiener – wiens hersenen nog niet volledig ontwikkeld zijn, en die een heleboel levenservaringen nog niet hebben gehad – denk eens hoe zij zich voelen. Sociale media is dé plaats waar ze zich verdrietig, afgewezen, verlegen, eenzaam en minderwaardig zullen voelen. Velen worden via dit kanaal gepest en uitgelachen. Wil jij hen op zo’n plaats alleen laten? Ze hebben ook daar jouw leiding nodig. Vertel hen hoe jij met sociale media omgaat. Een van jouw taken in deze moderne wereld is hen te leren hoe ze op een goede manier met al die technologie moeten omgaan. Af en toe een spion zijn is niet slecht.
Leer hen dat het goed is om
te ontvolgen wat hen een vervelend gevoel geeft,
te volgen wat hen inspireert,
een tijdslimiet te stellen,
goede dingen te delen,
‘to act than to be acted upon’,
na te denken,
kritisch te zijn,
echte tijd door te brengen.

Ik vind de moderne technologie wel leuk. Ik geloof dat er veel goeds tot stand mee kan gebracht worden. Onze eigen keuzes hoe we ermee omgaan zal veel bepalen. Het is lente, een seizoen om veel buiten te vertoeven, met vrienden, om de devices binnen te laten liggen en te lachen, te babbelen en te genieten in ‘reality’, van face to face.

Even more amazing than modern technology
is our opportunity to access information
directly from Heaven,
without hardware, software, and monthly service fees.
(Russell M. Nelson)

 

 

 

Zomeruur, licht en Pasen.

Het is zomeruur. Dat betekent dat we de klok een uur verder gedraaid hebben en dat 10 uur 11 uur geworden is. Dat de overheid zo’n konijn uit de hoed haalt is ongelooflijk, en nog wel voor het hele land en een groot stuk van de wereld. In mijn gewoon dagelijks leven zou ik ook wel eens de klok zomaar een uur willen terugdraaien of ineens verder zetten. Floep! Mooie dingen een uur langer beleven, minder leuke dingen vliegensvlug voorbij draaien.

De tijd is te traag voor wie wacht,
te snel voor wie bedeesd is,
te lang voor wie treurt,
te kort voor wie zich verblijdt,
maar voor wie het heeft
is de tijd eeuwig.
(R. Hoemakers)

Maar alle tijd en konijnen in hoeden ten spijt, hebben jullie last van het zomeruur?
Ik moet er toch altijd een beetje aan wennen. Mijn biologische klok heeft ‘s morgens een vast uur. Elke dag word ik op ongeveer hetzelfde tijdstip wakker. Met het zomeruur voelt mijn ‘klok’ zich bedot. Ze wordt geforceerd om me nu een uur vroeger wakker te krijgen en als je mij kent is dat niet zo simpel. Gelukkig protesteert mijn lichaam maar een paar dagen en dan heeft mijn innerlijke klok zich bij het zomeruur neergelegd. Dus last? Niet echt veel.

Ik ben wel blij dat het langer licht is. In de lente lengen de dagen sowieso, maar met dat zomeruur erbij kan ik nog extra van het licht genieten.
Ik ben een ‘lichtmens’. En geef nu ook toe: licht is leven, niet?
Dat brengt me ook bij een belangrijke feestdag: Pasen. Dat christelijk feest geeft me altijd zo’n blij gevoel. Niet alleen om de mooie herinneringen van paasklokken en chocolade eieren die verstopt en gevonden werden, maar ook omdat de Paastijd me als mens enorm aanspreekt en mijn ziel verlicht.

Aan Pasen is een naam gekoppeld die bijna iedereen in de wereld kent, maar waarbij toch heel weinig mensen zijn die deze persoon echt kennen. Die naam is Jezus Christus.
Wie is Jezus? Waarom zou Hij vandaag nog belangrijk zijn?
Om te beginnen is Jezus een voornaam, net zoals Pieter en Seppe. Christus is geen achternaam, maar een titel. Die betekent ‘de Gezalfde’.
Die titel duidt erop dat Jezus geen gewone man was, of zelfs de beste leraar ooit. Hij is de beloofde Messias waarover in het Oude Testament geprofeteerd wordt. Hij zou alle mensen redden van zonde en dood (alle, daar vallen wij dus ook onder). Jezus verklaarde tijdens zijn leven zelf dat Hij de Zoon van God was. Ik geloof dat. Hij deed vele wonderen zoals zieken genezen, blinden laten zien, doven laten horen en Hij wekte zelfs doden weer tot leven. Zijn grootste wonder is dat Hij eeuwig leven en geluk aan alle mensen kan geven, we moeten alleen maar in Hem geloven en ons best doen zijn leringen te volgen. Maar mensen zijn mensen, en we maken allemaal fouten – grote en kleine. Soms falen we compleet en zitten we in zak en as, of in een diepe put. En dat is precies de reden waarom Jezus naar de aarde kwam en waarom Hij vandaag nog zo belangrijk is voor ieder van ons.

En voorts zeg ik u dat
er geen andere naam,
noch enige andere weg of middel,
zal worden gegeven waardoor
redding tot de mensenkinderen kan komen,
dan alleen
in en door de naam van
Jezus Christus,
de almachtige Heer.
(Mosiah 3: 17)

Om te kunnen begrijpen waarom Jezus zo belangrijk is, is een vergelijking misschien wel op zijn plaats:

Er was eens een man die zo graag iets wou hebben. Het was zijn grootste droom en hij had er alles voor over, dus ging hij een grote schuld aan om zijn grote verlangen waar te kunnen maken. Men had hem verwittigd hoe gevaarlijk zulke grote schulden wel zijn en hoe er met de schuldeiser niet te lachen viel. Maar de man tekende het contract. De einddatum lag ver in het verschiet en hij was er gerust in dat hij zijn schuld op tijd zou kunnen aflossen. Hij was blij, want hij had nu wat hij wilde.
Het leven ging verder met zijn ups en downs, met hard werken en met pleziertjes, met voorspoed en met tegenslag. Maar de schuldeiser had een vast plekje in zijn gedachten. Af en toe deed de man een afbetaling en stiekem hoopte hij dat de dag van de ultieme afrekening nooit zou aanbreken.
Maar die dag komt altijd voor iedereen, en dus ook voor die man. Het contract was verlopen en de schuld niet afbetaald. De man besefte dat hij zijn schuld nooit kon aflossen en dat de schuldeiser al zijn bezittingen kon opeisen en hem zelfs in de gevangenis kon steken. Hij vroeg:
Kan ik niet meer tijd krijgen?’
Kan je mijn schuld niet kwijtschelden?”
Kan je me geen genade tonen?’
De schuldeiser vond genade maar eenzijdig, daar had hij niks aan. Hij vroeg:
Geloof jij in recht? Ik wil gerechtigheid! Jij hebt het contract getekend en de wet is dat jij betaalt of gestraft wordt. Het is niet de bedoeling dat genade de gerechtigheid kan beroven.’
Als jij mijn schuld niet kwijtscheldt, dan is er geen genade!’ smeekte de man.
Als ik dat doe dan is er geen gerechtigheid!’antwoordde de schuldeiser.
Het leek erop dat er geen manier was waarop zowel de genade als de gerechtigheid tevreden zou zijn. En toch is die manier er! Maar dan is er nog iemand anders voor nodig.
De schuldenaar had een vriend die hem heel goed kende en die wist hoe kortzichtig en gek hij was geweest. Maar die vriend wilde hem helpen omdat hij van hem hield. Hij werd een middelaar. Hij betaalde de schuld en zo was de gerechtigheid tevreden. De middelaar regelde een afbetaling met zijn vriend en zo kreeg die genade.

Als we dit verhaal projecteren op ons eigen leven, dan hebben we allemaal een zekere ‘geestelijke schuld’, en op een dag zal de afrekening komen.
Dit lijkt misschien voor velen, zo niet voor iedereen, de ver-van-mijn-bed-show. Hoe kan dat nu? We zijn toch baas over ons eigen leven? Is er wel een leven na de dood waarin de afrekening komt? Ik ben toch een goed mens?
Vele mensen die een bijna-doodservaring beleefden, vertellen allemaal hoe belangrijk het is om hier goed te doen voor iedereen. Ze beklemtoonden dat het leven dat we hier leiden, ons leven aan de andere kant bepaalt.
Maar niemand is volmaakt, we kunnen allemaal meer helpen, beter helpen, meer doen, beter doen.
En de wet der gerechtigheid zal de aflossing eisen. Gelukkig is er een Middelaar.

Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen,
de mens Christus Jezus,
die zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen.
(1 Timotheüs 2: 5)

Door de genade van Jezus Christus kunnen wij, na alles wat we zelf konden doen, gered worden.

Pasen is het feest waarop de christelijke wereld de verzoening en de opstanding van Jezus Christus herdenkt. Ik kan zeker niet uitleggen hoe Jezus het lijden, de pijnen, de zonden en alle onvolmaaktheden van heel het mensdom op zich genomen heeft, en hoe Hij daar de schuld voor betaalde. Ik kan ook niet uitleggen hoe het kon dat Hij – die zeker dood was- levend werd en zo de deur van de onsterfelijkheid voor alle mensen opende. Geestelijke dingen kunnen niet uitgelegd worden op een stoffelijke manier.
Ik geloof in God en in Jezus Christus, in de opstanding en in een eeuwig leven, en als jij daar ook in gelooft dan weet je hoe moeilijk het is om anderen te vertellen wat je voelt. Ik probeer op deze blog mijn woorden zorgvuldig uit te zoeken en probeer niemand te kwetsen of de indruk te scheppen dat gelovigen ‘beter af’ zijn. Ik kan je maar een schets bieden van hoe ik God echt zie. Ik geef je een onafgewerkt product van mijn gevoelens over Zijn liefde en mijn plaats daarin, een ruw beitelwerk over hoeveel meer Licht ik daardoor ervaar.

The miracle of
RESURRECTION,
the ultimate cure,
is beyond the power of modern medicine.
But it is not beyond the power of God.
(Paul V. Johnson)

Zomeruur, Licht en Pasen. Voor de ene een geestelijke bezinning, voor de andere een familiefeest met eitjes. Geniet van al het licht.

Laat jij je stem horen?

De winterperiode is een tijd van niezen en hoesten, van vitaminetekorten en grieperige toestanden. De zon is dikwijls ver te zoeken.
Ik ben al meer dan een week mijn stem aan het zoeken. Na wat heesheid, veel gekuch en zware brombeertoestanden was ze ineens FLOEP! zo goed als weg! Een kop of tien warme kruidenthee en een vrij te krijgen hoestsiroop bracht niet veel soelaas. Mijn stem bleef koppig verstoppertje spelen en bracht mijn ademhaling danig in de war. Een herinneringsflits aan ‘de Stemmenrover’ (een Suske en Wiske boek van lang geleden) liet me inzien dat er grover geschut nodig was. Ik moest niet naar Japan, maar een antibioticakuur die ik liever niet had gewild, zette me weer op het goede spoor.

Ik vind de menselijke stem vanzelfsprekend en toch is het een klein wonder. Mijn stem is mijn unieke communicatie-instrument. Ik kan daarom lachen (gemeen en hartelijk, of zoals een kip een ei legt), huilen (hartverscheurend of heel stilletjes), spelen (toneel en andere aanverwanten), zingen (ook vals), praten en zelfs neuriën als ik opgewekt ben. Door middel van mijn stem kan ik plezier, opwinding, passie, woede en enthousiasme overbrengen. Is dat niet geweldig? Ik zal mijn stem nooit meer vanzelfsprekend vinden.

Elke stem is uniek door het verschil in grootte van de stembanden. Daarom zijn er piepstemmen, zware, heldere en schelle stemmen. Ook de grootte en de vorm van het lichaam heeft een invloed op de manier waarop we geluiden tot stand brengen en uitspreken. Een vrouwenstem klinkt meestal hoger omdat de stembanden korter zijn dan die van mannen.

Ik was verbaasd over ‘t feit dat men pas in 1854 ontdekt heeft hoe de stem werkt. De Spaanse zanger Manuel Garcia gebruikte een tandspiegel als keelspiegel (misschien was hij ook zijn stem even kwijt) en ontdekte het trillen van de stembanden.

Words mean more
than what is set down on paper.
It takes the human voice
to infuse them with deeper meaning.
(Maya Angelou)

Iedereen weet dat we hees kunnen worden door een simpele verkoudheid, maar ook door onze stem te forceren op een feest, een concert, of een sportwedstrijd. De stem laten rusten is dan belangrijk. Het schijnt zelfs dat de heesheid erger wordt als we fluisteren!
‘Ik ben al een pak beter’, zei ik vandaag tegen mijn man.
‘Jaja, ik hoor het aan je stem’, antwoordde hij sarcastisch.
Het is een feit dat onze stem veel verraadt over wie we zijn: een man, een vrouw, een kind, jong, oud. Ook onze gemoedstoestand geeft een bepaald timbre aan onze stem.
Bij het muziekprogramma ‘The Voice’ zien we hoe deelnemers alleen op hun stem beoordeeld worden in een paar seconden.
Het is waar, soms raakt een stem me, soms ook helemaal niet. Maar ook buiten een zangcarrière wordt een spreekstem binnen enkele seconden beoordeeld op betrouwbaarheid en sympathie. Niet voor niets worden er vandaag de dag ook cursussen ‘spreken’ gegeven om meer commerciële en politieke punten te kunnen scoren.

Er zijn verschillende soorten stemmen die onze aandacht vragen. Zelf gebruiken we ook veel soorten stemmen om iets te verkrijgen.
In de wereld horen we dikwijls pessimistische en negatieve stemmen en nochtans is de stem waar blijdschap in echoot zo hard nodig. We hebben optimisme nodig en stemmen die moed geven. We moeten geen articulatieles gevolgd hebben, of hoogdravende woorden uiten, eenvoudige woorden zoals een dankjewel of sorry, kunnen blijheid in een ziel brengen.

I use my voice
to make people feel
like they belong.
(Gina Rodriguez)

Sommige mensen denken dat de harde roepers het meest gehoord zullen worden. Maar dat is niet helemaal waar. De luidste stem wordt misschien eerst gehoord, maar als we de volumeknop naar beneden draaien, wordt alles rustiger. Dan kunnen we horen wat ook de zachte stemmen te zeggen hebben, en geloof me, dat kan een wereld van verschil maken.

We still need a voice
that thinks
before
it speaks.
(Simon Armitage)

Het leven kan bitter en zoet zijn. Welke stem gebruiken we als reactie?
Soms zijn we teleurgesteld als we geconfronteerd worden met misleidende stemmen, met opdringerige stemmen, met stemmen die de wereld op zijn kop willen zetten, met stemmen die andere stemmen het zwijgen willen opleggen.
Deze stemmen klinken oorverdovend luid en soms zijn we lafaards en zwijgen we. Soms vinden we onze stem niet de moeite waard. Soms hebben we schrik dat we er alleen voor staan en willen we niet voor idioot doorgaan. Margaret Atwood gaf een waarschuwing tegen het zwijgen:

A voice is a human gift;
it should be cherished and used;
to utter fully human
speech as possible.
Powerlessness and silence
go together.

Ik ben echt geen haantje-de-voorste, maar ik besef heel goed hoe belangrijk het is om mijn stem te laten horen. Want wat brengt het op om een stem te hebben en te zwijgen? Als we de gelegenheid krijgen om onze stem te laten horen moeten we dat doen, of het nu gaat om onze stem tijdens verkiezingen, of onze afkeur aan een bepaalde zangstijl, of wat dan ook. Al te veel heeft zwijgen drama’s meegebracht. Pesterijen lopen fallicant verkeerd af, democratieën gaan ten onder, respect, normen en waarden worden afgevoerd, allemaal omdat er gezwegen werd.

Elk mens heeft een – laat ik het uiterlijke stem- noemen. Die kan welbespraakt of woordenschatarm zijn. Ze kan luid of stil, vleiend, liefdevol, haatdragend, dankbaar of onverschillig klinken. Maar de stem die het belangrijkste is, is onze innerlijke stem. Dat is onze echte stem. Ik geloof zelfs dat onze innerlijke stem onze uiterlijke stem enorm kan beïnvloeden.
Douglas Mac Arthur schreef:

The world is in a constant conspiracy
against the brave.
It’s the age-old struggle:
the roar of the crowd on the one side,
and the voice of your conscience on the other.

Een karikaturale voorstelling van de wereldse en innerlijke stem wordt wel eens voorgesteld als een duiveltje op de ene schouder en een engeltje op de andere, die ons allebei voortdurend van alles in het oor fluisteren. Ik geloof niet dat het zo tewerk gaat, maar ik geloof wel dat we een inspanning moeten leveren om de stem van ons geweten te horen. Om onze innerlijke stem, ons geweten, te horen moeten we het in onszelf stil maken. Met al de mediadrukte om ons heen is dit geen gemakkelijke opdracht. Misschien zit er nu in plaats van een duiveltje wel een smartphone op onze schouder?

Don’t let the noise of other opinions
drown out your own inner voice.
(Steve Jobs)

Iemand noemde eens die innerlijke stem een goddelijke stem. Ons geweten, dat ons de juiste weg toont, laat ons misschien wel een goddelijke stem horen. Ik zocht een paar schriftteksten op over de stem van God, hoe zou die klinken?
In het Oude Testament sprak me het verhaal van de profeet Elia wel aan. Hij zocht de stem van de Heer. In 1 Koningen 19 lezen we dat de Heer niet in de wind was, ook niet in de aardbeving en niet in het vuur. Elia vond de Heer in de zachte stilte.
God spreekt meestal met een stille zachte stem en daarom is het zo moeilijk om die te horen. Moeilijk, maar niet onmogelijk. Ik denk dat zijn stem nauwelijks hoorbaar is omdat we niet ‘in tune’ zijn met het oneindige.
In het Boek van Mormon lezen we in Helaman het verhaal over een groep mensen die de stem van God hoorden en het wordt in mijn ogen mooi beschreven:

En het geschiedde, toen zij die stem hoorden, dat zij inzagen dat het geen stem des donders was, en evenmin een stem van daverend rumoer, maar zie, het was een zachte stem van een volmaakte mildheid, als een fluistering, en toch drong zij door tot in het diepste der ziel. (Helaman 5: 29)

Er zijn genoeg verslagen van mensen, vroeger en nu, die letterlijk Gods stem hebben gehoord. Al je mij vraagt of ik Gods stem al heb gehoord dan moet ik zeggen: niet op de letterlijke manier, niet als een ‘echte’ stem. Maar ik heb Gods stem al dikwijls tot mij horen spreken in mijn gedachten. Die indrukken zijn net zo krachtig als moest Hij met een trompet in mijn oren hebben geblazen.

Ja, zie, Ik zal in uw gedachten en uw hart tot u spreken …’ (L&V 8: 2)

Voor sommigen klinkt dit misschien als complete onzin. Maar geestelijke dingen zijn nu eenmaal anders te begrijpen.
Ik wil je even meenemen naar een zaterdagavond bij ons thuis. Ik zit een boek te lezen, de teevee staat aan en voetbalgeluiden vullen de living. Mijn man kijkt gespannen naar de voetbalmatch. Hij is gek op voetbal. Hij speelde jarenlang zelf voetbal en ik kan echt zeggen dat hij zijn hart aan voetbal verloren heeft. Jawel, hij houdt van mij, maar als hij naar een match kijkt word ik toch eventjes buiten zijn zichtveld geplaatst. Niet alleen dat, ook buiten zijn gehoorsveld. want als ik hem tijdens een match iets vraagkrijg ik meestal niet direct een antwoord. Ik moet het soms twee of drie keer herhalen voor hij me aandacht geeft. En dat is gewoon omdat hij me niet hoort, het is immers voetbal!
Ik durf wel eens een blik werpen op het scherm, maar ik ben vlug mijn interesse kwijt.
‘Heb je dat gezien?’ vraagt manlief me soms heel enthousiast.
Ik moet meestal ontkennend antwoorden, ik heb geen voetbalhart.
Ik wil dit graag projecteren naar het horen van de stem van de Heer. Zoals ik al schreef zijn er zoveel stemmen die onze aandacht vragen. Elke stem belooft wel iets: een spannende wedstrijd, kennis, lust,… Het is aan ons om te kiezen op welke stem we willen afstemmen en welke stemmen we willen negeren. Dat is ook zo met Gods stem, willen we die wel horen?

Als we de stem van de Heer willen horen moeten we weten waar we die kunnen vinden. In de Bijbel zegt de profeet Amos:

‘Voorzeker, de Here Here doet geen ding, of Hij openbaart zijn raad aan zijn dienstknechten, de profeten.’ (Amos 3:7)

De Heer heeft zelf ook nog iets toegevoegd aan het ‘horen van zijn stem’: Of mijn eigen stem nu gesproken heeft, of de stem van mijn dienstknechten, dat is hetzelfde (L&V 1:38).

Als we dus de stem van God willen horen, moeten we bereid zijn om naar de stem van zijn profeten te luisteren en andere stemmen te negeren of een andere plaats te geven.

If we listen to the voices of the world,
we will be misled.
But if we listen to the voice of the Lord
through his living prophet
and follow his counsel,
we will never go astray.
(Virginia U. Jensen)

Focussen op een voetbalmatch heeft zeker geen eeuwige gevolgen. De stem van gokken of een andere verslaving volgen, heeft waarschijnlijk wel verstrekkende gevolgen. Stemmen die onze eigenwaarde naar beneden halen, stemmen die ons opblazen, stemmen die ons boos maken, die stemmen kunnen andere, vriendelijke stemmen onhoorbaar maken.
Mijn opa had vroeger zo’n ouderwetse radio die je precies moest afstellen om mooie geluiden te kunnen horen. Ik weet, dat als ik me afstel op de stem van de Heer, dit een heel verschil maakt in mijn leven vandaag en voor de eeuwigheid.

Waarvoor ga jij je stem gebruiken de komende week?

Welke stem ga jij laten horen?

Maak deze week tijd om eens in de natuur te wandelen, de plaats om Gods stem te horen.

A capella muziek is ook mooi om  te genieten van verschillende stemmen.

Benieuwd om de stem van een levende profeet te horen: Russell M. Nelson lds.org

 

 

Honing, bijen en ik.

 

Ik zit hier gezellig aan de ontbijttafel een lekkere boterham met honing op te eten. Ik ben gek op honing en vooral de zachte lentehoning heeft mijn voorkeur. Als ik na een vakantie mijn koffers leegmaak, dan vind ik daar steevast een potje honing in van een plaatselijke imker. De lekkerste honing die ik ooit gegeten heb had ik gekocht in Cyprus. Ik zie de oude imker nog op de vuile grond zitten met enkele potten honing voor zich. De honing was nog witter dan melk en ik vroeg me af of dit wel honing was. Een brede glimlach en veel handgebaren overtuigden me om een pot te kopen. Toen ik later thuis die witte honing proefde, was Cyprus nog nooit zo dichtbij geweest.

Eet honing, mijn zoon, want dat is goed,
honingzeem is zoet voor uw gehemelte;
erken, dat de wijsheid zo is voor uw ziel.
Als gij haar gevonden hebt, dan is er toekomst
en uw verwachting wordt niet afgesneden.
(Spreuken 24: 13-14)

Ik sta versteld van het wonderlijke proces hoe bijen honing maken. Honingbijen verzamelen nectar uit bloemen en die nectar bevat verschillende suikers, mineralen en sporenelementen. De nectar komt in de maag van de bij terecht en vanuit speekselklieren in de kop en het borststuk voegt de bij er de eerste enzymen en goede bacteriën aan toe. Als de bij in de bijenkast toekomt wordt het zoete sapje uit de honingmaag via de monddelen aan andere bijen doorgegeven. Terwijl de druppel van bij naar bij gaat, voegen de bijen steeds opnieuw kleine beetjes speeksel toe waarin verschillende enzymen zitten. Daarna wordt de honing in lege honingraatcellen geduwd en door snel vleugelgeklapper verder ingedikt. Als de honing rijp is verzegelen de bijen de cellen met wasdekseltjes. Dan kan de honing geoogst worden.

Wist je dat voor elke kilo honing vier kilo nectar nodig is? In ons land maakt een bijenvolk zo’n 30 kg honing per jaar. Er is me verteld dat in een bijenkorf tussen de 20 000 en  60 000 bijen leven. Om 1 kg honing te produceren moeten al die bijen miljoenen bloemen bezoeken. Dat is om te duizelen! Ik waardeer mijn lekkere honing nog meer als ik besef dat één bijtje slechts een gemiddelde leeftijd van een paar weken tot vier maanden heeft.

De bijen zoemen rond hun woning
en werken aan een nijver plan,
zij zorgen voor de zoete honing,
wij maken er een potje van.
(Toon Hermans)

Weinig dieren hebben de menselijke verbeelding zo beïnvloed als de bijen. Het was niet alleen de honing en de was die hen een faam bezorgde, maar ook hun samenlevingspatroon was een inspiratie voor filosofen, schrijvers, staatshoofden en politici zoals Aristoteles, Plato, Shakespeare en Tolstoy. Er zijn vele volksverhalen en legendes waarin bijen een rol spelen.

Ik heb een beetje rondgesnuisterd en las interessante, grappige en spirituele weetjes over deze slimme diertjes. Ik ontdekte dat de bij als een heilig insect werd beschouwd en dat het diertje de brug was tussen deze fysische wereld en de onderwereld.
De oude Grieken associeerden lippen met honing gezalfd met welsprekendheid. De bijen waren voor hen het symbool van ijver, welstand en reinheid. Ze waren ‘de Vogels der Muzen’ en werden aanzien als inspiratie voor kunstenaars. Soms zagen ze in de bij ook de bezorger van liefde.
In het Oude Egypte was de bij een teken van koningschap. Bijen waren levensgevers en stonden symbool voor geboorte, dood en wederopstanding. De tranen van de zonnegod die op aarde vielen, veranderden in werkbijen.
De Joodse historicus Josephus vermeldde dat de naam van de dichteres-profetes Deborah ‘bij’ betekent. De wortel ‘dbr’ geeft ‘woord’, wat de missie aangeeft om het Goddelijk Woord, de Waarheid, voort te brengen (Toussaint-Samat). De naam Melissa betekent hetzelfde.
Hindoes, Kelten, Islamieten, Romeinen, Chinezen, … bijna alle volken hielden bijen hoog in aanzien.
In alles wat ik gehoord en gelezen heb, wordt de bij als een symbool beschouwd van onsterfelijkheid, wedergeboorte, vlijt, arbeid, spaarzaamheid, ordening, organisatie, samenwerking, wijsheid, intelligentie, reinheid en zuiverheid. Ze brengt hemelse gaven naar de aarde en fungeert ook als hemelse boodschapper. Amaai, de bij is dus wel een diertje om u tegen te zeggen.

Be like the honey bee:
anything it eats is clean,
anything it drops is sweet,
and the branch it sits upon
does not break.
(Imam Ali)

Ik vind het verontrustend dat wetenschappers aan de alarmbel trekken. Bijen dreigen uit te sterven! Afgelopen winter stierf 14% van de tachtigduizend honingbijenvolken (Naturalis juli 2017). Als de bij zou verdwijnen is het gevolg voor de mensheid immens groot. Meer dan 3/4 van de landbouwproducten is afhankelijk van dit diertje. (Denk aan fruit, groenten, koffie, cacao, noten,…) Het is niet echt duidelijk waarom het slecht gaat met de bijen. Er worden verschillende redenen genoemd: door de intensieve landbouw, waarbij men zich richt op één gewas, vinden bijen te weinig voedsel; ook het toenemend gebruik van pesticiden is een bedreiging, evenals het verdwijnen en de versnippering van natuur en open ruimtes, de Aziatische hoornaar die bijen op zijn menu zet is ook een kleine ramp voor de diertjes, maar het is vooral een parasitaire mijt die voor veel sterfte in de bijenkasten zorgt.

If the bee disappears
from the surface of the earth,
man would have no more
than four years to live.
(Albert Einstein)

Ik vraag me af wat ik persoonlijk kan doen om mee te helpen dit tij te keren. Ik denk dat wat wild bloemenzaad zaaien in de tuin of in een bak alvast wat bijtjes zal lokken. Een bijenhotel voor wilde bijen zie ik ook wel zitten. Dat is een kleine handeling. Misschien te klein?
Ik wil over kleine handelingen en wat dit teweeg kan brengen toch nog iets kwijt.
Eén honingbij produceert niet meer honing dan 1/12 van een koffielepel. Dat lijkt heel weinig in vergelijking met het totaal, maar dit kleine deel is van groot belang voor het leven in de hele korf. Bijen zijn van elkaar afhankelijk.
Er zit een grote symboliek in: grote dingen worden tot stand gebracht en lasten worden lichter omdat vele handen tezamen werken.
Stel je voor wat miljoenen mensen in onze wereld zouden kunnen bereiken als ze doelgericht samen zouden werken zoals bijen in een bijenkorf?

In sommige christelijke bronnen wordt Christus vergeleken met honing. De Heiland zei meer dan 2000 jaar geleden:

‘Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naasten liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.’
(Mattheüs 22: 37-40)

Dat zijn heel eenvoudige woorden. Iedereen kan ze begrijpen en ze zijn zo belangrijk om na te leven. Wij dienen God lief te hebben en zowel voor onze naasten als onszelf te zorgen. Stel je voor wat er in de wereld zou veranderen moesten de mensen de handen ineenslaan en hulp geven aan eigen familie, aan vrienden, aan buren, aan medeburgers?
Er zijn gelukkig veel hulp- en kerkorganisaties die over heel de wereld humanitaire hulp geven en dat is prachtig! Maar wat kunnen we in ons eigen dagelijkse leven doen? Beeld je eens in wat het effect zou zijn van miljoenen kleine, dagelijkse daden die gebeuren uit liefde voor Christus en voor elkaar? Onze wereld verkeert in moeilijkheden van allerlei slag en ik geloof dat onze maatschappij vandaag de dag meer dan ooit nood heeft aan christelijke liefde.

We ought tot do good to others
as simply as a horse runs,
or a bee makes honey,
so a man when he has done a good act
does not call out for others
to come and see,
but he goes on to another act,
as a vine bears grapes
season after season,
without thinking of the grapes it has borne.
(Marcus Aurelius)

Eenvoudige dagelijks dienstbetoon lijkt op zich niet zo veel te betekenen, maar het is als die 1/12 honing op een koffielepel die zo belangrijk was voor de hele korf.

There is power in our love for God and for his children,
and when that love is tangibly manifest
in millions of acts of Christian kindness,
it will sweeten and nourish the world
with the life-sustaining nectar of
faith, hope and charity.
(M. Russell Ballard)

Misschien vraag je je af hoe jij in je drukke leven iemand kan helpen. Als je gelovig bent, dan kan je misschien elke dag bidden of je opmerkzaam mag zijn voor de noden van een ander. Leef dan je dag, doe gewoon, maar kijk met geloof en liefde uit naar die persoon die je nodig heeft. Gelovig of niet, focus je op de mensen rondom je, net zoals de kleine bij zich focust op de bloemen om nectar te verzamelen. Als je dit doet zal er een spirituele gevoeligheid groeien en zal je gelegenheden ontdekken om hulp, troost of hoop te geven. Denk niet te gauw aan iets groots, zoals een huis helpen verbouwen, de strijk doen, eten brengen (hoewel dit ook kan), maar een simpele glimlach, een mailtje, of een telefoontje kunnen een vermoeid hart opbeuren. Een schouderklopje of een complimentje kan moed geven. Een knuffel of een gesprekje bij een tasje thee en een koekje kan iemands dag goed maken.
Net zoals elk 12de deel van een theelepel van alle bijen samen nodig is om de hele korf in leven te houden, zo zal elk dienstbetoon van honderden mensen, elke uitgestoken hand van duizenden mensen, elk gebed van tienduizenden mensen, elke glimlach van miljoenen mensen, een geweldig effect ten goede uitstralen. In deze steeds donker wordende wereld zal daardoor het Licht van Christus feller beginnen schijnen.
Samen – welke overtuiging of geloof je ook hebt – samen kunnen we liefde en vreugde brengen in onze familie, in het leven van een eenzame, een arme en een wanhopige. Samen kunnen we via kleine daden grootse dingen tot stand brengen.

De meeste mensen kennen het beertje Winnie de Poeh. Hij is net als ik gek op honing (hij wel een beetje meer denk ik). Ik las de volgende dialoog en vond die super:

‘Wat doe je het allerliefst op de hele wereld, Poeh?’
‘Het allerliefste…’ zei Poeh, en toen moest hij eerst even nadenken.
Want al was ‘honing eten’ iets heel prettigs,
er was toch één ogenblikje,
vlak voor je begon te eten,
dat nog veel prettiger was,
maar hij wist niet hoe dat heette.
(A.A.Milne)

Wat is dat ogenblik voor jou?

Nog een tip:

Zaai of plant verschillende bloemen in je tuin of bloembak.

Lees de spannende novel: ‘De geschiedenis van de bijen.’ van Maja Lunde

Bezoek een imker.

Geniet van een boterham met honing.

 

 

Hoe blijf je eeuwig jong?

Mensen zeggen me wel eens: ‘Wat zie jij er goed uit voor je leeftijd.’ Dan weet ik twee dingen: ja, ik zie er nog ‘goed’ uit, en owee, ik word ‘oud’.
Het zinsdeel ‘voor je leeftijd’ spreekt boekdelen. A propos, er loert voor mij weer een verjaardagsfeest om de hoek, en nog wel een speciaal feest. Sommigen grappen nu al dat het toch wel een ‘antieke voordeur’ is die krijg. Ach, what’s in a number?

In onze maatschappij ligt veel nadruk op het jong-zijn èn het jong-blijven.
Vind ik het dan niet erg om 60(!) te worden?
Mijn hemel, het is geweldig om 60 te mogen worden!
Ik heb genoten van mijn jeugd. Ik heb onbezorgd onnozel kunnen doen. Ik heb geswingd en geslowd. Ik kon uren stappen zonder mijn benen te voelen en hield van hoogspringen en volleyballen. Nina George schrijft het zo mooi in ‘De boekenapotheek aan de Seine’:

We bewaren de tijd allemaal. We bewaren de oude versie van de mensen die ons verlaten hebben. En ook wij zijn nog die oude versie, onder onze huid, onder de laag van rimpels, ervaringen en gelach. Daaronder zijn we nog wie we vroeger waren. Het vroegere kind, de vroegere geliefde, de vroegere dochter.’

Jong zijn was fantastisch! Maar wil ik wel terug zo jong zijn?
Als ik 20 jaar zou blijven, zou ik altijd maar dàt weten van die 20-jarige. O ja, op die leeftijd dacht ik echt dat ik zo goed als alles wist, terwijl ik zo onwetend was als een onnozel gansje.
Weet je, ik wil niet terug. Ik wil vooruit, nog meer zien, nog meer leren, nog meer doen.
Natuurlijk ben ik een beetje jaloers op jonge mensen, eens de 50 gepasseerd is iedereen dat wel eens. Jong zijn, vol toekomstdromen, naïef en bruisend van energie, wie wil dat niet blijven? Ja, het steekt soms wel eens als het wat meer begint te kraken en te piepen.
Maar ik denk dat alles zijn beurt krijgt, en elke fase is nodig om volledig tot ontwikkeling te kunnen komen. Ik heb mijn fantastische beurt van 20-jarige gehad en nu volgt de geweldige beurt om als 60-jarige door het leven te gaan.
Mitch Albom verwoordt mijn gedachten in dit stukje uit ‘Mijn dinsdagen met Morrie’:

Al die nadruk op jong zijn – ik trap er niet in. Hoor eens, ik weet hoe ellendig het kan zijn om jong te wezen, dus vertel mij niet dat het zo geweldig is. Al die jongelui die bij me zijn gekomen met hun problemen, hun conflicten, hun gevoelens van minderwaardigheid, hun idee dat het leven afschuwelijk was, zo erg dat ze er een eind aan wilden maken …
En bij al die ellende komt nog dat jonge mensen geen wijsheid bezitten. Ze begrijpen heel weinig van het leven. Wie wil er iedere dag leven, als je niet eens weet wat er aan de hand is? Als andere mensen je manipuleren, je wijsmaken dat je mooi wordt als je dit parfum koopt, of sexy als je deze spijkerbroek koopt – en jij gelooft ze ook nog! Het is zo’n onzin.
Ik verwelkom ouder worden met open armen. Naarmate je ouder wordt, leer je meer. Als je 22 bleef zou je altijd zo onwetend blijven als toen je 22 was. Ouder worden is niet alleen achteruit gaan. Het is ook groeien. Het is meer dan het negatieve dat je straks doodgaat, het is ook het positieve dat je begrijpt dat je doodgaat en juist daarom een beter leven gaat leiden.’

Als ik gezond mag blijven, dan kan ik zonder zorgen oud worden. Verschillende wetenschappelijke onderzoeken wijzen zelfs uit dat ‘jochies onder de 50’ op vele terreinen het onderspit moeten delven tegen de ‘oudjes’. Een paar voorbeelden: Woordenschat bereikt zijn piek pas op 71 jaar (ik kan dus nog heel wat verbetering in mijn blog steken). Menselijke emoties worden best begrepen vanaf ‘tram 5’, alsook wiskundige vaardigheden. Op 69 jaar zou de levensvreugde het hoogst zijn en vanaf 74 is de mens gelukkig met zijn lichaam. Pas op 82-jarige leeftijd is men ook psychologisch het gelukkigst. (infografiek Business Insider 03/2017)
Dit zijn maar grafiekgegevens en gemiddelden, maar, wauw! Ik kan dus nog wel een tijdje mee!

Geluk zit niet in je leeftijd,
geluk zit tussen je oren.

In de oudheid waren er niet zoveel mensen die een hoge leeftijd bereikten. Misschien daarom dat men de ervaring en wijsheid van die hoogbejaarden bewonderde. Men stopte ze toen niet in vergeten rusthuizen, maar eerde het geestelijk niveau dat die mensen uitstraalden.
In onze hoog technologische, moderne, materiële wereld heerst er een geestelijke ontkenning. Het lichaam is een afgod geworden en alles wat afbreuk doet aan de ‘volmaakte jeugd’ wordt wantrouwend bekeken. DNA- afwijkingen en aftakelingen wil men uitschakelen. De mens heeft zichzelf tot god verklaart en daar past geen enkel syndroom in, noch Alzheimer, ouderdom en dood. Men is vergeten dat het leven meer is dan de tijdspanne tussen geboorte en dood. Het leven is niet aan ‘tijd’ gebonden.

In de Bijbel zegt God tot de mens:

Want stof bent u
en u zult tot stof terugkeren.’
(Genesis 3:19)

We praten er niet over, het is een taboe, we denken er liefst niet aan, maar het is een zekerheid dat ons lichaam aftakelt en zal sterven.
Maar is de mens enkel dat lichaam?
Ik geloof dat ik meer ben dan mijn stoffelijk omhulsel. Dat omhulsel wordt oud, krijgt gebreken en zal tot stof vergaan. Maar ik, mijn wezen, ik zit in dat omhulsel. Die ‘ik’ wordt nooit oud.

Je hart blijft eeuwig jong
terwijl je door de tijd reist,
laag na laag.
(onbekend)

Ik geloof dat de mens een eeuwig wezen is, zonder begin en zonder einde. Het leven is een mysterie dat niet aan tijd gebonden is. Op mijn ‘zestigste’ is dat mysterie een mooi gegeven, maar ook een gegeven waar mijn kennis ervan nog in peuterschoentjes staat. Er zijn zoveel schriftteksten die mijn verstand over dat onderwerp prikkelen. Ik wil jullie even meenemen op mijn eeuwige reis:

Ik bestond al voor ik geboren werd, en daar bedoel ik niet mee dat mijn leven begon bij de conceptie en het is ook geen reïncarnatie.
Soms gaat de moderne mens ervan uit dat vroegere profeten niet al te slim waren, maar kijk eens naar wat zij als openbaring van de Heer ontvingen omtrent een leven voor de geboorte:

De Heer had nu mij, Abraham, de intelligenties getoond die waren georganiseerd eer de wereld was; en onder al dezen waren er velen van de edelen en de groten. (Abraham 3:22)

…Want Ik, de Here God, heb alle dingen waarvan Ik heb gesproken, geestelijk geschapen, voordat ze in hun natuurlijke staat op het oppervlakte der aarde waren … (Mozes 3:5)

De mens was eveneens in het begin bij God. Intelligentie, of het licht der waarheid, is niet geschapen of gemaakt, en dat kan ook niet. (L&V 93:29)

Ja, voor hun geboorte ontvingen zij, met vele anderen, hun eerste lessen in de wereld der geesten en werden erop voorbereid om in de bestemde tijd des Heren op aarde te komen … (L&V 138:56)

Voordat Ik u in de moederschoot vormde, heb Ik u gekend; voordat u uit de baarmoeder naar buiten kwam, heb Ik u geheiligd. (Jeremia 1:5)

De Here heeft mij tot aanzijn geroepen
als het begin van zijn wegen,
voor zijn werken van ouds af.
Van eeuwigheid aan ben ik geformeerd,
van den beginne, eer de aarde bestond.
Toen er nog geen oceaan was, ben ik geboren,
toen er nog geen bronnen waren, rijk aan water.
Eer de bergen omlaaggezonken waren,
voor de heuvelen ben ik geboren;
toen hij het aardrijk en de velden nog niet had gemaakt,
noch de eerste stofdeeltjes der wereld.
Toen Hij de hemel bereidde, was ik daar;
toen Hij een kring trok op het oppervlak van de oceaan,
toen hij de wolken daarboven bevestigde,
en de bronnen van de oceaan met kracht opborrelden,
toen Hij aan de zee haar perk stelde,
opdat de wateren zijn gebod niet zouden overtreden,
en Hij de grondslagen der aarde bepaalde,
toen was Ik een troetelkind bij Hem,
ik was een en al verrukking dag aan dag,
te allen tijde mij verheugend voor zijn aangezicht,
mij verheugend in de wereld van zijn aardrijk,
en mijn vreugde was met de mensenkinderen.
(Spreuken 8:22-31)

Geweldige teksten in de Schriften! Ik ben dus niet alleen een lichaam van vlees en beenderen, maar in dat lichaam zit een onsterfelijke geest. En wat als ik sterf? Ik deel graag een paar van mijn favoriete schriftteksten over dit onderwerp:

…En het stof keert weder tot de aarde, zoals het geweest is, en de geest keert weder tot God, die Hem geschonken heeft. (Prediker 12:7)

Welnu, met betrekking tot de staat van de ziel tussen de dood en de opstanding, zie, het is mij door een engel bekendgemaakt dat de geest van ieder mens zodra hij dit sterfelijke lichaam heeft verlaten, ja, de geest van ieder mens, hetzij die goed of kwaad is, huiswaarts wordt gevoerd naar die God die hem het leven heeft geschonken. (Alma 40:11)

Welnu, er is een dood die een stoffelijke dood wordt genoemd; en de dood van Christus zal de banden van die stoffelijke dood verbreken, zodat allen uit die stoffelijke dood zullen worden opgewekt. De geest en het lichaam zullen opnieuw worden verenigd in hun volmaakte gedaante … (Alma 11:42,43)

Dit waren een paar teksten uit de Bijbel, het Boek van Mormon, de Leer en Verbonden en de Parel van grote waarde. Er zijn ook de persoonlijke verhalen van mensen over een leven voor de geboorte en de getuigenissen van mensen die een bijnadoodservaring hadden. Ik vind het fantastisch om te beseffen dat mijn leven het leven is dat in mij zit. Door dat wonder te geloven, kan ik gemakkelijker met mijn zestigste verjaardag omgaan en kan ik ouder worden met een glimlach. Het mooiste moet immers nog komen. Ik blijf eeuwig jong.

Phil Bosmans voelde dit mysterie ook aan toen hij schreef:

We hebben een jong hart, zolang we van het leven houden,
van het leven zoals het zich elke dag presenteert
met zijn goede en kwade kanten.
We hebben een jong hart, zolang we van de mensen houden
en zolang we hen alles gunnen, wat we misschien zelf missen.
Wie met een ‘jong hart’ oud wordt,
zal met een stille blijmoedigheid
de vele kleine en grote narigheden van de oude dag
kunnen aanvaarden.
Hij kent de zin van het leven en het sterven.
Hij weet hoe alles ‘kort’ en ‘klein’ is
en koestert de hoop op ‘eeuwig’ leven.

Weet je, als er nog eens iemand tegen me zegt dat ik er goed uitzie voor mijn leeftijd, dan lach ik in mezelf. Leeftijd heeft geen belang, ouderdom is niet belangrijk … behalve als je kaas bent.

 

 

 

 

 

Wat is waarheid?

Heb jij ook al eens volgende zin opgevangen: ‘Dit is mijn waarheid’? Meestal is die zin de afsluiter van een verhitte discussie tussen koppigaards die hun eigen mening niet willen bijstellen aan de argumenten van de ander.
Ik vraag me af of ‘mijn’ waarheid wel bestaat? Als ‘mijn’ waarheid bestaat, dan is er ook ‘jouw’ waarheid, ‘zijn’ en haar’ waarheid. Is dat dan wel waarheid? Bestaan er halve waarheden?

Meer dan 2000 jaar geleden werd Jezus van Nazareth voor Pontius Pilatus gebracht om door hem verhoord te worden. We lezen in de Bijbel dat het vroeg in de morgen was en ik denk dat Pilatus een ochtendhumeur had. De Romein vond het heel vervelend dat de Joodse leiders hem lastig vielen met Jezus. Hij vroeg aan Jezus wie Hij eigenlijk was en wat Hij gedaan had. Jezus verklaarde toen dat Hij in de wereld was gekomen om van de waarheid te getuigen, waarop Pilatus een vraag stelde die nog even actueel is:

Wat is waarheid?
(Joh. 18: 38)

Het is een vraag die vele mensen na hem ook gesteld hebben: wat is waarheid?
Bestaat er zo iets als absolute waarheid of is de waarheid een samenraapsels van onze ervaringen en perceptie?
Ook al zijn we het niet allemaal eens over wat waarheid is of waar we ze kunnen vinden, de zoektocht naar waarheid kan ook in onze maatschappij niet vermeden worden.
In het woordenboek staat dat waarheid in overeenstemming is met de werkelijkheid; het is echtheid en juistheid. Als we naar de reclame kijken, naar politieke debatten, naar discussies allerlei, kunnen we ons afvragen of er uberhaupt nog waarheid verkondigd wordt.
We leven in een ‘post truth age’ (door Oxford Dictionaries in 2016 als woord van het jaar verkozen). Het betekent dat objectieve feiten (dus echtheid, waarheid), dat die minder invloed hebben op de publieke opinie dan emoties en eigen meningen.
De enorme hoeveelheid spreuken, quotes en opinies verspreiden via de sociale media in een oogwenk duizelingwekkende onwaarheden en het kost mij en jou heel veel moeite om leugen van waarheid te onderscheiden.
Aristoteles zei: ‘All men desire by nature to know.’
Maar als er geen waarheid is valt er niets te weten.

Alleen de naïevelingen geloven dat
de waarheid in het midden ligt;
in het midden liggen de compromissen,
de gecastreerde waarheden.
(Gie van den Berghe)

Nu er zoveel ‘fake’nieuws de ronde doet, kunnen we ons zorgen maken of waarheid nog iets betekent in onze samenleving. Nu, waarheid is waarheid, en leugen is leugen. Waarheid is van fundamenteel belang voor het goed functioneren van een maatschappij en voor het welzijn van alle burgers. Als er geen waarheid is, is er wetteloosheid en chaos, en is gerechtigheid ver te zoeken.

Wijsheid
kan alleen worden gevonden
in waarheid.
(Johann Wolfgang von Goethe)

Jullie weten al dat ik graag schrijf, dus is het niet te verwonderen dat het een van mijn kinderdromen was om journalist te worden. Ik heb het altijd belangrijk gevonden dat de feiten juist worden weergegeven. Objectiviteit is niet simpel en we hadden vroeger ook wel linkse en rechtse media, maar de betrouwbaarheid van de journalistiek en de media staat nu meer dan ooit ter discussie. Eén twitterberichtje kan miljoenen op het verkeerde been zetten en een golf van tegenstrijdigheden produceren, van de haatberichten nog gezwegen. Het kritisch bestuderen van een opinie vergt meer dan een tweet.
Ik vind het jammer dat meningen een zodanige aandacht krijgen dat ze als ‘waarheden’ gecreëerd worden.

Zelfs al ben je een minderheid van één persoon,
de waarheid is en blijft de waarheid.
(Mahatma Gandhi)

Waarheid omvat veel aspecten van ons leven: spiritueel, fysisch, filosofisch en historisch. Uiteindelijk komt alle waarheid samen in een groot geheel. Elk mens is op zoek naar een of andere waarheid: bestaat God? Hoe kan ik vermageren? Heeft kunst zin? Wie waren de Vikingen?
Wetenschappers hebben ‘waarheden’ ontdekt die dan later ‘halve waarheden’ bleken te zijn, of zelfs helemaal als waarheden geschrapt werden. Wetenschap analyseert nooit de gehele werkelijkheid, ze neemt niet alles op in haar theorieën – kan ook nog niet alles opnemen door gebrek aan absolute kennis. Wetenschap is zeer succesvol, maar moet toch geregeld ‘wetenschappelijke waarheden’ bijstellen of afvoeren bij ontdekking van ‘waarheid’.
Filosofen hebben ook veel nagedacht over het aspect waarheid, maar hebben zij de absolute waarheid gevonden?
De ene mens zoekt waarheid in het abstracte, het mystieke en in religie; de andere wil het concreet, zwart op wit.
Kunnen we door al die verschillen de waarheid vinden?
Willen we de waarheid wel vinden?

Een van mijn lievelingschriftteksten is:

… en waarheid is kennis van dingen,
zoals ze zijn,
en zoals ze waren,
en zoals ze zullen zijn.
(L&V 93: 24)

Wat een eenvoudige en duidelijke definitie van waarheid! Waarheid verandert niet en niets kan de waarheid veranderen.
Laat me een klein voorbeeld geven.
Minder dan honderd jaar geleden namen de meeste astronomen aan dat onze melkweg de enige in het heelal was. Ze veronderstelden (en namen dit voor waarheid aan) dat er buiten ons melkwegstelsel een uitgestrekt niets lag, een oneindige leegte zonder licht of leven. Maar men vond ingenieuze telescopen uit en men zag daardoor dat het heelal spectaculair groter is. We weten nu dat er talloze melkwegstelsels met miljarden sterren bestaan.
God openbaarde in de Schriften dat er ‘ontelbare werelden’ zijn (Mozes 1:33)
Deze waarheid is al duizenden jaren oud, maar voor deze geavanceerde telescopen de mens een ‘verdere ‘blik in de ruimte kon geven, geloofde men deze waarheid niet.
Het lijkt een menselijke eigenschap te zijn om aan te nemen dat we gelijk hebben, zelfs als we het mis hebben.

Ik geloof dat waarheid in alle landen en onder alle volken te vinden is. Hugh B. Brown, een Mormoons kerkleider zei:
‘Even with the Church’s many important and unique truths, there is an incomprehensibly greater part of truth which we must yet discover. Our revealed truth should leave us stricken with the knowledge of how little we really know. It should never lead to an emotional arrogance based upon a false assumption that we somehow have all the answers.’

Mij werd onderwezen dat ik woorden van wijsheid uit de beste boeken moet zoeken, kennis over dingen zowel in de hemel als op de aarde en onder de aarde; dingen die geweest zijn, dingen die nu zijn, dingen die binnenkort moeten geschieden; dingen die binnenslands zijn, dingen die buitenslands zijn, de oorlogen en de verwikkelingen van de natiën, en de oordelen die op het land rusten; en ook kennis van landen en van koninkrijken – (L&V 88: 79). Er is zoveel waarheid te ontdekken! En het is waar, hoe meer men weet, hoe meer men beseft hoe weinig men weet.

Ik geloof ook in de absolute waarheid en daarmee bedoel ik oa. het bestaan van God en goed en kwaad. Dat is niet zo populair in een wereld waar men meer en meer onderwijst dat er geen absoluut juist en verkeerd is. Men stelt dat elke persoon voor zichzelf beslist wat goed en slecht is, dat is pas tolerantie. Personen die niet in God geloven en die ook niet geloven dat er een absolute morele waarheid is, vinden meestal dat zij de meest tolerantste mensen zijn. Voor hen kan bijna alles. ‘Jij doet jouw ding en ik het mijne’ is hun motto. Op het eerste zicht lijkt dit prima, niet? Maar sommigen die in dit moderne relativisme geloven vinden het moeilijk om tolerant te zijn tegen personen die beweren dat er een God is en dat er zekere absolute morele normen zijn.

Never be afraid to raise your voice
for honesty and truth and compassion
against injustice, and lying and greed.
If people all over the world would do this,
it would change the earth.
(William Faulkner)

Nog een absolute waarheid is dat alle mensen broers en zussen zijn van elkaar. Iedereen is een zoon of een dochter van God, ondanks de verschillende interpretaties van Hem. De mensheid is één grote familie en iedereen verdient respect. Respectvol omgaan met elkaars verschillen is de dag van vandaag een hele uitdaging. Maar al onze menselijke omgangen – of ze nu religieus, sociaal, politiek of economisch zijn – zouden een fundament van diep wederkerig respect moeten hebben. Deze absolute waarheid aanvaarden zou een immense stap voorwaarts betekenen in alle menselijke relaties.
Het evangelie van Jezus Christus onderwijst hoe we kunnen leven met zoveel verschillen. Al het goede komt van God, en iedereen zou zijn naaste moeten helpen. Dat is ook een waarheid die ik geloof. We moeten in de wereld zijn, maar niet van de wereld. Nu hoor ik sommigen al denken: ‘ voila, daar gaat de tolerantie en het respect.’ Mijn antwoord op die bedenking is dat tolerantie en respect voor anderen en hun geloof of levensbeschouwing, niet betekent dat ik waarheid en mijn waarden en normen moet achterlaten. Er is nu eenmaal een ‘strijd’ aan de gang tussen waarheid en leugen. Ik geloof dat er daarin geen neutrale grond bestaat. Iets is waar of niet en we moeten opkomen voor de waarheid mèt respect voor ideeën die verschillen van de onze.

Is het mogelijk om de waarheid te vinden? Zeker, als men maar zoekt en studeert en de juiste hulpmiddelen of instrumenten gebruikt. Dit geldt voor alle terreinen van waarheid waar ik het al over gehad heb.
Ik wil het nu over de belangrijkste waarheid ooit hebben, de geestelijke waarheid. Weet je nog hoe de wetenschappers worstelden met hun begrip over de grootte van het heelal? Toen hun telescopen zo ontwikkeld waren dat ze meer licht konden vergaren, konden ze pas een volledigere waarheid van het universum bevatten.
De apostel Paulus schreef:

‘Maar de natuurlijke mens neemt de dingen van de Geest van God niet aan,
want ze zijn dwaasheid voor hem.
Hij kan ze ook niet leren kennen,
omdat ze geestelijk beoordeeld worden.’
(1Korinthe 2: 14)

Dus, als je geestelijke waarheid wil vinden, moet je ook de juiste instrumenten gebruiken. Je kan geestelijke waarheid niet begrijpen met middelen die deze niet kunnen herkennen. De Heiland heeft gezegd:

‘Hetgeen van God is, is licht;
en wie licht ontvangt en in God blijft,
ontvangt meer licht;
en dat licht wordt steeds helderder tot de volle dag toe.
(L&V 50: 24)

Hoe meer we ons hart en ons verstand op God richten, hoe meer hemels licht op onze ziel neerdaalt. Als we bidden en de schriften bestuderen zullen we meer waarheid ontvangen.
We zijn allemaal pelgrims op zoek  naar de zin van ons bestaan, op zoek naar Gods licht. We wandelen allemaal op dit pad van de sterfelijkheid, de ene wat langer dan de andere, en we worden allemaal geconfronteerd met Zijn Licht en uitgenodigd om meer licht te zoeken en te krijgen.

En door de macht van de Heilige Geest
kunt gij de waarheid
van alle dingen kennen.
(Moroni 10: 5)

Wat is waarheid? 

Ze is zeker het zoeken waard!

 

Tip:

 

Wat ik leerde van Thomas S. Monson

Thomas S. Monson

Iedereen ontmoet gedurende zijn leven wel een of meerdere coaches die een serieuze stempel op hun leven drukt. Ik heb van heel wat mensen wijze levenslessen geleerd, van leerkrachten, van collega’s, van schrijvers, van vrienden, van familie, van politici (jawel, dat kan ook), van kunstenaars, van godsdienstleiders, van …
Onlangs is een van mijn super coaches gestorven: Thomas S. Monson. Hij was meer dan de helft van mijn leven een leidende figuur in de Kerk van Jezus Christus van de heiligen der laatste dagen. Bijna 10 jaar werd hij door miljoenen mensen over heel de wereld gesteund als profeet, ziener en openbaarder.

Ik heb hem een paar keer echt ontmoet en heb met hem aan tafel gezeten. Thomas S. Monson straalde een gemoedelijke geest uit, maar liet toch een imposante indruk na. Ik heb veel van zijn toespraken gelezen en enkele boeken. Zijn levensmotto was anderen dienen.
Gedurende heel zijn leven heeft president Monson bakken kritiek geslikt. Hoge bomen vangen veel wind en hij wist dat. Ik ben directrice van een basisschool geweest en ben ook met negatieve kritiek geconfronteerd geweest. Criticasters weten meestal niet welke pijn ze veroorzaken met hun gemene uitlatingen. Die mensen kenden mijn hart en mijn bedoelingen niet, maar kende ik de hunne wel? Thomas Monson onderwees me door zijn reactie op onrechtvaardige kritiek. Hij negeerde het, vond het niet de moeite waard om te reageren en ging verder met de dingen die hij het belangrijkste vond: de Heer dienen en zijn medemens. Negativisme hield hem niet tegen om veel goeds te doen.
Ik heb me afgevraagd of hij dan nooit vervelende gevoelens tegen iemand anders zou gehad hebben. Misschien wel, maar ik heb nooit gehoord dat hij iemand de grond in boorde. Hij liet me beseffen dat we alle mensen moeten liefhebben, hen vergeven en verder gaan met ons werk en ons leven.

Als eerbetoon aan zijn leven wil ik even stilstaan bij een paar van zijn uitspraken.

Work will win when
wishy washy wishing won’t.

Een grappig gezegde, maar eentje die toch klinkt als een bazuin. Als ik iets wil bereiken, moet ik niet zeuren: ‘Ik wou dat ik beter kon schrijven’, nee, ik moet schrijven dan wordt dat beter. Ik moet niet blijven hangen met ‘Ik wou dat ik mooier kon schilderen’, neen, als ik de technieken beter wil beheersen en meer gevoel in mijn schilderwerkjes wil leggen, dan moet ik wat meer mijn verfborstels uit de kast halen. En zo moet ik oefenen op mijn harp, oefenen in spreken en luisteren en blijven studeren.
Een uitspraak van president Monson die hier bij aansluit is:

Don’t forget:
One of the saddest things in life
is wasted talent.

Daarom ben ik op mijn vijftigste nog begonnen met harp te leren spelen. Ik geloof dat elk mens minstens één fantastisch talent heeft meegekregen (en dikwijls veel meer dan één). Maar ik weet ook dat het alledaagse leven zoveel druk uitoefent. Ik denk dat de wereld er veel mooier zou uitzien moest iedereen zijn talent(en) koesteren en ontwikkelen zodat anderen er mee van kunnen genieten.
‘Had ik maar’ en ‘Was ik maar’ zijn saai en spijtig gezelschap in de herfst en winter van een mens zijn leven.

The principle of living greatly include
the capacity to face trouble with courage,
disappointment with cheerfulness,
and trial with humility.

Ik heb al meerdere keren echt moed nodig gehad om bepaalde gebeurtenissen in mijn leven te overwinnen. Ik ben ook al ontgoocheld geweest, in dingen en in mensen. Het hielp me niets om in zak en as te blijven te zitten, om te piekeren en te kankeren, maar ‘vooruit met de geit’ tovert na een tijdje wel opnieuw een glimlach. Beproevingen zijn een onderdeel van het menszijn. Ik wil ze liever niet, maar ze zijn zo nodig om je niet meer dan een ander te voelen, om met beide voetjes weer op de grond te staan, om meer mededogen te ontwikkelen. Moed, opgewektheid en nederigheid – in alle fasen van het leven – maken een mens waarlijk groot.

Er wordt gezegd dat de poort van de geschiedenis
op kleine scharnieren draait,
en dat geldt ook voor het leven van de mens.
Onze keuzes bepalen onze bestemming.

Studiekeuzes, beroepskeuze, partnerkeuze, levenshouding, het zijn zeker scharnieren in de mens zijn leven. Het lot bestaat niet, het zijn keuzes die bepalen waar je terecht komt. Hoe ouder ik word, hoe meer ik overtuigd ben van het feit dat je eerst moet weten waar je naar toe wil en dat je dan daarop je keuzes bepaalt. Het pad dat we in dit leven bewandelen, bepaalt onze eeuwige bestemming, daar ben ik zeker van.

Wij zijn niet op deze aarde geplaatst om er alleen voor te staan.
Hij die ons beter kent dan wij onszelf kennen,
Hij die alles overziet en die het eind vanaf het begin kent,
Hij heeft ons verzekerd
dat Hij er zal zijn om ons te helpen
als wij er maar om vragen.

Gebed betekent heel veel in mijn leven. Het is een anker, een bron van kracht en Gods vrede die tot mijn ziel spreekt. Dat vredig gevoel, die kalme, zoete geest, is voor mij een van de grootste zegens in mijn leven. En weet je, bidden is niet alleen voor moeilijke perioden, maar ook voor momenten waarin je je blijdschap deelt, waarin je je dankbaarheid verwoordt. Ik kan me mijn leven zonder gebed niet meer voorstellen. Het is zo’n geruststelling dat mijn Hemelse Vader altijd luistert.

Al onze woorden en daden moeten vriendelijkheid uitstralen –
op ons werk, op school, in de kerk en vooral thuis.

President Monson’s glimlach sierde hem. Zijn vele verhalen hadden een vriendelijke ondertoon. Hij kon met iedereen omgaan, van de hoogst geplaatste regeringsleider tot het kleinste kind.
Mijn eigen vader kon zijn oren bewegen en dat vond ik als kind hilarisch. Ook zijn kleinkinderen waren er gek op en ze hebben hem dikwijls gevraagd om dit te doen. Ook president Monson kon zijn oren bewegen en daardoor heeft hij het hart van veel kinderen gestolen.
Vrouwen behandelde hij met veel respect en liefde. Hij zei in een van zijn toespraken:

Every woman
deserves to be told
she is beautiful.

Is dat niet prachtig! We leven in een maatschappij waar er hoge eisen aan het schoonheidsideaal van de vrouw gesteld wordt. Thomas Monson zag schoonheid in elke vrouw. Hij zag de kracht van elke vrouw. Hij zag het potentieel van elke vrouw. Hij zag de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw. De wereld schreeuwt om letterlijke gelijkheid op alle terreinen, terwijl een profeet des Heren Gods wil verkondigt en verdedigt. Mannen en vrouwen zijn verschillend, maar gelijkwaardig.

Er valt nog veel te schrijven over Thomas S. Monson, een van de groten der aarde. Op lds.org kan je al zijn toespraken terugvinden en je zal heel wat tijd nodig hebben om ze allemaal te lezen.

Het is een andere blogtekst dan gewoonlijk. Ik wou eer betuigen aan de man die mijn leven ten goede beïnvloed heeft. Maar ik voel me er goed bij. Met een glimlach sluit ik dit bericht af met een laatste uitspraak van president Monson:

I feel
I have done
some good today.

 

Kerst en vrede.

 

Het is kerstperiode wat door velen de mooiste tijd van het jaar genoemd wordt. Anderen vinden het de meest gestresseerde en lopen van de ene winkel naar de andere, op zoek naar cadeautjes, tafeldecoratie en andere hebbedingen.
Ik hou van kerst, van de sfeer, van het gevoel dat de mensen iets vriendelijker zijn, maar vooral omdat in deze decemberperiode de betekenis van het leven zich telkens weer nestelt tot in mijn diepste zelf.
Elk jaar opnieuw sta ik stil bij de gedachte ‘Wat betekent Kerst voor mij?’. Ik kan ontroerd worden door sommige kerstliedjes en kerstverhalen. ‘A Christmas Carol’ van Charles Dickens kan ik nog honderd keer lezen en zo heb ik nog wel meer favorieten. Meestal is het stil in ons huis, ik hou van de stilte. De radio staat zelden aan en als er muziek klinkt, dan kies ik die liever zelf naargelang in welke ‘mood’ ik verkeer. Maar in december klinkt er alle dagen kerstmuziek bij ons, ofwel vanuit de CD-speler ofwel vanop mijn harp. Kerstmuziek heeft iets magisch. Er bestaat natuurlijk allerlei soorten kerstmuziek, van swingend tot ontroerend.
Onlangs werd ik geraakt door het lied ‘I heard the bells on Christmas Day’. Dit kerstlied is gebaseerd op een gedicht van de Amerikaan Henry Wadsworth Longfellow. Hij schreef dit gedicht op kerstdag 1863. Het was burgeroorlog en zijn zoon was zwaargewond. Henry Longfellow hoorde de kerstbellen en dacht na over de boodschap van ‘vrede op aarde’. Zijn vrouw was nog niet zo lang geleden gestorven, hij was een weduwnaar met zes kinderen, en zijn oudste kind kwam verlamd uit de burgeroorlog. Het gedicht laat ons een kijkje nemen in zijn verwarde, maar gelovige ziel. In deze moeilijke periode van zijn leven waar hij geconfronteerd werd met een wereld van geweld en onrechtvaardigheid, daalden de woorden ‘vrede op aarde’ in zijn pen. Je leest zijn verdriet en zijn vraagstelling over ‘vrede’. Je leest zijn ontmoediging over de confrontatie met haat en het spotten met de hemelse vredeboodschap van zo lang geleden. Maar tenslotte overwint zijn hoop en geloof in een wereld waar recht en vrede zal zegevieren.
Ik denk dat wij nu in een soortgelijke wereld leven, waar geweld en ongerechtigheid de boventoon voeren, waar God dood verklaard wordt en waar men spot met de kerstboodschap.

I heard the bells on Christmas Day
Their old, familiar carols play,
And wild and sweet
The words repeat
Of peace on earth, good-will to men!
And thought how, as the day had come,
The belfries of all Christendom
Had rolled along
The unbroken song
Of peace on earth, good-will to men!
Till ringing, singing on its way,
The world revolved from night to day,
A voice, a chime,
A chant sublime
Of peace on earth, good-will to men!
Then from each black, accursed mouth
The cannon thundered in the South,
And with the sound
The carols drowned
Of peace on earth, good will to men!
It was as if an earthquake rent
The hearth-stones of a continent,
And made forlorn
The households born
Of peace on earth, good-will to men!
And in despair I bowed my head;
‘There is no peace on earth,’ I said;
‘For hate is strong,
And mocks the song
Of peace on earth, good-will to men!’
Then pealed the bells more loud and deep:
‘God is not dead, nor doth He sleep;
The Wrong shall fail,
The Right prevail,
With peace on earth, good-will to men!’
(originele tekst van Henry Longfellow)

De kerstboom en de kerstdecoraties geven ons huis een speciale ‘look’, maar het plaatje is niet volledig zonder het kersttafereel. Ik geef Maria, Jozef en het kind een prominente plaats in onze woonkamer en als ik het oude, versleten beeldje van een herder in mijn handen houd, herinner ik me een kerstverhaal:

Ze werden wakker in een doos op zolder: een engel, een ster met een staart en een herder met een lantaarn. De herder was er erg aan toe: vorig jaar was hij gevallen, zodat de neuzen van zijn schoenen gebroken waren. Dat deed hem veel verdriet:
Je kunt toch niet met kapotte schoenen bij een kerststal staan?’ vond hij.

Hun doos werd opengemaakt.
O! Wat een prachtige ster! Ik zet ze op de hoogste tak.’
‘En die engel, die hangen we in het midden van de boom. Dan kan iedereen hem goed zien.’
‘En de herder … Ja, zijn mantel en zijn muts zijn versleten. En zijn schoenen zijn kapot!’
‘We kunnen ook zeggen dat zijn schoenen versleten zijn, omdat hij van heel ver gekomen is. Kijk, hij heeft licht meegebracht. Ik vind dat we hem de ereplaats moeten geven, omdat hij met het licht zo’n lange tocht heeft gemaakt.’

De herder werd vlakbij de kribbe gezet. Uit zijn lantaarn viel een straaltje licht.
Precies op het kind dat daar lag.
(Uit ‘Een parel voor elke dag’)

Het kerstverhaal is niet zomaar een verhaal, het is geen sprookje. Als ik de ware betekenis van dat kerstverhaal niet begrijp, dan bevind ik me in het overgecommercialiseerde kerstgebeuren. Ik geloof dat het verhaal in Bethlehem gekoppeld is aan de gebeurtenissen in Getsemane en Golgotha. Kerst is een vreugdefeest, maar het belooft geen leven zonder pijn, moeilijkheden en beproeving. Het ene verhaal kan niet zonder het andere en het getuigt wat het leven precies is. Gods Zoon, geboren in een kribbe toont ons een leven om na te volgen.
‘Ik ben het Licht’ en ‘Jullie zijn het licht’, een opdracht van naastenliefde en dienen.
Hij gaf zijn leven zodat alle mensen eeuwig kunnen leven.

‘…That Baby, the Only Begotten Son in the flesh,
born ‘away in a manger, with no crib for his bed’
makes all the difference everywhere,
worlds without number,
a lot farther than your eye can see.’
(Jeffrey R. Holland)

Hoe kunnen we nu vrede bereiken? De volgende woorden van Howard W. Hunter helpen me daarin een weg te zoeken:

Deze kerst,
leg een ruzie bij.
Zoek een vergeten vriend.
Vervang twijfel door vertrouwen.
Schrijf een brief.
Geef een zacht antwoord.
Moedig de jongeren aan.
Toon uw loyaliteit in woord en daad.
Hou je aan je beloftes.
Laat los.
Vergeef een vijand.
Verontschuldig.
Probeer te begrijpen.
Leg eens je voorwaarden voor anderen onder de loep.
Denk eerst aan iemand anders.
Wees vriendelijk.
Wees lief.
Lach een beetje meer.
Uit je dankbaarheid.
Verwelkom een vreemdeling.
Maak een kind blij.
Geniet van de schoonheid en het wonder van de natuur.
Spreek liefde uit
en spreek het opnieuw.

 

VROLIJK KERSTFEEST!