Ben jij een volmaakte moeder?

Ik denk dat er een tijd was waarin we allemaal een volmaakt perfecte moeder waren. Ik was dat, en jij ook.
Wanneer was dat dan?
Dat was de periode voor we letterlijk een moeder werden.
Als ik de klok terugdraai, dan hoor ik mezelf als jong meisje vele ‘moederdingen’ veroordelen. Misschien herken jij je ook in mijn toenmalige opmerkingen:
‘Als ik later mama word, dan zal ik nooit …’ (vul maar in).
Of, ‘Als ik mama word, zal ik altijd … ‘ (hier is ook genoeg in te vullen).
Ik stond aan de zijlijn en observeerde mijn moeder, mijn oma, mijn tantes, mijn buurvrouwen, de mama’s van schoolvriendinnen, en zelfs totaal onbekenden die mijn pad kruisten. Het leek zo gemakkelijk, ik had een heel plan over het volmaakte moederschap in mijn brein geweven. Op een dag zou ik het perfect ten uitvoer brengen. Ik schreef een gelukkig sprookje met headlines van dingen die ik nooit zou doen en van dingen die ik altijd zou doen. Tjonge, wat was ik zelfzeker over mijn toekomstig moederschap.
Maar toen kwam de dag dat mijn perfect uitgeschreven scenario in duizend stukken viel. Het was de dag dat mijn vliezen braken. Nog niet goed beseffend wat me overkwam zijn mijn man en ik halsoverkop naar het ‘moederhuis’ gereden. Zo noemden ze vroeger dat gedeelte van het hospitaal, waar je zonder baby binnenkwam en met baby naar buiten ging.
Onze baby liet al direct merken dat hij een eigen willetje had, maar uiteindelijk werd een prachtige kleine jongen in mijn armen gelegd. Ik was doodmoe. Ik was gelukkig, maar was doodmoe. Wist ik dat die moeheid een bijgeschenk van het moederschap is? Ik was dolgelukkig, maar voelde ineens een enorme bezorgdheid – nog zo’n cadeautje voor de rest van je moederleven. Mijn hele lichaam trilde van alle hormonale en emotionele veranderingen die ineens mijn jonge leven kwamen overdonderen.
Toen ik even later alleen in mijn kamer lag en het ‘babybolletje’ zachtjes op en neer ging in zijn bedje, borrelden allerlei gedachten omhoog:
Waar was iedereen nu?
Wat moest ik doen?
Waarom kwam niemand uitleg geven?
Waarom lag er geen handleiding op mijn nachtkastje?
Ik was bang, boos, gelukkig, bezorgd en verdrietig tegelijk. Ik weet nog hoe ik mijn baby in zijn mooie blauwe oogjes keek en hoe de tranen over mijn wangen liepen. Ik voelde me zo onbekwaam en zo onwetend, maar tjonge, wat voelde ik ook een oneindige liefde voor dit kereltje dat negen maanden lang heel dicht bij mij had geleefd.

We have to learn to say good-bye to
what we thought motherhood was,
so we can love
what motherhood is.
(Christie Gardiner)

Ik kreeg nog drie kinderen: een dochter en twee zonen. Ondertussen zijn ze zelf al ouders en ik weet zeker dat zij, net als ik en alle ouders, ook droombeelden over ouderschap hebben moeten laten vallen.
Heel wat jonge, en oudere, ouders voelen zich onbekwaam, ze voelen zich niet goed genoeg. Onze digitale wereld heeft daar zeker aan meegeholpen, want die schildert al te gemakkelijk perfecte gezinsfoto’s, perfecte kinderen, perfecte maaltijden, perfecte woonkamers, perfecte uitstappen, enz. De werkelijkheid is meestal heel wat anders.
Als oma, met veel moederschapservaring, wil ik alle ongeruste, overbezorgde mama’s een geheim of twee vertellen over het mama zijn en worden.

Ten eerste: moeder zijn is moeilijk. Maar als je het voor geen goud ter wereld wil opgeven, dan is dat genoeg. Dan ben jij genoeg.

Ten tweede: je zal je meermaals niet goed genoeg vinden. Onbekwaamheid zal je bezoeken. Onbekwaamheid komt honderd keer op bezoek, en waarschijnlijk nog veel meer keren. Misschien maak je de keuze om met je kind geen dokter te bezoeken, want kleinzerigheid past niet in jouw woordenboek, maar een paar dagen later snel je met datzelfde kind naar de spoeddienst. Of je rijdt als een snelheidsmaniak juist wèl naar de spoeddienst met je krijsende baby, en je wordt direct weer naar huis gestuurd met de mededeling ‘tandjes op komst’, terwijl meewarende blikken je naar de uitgang begeleiden. Of de schooldirecteur verwittigt je dat je kind gevallen is en de wonde moet genaaid worden. Bij de verpleegster merk je dan dat je kind al drie dagen dezelfde trui aanheeft en met schaamrode wangen teken je de verzekeringspapieren. Je bent misschien al eens een schoolpapier vergeten in te vullen, of je bent het oudercontact helemaal vergeten. Dochterlief zal je daarvoor enkele dagen geen ‘klank’ geven. Maar soms zal je ook niet beseffen wat je verkeerd gezegd of gedaan hebt, als je tienerzoon zijn kamerdeur keihard dichtknalt – of was zijn lievelingsbroek nog niet gestreken?
Ja, er zijn momenten dat je tegen je kinderen zal roepen, ook al hebben ze dat niet verdient, je zal ze volgens de boekjes te dikwijls pizza, frietjes of snelle hapjes voorschotelen, je zal capituleren en ja zeggen als het eigenlijk een nee moet zijn. Of je zal nee zeggen, terwijl het beter ja was geweest. O ja, je zal dikwijls domme dingen doen en zeggen. Ben je dan onbekwaam? Ben je dan niets waard als moeder? Hemeltje nee,  vergeet je niet alle goede beslissingen, alle gezonde maaltijden? Onthou, niemand is volmaakt, ook moeders niet.

I believe that someday
each of us mothers
will kneel at the feet of our Savior
as we talk to Him about being a mom,
and we are going to lament with broken hearts
all of the things we did wrong,
and He will make them right.
(Christie Gardiner)

Nog een prachtig geheim dat mij zoveel inzicht heeft gegeven is deze Afrikaanse spreuk:

It takes a village to raise a child.

Ik ben wie ik ben door onder meer de vele vrouwen en moeders die mijn pad kruisten. Ik las een mooi idee over ‘stammen’ in het boek ‘You are the mother your children need’ van Christie Gardiner. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat ik als moeder deel uitmaak van een bepaalde vrouwenstam. Een stam die me helpt om moeder te zijn en een stam waarin elke vrouw iedereen liefdevol helpt. We behoren tot vele stammen, zoals de stam van onze naam, de stam van onze school, de stam van ons dorp, de stam van ons geloof enz. De belangrijkste stam is de stam van Hemelse Vader, daar behoren alle mensen bij. Alle vrouwen behoren ook tot de stam van Moeder Eva. Hoeveel krachtige moeders zijn er al niet uit die stam voortgekomen? Vrouwen die de macht hebben om elkaar te helpen en te steunen in een van de meest heilige roepingen: het moederschap.
Misschien denk je dat goede moeders het wel alleen aan kunnen. Nee, hoor! Ik wil een vergelijking maken met de ringen van een boomstam. In het midden staat je kind. De eerste ring is God, de volgende ring is papa en mama. De ring erna is misschien oma en dan volgen de ringen van tantes, nichtjes enz. In een boomstam staan de ringen dichter of verder van het centrum, maar elke ring vormt de sterkte en de groei van de boom. Voor onze kinderen zullen sommige ringen dichter of verder van hen afstaan, maar allemaal hebben ze een invloed op hen en zijn ze een deel van hun groei en vooruitgang.
Het is maar een vergelijking, maar alle vrouwen hebben een invloed. Zo kunnen wij ook een ring toevoegen aan de boom van kinderen die niet de onze zijn.

Twee zijn beter dan één, omdat zij een goede beloning hebben bij hun zwoegen.
Want, indien zij allen vallen,
dan richt de een de ander weer op;
(Prediker 4: 9-10)

We mogen elkaar niet belemmeren om een ring te plaatsen rond een kind. We moeten elkaar niet in de weg staan om ‘het dorp’ te zijn.
Marjorie Hinckley zei het zo mooi:

We are all in this together.
We need each other.
Oh, how we need each other.
Those of us who are old need you who are young,
and hopefully,
you who are young need some of us who are old …
We need deep and satisfying friendship with each other.
These friendships are a necessary source
of sustenance.

In de boomstam van mijn leven zijn al vele ringen gemaakt. Ze zijn gemaakt door mijn ‘stamleden’: twee echte zussen, schoonzussen, buurvrouwen, vriendinnen, leden van mijn kerkwijk en kerkring, boekenliefhebsters, kunstliefhebsters en museabezoeksters wiens naam ik niet eens ken. Sommigen in mijn stam hebben hetzelfde geloof als ik, anderen niet. Sommigen hebben dezelfde politieke ideeën, anderen niet. Sommigen houden van dezelfde schrijvers, anderen niet. Sommigen houden van klassieke muziek, anderen niet. Deze smeltkroes van ideeën en ervaringen maken mijn stam van vrouwen geweldig!
We mogen ook niet vergeten hoeveel mannen een positieve invloed uitoefenen, een kind heeft ook een papa, en vele geweldige mannen kruisen ook hun pad. Maar deze blogtekst is nu vooral aan de vrouwen gericht, de mannen komen een andere keer aan bod.

Ik ben een moeder, en dat is niets iets dat ik zomaar tussendoor doe. Mijn moederzijn neem ik mee in alles wat ik doe. Ik ben moeder als ik een toespraak geef en als ik een blogtekst schrijf. Ik ben moeder in mijn lesgeven en in mijn creatieve uitingen. Het moederschap beïnvloedt mijn politieke voorkeur en ideeën. Het heeft invloed op mijn winkelen, mijn babbelen en nog zo veel meer. Moederschap zit in mij.
Ik begin zo stilaan te beseffen dat ik wel echt de moeder ben die mijn kinderen nodig hebben, ook al doe ik vele dingen niet zoals het zou moeten.
Als ik me afvraag of ik wel bekwaam genoeg ben, dan keer ik me naar mijn Hemelse Vader. Hij en Zijn Zoon zijn het middelpunt van mijn leven. Te midden van de moeilijkheden die het moederschap geregeld meebrengt, voel ik Hun liefde en krijg ik vrede.

MAM
Dat spel je ondersteboven als
WAW

Juist, mama’s zijn wauw! Een hopeloos moment maakt je heus geen hopeloze moeder.
Een beetje humor komt ook wel van pas. Als je kleine kinderen weer eens de zetels als trampoline gebruiken, als je tieners weer eens de ijskast geplunderd hebben, als er weer eens vuile voeten op de vloer staan, of vingerafdrukken op de ramen en kasten, als je weer eens de tablet of spelconsole weggestopt hebt en je kinderen zeuren dat ze zich dood vervelen … spring dan in gedachten naar de toekomst en fantaseer dat je later, als zij groot zijn, bij hen thuis binnenspringt, je voeten niet afveegt en je alles opeet en opdrinkt wat ze in huis hebben. Kortom, je maakt er een boeltje van. Je kijkt op je uurwerk en geeuwt. Je zegt dat je je dood verveelt en je verdwijnt.
Enfin, een moeder mag soms wel eens een kortstondige ‘heksengedachte’ hebben.

Het leven van een mama is onvoorspelbaar, moeilijk, en soms een puinhoop. Het is verre van volmaakt en een moederhart breekt meer dan eens. Maar het leven van een mama is ook leuk, grappig en creatief. Het is inspirerend, verheffend en vreugdevol.

Gelukkige moederdag
aan alle mama’s
en aan alle vrouwen
van de stam die ringen bouwen.

Jullie zijn GEWELDIG!

 

 

Welke kleur breng jij in je leven?

kleurAls ik naar buiten ga, dan ruik en voel ik dat de herfst op kousenvoeten de zomer verdrongen heeft.Niet bruusk, maar heel langzaam past de natuur zich aan dit nieuwe seizoen aan. De dagen worden steeds korter en bomen en bloemen maken zich klaar om met een laatste vuurwerk aan kleur de herfst een van de mooiste perioden van het jaar te maken.

John Burroughs merkte heel wijs op:

How beautiful the leaves grow old.
How full of light and color
are their last days.

Hoe prachtig zou het niet zijn moesten alle mensen het licht en de kleuren zien die oudere mensen uitstralen. De jeugd met hun zonnig, fel en uitbundig kleurenpalet zou zich nog mooier en dieper ontwikkelen als ze deze oude pracht zou opmerken en waarderen. Een mooi boek om hieromtrent te lezen is ‘Mijn dinsdagen met Morrie’ van Mitch Albom.

Ik hou van kleuren. Naargelang mijn ochtendhumeur kleed ik me feller of zachter. Mijn ‘ik’ heeft een grote voorkeur voor zachte tinten, maar af en toe ga ik ook eens uit de bol voor felrood of knaloranje.
Met mijn penseel en verf tover ik liever zachte lichtgevende aquarellen dan harde olieverftaferelen.
De kleurklank van mijn favoriete muziekinstrument, de harp, zal geen harde beats voortbrengen maar stuurt meestal lieflijke, klaterende klanken onze leefruimte in.

Color is a power

which directly

influences the soul.

(Wassily Kadinsky)

Kleur is een speciaal fenomeen. In wetenschappelijke termen is een kleur een eigenschap van licht en wordt de kleur bepaald door de verschillende golflengtes van dat licht.
Een oppervlak dat alle golflengten volledig absorbeert, wordt zwart genoemd. Een voorwerp dat alle golflengten (bijna) volledig diffuus weerkaatst, wordt wit genoemd.
Maar er is geen voor de hand liggende relatie tussen de natuurkundige definitie van kleur en de echte, dikwijls verschillende, kleurervaring die een mens opmerkt.

The whole world,

as we experience it visually,

comes to us through the mystic realm of color.

(Hans Hofmann)

Er is veel gezegd en geschreven over kleur. Psychologen, wetenschappers, kunstenaars, schrijvers, filosofen en kwakzalvers, allemaal hebben ze aan alles een kleurtje willen geven.
In 1666 verdeelde Isaac Newton het spectrum in zeven kleuren:
rood-oranje-geel-groen-blauw-indigo en violet.
In 1810 schreef Johann Wolfgang von Goethe zijn kleurenleer. Hij wist toen al dat sommige kleurcombinaties écht niet kunnen, en dat kleuren een eerste impressie kunnen maken of breken.
De architectuur en reclame- en modewereld gebruiken en misbruiken de emotionele uitstraling van kleuren.

Zo is rood overal ter wereld dé signaalkleur. Rood valt op. Denk maar aan het gebruik in verkeerslichten, verkeersborden en de remmen van een auto. Rood wordt gekoppeld aan bloed en vuur, maar ook aan liefde en hartstocht. Is rood je lievelingskleur? Volgens kleurpsychologen wil je dan indruk maken en presteren. Je kleding toch een beetje aanpassen als je gaat solliciteren? En gelukkig leven we niet meer in de middeleeuwen, toen werden roodharige vrouwen van hekserij verdacht. Toch moeten wij ook opletten dat we geen heksenjacht ontketenen aan de een of andere kleur.

If you’re white and you’re wrong,
then you’re wrong.
If you’re black and you’re wrong,
you’re wrong.
People are people.
Black, blue, pink, green –
God make no rules about color,
only society.
(Bob Marley)

Veel kinderen houden van geel. Misschien omdat geel wordt geassocieerd met zon, licht en leven? Als geel je lievelingskleur is dan zou je geestelijk zeer levendig zijn en wil je steeds meer kennis verkrijgen. Gelukkig mogen wij vandaag, als we dat willen, allemaal geel dragen. In China mocht alleen de keizerlijke familie dat, omdat ze gezien werden als afstammelingen van de zon.

Soms vinden we ook een tegenstrijdigheid in de betekenis van een kleur. Groen zou voor veiligheid en rust staan, maar is ook de kleur van vergif. In tekenfilms worden rare wezens graag in het groen afgebeeld.
Misschien ben je nog groen achter je oren, maar heb je wel al eens een blauwtje opgelopen?
Wist je dat vroeger de deuren en luiken vaak blauw geverfd werden? Men dacht dat de kleur blauw de kwade machten kon verjagen. In het zuiden vind je nu nog steeds veel blauwe deuren. Niet dat daar meer kwade machten aan het werk zouden zijn, maar omdat blauwe deuren blijkbaar de vliegen buiten houden (ik zal maar kleur bekennen: volgens mij zijn vliegenramen toch veel efficiënter).

The object and color in the materials around us

actually have a physical effect on us,

on how we feel.

(Florence Nightengale)

Kleuren hebben inderdaad een effect op de mens. Waarom dragen dokters, laboranten en koks een witte beroepskleding? Wit staat voor schoon en smetteloos en dat verwachten wij in het beroepsveld van die mensen toch?
Wit is een speciale kleur, ze is de optelsom van alle kleuren samen. Meestal heeft de totale som van iets ook de absolute meerwaarde. Maar gelukkig ziet ons oog alle kleurschakeringen. Stel je voor dat ons zicht beperkt zou zijn tot wit en zwart, dan zouden we nooit regenbogen zien.

Ik stel mijn leven graag voor als een kleurdoos. Hoeveel kleuren zitten er in jouw doosje? 8 of 64?
De dingen die we doen, kleuren onze wereld. Als we een zwartkijker zijn, zal ons beeld altijd grijs zijn. We moeten veel kleuren in ons leven gebruiken. Met wat humor en wat liefde begint ons grijs beeld al wat op te klaren. Opgelet! Nijd, afgunst en roddel geven een vale kleur en kan ons kleurenpalet verwoesten.

The world needs

your prismatic soul.

(Amy Leigh Mercree)

We moeten ‘in kleur leven’! De wereld is al donker genoeg!

Maar we kunnen de kleur zwart niet vermijden,, noch moeten we dat proberen. In een prachtig kunstwerk is ook zwart verwerkt. Zonder zwart kan men geen diepte scheppen. Zon èn regen laten de kleuren van de regenboog verschijnen! R. Tagore zei het zo mooi:

Clouds come floating into my life,

no longer to carry rain or usher storms,

but to add color to my sunset sky.

Ik vind een zonsopgang en een zonsondergang veel mooier met slierten wolken in de lucht. Door onze tegenslagen en negatieve ervaringen krijgt ons levensschilderij meer diepte.

Als we ons verdiepen in de problemen van onze huidige samenleving is het alsof we op een toverbal sabbelen. Je weet wel, onder elke kleur vind je een nieuwe. Toen we kinderen waren vergeleken we elkaars toverbal. Telkens een andere kleur verscheen, gaf dat een magisch gevoel. Ik weet niet of de verschillende politieke kleuren me een magisch gevoel geven, maar als we het over de wereldproblematiek hebben moeten we wel opletten dat we niet als een blinde over de kleuren gaan spreken. We moeten ook voorzichtig zijn of we niet door een gekleurde bril kijken. Een kunstenaar bestudeert ook eerst de kleuren voor hij een kunstwerk maakt.
Waar niemand voor gestudeerd moet hebben, is het feit dat we allemaal weten dat het enige wat we per kleur moeten scheiden, de was is! We zitten echter nog ver weg van de droom van Martin Luther King.

I have a dream

that my four little children

will one day live in a nation

where they will not be judged

by the color of their skin,

but by the content of their character.

Ik wil het ook een beetje over kameleons hebben. Dat zijn rare dieren. Ze veranderen van kleur naargelang de omgeving waarin ze vertoeven.
Misschien willen wij ook wel eens af en toe veranderen van kleur en opgaan in de massa. Maar John Locke gaf hierover wel een doordenkertje:

We are like chameleons.
We take our hue and the color
of our moral character
from those who are around us.

Het is belangrijk met wie we omgaan, zij kleuren ons leven.
Heb je zelf een grijze dag? Alles wat je nodig hebt is een spatje kleur van je vrienden.
Heb je een spetterende kleurrijke dag? Neem je kleurdoos en probeer een regenboog te zijn in iemands grauwe dag.
Aarzel je? Denk je dat jouw kleuren er niet toe doen, dat ze te oud zijn, dat ze niet goed meer kleuren?
Ik weet dat gebroken kleurpotloden nog steeds kunnen kleuren, echt waar.

The ones

who are crazy enough

to think they can

color the world

are the ones who do.

Binnenkort schildert de herfst de natuur vol prachtige kleuren. Vergeet niet wat tijd te maken om er vol verwondering naar te kijken.

Een tip voor de kleurrijke sportliefhebbers: doe eens mee aan the color run!
Dat is een loop van 5 km waarbij de deelnemers in een witte Tshirt starten. Elke kilometer krijgen ze een wolk van kleurpoeder over zich heen. Men loopt voor het goede doel: de strijd tegen borstkanker.
info: thecolorrun.be

Live in color!

Vul je kleurdoos en kleur erop los!

Vakantie!

vakantie blog 2

Vakantie, wat is dat?

In het woordenboek lees ik dat vakantie een periode is van een aantal dagen waarin je vrij bent en niet hoeft te werken. Vandaar dat er velen zijn die na hard werken naar vakantie uitkijken!

Een tweede betekenis volgens dat serieuze boekje is dat vakantie een verblijf is buiten de eigen woonomgeving voor ontspanning of plezier. Vandaar de monsterfiles op de snelwegen!

Als je zegt dat je op vakantie gaat, dan geef je aan dat je naar een vakantiebestemming vertrekt. Die bestemming varieert van mijlenver weg tot Graskant of Nieverans (op zijn Frans uitgesproken).

Ik ga dit jaar

op vakantie naar Zicht.

Waar ligt dat?

…Weet ik niet,

maar in de krant stond

‘Mooi vakantieweer in zicht!’

Als je zegt dat je met vakantie bent, dan kan dat betekenen dat je thuis vakantie viert.

Dat ‘vieren’ vind ik mooi uitgedrukt. Vakantie niet gewoon vinden, of een verworven recht, maar iets om te vieren!

In het woord vakantie zit het stukje ‘vacant’. Dat betekent leeg, open, onbezet en vrij. Daar zou vakantie om moeten gaan: een periode je dagelijkse routine openbreken zodat er veel vrije ruimte komt. Maar als ik zo om me heen kijk, zijn de vakanties druk bezet, en helemaal niet leeg.
Ik hou niet van overvolle stranden waar je je handdoek niet kwijt kan en waar de geur van zonnecrème de zilte geur van het zeewater grotendeels maskert. Ik hou ook niet van drukke toeristische plaatsen waar het culturele erfgoed verstopt zit achter een meute foto’s – trekkende haastige passanten.
Er zijn mensen die zulke plaatsen juist opzoeken en het geweldig vinden, maar ik wil tijdens de vakantie dingen kunnen loslaten, om zo mijn eigen innerlijke ik te helen en op te laden.

Vakantie is volgens mij bedoeld om nieuwe krachten op te doen en het leven op een andere manier te benaderen. Daarom vind ik het Engelse woord voor vakantie zo mooi: holidays. Letterlijk: heilige dagen nemen.
Misschien vindt dat woord de oorsprong in het feit dat de mensen vroeger alleen de zondag een beetje vrijaf hadden. Ik geloof wel dat vakanties heilige momenten kunnen opleveren en niet alleen als je de stilte opzoekt in een oude abdij.

Het is alleszins zo dat het woord ‘vakantie’ nog niet zo lang in het woordenboek van de gewone man staat. Vanaf 1920 voerden enkele grote fabrieken in het Antwerpse enkele dagen vakantie in voor hun personeel.
In 1938 werd het recht op vakantie uitgebreid tot alle Belgische werknemers. En in 1963 werd een derde vakantieweek ingevoerd. Tachtig jaar geleden werd één week ‘betaald verlof’ voor iedereen werkelijkheid.
Ik heb daar niet zo bij stil gestaan, vakantie hebben is iets vanzelfsprekend geworden. Voor mijn grootouders was een dagje naar zee al een uitzondering. Mijn eigen ouders gingen voor de eerste keer een weekje naar Heist-aan-zee toen ik tien jaar was. Ik herinner me nog dat het veel regende en dat mijn kleine zus verloren gelopen was op het strand – met alle paniek en angst erbij. Ik weet ook nog dat ik met mijn zakgeld het spel ‘Monopoly’ gekocht had in plaats van strandballen en emmers met schopjes. Maar die aankoop zal wel beïnvloed geweest zijn door het natte weer toen (jaja, het regende toen ook al dikwijls).

In de arbeidersbuurt waar ik opgroeide, was een vakantie in het buitenland zeldzaam. Spanje en de Provence waren exotische namen waar wij als kinderen uren over konden fantaseren. Ik merkte toen echter al dat afgunst nooit vakantie neemt (Francis Bacon). Hoe verder je op reis ging, hoe meer  je bewonderd werd door je omgeving.

Het duurde nog tot ik veertien jaar was voor ik naar het buitenland op vakantie ging. Dat was met de ziekenbond, naar Zwitserland. Ik stond tussen een heleboel meisjes met een kartonnen valiesje nerveus op de nachttrein te wachten. Ik had een berglandschap op mijn valiesje geschilderd. Best wel cool, maar ik denk dat de jeugd nu liever hun vakantiekleren in een Samsonite – koffer of een Kipling – rugzak wringt. Veel spullen konden wij niet meenemen, want op een kartonnen koffertje gaan zitten was uitgesloten.
In ieder geval belette die kartonnen valies niet dat ik geweldige nieuwe indrukken mee naar huis kon nemen.

Collect moments

not things.

Vroeger gingen we heel zuinig om met het fotorolletje in onze camera. We moesten altijd afwegen of het wel de moeite waard was om een beeld te vereeuwigen. Want na de twaalfde foto kon er immers nog een dertiende of veertiende hoogtepunt komen. Ik hield niet van een filmrolletje van 12. Soms had je geluk en kon er nog een foto bij, maar meestal stond die laatste foto niet op de afdrukken die je enkele weken later bij de fotograaf ging ophalen.
Nu maakt een klikje meer of minder niet veel uit. Maar het is wel een heel werk om uit honderden digitale foto’s een album te maken waar je meer plezier aan zal hebben, dan aan de harde schijf die je toch niet meer bekijkt, of die je niet meer weet liggen.

Ik las eens ergens dat vakantie ook een periode zou kunnen zijn om recreatief bezig te zijn. Recreatie … herschepping.
Je leven even letterlijk en spiritueel recreëren, herscheppen:

In plaats van van hot naar her te rennen: uitslapen, je uitrekken en uitgebreid ontbijten.
In plaats van een overvolle agenda: doen wat je leuk vindt en in de tuinzetel figuren ontdekken in de wolken.
In plaats van haast en drukte: vrienden uitnodigen en een middagdutje doen.
In plaats van alles te regelen: je eens laten bedienen, zand tussen je tenen voelen en op onbekende wandelpaden je schoenafdruk achter laten.

We zouden eigenlijk altijd vakantie moeten hebben.

We zijn er voor geschapen.

Maar waar moet je dan nog naar verlangen?

Simon Carmiggelt

Altijd vakantie hebben is zoals alle dagen kerst vieren. We zouden het niet meer waarderen, saai vinden, of misschien zelfs willen verwijderen. Een gezonde afwisseling tussen aan de ene kant werken, je inzetten voor een ander en aan de andere kant vakantie en vrije tijd, dat levert volgens mij de meeste voldoening op.

Vakantie verloopt ook niet altijd zoals we het zouden willen. Het woord ‘vakantiestress’ bestond voor mijn grootouders nog niet. Ze vulden hun spaarzame vrije tijd eerder in met het genieten van kleine dingen en de jaarlijkse kermis met vlaaien en worsten.
Voor we vertrekken moeten we van alles voorbereiden: kleren wassen en strijken, koffers inpakken, het huis schoonmaken, boodschappen doen, een oplossing voor huisdieren zoeken.
En onderweg kan het stressduiveltje ook nog op onze schouder zitten. Kibbelende of zieke kinderen in de auto, een afslag missen, files… Je wordt er bijna gek van.

Er is maar één ding erger

dan rijden met een caravan:

rijden achter een caravan.

Nu is voor veel mensen op vakantie gaan geen keuze meer, maar een moeten. Iedereen gaat immers op vakantie. De sociale druk om de hipste reis te maken is groot. Facebook en Instagram hebben dit nog verder in de hand gewerkt met een toestroom van de meest exotische foto’s ooit.
En als je al een keuzeverlamming hebt als je naar de tandpasta kijkt in een warenhuis, welk gevoel krijg je dan als men je poeslief vraagt: ‘Welke vakantie doe jij dit jaar?’

Hoewel voor veel landen het verschijnsel vakantie economisch gezien van groot belang is, krijg ik soms een vakantiekramp bij de keuzelijst die ik voorgeschoteld krijg:

Een bootvakantie, cultuurvakantie, creatieve vakantie, taalvakantie, sportvakantie, fietsvakantie, natuurvakantie, schildervakantie, muziekvakantie, strandvakantie, rugzakvakantie, thuisvakantie, werkvakantie, …

Godfried Bomans zei het heel eenvoudig:

De kunst van het leven

is thuis te zijn

alsof men op reis is.

Vakantie moet niet veel kosten, met een portie creativiteit kan je dichtbij een topper in je herinneringen creëren. Wat dacht je van kamperen in je eigen tuin? Of kriebelbeestjes zoeken in je eigen straat? Een filmavond thuis? Wandelen in het veld om de hoek? Voor je vrienden je buurt gidsen?
Maar als je er dan toch geld aan wil spenderen:

Travel is the only thing

you can buy

that makes you richer.

In mijn brein is een kamertje met vakantierijkdommen opgeslagen. Piep je even mee? Als je de deur opent dan zie je:

Het gevoel van vrijheid, van zon, zee en strand.
Mijn voeten in het warme zand, schelpjes verzamelen en een lekker ijsje van het karretje.
Een hitlijst van vakantie- en kampliedjes, kampvuur en marshmallows.
Zonnecrème en insectenbetenzalf, vervelde huid en rode bolletjes.
De geur van lavendel en in houtvuur gebakken pizza.
Waterdruppels op mijn huid na een baantje of twee rustig zwemmen.
Het geruis van de golven en de stilte op een bergtop.
Alpenweiden, koeien en eeuwige sneeuw.
Meesterlijke bouwwerken, en eeuwenoude kunstwerken.
Wonderlijke culturen, ver en dichtbij.
Keuvelen met mijn buren en spelen met mijn kleinkinderen.
Hand in hand met mijn geliefde op onbekende wegen.
Lachende mensen en lachende kinderogen…

Iedereen heeft wel zo’n kamertje in zijn hoofd. En dat is ook het mooie van vakantie, de herinneringen die je meebracht kan je zomaar weer oproepen. Een foto, een souvenir, een liedje of een geur, dat kan de herinnering nog versterken.
Ik weet dat die herinneringen de bloemen in de winter van mijn leven zullen zijn. Ik kan ze nu nog volop kweken.

Nog een doordenkertje van P. Sookdhew om af te sluiten:

De meesten van ons denken beter na

over wat we met twee weken vakantie gaan doen,

dan over wat we met de rest van ons leven gaan doen.

Tja, vakantie is nu eenmaal een korte periode tussen plannen en herinneren. Ons leven is meer dan vakantie alleen. Als een lach directe vakantie is, dan kunnen alle dagen een vakantiegevoel geven, ook als het regent.

 

 

Warmte

warmte blog

Het is warm. Te warm. Al een paar dagen blijft de temperatuur net onder de dertig graden hangen.
Net zoals ikzelf, blijkt mijn to-do-lijstje niet zo goed tegen de warmte te kunnen. In de verkwikkende schaduw van de kastanjeboom bekijk ik vanuit een luie ligzetel het kleine papiertje. Ik knipper met mijn ogen. Twee items van de ‘verplichte vijf’ zijn doorstreept: vaatwasser leeghalen en naar de bakker om brood. De drie andere dringende opdrachten zijn nochtans ook geen zwaargewichten.
Maar poetsen en strijken, dat zal echt voor een ander keer zijn. Ik krijg het nog warmer door er alleen maar aan te denken.

Volgens de wetenschap is er warmte op drie verschillende manieren:
door geleiding
door straling
en door convectie.
Dus NIET door het verrichten van arbeid!

Ik zucht, wetenschap is ook niet alles. Volgens mij vind ik ook  warmte op andere plaatsen.
Ik voel inderdaad warmte door de zonnestralen.
Maar als mijn kinderen en kleinkinderen voor mijn ogen zweven, dan voel ik ook warmte om zoveel vriendelijkheid en betrokkenheid.

Mensen, wier jeugd

gelukkig en vertroeteld is geweest,

bewaren in hun hart

altijd iets van

de lekkere warmte van het nest.

(André Theuriet)

Een tijdje geleden logeerde ik in een ver land bij een lieve vriendin. Ik voel in de mooie herinneringen nog de warmte van haar gastvrijheid. Ik werd in de watten gelegd en omringd met veel vriendschap. Toen ik thuiskwam, had ik geen ‘kleurtje’, maar in mijn hart zinderde nog dagenlang een warme gloed van dankbaarheid.
Van hartelijkheid en genegenheid wordt een mens warm.

Je liefde, warmte en zorgzaamheid, kan je aan veel mensen kwijt. Dat geeft jouw leven grote inhoud en verrijkt dat van een ander.

Het zomerzonnetje kan zalig zijn, maar te veel is te veel. Warmte wordt hitte. Hitte verschroeit en verbrandt. Zweetdruppels, klamme handen, een snellere hartslag …
Als het te warm is, stijgt de wrevel. De zon tovert glimlachende mensen, te veel zon tovert irritante mensen. Het schijnt dat er tijdens een hittegolf meer meldingen van agressie zijn. Hoe hoger de temperatuur stijgt en hoe zwoeler de lucht wordt, hoe korter het lontje lijkt.
Donder en bliksem doorklieven de lucht, plensbuien en hagel vallen in bakken naar beneden.
Een voorkruiper in een wachtrij doet bloed koken.
De krakende vingers van een zenuwachtige puber veroorzaken overdreven nerveuze reacties.
De bumperklevende dikke auto drijven voeten bijna op de rem.

Keep Calm

It’s Warm.

Mensen die motiverende quotes posten zijn minder intelligent.’ Die uitspraak las ik eens in een ernstig magazine en het irriteerde me vreselijk. De juiste quote op het juiste moment kan zoveel mensen een opkikkertje geven, een duwtje in de rug, of zomaar een glimlach.
‘Gebruik je verstand’, zei mijn moeder meer dan eens. En dat geldt voor zonnebaden, reacties op irritaties en op het posten van quotes.

‘Wat er nu gebeurt, gaat het gezonde verstand ver te boven’, schreef Béatrice Delvaux vorige week in de Knack. En ze had het niet over de wateroverlast na de hitte-onweders, maar over de aanhoudende stakingen in ons land.

Er is te weinig zon

onder het nieuws.

Voel jij warmte als je luistert naar het zoveelste debat over de vluchtelingencrisis, het extremisme, de besparingen, de stakingen en de presidentsverkiezingen in Amerika?
De gemoederen zijn verhit, de ketel borrelt langs alle kanten en staat op springen.

De zon maakt bloemen, warmte, hei,

de zee maakt stil

– wat maken wij?

(Leo Vroman)

Ik ben geen politieker, geen werkgever en geen hoge geleerde bol. Maar ik heb wel al meer dan vijftig jaar ervaring in volgende domeinen (het ene al wat meer en beter dan het andere):

organiseren
deligeren
musiceren
declameren

Ik heb me begeven in de wereld van de
psychologie
verpleegkunde
rechtspraak
opvoedkunde
huishoudkunde
animatie

Ik hanteer pen en papier, verf en borstel, en af en toe groene vingers.
Ik heb gepoetst, gewassen, gestreken, geverfd, en in mindere mate zelfs kleren hersteld (ik zal hier maar eerlijk in zijn: knopen aangenaaid).

Ik heb onderhandeld en overeenkomsten gesloten. Ik heb gewonnen en verloren.
Dit en nog veel meer heb ik gedaan als

dochter
zus
echtgenote
moeder
oma
tante
vriendin
schrijver
kunstenaar
leerkracht
directeur

En daarom vind ik het onbegrijpelijk welke politieke chaos er over heel de wereld heerst.
Waarom kan de mens niet over ideologische strekkingen heen samenzitten met gezond verstand, en samen redeneren over wat nu is, wat moet veranderen en wat de opties zijn? Is de handen in mekaar slaan zo moeilijk? Is opbouwende kritiek geven onmogelijk geworden? Is het daarvoor te warm geworden? Is het wij-gevoel gesmolten?

Jonathan Holslag zei dat we naar een slimme samenleving moeten evolueren:
‘Onze technologie wordt steeds slimmer, maar de samenleving dreigt dommer te worden. daarom hebben we nood aan creativiteit en betrokken burgers.’ (Knack 1 juni 2016)

Door de technologische revolutie zien we een hele hoop humane problemen en  diezelfde technologie reikt ons een hoop nepoplossingen aan, zoals knuffelrobots in rusthuizen die de menselijke warmte zouden compenseren. Hallo!

Een slimme samenleving is een bewuste samenleving die de grenzeloze technologische mogelijkheden wikt en weegt. Een slimme samenleving is gericht op het ontplooien van zo veel mogelijk talenten bij zo veel mogelijk mensen. Zij voert ethiek hoog in het vaandel. Zij daagt burgers uit en geeft hen economische kansen om zich te ontplooien, in plaats van de massa mentaal dood te maken met tv-programma’s zoals Temptation Island.
De slimme samenleving, die begint bij onszelf!
(Jonathan Holslag)

De zon

ziet de wereld steeds

vol warmte en licht.

Word eerst de zon

en aanschouw dan de wereld.

(Carmen Sylva)

Mooi gezegd. Als we een zonnetje zijn (laten we klein beginnen), dan geven we warmte.
Deze wereld heeft die warmte wel echt nodig, ook in een hittegolf.

 

Mijn eigen vader heeft me veel warmte gegeven. Mijn hemelse Vader omgeeft me ook dikwijls met heel veel warmte. Het is bijna vaderdag en daarom, aan alle papa’s:

Vaders,

voor je kinderen

zijn jullie het eerste voorbeeld van mannelijkheid.

Jullie zijn hun meest betekenisvolle mentor

en geloof het of niet –

jullie zijn hun helden.

Je invloed is eindeloos,

je warmte onvergetelijk.

(naar de woorden van M.Russell. Ballard)

 

Geniet van een kort filmpje:

youtube.com  earthly father, heavenly father

Al gelachen vandaag?

 

 

Een glimlach is de                                                                                                                                                                                                           zonlachen blog

die de winter

van je gezicht

verdrijft.

(Victor Hugo)

 

 

 

 

 

Lachen is de reactie van mensen op humor, of een uiting van blijdschap, opluchting of spanning.
Al gelachen vandaag?
Ik lachte gisteren om een grapje van mijn man. Hij heeft wel enkele leuke grapjes en hij vertelt nooit dezelfde. Soms gelijken ze goed op elkaar, maar dat doet er niet toe. Mijn man tovert altijd een glimlach op mijn gezicht.

Een Vlaming kan altijd drie keer lachen om een mop.

De eerste keer als je ze vertelt,

de tweede keer als je ze uitlegt

en de derde keer als hij ze begrijpt.

(Louis Paul Boon)

Ik lach vandaag, omdat de lucht er minder grijs uitziet. Het zonnetje geeft een blij gevoel en ik hang vrolijk de was  aan de droogmolen in onze tuin.

En ik lach morgen – zeker weten- om het liedje van ‘Ridder Martijn en ridder Koen’ dat mijn kleinkinderen met gebaren en al enthousiast zullen zingen.
Mijn kleinkinderen maken me blij. De twee oudste kleindochters zijn giechelkonten geworden, en een beetje jaloers denk ik terug aan die zorgeloze prille tienerperiode in mijn leven. Een ander kleinkind is een echte lachebek. Haar schaterlach werkt heel aanstekelijk en besmet in een mum van tijd heel haar omgeving. Mijn kleinzoons hebben dikwijls een grijnslach. Wie proberen ze nu weer een loer te draaien?
Ja, lachen is eigenlijk heel simpel. Het leven is veel te kort om er sip bij te lopen over dingen het echt niet waard zijn.

 

Lachen is een boeiend onderwerp. Het interesseert de wetenschap, de reclamewereld en degenen die kijkcijfers willen halen.
Als we lachen maken we een geluid dat we nauwelijks kunnen controleren. Een spontane lach maakt een spontaan geluid. Af en toe zweven er op het internet filmpjes met kraaiende en schaterende baby’s. Als je in een dipje zit en je kijkt naar zo’n filmpje, dan krullen je mondhoeken vanzelf omhoog.

De lach van een kind

is het mooiste geluid ter wereld.

De Mona Lisa heeft de beroemdste glimlach van heel de wereld. Hoeveel keer is haar glimlach al bekeken, gedeeld en bestudeerd? Elke dag passeren 20.000 mensen het schilderij in het Louvre. Een aantal jaren geleden was ik één van hen. Ik weet nog toen ik in dat indrukwekkende museum voor die beroemde glimlach stond, dat ik eigenlijk verbaasd was over de afmetingen van dat beroemde kunstwerk. Ik had me dat schilderij veel groter voorgesteld. Moest het niet duidelijk in de belangstelling staan, je zou er zo kunnen voorbij lopen. Over de glimlach van de dame zijn tientallen theorieën te vinden, van de mysterieuze glimlach van een zwangere vrouw tot de glimlach van Leonardo da Vinci zelf. Huidige software die emoties zou herkennen, geeft aan dat er voor 83% geluk in die lach zit. Oef, de beroemdste glimlach is dus een echte!

 

Behalve het gezicht van de Mona Lisa, moet je eens het gezicht van levende mensen observeren. Dat kan je doen als je aan het wandelen bent, of als je een terrasje doet. Ik vind dat mensen met een glimlach meer stralen. Ik krijg er zelf een glimlach van op mijn gezicht. Een oprechte glimlach is een reflexie van je karakter en zendt licht uit. Charles Gordy merkte op dat een glimlach een goedkope manier is om je uiterlijk te veranderen. Ik zou zelfs durven stellen dat een glimlach de beste facelift is die je jezelf kan geven. Kijk maar eens met een glimlach in de spiegel: je ziet er mooier, levendiger en jonger mee.

Je bent nooit helemaal gekleed

zonder glimlach.

(Martin Charnin)

 

Het is gemakkelijk om te glimlachen als je leven rustig verloopt. Maar wat doe je als dat leven in een stroomversnelling komt? In een storm? In een tsunami? Wat doe je als alles tegenzit? Zakt je gezicht dan in elkaar en kan er geen lachje meer af? Die sombere periode van je leven wordt nog somberder als je in de spiegel een gezicht ziet met neerhangende mondhoeken. Tegenslag is een deel van het leven, lift je mondhoek omhoog. Wilhelm Raaber zag het zo:

Humor

is de zwemgordel

op de rivier van het leven.

Ik heb al veel verhalen gelezen over dramatische oorlogen. In al die boeken waren er mensen in staat om die verschrikking te overleven door onder andere humor. In ons persoonlijke leven moeten we meer dan eens een oorlog uitvechten.

Het leven moet met liefde en met humor worden geleefd:

liefde om het te begrijpen,

en humor om het te dragen.

(Carlos Fisas)

 

Lachen en humor zullen onze levensvraagstukken niet oplossen, maar helpen ons wel er doorheen te spartelen. Het leven is ernstig, maar we nemen het soms te ernstig op. We moeten onszelf niet te serieus nemen, af en toe humor is goed. Het helpt ons door moeilijkheden en is als een tedere balsem wanneer dingen hard zijn. Toon Hermans zei:

Het leven is zeker niet altijd

‘een reden tot blij zijn’.

Om blij te zijn heb je moed nodig.

Daarom is het woord blijmoedig een veelzeggend woord.

 

In spreuken 17:22 staat: Een blij hart bevordert de genezing.
Ik heb dat zelf ondervonden. Gedurende een heel moeilijke periode van onbegrip, tegenwerking en vechten tegen windmolens, voelde ik me op en leeg. Ik voelde me zo verdrietig, zo onbekwaam. Het was moeilijk om nog licht te zien. Op een dag keek ik in mijn toverspiegel. Ik zag een doffe blik en een neerhangende mond. De spiegel, of hoe je het ook wil noemen, kuchte en zei heel liefdevol: Alleen al een glimlach zorgt voor een beter gevoel. Pas maar op, je wil je rimpels toch op de juiste plaats krijgen? 

So much in life

depends on our attitude.

The way we choose

to see things

and respond to others

makes all the difference.

To do the best we can

and then to choose

to be happy about our circumstances,

whatever they may be,

can bring peace and contentment.

We can’t direct the wind,

but we can adjust the sails.

For maximum happiness, peace and contentment,

may we choose

a positive attitude.

(Thomas S. Monson)

Mijn ‘toverspiegel’ liet me inzien dat een vrolijk hart het duister helpt op te trekken. Een vrolijk hart geeft mij kracht en laat hoop groeien. Ik kon niets aan de wind doen, maar heb mijn zeilen bijgestuurd. Dat was niet zo gemakkelijk, en af en toe wakkert de wind weer een beetje aan, maar ik kan weer lachen en echt gelukkig zijn.
En terwijl mijn ogen weer fonkelen en mijn mondhoeken omhoog krullen, fluistert de spiegel opnieuw: één glimlach kan duizend anderen aansteken. Wees die ene.

Een glimlach doorgeven, een vrolijke noot uitdelen, laat ook bij anderen het duister optrekken en plant een sterk zaadje van kracht en hoop. Het is een andere manier van dienstbetoon aan onze kinderen, onze ouders, onze familie, of aan onze vrienden die problemen hebben, of die gewoon een extra dosis van dit vrolijke medicijn nodig hebben.

Probeer eens een ander aan het lachen te maken. Het zal je een fijn gevoel geven. Een heel ander gevoel dan dat je anderen belast met je tegenslagen en klachten.
Onze noorderburen spreken over een ‘baaldag’. Gelukkig hebben wij dat woord niet in onze Vlaamse woordenschat. Misschien moeten we er wel een ‘lachdag’ in opnemen. Dat zou een geweldige dag zijn, juist nu in deze wereld, waar men soms wel van zou balen.

Het aansteken van een lamp in het donker

is het meest zinvol.

Lachen kost minder dan elektriciteit

en geeft minstens evenveel licht.

(Abbé Pierre)

Lachen is een hulpmiddel om de lucht op te klaren, om de spanning te verlichten, en ook gewoon om plezier te maken. Zoals met alle gereedschap moeten we ook dit hulpmiddel goed en wijs gebruiken. We weten allemaal wel dat in bepaalde situaties ‘grappig zijn’, onbeleefd of aanvallend zou overkomen.
Misschien heb je ook wel al eens in gezelschap gelachen als een boer die kiespijn heeft, terwijl je het eigenlijk helemaal niet leuk vond. Lach eerlijk en vriendelijk.

We leven in een wereld waar ruwe taal aanvaard is om te spotten en dingen belachelijk te maken. Alles kan in de naam van ‘humor’. Het gelach en de humor die ik zoek, is die waarmee ik met opgeheven hoofd naast de Heer kan staan. Dit zorgt er voor dat ik ook oppas voor sarcasme of kwetsende humor.

Een goed ontwikkeld gevoel voor humor

is de pool

die balans toevoegt aan uw stappen,

terwijl u loopt

op het koord van het leven.

(William Arthur Ward)

Hugh B. Brown zei:

A wholesome sense of humor

will be a safety value

taht will enable you

to apply the lighter touch

to heavy problems,

and to learn some lessons

in problem solving

that

‘sweat and tears’

often fail

to dissolve.

Lachen is gezond! Gebruik de lach wijs. Gebruik hem op een vriendelijke manier. Lach eerlijk, lach zoals je bent. Te hard proberen grappig te zijn is niet meer grappig. Hou van je eigen lach, of die nu hoog, breed, laag of dun is. En help kinderen het belang van lachen in te zien. Leer hen het wapen van humor te gebruiken, zodat ze explosieve situaties kunnen ontladen. Leer hen dat ze zo kalmer kunnen worden onder druk. Leer hen dat lachen broodnodig is.

Al gelachen vandaag? Doen!
Want met een twinkel in onze ogen en liefde in ons hart kunnen we een drager zijn van licht en hoop.

 

 

Vangen vroege vogels de dikste wormen?

merel met worm
merel met worm

Ik kijk door het raam om de waarheid van het weerbericht in te schatten. In dit grillige lenteweer piept de zon toch af en toe eens door de grijze wolken. Je ziet blauwe vlekken verschijnen en even voelt het weer echt als lente aan.
Ook de tuinvogels profiteren van dit droog momentje. Het roodborstje pikt verwoed op de plaats waar nog niet zo lang geleden, onze twee kippen een leven van scharrelplezier hadden. Ligt er misschien nog ergens een minuscuul graankorreltje?
Kool- en pimpelmezen vliegen aan en af. Er worden volop nestjes gebouwd. Een paar dagen geleden vond ik in onze brievenbus tussen de rekeningen en de reclame een hoopje mos. Gelukkig is de aannemer een meer geschikte plaats gaan zoeken voor de nieuwe woning.
Twee merels pikken woest in het gras. Ze moeten wel heel hongerig zijn, of hebben ze al de verantwoordelijkheid om een hele kroost te onderhouden? Even later vliegt één van de twee triomfantelijk weg, een lange glibberige worm tussen zijn bek geklemd.
Ocharme, die worm, die zal nu wel zo dood als een pier zijn.

Ik vind regenwormen niet van moeders mooiste. Maar ze zijn wel nuttig: ze woelen de aarde om, brengen er op die manier zuurstof in en voorzien de bodem van waardevolle humus.
Wist je dat er drie soorten regenwormen zijn: de strooiselwormen, de bodemwoelers en de diepgravers.

Strooiselwormen zijn armetierige pieren, ze krioelen er in de bovenlaag van het bos maar wat op los.

Sommige mensen zijn als strooiselwormen,

zonder veel dieptegang,

eet, drink en wees vrolijk.

De bodemwoelers leven in de bovenste dertig centimeter van de grond en zij spelen een belangrijke rol in het mengen van organisch materiaal in de bodem.

Sommige mensen zijn als bodemwoelers,

ze willen meer te weten komen,

ze proberen van alles uit,

hun leven is rijk gevuld.

De diepgravers kunnen in goed gedraineerde grond wel een paar meter diep kruipen. Wat een olympische prestatie!

Sommige mensen zijn als diepgravers,

ze zijn specialisten,

geweldige uitvinders

en grote denkers.

Zij eten, drinken en zijn vrolijk,

zij zetten dat soms wel even opzij

voor een hoger doel.

Pol le Roy zei eens: “Een massa-meeting doet me altijd denken aan een feest van regenwormen.”

Krioelende mensen, krioelende wormen…
Daar kan je wel eens in de knoop van geraken. Ik las ergens het volgende anonieme gedichtje:

De regenworm

Een reuzelange regenworm
die sprak: ‘Ik ben vandaag uit vorm,
want waar ik kruip of sta of zit,
ik merk dat ik vol knopen zit,
hetgeen mijn kronkelen vermindert
en mijn bewegingsvrijheid hindert.
Ik weet de reden daar wel van:
‘t wil maar niet regenen! – en dan
verliest een regenworm de hoop
en raakt al piekerend in de knoop…’

Maar nauwelijks had hij dit verzucht
of het werd donker in de lucht
en ‘t regende opeens enorm,
het was een echte regenstorm!
‘Hèhè’, zei toen de regenworm,
‘Ik kom warempel weer in vorm,

hetgeen bewijst dat al zit je nog zo in de knopen,
blijf steeds op de ontknoping hopen!’

Een eenvoudig gedichtje, maar we zitten soms wel eens in de knoop, met onszelf of met anderen. En dan vermindert ons kronkelen, we worden minder creatief. We beperken onze bewegingsvrijheid, we mijden plaatsen of vrienden. We kunnen de zon niet meer vinden en verliezen de hoop.
Al eens een knoop ontward? Daar is veel geduld voor nodig, een goed oog, soms een bril, en soms hulp van een ander. Maar wat een opluchting als de knoop weg is!

 

Winston Churchill zei:

We zijn allemaal wormen,

maar ik denk dat ik

een glimworm ben.

Als we naar de uitgestrektheid van het heelal kijken, dan kunnen we ons wel als een worm voelen. Maar wormen doen hun onmisbare deel in hun biotoop; van mensen wordt  verwacht hun onmisbare deel te doen in hun biotoop, de aarde.
Nu, een glimworm is geen worm, het is een kevertje. Maar de gedachte is wel mooi om, als je dan toch een worm bent, een glimworm te zijn en licht te geven.
Ik ben een boekenworm, maar ik wil wel graag een glimboekenworm zijn. Ik las een verhaal over een regenworm in ‘Een parel voor elke dag.’

Er was een een kleine regenworm.

Zo’n regenworm bestaat uit kleine ringen,
die elkaar voortstuwen, elkaar voeden,
en samen de grond vol gaatjes boren
zodat die goed kan ademen.
De kleine regenworm was trots op zijn werk.

Op een dag kreeg de laatste ring een idee:
‘Ik wil ook wel eens vooraan graven’, zei die.
En hij begon in de andere richting te graven,
tot grote verbazing van de andere ringen.

Maar ook zij wilden wel eens de eerste zijn.
En zo begon iedere ring zelf eerst te graven.

De kleine regenworm kronkelde zich in alle bochten.
Elke ring trok in een andere richting.
Meer nog,
ze gaven geen voedsel meer aan elkaar,
want ze wilden zelf
zoveel mogelijk groeien en sterk worden,
Ook al moesten de anderen hiervoor uitdrogen.
Ze waren helemaal vergeten
dat zij van elkaar afhingen.

Korte tijd later,
lag de worm te sterven.

 

Welk soort worm we ons ook voelen, we hebben elkaar nodig. Het is nodig dat we af en toe   IK  eens opzij zetten en de waarde van  WIJ  eens onderzoeken, niet als een strooiselworm, maar als een diepgraver. Wedden dat onze omgeving daar rijker van wordt?

Ondertussen is de zon weg. Donkere wolken schuiven traag voorbij. Het druppelt, en de druppels worden dikker. IJs valt uit de lucht en kleine bolletjes springen als mini-pingpongballetjes naar alle kanten.
Ik herinner me ineens de titel van een artikel uit de National Geographic, vorig jaar in mei:

In Noorwegen regent het regenwormen!

In het zuiden van Noorwegen vielen in april 2015 duizenden wormen uit de lucht. Dit was geen aprilgrap, dit was horror in het echt! Wetenschappers breken er zich het hoofd over.
Al verlang ik naar mooi lenteweer, ik zie toch liever hagelbolletjes dan vallende pieren.

En krijgt de vroegste vogel nu de dikste worm?

Vroeg opstaan kan zijn voordelen hebben. Maar de pannenkoeken eten, die een vroege vogel voor jou gemaakt heeft, smaken toch ook héél lekker!

 

 

Brengt opruimen rust? Of onrust?

schoonmaak 1

Is orde nastreven een keurslijf of geeft het juist vrijheid om te vliegen?

Het is lente. De Paasklokken hangen weer in de kerktorens en de Paashaas heeft een veilig holletje opgezocht.
In de winkels kan je chocolade eieren aan de helft van de prijs kopen. Volle prijs betaal je nu voor allerlei huis-, tuin- en keukenmateriaal, want de lente wordt ook nog steeds gekoppeld aan schoonmaken en opruimen.

De voorjaarsschoonmaak of grote schoonmaak (‘grote kuis’ zei mijn moeder) werd in de vorige eeuw aan het einde van de winter uitgevoerd. Geen enkele kamer bleef gespaard van de opruimwoede. Gordijnen werden gewassen en ramen grondig gepoetst. Vloerkleden werden naar buiten gesleurd en met de mattenklopper uitgeklopt. Alle kasten werden van binnen en van buiten goed schoongemaakt. Achter en onder de kasten werden stof- en spinnennesten verwijderd. Ook de inhoud werd nagekeken, gepoetst en geordend. Deze grote schoonmaak duurde verschillende dagen en was echt wel zwaar werk.

Ik heb zo’n ‘grote kuis’ nooit meegemaakt, mijn ouders wel nog. Na de Tweede Wereldoorlog veranderden de leefomstandigheden enorm. Kolenkachels ruimden plaats voor centrale verwarming en stofzuigers wonnen het van borstels en bezems.
De grote schoonmaak is in onbruik geraakt.

Maar toch, als de eerste zonnestralen het huis binnen schijnen en de kleine opwaaiende stofdeeltjes veel zichtbaarder zijn, dan kriebelt het om het een en ander eens extra te poetsen. Daarom dus al die reclame in de brievenbus en op het scherm over allerhande poetsmateriaal. Een mens zou er zowaar schuldgevoelens bij krijgen. Mijn creatieve, muzische kant heeft dikwijls de bovenhand op die kriebelende kuisgevoelens. Ik schaar me dan ook achter deze quote:

Creatieve mensen

hebben geen rommel,

Creatieve mensen

hebben overal ideeën liggen.

Je begrijpt het al, ik ben niet zo’n poetsfanaat. Mijn huis is netjes, maar van de vloer eten raad ik je niet aan. Daar heb ik trouwens een mooie, ronde tafel voor, veel gezelliger dan op de vloer zitten knabbelen en babbelen.

 

Toen ik een tijdje geleden ‘Het leven in een stofzuigerzak’ las in Bodytalk, begreep ik heus wel dat opruimen noodzakelijk is. In een volle stofzuigerzak zit ongeveer een halve kilogram stof. Nu ja, daar dienen stofzuigerzakken toch voor? Maar, als dat stof uit een gewone, nette woning komt (dus geen vieze, smerige woonst), dan zit er een volle eetlepel levende organismen in.

WAT?

Ja, een volle eetlepel levende dingen:

                        500 insecten

66 000 huisstofmijten

4 200 000 algen

2 600 miljoen schimmelsporen

365 000 miljoen bacteriën

Ik kan van één spin al nare dromen krijgen, gelukkig zijn al die ‘beestjes’ niet zichtbaar met het blote oog. Kan je je inbeelden welk een  ‘horror’ dromen mijn nachten zouden komen verpesten?
Ik moet je zeker niet overtuigen van het feit, dat ik na het lezen van dat artikel, me direct  heb gewapend met de stofvod en de stofzuiger?

 

Own less,

live more.

(Joshua Becker)

 

Opruimen betekent ook: weggooien. Ik las eens ergens dat je tijdens grote opruimsessies zeker een derde van je spullen zou moeten weggooien, of weggeven. Alles waarvan je denkt dat je het ‘ooit’ nog wel eens zou kunnen gebruiken, kan weg. Daar heb ik het wel een beetje moeilijk mee.
Vier jaar geleden verhuisden we naar een kleinere woning. Er moest veel weg. Dat was dus een héél grote opruimsessie!
Mijn man kan veel gemakkelijker dingen wegdoen. Eén jaar niet nodig gehad? Weg ermee!

Maar aan mijn spullen kleeft dikwijls ’emotionele lijm’. Als ik een kast opruim, dan is er van de hele schoonmaaktijd maar zo’n 20% echt opgeruimd. 10% ben ik bezig met zeuren (pff… zo’n vervelend karwei, er zijn toch leukere dingen te doen? Zie je wel, ik moet constant niezen van al dat stof! Eek! Een spin! Ai, mijn nagel scheurt! …) en 70% ben ik nostalgisch  tijd ‘aan het verprutsen’. Een brief van mijn oudste zoon, toen hij twee jaar in Engeland woonde… wat is hij volwassen geworden… Kijk, mijn rapport van het vijfde leerjaar! Wat een toffe vrienden had ik in de lagere school… Hier, de eerste sokjes van mijn jongste kind;  je zou nu niet zeggen dat hij toen maar 2.200 kg woog… Het beeldje van de garnaalvisser – een cadeautje van nog een zoon- een herinnering aan de vele strandvakanties met het gezin… En daar, een miniatuur 3-PK’tje, ons dochter was er gek op …

Je kan je wel inbeelden dat ik bij onze verhuis veel tijd in het verleden heb doorgebracht. Een nieuwe woonst was een nieuwe fase in mijn leven, en daar hoorde afscheid nemen van spullen bij. Ik moest dus letterlijk dingen loslaten. En loslaten is stoppen met vasthouden.

Have less,

do more,

be more.

Opdat al het stof kan wegvliegen en het laatste spinrag verwijderd kan worden, zetten we dus bij de voorjaarsschoonmaak de ramen en de deuren open, ik wil er aan toevoegen: zet ook je geest open.

 

Je hoofd zegt

als alles in orde is,

dan zal ik de rust vinden.

Je hart zegt

vind de rust in jezelf,

dan merk je

dat alles al in orde is.

(gedachte-kracht.nl)

 

Is het rommelig in onze bovenkamer? Zitten er teveel hersenspinsels kriskras door elkaar? Vechten boze en lelijke gedachten om aandacht?
Ruim ook die boel op, want opgeruimd staat netjes.
Praat dingen uit, reik de hand, waai eens lekker uit, geef liefde en aandacht, verwen jezelf.

 

Schoonmaken – opruimen -orde

Thomas Merton koppelde het geluksgevoel ook aan orde:

 

Geluk is geen zaak van intensiteit,

maar van

evenwicht,orde, ritme en harmonie.

 

In hedendaagse schriftuur, de Leer en Verbonden, lezen we:

‘Zie, mijn huis is een huis van orde, zegt de Here God, en niet een huis van wanorde.’

De Heer spoort ons ook aan om eerst ons eigen huis in orde te brengen:

Organiseert u; bereidt de nodige dingen voor; en vestigt een huis, ja, een huis van gebed, een huis van vasten, een huis van geloof, een huis van leren, een huis van heerlijkheid, een huis van orde, een huis van God.’

 

Orde scheppen, thuis en in onszelf, een heel karwei. Soms willen we zoveel doen, willen we zoveel helpen. We lopen onze schoenen voorbij en zijn doodmoe. Een groot profeet gaf de volgende waarschuwing:

‘En ziet toe dat al deze dingen

in wijsheid en ordelijkheid

worden gedaan,

want het is niet nodig,

dat iemand harder loopt

dan dat hij kracht heeft.

(Mosiah 4:17)

 

Als vrouwen en mama’s voelen we ons soms zo overweldigd. Op Facebook en Instagram lachen foto’s ons toe van spelende kinderen in tuinen om u tegen te zeggen, smullend van prachtig gedecoreerde cupcakes, die gemaakt zijn in een keuken, zo geknipt uit een woonmagazine. Als we dan fronsend de vele vingerafdrukjes op de kasten en deuren zien, is het goed om met een glimlach het volgende te lezen:

Goede mama’s

hebben dikwijls

kleverige vloeren

plakkerige keukens

hopen wasgoed

vuile ovens

en gelukkige kinderen.

 

En in de naweeën van de aanslagen in Brussel, kan ik het toch niet laten om ook Boeddha aan het woord te laten:

Haat wordt niet door haat overwonnen,

haat wordt door liefde overwonnen,

zo is van eeuwigheid de orde der dingen.

Niet gemakkelijk, maar de dingen die er echt toe doen, zijn dat nooit.

 

Opruimen, loslaten, orde scheppen… binnen en buiten…
Het is lente, door de eerste zonnestralen zie ik het stof opdwarrelen en het kriebelt. Het kriebelt om kasten binnenstebuiten te keren. Gewapend met goede voornemens, een kartonnen doos, een vod en een schuimend sopje, trek ik de eerste lade open. Albert Einstein lacht me wijselijk toe:

 

Als een rommelig bureau

staat voor

een rommelige geest,

waar staat

een leeg bureau

dan voor?

 

Opruimen, een keurslijf of ga je vliegen? Vergeet de stofzuigerzak en Albert Einstein niet!

 

Nog een leuk filmpje:

Youtube/looking through windows

 

Een liefde voor lezen.

lezen 4

Ik lees het in tijdschriften, ik zie het in de boekenhandel en in de bib: het is jeugdboekenweek!

Ik herinner me nog het euforische gevoel dat ik als klein meisje had, toen ik kon lezen. Zuster Rita, nog een zwarte-kap-nonnetje, bracht me met veel ijver de woordjes ‘aap-noot-mies’ aan. Ik verbeeld me zelfs dat ik ergens in mijn verre geheugen het plaatje van ‘aap’ heb opgeslagen. Trouwens, ik ben er nog niet uit waarom men vroeger eerst het woordje ‘aap’ aanleerde, en nu het woordje ‘ik’. Over beide woordjes kan er heel wat gepalaverd worden, maar goed, ik heb geen trauma’s overgehouden aan dat eerste woordje.

Zodra de magische letters betekenis kregen, ging er een hele nieuwe wereld open. Ik denk dat in mijn genen het ‘boekenwurmgen’ zit. Ik kon uren verdwalen in sprookjes en in kabouterverhalen. Later kwamen daar Tiny, Pietje Puk, De Olijke Tweeling en nog een reeks andere verhalen bij. Heel af en toe kreeg ik een boek. Dat waren de mooiste cadeaus voor mij. Ik koesterde ze als schatten. Walt Disney zei eens:

Er zitten meer schatten in boeken

dan in alle piratenbuit op Schatteneiland.

 

Toen ik toevallig via een vriendinnetje de bibliotheek ontdekte, was ik dolgelukkig. Eindelijk kon ik gratis en voor niets miljoenen boeken verslinden! De geur die sommige oude boeken nu verspreiden, kunnen me terug katapulteren naar die kleine wijkbibliotheek. Ik denk dat ik alle kinderboeken die daar waren, gelezen heb. Ik weet nog dat elk boek een kleurtje had aan zijn kaft. Ik kon niet wachten om de boeken met zwarte stickers te lezen, die zagen er zo indrukwekkend uit.

Een jeugdboekenweek bestond toen niet. Kinderen die zich uren vermaakten met lezen, werden met argusogen bekeken, en zelfs in vele gevallen als lui bestempeld. Mijn moeder heeft me dikwijls geroepen, zonder dat er een reactie kwam. Dat was niet expres, ik was ‘leesdoof’. Ik ben er nog steeds niet van genezen. Je kunt het zo bekijken:

Ik lees: ik ben niet waar ik ben;

ik ben tegelijkertijd aanwezig en afwezig,

ik ben ‘hier’

en ik ben ‘elders’.

 

Voor het eigen leestijdperk, is er het voorlezen. Voorlezen is heel belangrijk voor de ontwikkeling van de taal, de luistervaardigheid en het concentratievermogen van het kind.

Voorlezen is een intiem moment voor

ouder en kind

voor grootouder en kleinkind.

Ik koester alleszins fijne herinneringen aan ‘het verhaaltje voor het slapengaan’ met mijn eigen kinderen. En ook met mijn kleinkinderen heb ik al reuzenpret beleefd met mijn ‘voorleesstemmetjes’.

Voorlezen moet niet stoppen als de kinderen zelf kunnen lezen. Oudere kinderen blijven het vaak heerlijk vinden om voorgelezen te worden. Op het laatste kwartiertje van een schooldag keken zelfs mijn zesdeklassers verwachtingsvol uit naar een voorleesmoment.

Samen een boek lezen, geeft een gevoel van geborgenheid. En het opent ook een deur om te praten over verschillende onderwerpen en emoties.

Lezen is goed voor ons. Je groeit er van. Je leert jezelf beter kennen, je gaat je inleven en je gaat meeleven. Je komt in oude en nieuwe werelden, in oude en nieuwe tijden. Je gaat op reis vanuit je luie zetel. Je wordt bevriend met machtige leiders, helden en legendes. Je kruipt in de hersenen van grote en kleine mensen. Daarom is je boekenkeuze zo belangrijk.

put woorden van wijsheid

uit de beste boeken… (Leer en Verbonden 88:118)

 

Lezen heeft ook praktische gevolgen. Als je veel leest, groeit je taalkennis, en ook je kansen in de maatschappij. Een vroegere geschiedenisleraar zei me eens: ‘Wie niet kan lezen, is een vogel voor de kat.’  In onze moderne tijd is analfabetisme nog steeds niet uitgeroeid. Er vliegen nog teveel vogels rond, die een gemakkelijke prooi zijn voor niet zo vriendelijke katten.

Ik kan het niet beter zeggen dan Kristien Hemmerechts:

Door te lezen weet je:

er is niet alleen hier, maar er is ook elders.

Er is niet alleen dit land, maar er zijn er nog vele andere.

Er is meer dan de kamer waarin je nu leest,

meer dan deze vier muren,

meer dan dit gezin,

meer dan dit uitzicht,

meer dan dit dorp.

Er is meer dan wat je met je ogen ziet.

Je kunt ook kijken met het oog van je verbeelding.

Met je geest.

Met je hart.

Met je intuïtie.

Je kunt kijken met de woorden van het boek.

 

Dat geldt volgens mij niet alleen voor romans en novellen, maar ook voor wetenschappelijke essays en religieuze geschriften zoals Het Boek Van Mormon, de Bijbel, de Koran en andere schriftuur.

Ik hoor wel eens zeggen: ‘Ach, wat brengt het op dat ik lees? Ik vergeet toch alles! Schopenhauer geeft daar ludiek antwoord op:

Te verwachten dat een mens alles onthoudt wat hij heeft gelezen,

is hetzelfde als

verwachten dat hij alles in zijn lichaam meevoert dat hij ooit heeft gegeten.

Lezen is genieten van het moment dat letters een beeld vormen. Het is fijn om een goed boek te lezen. Maar er is altijd dat gevoel van verlies als het uit is, alsof men afscheid neemt van een goede vriend.

 

De Paasvakantie is een ideale tijd om je kind of kleinkind, je neefje of je buurmeisje te stimuleren een goed boek te lezen. Voor mijn part mag dat gerust ook digitaal, maar let er dan wel op dat je kind niet diagonaal gaat lezen. Met een boek opgekruld liggen of zitten en het papier voelen, dat geeft nog steeds een magisch gevoel.

We moeten niet leren wat goede boeken zijn,

We moeten een liefde voor lezen leren.

 

Hieronder staan enkele van mijn favoriete kinderboeken (en je mag ze ook nog altijd lezen als je volwassen bent, want ergens in ons schuilt nog altijd dat kleine meisje of jongetje van toen).

  1. DE FEEN VAN NIKS van Liva Willems

Voor eerste lezers een heel actueel verhaal over oorlog en vrede, over begrijpen en aanvaarden.

De Feen

duikt op in het bos

en dat zorgt voor paniek

bij alle dieren.

Want

een dier dat er zo raar uitziet …

nee, dat hoort niet in dit bos …

Dus moet dat beest eruit

desnoods met geweld.

 

2. DE GVR van Roald Dahl

Ik ben nog steeds gek op de ‘nonsenswoorden’ waar het boek mee vol staat. Zou de Grote Vriendelijke Reus in het avondnieuws ophef maken of een glimlach ontlokken?

Op de EU-top

werd weer eens een babbelementje

gehouden door mensbaksels.

De vele webbelkouzen

waren een pietsiepeteuterig

toen een smerige smeerkikker

zich de walgbare snoskommer toe-eigende.

En zo werd een serieus snitzelig onderwerp

opgeslokkerd in één happelflap.

Wie zwalgde? Wie klotste erop?

Misschien moeten we nu allemaal levenslang

die akkiebakkie snoskommers schranzen!

 

3. DE BRIEF VOOR DE KONING van Tonke Dragt

Elke zondag na de chiroactiviteit, las de onderpastoor een stuk voor uit dit prachtige jeugdboek. Als 10-jarig meisje luisterde ik met rode oortjes. Ik werd meegevoerd naar de tijd van jonkvrouwen,schildknapen, dappere ridders en boosaardige ruiters, van moeilijke opdrachten en van moed en opoffering. Het boek is een blijver, want in 2004 was het de winnaar van de Griffel der Griffels.

 

4. DE KLEINE ODESSA van Pieter Van Olmen

De pedagogische adviseur van onze school raadde de leerkrachten aan om dit boek te lezen en te gebruiken om de kinderen warm te maken voor het lezen. Zou het niet geweldig zijn als er een stad bestond waar iedereen van boeken houdt? Zo’n stad bestaat! Odessa is twaalf als zij Scribopolis ontdekt. Ik werd alvast meegesleept door dit spannende verhaal met een hele stoet aan schrijvers, boekfiguren en mythologische wezens, vol eenhoorns en draken, samenzwering en verraad, humor en fantasie.

 

5. FLUO van Linda Vergauwen

Op deze lijst staat natuurlijk ook mijn eerste geesteskind: Fluo. Jelle speelt het liefst het drakenspel op de computer. Op een dag springt een figuurtje uit het spel: een fluorescerend draakje. Jelle en Fluo beleven grappige avonturen. Kinderen herkennen zichzelf in dit verhaal. En er is goed nieuws voor alle Fluoliefhebbers! Het vervolgverhaal komt nog voor de zomervakantie uit. Prettig leesvoer verzekerd!

 

Leven, leren, lezen:

is het een toeval

dat die woorden

zo sterk op elkaar lijken?

 

 

 

Regenmeditatie

 

I'm singing in the rain.
I’m singing in the rain.

Tik, tik, tik…

Het regent tegen het raam. Wat zeg ik? Regenen? Het plenst en het giet!

Ik kijk naar buiten en zie met lede ogen toe hoe onze groene gazon in een mum van tijd verandert in het eerste stadium van een moeras. Als ik onze kippen eten ga geven, hoor ik het water zuigen onder mijn laarzen.

Het regent al dagen na elkaar. Of zijn het weken, met hier en daar een korte adempauze waarin de zon en de wolken wedstrijd ‘om het eerst’ of ‘om ter meest’ spelen? Een scorebord hou ik al lang niet meer bij. regen is de gedoodverfde winnaar.

Waar komt al die regen toch vandaan?

Toen ik als kind voor het eerst de mechaniek van de kringloop van het water hoorde uitleggen, was ik enorm gefascineerd. Ik heb altijd al veel fantasie gehad en ik verplaatste me in het leven van zo’n waterdruppel. Ergens in het begin van mijn middelbare schoolcarrière heb ik er een prachtig opstel over geschreven. Ik, als waterdruppel, die een geweldige reis ondernam maar dramatisch eindigde op de lippen van een jong meisje met liefdesverdriet. Of hoe ontzout zeewater weer zout werd. Ik herinner me nog dat mijn werkje een enthousiaste beoordeling kreeg.

Ik kijk naar buiten en sombere gedachten kruipen in mijn hoofd. Ze kleuren het buitenlicht nog een tint of twee grijzer. Flarden nieuwsberichten staan te trappelen op het podium in mijn grijze hersenpan:

Zo veel ellende en wanhoop in de wereld,

Zo veel hebzucht en ik-zucht,

Is dat de reden waarom de aarde haar tranen niet meer in bedwang houdt?

 

Ik kijk naar buiten en het regent pijpenstelen. In Engeland regent het katten en honden. Zouden die daar ook zo van die leuke bubbeltjes in de plassen maken? Of worden die alleen in België gecreëerd door pijpenstelen die al lang door niemand meer gebruikt worden?

Ik besluit om de belletjes in de plassen wat beter te bekijken. Als ik de voordeur dichttrek, voel ik me een stuk vrolijker. Misschien zitten mijn regenjas, mijn vrolijke rubberen laarzen en een paraplu in alle kleuren van de regenboog er wel voor een stuk tussen, want ik doe zowaar een huppelpasje. Iemand zei eens:

We moeten niet wachten tot de storm gedaan is,

We moeten leren dansen in de regen.

Ik sta voor een grote plas en watertattoos rimpelen heen en weer. Bomen en struiken spiegelen in vlekken en ik twijfel om opnieuw een kind te zijn. Niemand te zien? PLETS!  De herinnering aan het gevoel wat dit springen meebrengt, verzacht het zicht van de vlekken op mijn jas.

 

De stortregen is veranderd in motregen (wie heeft dat woord nu uitgevonden?). Ik doe de paraplu even dicht en voel de regen op mijn huid. Deze zachte regen is als een douche voor mijn geest en ziel. De badkamerproducenten hebben dit al vlug opgemerkt en de ‘regendouche’ is een van de toppers in de wellness.

 

Mijn regenwandeling blijkt een stroom van filosofische gedachten teweeg te brengen. Ja, het grijze weer kan inderdaad een sombere invloed op ons hebben, en licht heeft een helende kracht. Maar wie glimlacht er niet als je Fred Astaire ‘I’m singing in the rain’ ziet zingen en dansen?

Wie denkt dat zonneschijn puur geluk is,

heeft nooit gedanst in de regen.

Dat staat genoteerd op mijn bucketlist: dansen in de regen met de man waar ik van hou. Het is leuk als hij de paraplu vasthoudt, maar ik denk dat het nog leuker zal zijn als hij mijn hand vasthoudt en we samen dansen in de regen ( en dat moet echt niet lang duren).

 

Een mens heeft ook iets met een regenboog. Dat natuurverschijnsel raakt een gevoelige snaar. Een regenboog hoort precies in een andere wereld thuis, een wereld waar alleen maar goedheid en liefde is. Maar we weten allemaal dat je zonder regen geen regenboog kan hebben. Zon en regen, nauw verbonden met elkaar.

Zonder licht zou alles doodgaan.

Licht is leven.

Levend Licht.

                            Zonder regen zou alles verdorren.

                                     Water is leven.

                                     Levend Water.

 

De regen is gestopt. Een waterzonnetje komt tevoorschijn. Ik mag mijn pad niet verwarren met mijn bestemming. Het is niet omdat het nu stormt, dat ik niet op weg ben naar zonneschijn.

Als ik even later met een kopje thee in de zetel zak, zijn mijn lichaam en geest verkwikt. Ik hou van de regen, ik hou van de zon. Buiten heeft de zon weer verloren van de regen. Ik glimlach. Het is een perfecte dag om onder een dekentje een film te kijken.

Don’t you give up.

Don’t you quit.

You keep walking.

You keep trying.

There is help and happiness ahead.

It will be alright in the end.

Trust God

and believe in

good things to come.

Jeffrey R. Holland