Pasen, het feest van de grootste overwinning ooit.

Pasen, de allerbelangrijkste feestdag voor Christenen. Het is niet Kerstdag maar Pasen, omdat zonder Pasen er geen reden zou zijn om Kerstdag te vieren.
Op Pasen gedenken we de opstanding van Jezus Christus, de overwinning op de dood. Voor alle mensen ooit. Dat is ongelooflijk goed nieuws en daarom is het ook heel passend dat we over ‘het evangelie’ van Jezus Christus spreken, het goede nieuws, de blije boodschap.

Ongelooflijk goed nieuws? Voor vele mensen is dit inderdaad niet te geloven. Ze houden het bij paaseieren en de paashaas. Maar de verrijzenis is wel echt gebeurd, er zijn vele getuigenverslagen. De opstanding van Jezus Christus is een van de zorgvuldigst vastgelegde gebeurtenissen in de geschiedenis. Ik geloof het en vele anderen ook.

‘Als Jezus uit de dood is opgestaan,
is Pasen
geen
eitje.’
(visje)

De week voor Pasen gebeurt er van alles in het leven van Christus. Je kan dit lezen in het Nieuwe Testament en de verschillende schrijvers ervan hebben het in hun perspectief geschreven.
Samengevat rijdt Jezus op zondag op een ezel Jeruzalem binnen. Een hele hoop mensen gaan uit hun bol van blijheid en met palmtakken en hosanna-kreten verwelkomen ze Hem als de langverwachte Koning. De hele stad was in opschudding en men vroeg zich af: ‘Wie is Dat?’ Is Hij een timmerman, een filosoof, een grote leraar, een profeet, een genezer, een vernieuwer, een bevrijder, een oproerkraaier, of is Hij de Zoon van God?

In plaats van de Romeinen buiten te zwieren, heeft Jezus het op maandag op de kopers en verkopers in de tempel gemunt.
‘Je hebt van Mijn huis een rovershol gemaakt’, zegt Hij en vijandelijke gedachten wortelen nog dieper bij de leidende geestelijke klasse.

Dinsdag is een dag waarop Jezus belangrijke leerstellingen onderwijst in diepzinnige parabels. Hij spreekt over Zijn vertrek en Zijn wederkomst. Hij veroordeelt de verwaandheid en de schijnheiligheid van schriftgeleerden en farizeeërs. Die besluiten dat het welletjes was geweest en beramen een plan om Jezus te doden.

Judas Iskariot vindt het ook allemaal maar niks meer en de volgende dag besluit hij zijn Meester te verraden. Voor de prijs van een slaaf verkoopt Judas zijn ziel.

Op donderdag stelt Jezus het avondmaal in en begint Hij in de Hof van Getsemane, onder eeuwenoude olijfbomen, de prijs af te lossen voor alle zonden, zwakheden en onvolkomenheden van de hele mensheid. Als een willoos lam laat Hij, die legioenen engelen kan roepen, zich gevangennemen.

Vrijdag zien we een onrechtvaardig verhoor, een illegaal proces, zweepslagen, het gruwelijke kruis en een vlugge begrafenis.
De aarde reageert geschokt. De zon verstopt zich uit schaamte, rotsen kreunen en beven, en de voorhang van de tempel scheurt middendoor als de Zoon van God zichzelf offert om de onsterfelijkheid en het eeuwig leven van de mens tot stand te brengen.

Gelukkig worden op zondag alle tranen, verdriet, onbegrip en twijfel triomfantelijk weggeblazen door de verrijzenis van Jezus Christus. Russell M Nelson zei daarover: ‘De opstanding van de Heiland was de uiteindelijke overwinning, het ultieme wonder, gewrocht uit voorsterfelijke ordening, onbeschrijflijke kwelling en goddelijke macht uit de hemel. Uit die ondoorgrondelijke macht, die door de liefde, alwetendheid en almacht van Zijn Vader mogelijk was gemaakt, werd Jezus Christus de ‘Eersteling’ van de opstanding.’

‘Lieflijke morgen, van Gods licht vervuld;
zie, hoe het zonlicht de schepping verguldt.
Hemel en glorie weerschijnen in ’t graf
sinds Hij verrees, ’t eeuwig leven ons gaf.’
(lofzang ’t Licht van de morgen’)

O ja, er is ook nog zaterdag. Een dag die we lijken te vergeten. Alles lijkt stilgevallen te zijn op die zaterdag voor Pasen. Jezus’ levenloze lichaam ligt stil in een graf. Een grote steen verspert niet alleen de toegang voor mensen, maar ook het geluid van binnen en buiten. Het is stil, doodstil.
De wereld draait verder, maar veel stiller. Weg zijn de hosanna-kreten, weg de spotters, weg de treurenden. Het is in Jeruzalem echt een doodstille zaterdag.

Als ik aan Pasen denk, dan zijn vrijdag en zondag wel de hoogtepunten: het lijden en de overwinning.
Maar toch is er ook zaterdag, die stille zaterdag. Een dag die het geloof op de proef stelde.
Het maakte de discipelen waarschijnlijk wel zenuwachtig, die zaterdag zonder geluid. Hoe moest het nu verder met hen?
Misschien waren ze ook wel een beetje opstandig. Ze begrepen het niet. Jezus had mensen uit de doden opgewekt, waarom kon Hij dit niet bij zichzelf dan? En waar was God dan? Waarom had Zijn Vader niet ingegrepen?
Ze zullen bang geweest zijn, moedeloos …

Hebben wij allemaal ook niet af en toe zulke zaterdagen? De periode tussen moeilijkheden en oplossingen? Tussen verdriet en vreugde? Tussen vragen en antwoorden? Tussen twijfels en het weten?
Zijn wij dan soms ook niet teleurgesteld, opstandig, moedeloos?
Het zou zelfs kunnen dat er dan een zaadje van twijfel ontkiemt: Bestaat God wel? Als Hij bestaat, waarom reageert Hij dan niet? Waarom blijven antwoorden weg? Als God echt van me houdt, waarom helpt Hij mij dan niet? Als Hij met me meevoelt, waarom geneest Hij mijn hart dan niet?

In Psalmen 16:10 lezen we:

‘Want U zult mijn ziel in het graf niet verlaten.’

Als ik dit vers laat doordringen, dan krijg ik de geruststelling dat God me niet alleen laat op mijn stille zaterdagen. De stilte betekent niet dat Hij afwezig is, of te druk bezig met andere dingen, of onverschillig. De stilte heeft me iets te leren.

Want alle vlees
is in Mijn handen;
wees stil en weet
dat Ik God ben.’
(L&V101:16)

Stille zaterdagen hebben een doel. Als al ons ongemak direct verholpen zou worden, of al onze vragen direct opgelost zouden worden, alle verdriet ineens zou verdwijnen en alle twijfels plotseling  in de grond zouden worden geboord, zouden we dan de genezing of het antwoord voldoende appreciëren? Zouden we medeleven kunnen ontwikkelen?

Misschien is het ook wel de bedoeling om geduld te leren, om geestelijke spieren te ontwikkelen, om vol te houden.
We ondervinden en begrijpen dan wat Johannes schreef:
‘Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn Eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat eenieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.’ (Johannes 3:16)

Liefde is troost in droefheid,
stilte in tumult,
rust in onrust,
hoop in wanhoop.
(Henry Drummond)

Als jij je nu geplet voelt tussen een vrijdag en een zondag, vertrouw dan op die stille zaterdag.

Jezus overwon de dood. Hij is verrezen!

Wees blij en vier Pasen!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Happy New Year!

Januari … nieuwjaarsmaand in de Westerse wereld. Het is een feestmaand, een ‘bezoekjesmaand’, een reflectiemaand, een doelen-stellen-maand, een wintermaand. Zeg het nu zelf, een maand om U tegen te zeggen.
Niet alleen op 1 januari, maar 31 dagen lang kunnen we onze dichte of verre medemensen een gelukkig nieuwjaar toewensen. In ons kleine Belgenlandje lezen kinderen in Vlaanderen nieuwjaarsbrieven voor aan hun ouders en andere familieleden. Het is al een heel lange traditie en het is best wel leuk om de kleinsten een zelfgeschreven briefje te horen opzeggen. De groteren, die de lagere school gepasseerd zijn, willen niet onder doen en zoeken via google op hun al dan niet ‘slimme’ phone een versie waar ze zelf om grinniken.
Het geeft me een warm gevoel als ik mijn kleinkinderen woorden hoor formuleren als – snuifjes geluk en druppeltjes vrede, beloftes om hun best te doen en de waarschuwing dat ze toch wel soms vergeetachtig zijn. Hoopvolle woorden en verwachtingsvolle wensen in een wereld die echt wel niet zo fraai is.

 

We beginnen aan een nieuw levensboek en hopen dat we het vol kunnen schrijven met leuke, diepzinnige, grappige, spirituele, gezonde en prachtige anekdotes.  Maar het is goed voordat we beginnen te schrijven op de lege bladzijden van ’t nieuwe jaar, dat we ook ons volgeschreven vorige boek even overlopen. Terugblikken op het gepasseerde jaar is een prachtig middel om te reflecteren op hoe je gegroeid bent en hoe je in de kersverse jaar verder wil groeien.

Until
you take the journey
of self-reflection,
it is almost impossible
to grow and learn
in life.
(anoniem)

Als je dan begint na te denken over wat voorbij is, wat er nu gebeurt, en wat er in het verschiet ligt, dan kan vooral dat laatste je adem wegnemen en vele vragen beginnen door je hoofd te razen.  Wat als dit of dat gebeurt? Of niet gebeurt? De nieuwjaarsmaand is niet bedoeld om angstig de toekomst in te staren, maar om met open armen het onbekende te omhelzen. Martin Held zei eens: ‘Wie de toekomst als tegenwind ervaart, loopt in de verkeerde richting.’  Als je wil fietsen en je zeurt over tegenwind, dan blijft je fiets op stal staan, ja toch?
Zelfreflectie is bedoeld om uit te zoeken hoe je denkt over dingen, wat je er over zegt, en wat je ermee doet. Ja, door terug te kijken kunnen we ons leven begrijpen, maar we moeten hoopvol voorwaarts kijken om het ten volle te beleven. Albert Einstein zei: Leer van gisteren, leef voor vandaag, hoop voor morgen.’  Hoop geeft moed, geloof geeft kracht en zekerheid. Maar dat zijn dingen die je moet kiezen. Je moet ervoor kiezen om te hopen. Je moet ervoor kiezen om het zaadje van geloof te planten. Je moet ervoor kiezen om dat zaadje te verzorgen en voedsel te geven. Je moet ervoor kiezen om het goede te blijven zien in je medemens, in de wereld om je heen.

‘Ieder persoon bewandelt zijn pad in een voortdurend veranderende wereld – een wereld van wedijverende ideologieën. De krachten van het kwade zullen altijd in strijd zijn met de krachten van het goede. Waarheid, verbonden en verordeningen stellen ons in staat om angst te overwinnen en de toekomst met geloof tegemoet te zien.’ (Russell M. Nelson)

Je zal niet op al je vragen een positief antwoord krijgen, maar ontdek antwoorden die je aansporen om je eigen leven wat te verbeteren.
Verandert het klimaat? Ik kan dit niet omkeren of stoppen in mijn eentje, maar in mijn kleine wereldje kan ik besluiten om de natuur rondom mij te respecteren, er verwonderd over te blijven, schoonheid te ontdekken, en een steentje – hoe klein ook- bij te dragen.
Ik kan in mijn eentje kernwapens niet laten verdwijnen of de oorlog in Oekraïne stoppen, of het geweld weg toveren. Ik kan wel in mijn eigen kleine wereldje liefde en begrip onderwijzen voor elk levend wezen. Ik kan een luisterend oor zijn voor collega’s, voor vrienden, voor mijn kinderen en kleinkinderen, zelfs voor een onbekende.
Ik kan in mijn eentje fake news niet tegen houden en venijnige sociale media-antwoorden geen halt toeroepen, maar in mijn eigen kleine wereldje kan ik zelf mijn verantwoordelijkheid opnemen om verschillende bronnen te raadplegen, verschillende meningen te horen en opbouwende kritiek te uiten.
Ik kan in mijn eentje de politieke chaos niet oplossen, de prijsstijgingen niet naar beneden halen en het verdwijnen van respectvolle omgangsnormen niet keren, maar ik kan wel in mijn eigen kleine wereldje mijn buren helpen, vrijwilligerswerk doen en goede initiatieven steunen.
Ik kan in mijn eentje de besparing op licht niet teniet doen, de duisternis niet volledig afzwakken, maar ik kan een lichtje zijn in deze bij tijden donkere wereld. Licht doet duisternis verdwijnen. Hoe meer licht, hoe minder donker het zal zijn.
Ik kan in mijn eentje tegen de spot met God, godsdienst, kerken en Schriftuur niet opboksen, maar ik kan wel de Godgegeven keuzevrijheid aan de mens respecteren en door mijn wandel en handel, door woord en daad, een liefdevolle getuige zijn van een almachtige God die wel alle moeilijkheden, ongemakken, leugens en slechtheid kan laten verdwijnen. Waarom doet Hij dit dan niet? Hij geeft al zijn kinderen, wij dus, alle mensen, de tijd en de vrijheid om te kiezen tussen goed en slecht, tussen beter en best.
Wat we zullen kiezen zal ons geluk en onze gemoedsrust bepalen in het nieuwe jaar.
Het afgelopen jaar heeft mij alvast dit geleerd: mijn omstandigheden hebben mijn diepste geluk niet bepaald, maar wel mijn reactie op die gebeurtenissen.

‘Meer dan het verleden
interesseert mij de toekomst,
want daarin
ben ik van plan
te leven.’
(Albert Einstein)

Zoek een rustig plekje thuis (of buiten) en laat hoopvolle verwachtingen in je binnenste stromen. weef in deze overpeinzingen het besluit om te geloven. Te geloven in jezelf, in je kracht en in je mogelijkheden. Ook om te geloven in je opstandige puber, in een vriend die je vergeten is, in de mensheid, in de triomf van goedheid en het gezonde verstand. En omarm met je hele ziel het feit dat er een liefdevolle God is die je zal helpen jouw diepste wensen te verwezenlijken.

En o ja, vergeet het oude jaar niet te bedanken voor alles wat het je gaf, want daardoor heb je de dag van vandaag bereikt en ben je geworden wie je nu bent.

 

 

 

Het monster Covid 19.

Zo’n maand geleden, terwijl de eerste tere bloesems aan de bomen verschenen, leerde ik een nieuw woord. Het was de naam van een virus: Covid 19.
19, dat was mijn leeftijd toen ik trouwde met mijn beste maatje en het leven me toelachte met ongekende mogelijkheden. Vele jaren zijn verstreken sinds die dag en de rollercoaster van het leven bracht me hoogtes en laagtes. De geboorte van kinderen tegenover de oliecrisis ; een prachtige carrière tegenover dictaturen, oorlogen en geruchten ervan; mooie hobby’s  en verre reizen tegenover wapenwedlopen en drugs; kleinkinderen tegenover het verliezen van ouders en vrienden; luxe tegenover het weggooien van traditionele waarden en normen.
Hoewel kennis en politiek voor god trachtten te spelen in een wereld die soms heel vreemde bochten nam, was mijn hart nog gevuld met vrede. Vrede, door de kennis in een God die van me houdt en het einde vanaf het begin weet, en ik kon blijven glimlachen naar de toekomst.

Denken dat God minder bestaat
als men Hem een kleine ‘g’ toebedeelt,
is net als denken
dat de tweede wereldoorlog minder heeft plaats gevonden
als men Adolf Hitler zonder hoofdletters schrijft.
(Christiaan Barnard)

Ik werd echter meer en meer verontrust door een vervelende soort arrogantie. Journalisten, wetenschappers, politici en allerlei kwakzalvers strooiden met berichten, kennis, maatregelen en weetjes over dat nieuwe woord ‘covid 19’:
Het was niet zo erg, het was slechts een milde griep –
Het was vreselijk en enorm besmettelijk.
Het zou alleen de ouderen en de zwaksten treffen –
Iedereen moet maatregelen nemen.
We kunnen het aan –
Het wordt teveel.

Nu, er zijn dingen waarvan we weten dat we ze weten. Er zijn ook dingen waarvan we weten dat we ze niet weten. En er zijn ook dingen waarvan we niet weten dat we ze niet weten.
Wetenschappelijke kennis is heel arrogant in het negeren van het niet weten van wat we niet weten. Bijvoorbeeld: in 1687 publiceerde Isaac Newton zijn wetten van beweging en legde het fundament voor de klassieke mechanica. Ze werden aanvaard als absolute kennis, maar later werden verschillende dingen ontdekt die men niet wist: eerst kwam de  klassieke aerodynamica van James Clerk Maxwell en daarna bewees Albert Einstein  dat Newtons tijdsbegrip niet klopte. Nog later toonde de kwantumfysica aan dat de wereld van de kleinste deeltjes zich niet gedraagt zoals Newton beweerde. En 40 jaar later weerlegde de snaartheorie de kwantumtheorieën die 50 jaar later verdreven werden door de M-theorie. Waar zal die binnenkort door vervangen worden? De natuurwetten die 200 jaar lang perfect leken te functioneren, bleken helemaal niet volledig te zijn.

Nederigheid
is de grootste eigenschap
die een mens kan hebben,
en arrogantie
is zonder twijfel
de slechtste.

Vandaag de dag is in de kleinste smartphone alle kennis van de wereld te vinden. Het internet levert miljarden pagina’s antwoorden op miljarden vragen. Maar hoeveel daarvan is waar? En hoeveel weten we nog niet? Het universum bestaat voor het grootste deel uit zwarte materie waar we slechts heel weinig nog van weten. Het merendeel van de oceanen op aarde is onbekend terrein. En hoeveel begrijpen we echt van ons DNA? Hoeveel weten we van de wereld van bacteriën en virussen?
Natuurlijk worden er elke dag dingen ontdekt die ons meer kennis opleveren, maar zou het de mensheid niet meer geloofwaardigheid opleveren als we zouden toegeven dat we eigenlijk heel onwetend zijn?

Een van de beste manieren tegen arrogantie
is zeeziekte.
Een mens die over de reling hangt,
vergeet zijn allures.
(Heinz Ruhmann)

Elke minuut is er nieuws heet van de naald over covid 19: beelden en woorden die beetje bij beetje het normale ontmantelen. Ons leven wordt op zijn kop gezet in ons eigen kot.
Mensen worden bang en mijden elkaar. Ook ik voelde angst. Het kreeg een leven op zich en nestelde zich in een web van zwartdenkende draden vol verdriet en paniek. Eén kuchje en het web van wantrouwen spande zich steviger. Het monster dat covid 19 heet probeerde me mentaal in zijn macht te krijgen.
En toen was er een verandering. Ik keek door het keukenraam en zag de lente. Roze, tere bloesems wiegden zachtjes in de wind en fluisterden een belofte van nieuw leven.

Het kan niet anders.
In bloesems moeten licht en wolken,
hartstocht en precisie,
hoop en weemoed,
traditie en de mooiste vorm van oorspronkelijkheid
met elkaar versmelten.
Anders kan het niet.
(Toon Vanlaere)

Mijn web van angst verschrompelde en een stille zachte stem klopte op de deur van mijn ziel:

Sta stil en weet dat Ik God ben.
(L&V 123:17)

Lichtstralen vormden in mijn binnenste een nieuw geometrisch figuur met draden van hoop, vrede, dankbaarheid en geloof. Mijn hart zwol van vreugde toen ik in het duistere Italiaanse verdriet melodische tonen van ‘la vita e bella’ hoorde. Applaus, berenjachten, verzorgenden en burenboodschappen beklemtoonden de goedheid van de mens in heel de wereld. Samen trokken we een vuist naar het monster.
Ja, we blijven in ons kot, maar ook dit zullen we dankbaar overleven.

Dankbaarheid
bekijkt de wereld op de manier die God bedoelde,
verlicht alles rondom ons,
kijkt voorbij onze tekorten,
ontdekt het goede.
(anoniem)

Het leven heeft veel spelregels die we nog niet kennen. We negeren de Ontwerper, de Grote Jehovah, maar het universum is te ingewikkeld om te hopen dat de regels anders zijn dan dat jij wil. Kiezen voor een Ontwerper, is onderdeel van het spel van het leven. De keuze is heilig, maar het geeft je een prachtig vredig gevoel als je kiest voor God.
Ik weet dat als je je overgeeft aan het idee van een liefdevolle God die alles weet vanaf het begin, dat verlangen kennis zal worden. Je weet dan dat Hij aan het roer staat en je leven verandert in een geweldige eeuwige reis – ondanks covid19 en nog zoveel dingen die we niet weten en die we niet weten dat we ze niet weten.

Om te eindigen een mooie quote van C.S Lewis:

You may ask, ‘Why is God landing in this enemy-occupied world in disguise and starting a sort of secret society to undermine the devil?
Why isn’t He landing en force, invading it?
Well, Christians think He’s going to land in force.
We don’t know when, but we can guess why.
He’s delaying
He wants to give us the chance of joining His side freely.

En mocht je niet weten wat te doen tijdens je isolatie, de volgende website kan je uren bezig houden met je ontdekkingsreis naar de Ontwerper:

www.churchofjesuschrist.org

www.kerkvanjezuschristus.org

 

Balans of overweldigd?

Het nieuwe jaar is weer met bellen, toeters, vuurwerk, doelen en beste wensen ingeluid.
Ben je positief en blij het blanco jaar binnengestapt, of zit je met een kater verweesd te staren naar je levenspagina’s van het verleden?
Is je batterij aan het sputteren of leeg door de extreme drukte, verlangens en verplichtingen?
Snak je naar meer balans zodat je je batterij weer kan opladen?

 

Life is a balance of
holding on,
letting go,
and knowing
when to do
which of the two.

 

Ervaring heeft me geleerd dat extremen mijn batterij laten leeglopen. Als ik té hard werk, is het leven niet meer leuk. Als ik té weinig werk, voel ik me ook niet goed in mijn vel. Als ik zelf té veel aan het woord ben, dan vergeet ik te luisteren. Als ik té weinig geluiden voortbreng, dan hoort niemand mij.
‘TE’ is nooit goed. ‘TE’ vreet je op. Langzaam maar zeker knabbelt ‘TE’ je dromen kapot. ‘TE’ maakt je roekeloos, of laf. ‘TE’ zet je hoog boven iedereen, of verandert je in een vod.
De Oude Grieken wisten het al dat je een ‘gouden midden’ moet vinden, het perfecte leven tussen een extreem overschot en een extreem te kort – met andere woorden: een gezonde balans in je leven.
Maar hoe doe je dat?

Balance
is not something you find,
it’s something you create.
(Jana Kingsferd)

Iedereen vergeet al eens zijn batterij op te laden. Ik, en misschien nog vele anderen, denken dat het ‘Duracell-konijn’ eeuwig rondhuppelt. Maar batterijen die niet opgeladen worden, lopen leeg.
Mijn batterij verbruikt veel als ik een lange to-do lijst moet afvinken, als ik die toch zo leuke technologische grote en kleine schermen onbeperkt mijn leven laat beheersen en als ik teveel zorgen heb. Er zijn dingen die je niet kan controleren, maar als ik bij ’t minste van ’t minste geïrriteerd word, dan roept het alarm dat het hoog tijd is om te veranderen. En als mijn man, of vrienden liefjes opmerken dat ik er toch zo moe uitzie, dan verplicht mijn ijdelheid me om de fonkel weer in mijn ogen te krijgen.

Als je van binnen in balans bent,
zie je dat aan je buitenkant.

In tijdschriften, blogs, boeken en op websites vind je honderd en één tips om je batterij weer op te laden. Die tips kunnen je ook weer stress geven. Ik zou zeggen: blijf wie je bent en volg je buikgevoel en je ingevingen om dingen los te laten, of om meer of minder te doen.

Het enige dat je hebt
wat niemand anders heeft
is jezelf:
je stem,
je verstand,
je eigenste verhaal,
je talenten,
je visie,
je dromen.
Dus,
denk en bid,
schrijf en teken,
speel en dans,
en leef het beste leven
voor jou.

Ik laad mijn batterijen op door rust te zoeken en door de wereld even weg te duwen. Ik vermijd dan het lawaai en afleiding van sociale media door een tijdje te stoppen met scrollen en posten, en zet de biep- en trilgeluiden van mijn mobieltje af.
Ik heb ontdekt dat geregeld de stilte opzoeken me de energie boost geeft om duidelijker het pad te zien waar ik op sta en of dit wel leidt naar mijn droombestemming. Wist je trouwens dat Jezus Christus het ook belangrijk vond om in de stilte te zijn? Hij ging dikwijls alleen op de berg of in de woestijn. Nu, die vinden we niet in ons laag landje, maar er zijn genoeg alternatieven. In de bossen, de duinen en aan het strand brengt de stilte me rust en besef ik duidelijker waar ik nog kan groeien en hoe ik die groei kan  bereiken.
Als mijn batterij aan het opladen is dan besef ik WAT ER ECHT TOE DOET.

Tegenwoordig zie je meer en meer oplaadpunten voor elektrische wagens. Zonder die oplaadpunten zou zo’n mooie peperdure auto niet ver geraken.
Hetzelfde geldt voor mijn leven. Als ik mijn batterij wil opladen moet ik wel iets doen: ik moet naar een oplaadpunt. Albert Einstein zei het zo:

Life is like riding a bicycle.
to keep your balance
you must keep moving.

Mijn belangrijkste oplaadpunten zijn verbinding zoeken met God en echte tijd doorbrengen met mezelf en met vrienden.
Ik zoek geregeld een heilige plaats om met God te praten. Deze praatlijn geeft me super energie. Het machtigste Wezen in het universum zendt me via de Heilige Geest nieuwe inzichten, moed, kracht, zachtmoedigheid en liefde.

When I am in tune spiritually
I find that
I can balance everything in my life
much more easily.

Tijd met mezelf doorbrengen is mijn binnenste en buitenste ‘ik’ verzorgen. Mijn brandstof is een goed boek lezen, harp spelen, een aquarelletje maken, schrijven, wandelen in de natuur, en me in de Schriften verdiepen. Echte vrienden maken daar soms een verlengstuk aan: samen wandelen, een schilderijtje cadeau geven, een stukje muziek voor hen of samen spelen, een boek bespreken en diepzinnige gesprekken voeren.
Tijd geven aan je relaties kost energie, ja, maar geeft ook veel energie terug. Vriendelijke, liefdevolle en wijze communicatie laat je groeien. Het hoeven niet altijd veel woorden te zijn: een knipoog, een knikje, een glimlach, een knuffel zorgen voor heel veel warmte en je batterij zal vlug opgeladen zijn.

Met een opgeladen batterij ben ik 100% meer mezelf, heb ik opnieuw 100% vertrouwen en kracht om de bergen te beklimmen die op mijn levenspad liggen en weet ik weer 100% welk een prachtig uitzicht de top biedt.

Mijn wens aan jullie is dat je de beste oplaadpunten mag vinden en voor 100% kan genieten van het mooie uitzicht dat het nieuwe jaar voor jou brengt.

GELUKKIG NIEUWJAAR!

Maakt geven echt gelukkiger?

December en januari zijn maanden waarin het niet alleen donker is, maar waarin ook veel geschenken worden gegeven en gekregen. Ik vind het leuk om kerst- en nieuwjaarscadeaus voor mijn kleinkinderen te kopen. Ik probeer steeds om iets te vinden wat hen blij zal maken. Het geeft me een fijn gevoel als ik de lichtjes in hun ogen zie wanneer ze hun pakje openmaken. Geven is zoveel rijker dan krijgen, vind je ook niet?

The satisfaction of giving
lasts much longer than
the sweetness of getting.
(Burton Howard)

In Israël zijn twee zeeën: de Dode Zee en de Zee van Galilea. Ik heb aan de oevers van beide zeeën gestaan en veel verschillen opgemerkt. De Zee, of het Meer van Galilea zit vol leven. Er zwemmen veel vissen in en de meest bekende is de Petrusvis. Het meer is de belangrijkste drinkwaterbron van Israël en het wemelt er van vogels. De natuur is er adembenemend mooi en voor mij was het een prachtige meditatieplaats. Ik kon er best inkomen dat zo’n tweeduizend jaar geleden honderden mensen aan de oever van dat meer naar de uiteenzettingen van Jezus Christus luisterden.
De Dode Zee is het laagst gelegen meer ter wereld en ligt in een woestijngebied. Ze is heel anders dan de Zee van Galilea: dood, geen zichtbare levende wezens, giftig en bitter. Het vreemde is dat ze allebei door dezelfde rivier gevoed worden: de Jordaan. Hoe kunnen ze dan toch zo verschillend zijn?
Wel, de Zee van Galilea krijgt aan de ene kant water binnen en aan de andere kant geeft ze water weg. De Dode zee krijgt water, maar heeft geen uitgang. Ze houdt het allemaal zelf.
In deze vergelijking zie ik een mooie levensles. Als we alleen maar krijgen en niets geven, dan leven we niet echt.

Franciscus van Assisi merkte wijs op dat het in het geven is dat we ontvangen, of zoals Paulus het verwoordde:

Het is zaliger te geven dan te ontvangen.
(Handelingen 20: 35)

In de kersttijd handelen veel mensen volgens de echte ‘kerstgeest’: de geest van het geven. Kerst is zoals een fles bruisend water opendraaien: we denken meer aan anderen dan aan onszelf en er borrelt een verlangen in ons om te geven. Talrijke projecten steken de kop op – de ‘warmste week’ is er één van- en mensen doneren geld aan allerlei goede doelen. Het zijn ook niet altijd tastbare cadeaus: buren komen samen, jongeren zingen kerstliedjes, ouderen worden wat meer bezocht … Ik genoot alvast van een prachtig gratis kerstconcert gebracht door getalenteerde jonge mensen wiens bedoeling  het was om mensen gewoon even blij te maken.

As we give presents at Christmas,
we need to recognize that
sharing our time and ourselves
is such an important part of giving.
(Gordon B. Hinckley)

Ik denk dat in ieder mens een ‘gevend gen’ zit. Als we beelden van mishandelde dieren zien dan roept een stemmetje in ons hoofd: ‘Doe iets!’
Als we reportages en nieuws zien van oorlogsslachtoffers, tsunami-overlevenden, vluchtelingen en daklozen, dan schreeuwt ons geweten: ‘Doe toch iets!’
We kunnen meestal niet ‘lijfelijk’ hulp bieden, maar door geld te storten sussen we ons geweten. Soms vragen we ons dan af of ons geld wel op de juiste plaats is geraakt en als de rampen elkaar te snel opvolgen, kijkt onze bankrekening misschien de andere richting uit.
Persoonlijke hulp geeft de meeste voldoening. We vinden het nu eenmaal leuk om iets voor een ander te doen. Helpen verbindt mensen en vertroebelt rassen en grenzen. Helpen brengt mensen dichter bij elkaar en  wederzijds vertrouwen groeit.

The more one forgets himself –
by giving himself to a cause to serve
or another person to love –
the more human he is.
(Viktor E. Frankl)

Ik geloof dat geven succes meebrengt in alle facetten van het leven. Niemand wordt armer door te geven, integendeel, er gebeurt iets magisch, iets wat wiskundig niet valt uit te leggen. Onze talenten groeien en vermeerderen telkens ze gedeeld worden.
Want zeg nu zelf, welk een meerwaarde krijgt kennis en ervaring niet als ze gedeeld worden? Of als er een verhaal in je groeit en je vertelt dit aan anderen?

De geest van Kerst is delen, vergeven, liefhebben. Deze kerstgeest vindt zijn oorsprong in het grootste geschenk dat de wereld ooit gekregen heeft -Jezus Christus.

‘ Want alzo lief heeft God de wereld gehad,
dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft,
opdat ieder die in Hem gelooft,
niet verloren gaat,
maar eeuwig leven heeft.’
(Johannes 3: 16)

Ik vraag me af waarom we elk jaar tot in december wachten om anderen wat milder te bejegenen, wat meer lief te hebben, zachter te zijn en vrijgeviger te geven. Elke dag is een geschenk, we mogen het alleen niet vergeten uitpakken!

Merry Christmas!

Zomeruur, licht en Pasen.

Het is zomeruur. Dat betekent dat we de klok een uur verder gedraaid hebben en dat 10 uur 11 uur geworden is. Dat de overheid zo’n konijn uit de hoed haalt is ongelooflijk, en nog wel voor het hele land en een groot stuk van de wereld. In mijn gewoon dagelijks leven zou ik ook wel eens de klok zomaar een uur willen terugdraaien of ineens verder zetten. Floep! Mooie dingen een uur langer beleven, minder leuke dingen vliegensvlug voorbij draaien.

De tijd is te traag voor wie wacht,
te snel voor wie bedeesd is,
te lang voor wie treurt,
te kort voor wie zich verblijdt,
maar voor wie het heeft
is de tijd eeuwig.
(R. Hoemakers)

Maar alle tijd en konijnen in hoeden ten spijt, hebben jullie last van het zomeruur?
Ik moet er toch altijd een beetje aan wennen. Mijn biologische klok heeft ’s morgens een vast uur. Elke dag word ik op ongeveer hetzelfde tijdstip wakker. Met het zomeruur voelt mijn ‘klok’ zich bedot. Ze wordt geforceerd om me nu een uur vroeger wakker te krijgen en als je mij kent is dat niet zo simpel. Gelukkig protesteert mijn lichaam maar een paar dagen en dan heeft mijn innerlijke klok zich bij het zomeruur neergelegd. Dus last? Niet echt veel.

Ik ben wel blij dat het langer licht is. In de lente lengen de dagen sowieso, maar met dat zomeruur erbij kan ik nog extra van het licht genieten.
Ik ben een ‘lichtmens’. En geef nu ook toe: licht is leven, niet?
Dat brengt me ook bij een belangrijke feestdag: Pasen. Dat christelijk feest geeft me altijd zo’n blij gevoel. Niet alleen om de mooie herinneringen van paasklokken en chocolade eieren die verstopt en gevonden werden, maar ook omdat de Paastijd me als mens enorm aanspreekt en mijn ziel verlicht.

Aan Pasen is een naam gekoppeld die bijna iedereen in de wereld kent, maar waarbij toch heel weinig mensen zijn die deze persoon echt kennen. Die naam is Jezus Christus.
Wie is Jezus? Waarom zou Hij vandaag nog belangrijk zijn?
Om te beginnen is Jezus een voornaam, net zoals Pieter en Seppe. Christus is geen achternaam, maar een titel. Die betekent ‘de Gezalfde’.
Die titel duidt erop dat Jezus geen gewone man was, of zelfs de beste leraar ooit. Hij is de beloofde Messias waarover in het Oude Testament geprofeteerd wordt. Hij zou alle mensen redden van zonde en dood (alle, daar vallen wij dus ook onder). Jezus verklaarde tijdens zijn leven zelf dat Hij de Zoon van God was. Ik geloof dat. Hij deed vele wonderen zoals zieken genezen, blinden laten zien, doven laten horen en Hij wekte zelfs doden weer tot leven. Zijn grootste wonder is dat Hij eeuwig leven en geluk aan alle mensen kan geven, we moeten alleen maar in Hem geloven en ons best doen zijn leringen te volgen. Maar mensen zijn mensen, en we maken allemaal fouten – grote en kleine. Soms falen we compleet en zitten we in zak en as, of in een diepe put. En dat is precies de reden waarom Jezus naar de aarde kwam en waarom Hij vandaag nog zo belangrijk is voor ieder van ons.

En voorts zeg ik u dat
er geen andere naam,
noch enige andere weg of middel,
zal worden gegeven waardoor
redding tot de mensenkinderen kan komen,
dan alleen
in en door de naam van
Jezus Christus,
de almachtige Heer.
(Mosiah 3: 17)

Om te kunnen begrijpen waarom Jezus zo belangrijk is, is een vergelijking misschien wel op zijn plaats:

Er was eens een man die zo graag iets wou hebben. Het was zijn grootste droom en hij had er alles voor over, dus ging hij een grote schuld aan om zijn grote verlangen waar te kunnen maken. Men had hem verwittigd hoe gevaarlijk zulke grote schulden wel zijn en hoe er met de schuldeiser niet te lachen viel. Maar de man tekende het contract. De einddatum lag ver in het verschiet en hij was er gerust in dat hij zijn schuld op tijd zou kunnen aflossen. Hij was blij, want hij had nu wat hij wilde.
Het leven ging verder met zijn ups en downs, met hard werken en met pleziertjes, met voorspoed en met tegenslag. Maar de schuldeiser had een vast plekje in zijn gedachten. Af en toe deed de man een afbetaling en stiekem hoopte hij dat de dag van de ultieme afrekening nooit zou aanbreken.
Maar die dag komt altijd voor iedereen, en dus ook voor die man. Het contract was verlopen en de schuld niet afbetaald. De man besefte dat hij zijn schuld nooit kon aflossen en dat de schuldeiser al zijn bezittingen kon opeisen en hem zelfs in de gevangenis kon steken. Hij vroeg:
Kan ik niet meer tijd krijgen?’
Kan je mijn schuld niet kwijtschelden?”
Kan je me geen genade tonen?’
De schuldeiser vond genade maar eenzijdig, daar had hij niks aan. Hij vroeg:
Geloof jij in recht? Ik wil gerechtigheid! Jij hebt het contract getekend en de wet is dat jij betaalt of gestraft wordt. Het is niet de bedoeling dat genade de gerechtigheid kan beroven.’
Als jij mijn schuld niet kwijtscheldt, dan is er geen genade!’ smeekte de man.
Als ik dat doe dan is er geen gerechtigheid!’antwoordde de schuldeiser.
Het leek erop dat er geen manier was waarop zowel de genade als de gerechtigheid tevreden zou zijn. En toch is die manier er! Maar dan is er nog iemand anders voor nodig.
De schuldenaar had een vriend die hem heel goed kende en die wist hoe kortzichtig en gek hij was geweest. Maar die vriend wilde hem helpen omdat hij van hem hield. Hij werd een middelaar. Hij betaalde de schuld en zo was de gerechtigheid tevreden. De middelaar regelde een afbetaling met zijn vriend en zo kreeg die genade.

Als we dit verhaal projecteren op ons eigen leven, dan hebben we allemaal een zekere ‘geestelijke schuld’, en op een dag zal de afrekening komen.
Dit lijkt misschien voor velen, zo niet voor iedereen, de ver-van-mijn-bed-show. Hoe kan dat nu? We zijn toch baas over ons eigen leven? Is er wel een leven na de dood waarin de afrekening komt? Ik ben toch een goed mens?
Vele mensen die een bijna-doodservaring beleefden, vertellen allemaal hoe belangrijk het is om hier goed te doen voor iedereen. Ze beklemtoonden dat het leven dat we hier leiden, ons leven aan de andere kant bepaalt.
Maar niemand is volmaakt, we kunnen allemaal meer helpen, beter helpen, meer doen, beter doen.
En de wet der gerechtigheid zal de aflossing eisen. Gelukkig is er een Middelaar.

Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen,
de mens Christus Jezus,
die zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen.
(1 Timotheüs 2: 5)

Door de genade van Jezus Christus kunnen wij, na alles wat we zelf konden doen, gered worden.

Pasen is het feest waarop de christelijke wereld de verzoening en de opstanding van Jezus Christus herdenkt. Ik kan zeker niet uitleggen hoe Jezus het lijden, de pijnen, de zonden en alle onvolmaaktheden van heel het mensdom op zich genomen heeft, en hoe Hij daar de schuld voor betaalde. Ik kan ook niet uitleggen hoe het kon dat Hij – die zeker dood was- levend werd en zo de deur van de onsterfelijkheid voor alle mensen opende. Geestelijke dingen kunnen niet uitgelegd worden op een stoffelijke manier.
Ik geloof in God en in Jezus Christus, in de opstanding en in een eeuwig leven, en als jij daar ook in gelooft dan weet je hoe moeilijk het is om anderen te vertellen wat je voelt. Ik probeer op deze blog mijn woorden zorgvuldig uit te zoeken en probeer niemand te kwetsen of de indruk te scheppen dat gelovigen ‘beter af’ zijn. Ik kan je maar een schets bieden van hoe ik God echt zie. Ik geef je een onafgewerkt product van mijn gevoelens over Zijn liefde en mijn plaats daarin, een ruw beitelwerk over hoeveel meer Licht ik daardoor ervaar.

The miracle of
RESURRECTION,
the ultimate cure,
is beyond the power of modern medicine.
But it is not beyond the power of God.
(Paul V. Johnson)

Zomeruur, Licht en Pasen. Voor de ene een geestelijke bezinning, voor de andere een familiefeest met eitjes. Geniet van al het licht.

Honing, bijen en ik.

 

Ik zit hier gezellig aan de ontbijttafel een lekkere boterham met honing op te eten. Ik ben gek op honing en vooral de zachte lentehoning heeft mijn voorkeur. Als ik na een vakantie mijn koffers leegmaak, dan vind ik daar steevast een potje honing in van een plaatselijke imker. De lekkerste honing die ik ooit gegeten heb had ik gekocht in Cyprus. Ik zie de oude imker nog op de vuile grond zitten met enkele potten honing voor zich. De honing was nog witter dan melk en ik vroeg me af of dit wel honing was. Een brede glimlach en veel handgebaren overtuigden me om een pot te kopen. Toen ik later thuis die witte honing proefde, was Cyprus nog nooit zo dichtbij geweest.

Eet honing, mijn zoon, want dat is goed,
honingzeem is zoet voor uw gehemelte;
erken, dat de wijsheid zo is voor uw ziel.
Als gij haar gevonden hebt, dan is er toekomst
en uw verwachting wordt niet afgesneden.
(Spreuken 24: 13-14)

Ik sta versteld van het wonderlijke proces hoe bijen honing maken. Honingbijen verzamelen nectar uit bloemen en die nectar bevat verschillende suikers, mineralen en sporenelementen. De nectar komt in de maag van de bij terecht en vanuit speekselklieren in de kop en het borststuk voegt de bij er de eerste enzymen en goede bacteriën aan toe. Als de bij in de bijenkast toekomt wordt het zoete sapje uit de honingmaag via de monddelen aan andere bijen doorgegeven. Terwijl de druppel van bij naar bij gaat, voegen de bijen steeds opnieuw kleine beetjes speeksel toe waarin verschillende enzymen zitten. Daarna wordt de honing in lege honingraatcellen geduwd en door snel vleugelgeklapper verder ingedikt. Als de honing rijp is verzegelen de bijen de cellen met wasdekseltjes. Dan kan de honing geoogst worden.

Wist je dat voor elke kilo honing vier kilo nectar nodig is? In ons land maakt een bijenvolk zo’n 30 kg honing per jaar. Er is me verteld dat in een bijenkorf tussen de 20 000 en  60 000 bijen leven. Om 1 kg honing te produceren moeten al die bijen miljoenen bloemen bezoeken. Dat is om te duizelen! Ik waardeer mijn lekkere honing nog meer als ik besef dat één bijtje slechts een gemiddelde leeftijd van een paar weken tot vier maanden heeft.

De bijen zoemen rond hun woning
en werken aan een nijver plan,
zij zorgen voor de zoete honing,
wij maken er een potje van.
(Toon Hermans)

Weinig dieren hebben de menselijke verbeelding zo beïnvloed als de bijen. Het was niet alleen de honing en de was die hen een faam bezorgde, maar ook hun samenlevingspatroon was een inspiratie voor filosofen, schrijvers, staatshoofden en politici zoals Aristoteles, Plato, Shakespeare en Tolstoy. Er zijn vele volksverhalen en legendes waarin bijen een rol spelen.

Ik heb een beetje rondgesnuisterd en las interessante, grappige en spirituele weetjes over deze slimme diertjes. Ik ontdekte dat de bij als een heilig insect werd beschouwd en dat het diertje de brug was tussen deze fysische wereld en de onderwereld.
De oude Grieken associeerden lippen met honing gezalfd met welsprekendheid. De bijen waren voor hen het symbool van ijver, welstand en reinheid. Ze waren ‘de Vogels der Muzen’ en werden aanzien als inspiratie voor kunstenaars. Soms zagen ze in de bij ook de bezorger van liefde.
In het Oude Egypte was de bij een teken van koningschap. Bijen waren levensgevers en stonden symbool voor geboorte, dood en wederopstanding. De tranen van de zonnegod die op aarde vielen, veranderden in werkbijen.
De Joodse historicus Josephus vermeldde dat de naam van de dichteres-profetes Deborah ‘bij’ betekent. De wortel ‘dbr’ geeft ‘woord’, wat de missie aangeeft om het Goddelijk Woord, de Waarheid, voort te brengen (Toussaint-Samat). De naam Melissa betekent hetzelfde.
Hindoes, Kelten, Islamieten, Romeinen, Chinezen, … bijna alle volken hielden bijen hoog in aanzien.
In alles wat ik gehoord en gelezen heb, wordt de bij als een symbool beschouwd van onsterfelijkheid, wedergeboorte, vlijt, arbeid, spaarzaamheid, ordening, organisatie, samenwerking, wijsheid, intelligentie, reinheid en zuiverheid. Ze brengt hemelse gaven naar de aarde en fungeert ook als hemelse boodschapper. Amaai, de bij is dus wel een diertje om u tegen te zeggen.

Be like the honey bee:
anything it eats is clean,
anything it drops is sweet,
and the branch it sits upon
does not break.
(Imam Ali)

Ik vind het verontrustend dat wetenschappers aan de alarmbel trekken. Bijen dreigen uit te sterven! Afgelopen winter stierf 14% van de tachtigduizend honingbijenvolken (Naturalis juli 2017). Als de bij zou verdwijnen is het gevolg voor de mensheid immens groot. Meer dan 3/4 van de landbouwproducten is afhankelijk van dit diertje. (Denk aan fruit, groenten, koffie, cacao, noten,…) Het is niet echt duidelijk waarom het slecht gaat met de bijen. Er worden verschillende redenen genoemd: door de intensieve landbouw, waarbij men zich richt op één gewas, vinden bijen te weinig voedsel; ook het toenemend gebruik van pesticiden is een bedreiging, evenals het verdwijnen en de versnippering van natuur en open ruimtes, de Aziatische hoornaar die bijen op zijn menu zet is ook een kleine ramp voor de diertjes, maar het is vooral een parasitaire mijt die voor veel sterfte in de bijenkasten zorgt.

If the bee disappears
from the surface of the earth,
man would have no more
than four years to live.
(Albert Einstein)

Ik vraag me af wat ik persoonlijk kan doen om mee te helpen dit tij te keren. Ik denk dat wat wild bloemenzaad zaaien in de tuin of in een bak alvast wat bijtjes zal lokken. Een bijenhotel voor wilde bijen zie ik ook wel zitten. Dat is een kleine handeling. Misschien te klein?
Ik wil over kleine handelingen en wat dit teweeg kan brengen toch nog iets kwijt.
Eén honingbij produceert niet meer honing dan 1/12 van een koffielepel. Dat lijkt heel weinig in vergelijking met het totaal, maar dit kleine deel is van groot belang voor het leven in de hele korf. Bijen zijn van elkaar afhankelijk.
Er zit een grote symboliek in: grote dingen worden tot stand gebracht en lasten worden lichter omdat vele handen tezamen werken.
Stel je voor wat miljoenen mensen in onze wereld zouden kunnen bereiken als ze doelgericht samen zouden werken zoals bijen in een bijenkorf?

In sommige christelijke bronnen wordt Christus vergeleken met honing. De Heiland zei meer dan 2000 jaar geleden:

‘Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naasten liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.’
(Mattheüs 22: 37-40)

Dat zijn heel eenvoudige woorden. Iedereen kan ze begrijpen en ze zijn zo belangrijk om na te leven. Wij dienen God lief te hebben en zowel voor onze naasten als onszelf te zorgen. Stel je voor wat er in de wereld zou veranderen moesten de mensen de handen ineenslaan en hulp geven aan eigen familie, aan vrienden, aan buren, aan medeburgers?
Er zijn gelukkig veel hulp- en kerkorganisaties die over heel de wereld humanitaire hulp geven en dat is prachtig! Maar wat kunnen we in ons eigen dagelijkse leven doen? Beeld je eens in wat het effect zou zijn van miljoenen kleine, dagelijkse daden die gebeuren uit liefde voor Christus en voor elkaar? Onze wereld verkeert in moeilijkheden van allerlei slag en ik geloof dat onze maatschappij vandaag de dag meer dan ooit nood heeft aan christelijke liefde.

We ought tot do good to others
as simply as a horse runs,
or a bee makes honey,
so a man when he has done a good act
does not call out for others
to come and see,
but he goes on to another act,
as a vine bears grapes
season after season,
without thinking of the grapes it has borne.
(Marcus Aurelius)

Eenvoudige dagelijks dienstbetoon lijkt op zich niet zo veel te betekenen, maar het is als die 1/12 honing op een koffielepel die zo belangrijk was voor de hele korf.

There is power in our love for God and for his children,
and when that love is tangibly manifest
in millions of acts of Christian kindness,
it will sweeten and nourish the world
with the life-sustaining nectar of
faith, hope and charity.
(M. Russell Ballard)

Misschien vraag je je af hoe jij in je drukke leven iemand kan helpen. Als je gelovig bent, dan kan je misschien elke dag bidden of je opmerkzaam mag zijn voor de noden van een ander. Leef dan je dag, doe gewoon, maar kijk met geloof en liefde uit naar die persoon die je nodig heeft. Gelovig of niet, focus je op de mensen rondom je, net zoals de kleine bij zich focust op de bloemen om nectar te verzamelen. Als je dit doet zal er een spirituele gevoeligheid groeien en zal je gelegenheden ontdekken om hulp, troost of hoop te geven. Denk niet te gauw aan iets groots, zoals een huis helpen verbouwen, de strijk doen, eten brengen (hoewel dit ook kan), maar een simpele glimlach, een mailtje, of een telefoontje kunnen een vermoeid hart opbeuren. Een schouderklopje of een complimentje kan moed geven. Een knuffel of een gesprekje bij een tasje thee en een koekje kan iemands dag goed maken.
Net zoals elk 12de deel van een theelepel van alle bijen samen nodig is om de hele korf in leven te houden, zo zal elk dienstbetoon van honderden mensen, elke uitgestoken hand van duizenden mensen, elk gebed van tienduizenden mensen, elke glimlach van miljoenen mensen, een geweldig effect ten goede uitstralen. In deze steeds donker wordende wereld zal daardoor het Licht van Christus feller beginnen schijnen.
Samen – welke overtuiging of geloof je ook hebt – samen kunnen we liefde en vreugde brengen in onze familie, in het leven van een eenzame, een arme en een wanhopige. Samen kunnen we via kleine daden grootse dingen tot stand brengen.

De meeste mensen kennen het beertje Winnie de Poeh. Hij is net als ik gek op honing (hij wel een beetje meer denk ik). Ik las de volgende dialoog en vond die super:

‘Wat doe je het allerliefst op de hele wereld, Poeh?’
‘Het allerliefste…’ zei Poeh, en toen moest hij eerst even nadenken.
Want al was ‘honing eten’ iets heel prettigs,
er was toch één ogenblikje,
vlak voor je begon te eten,
dat nog veel prettiger was,
maar hij wist niet hoe dat heette.
(A.A.Milne)

Wat is dat ogenblik voor jou?

Nog een tip:

Zaai of plant verschillende bloemen in je tuin of bloembak.

Lees de spannende novel: ‘De geschiedenis van de bijen.’ van Maja Lunde

Bezoek een imker.

Geniet van een boterham met honing.

 

 

Wat ik leerde van Thomas S. Monson

Thomas S. Monson

Iedereen ontmoet gedurende zijn leven wel een of meerdere coaches die een serieuze stempel op hun leven drukt. Ik heb van heel wat mensen wijze levenslessen geleerd, van leerkrachten, van collega’s, van schrijvers, van vrienden, van familie, van politici (jawel, dat kan ook), van kunstenaars, van godsdienstleiders, van …
Onlangs is een van mijn super coaches gestorven: Thomas S. Monson. Hij was meer dan de helft van mijn leven een leidende figuur in de Kerk van Jezus Christus van de heiligen der laatste dagen. Bijna 10 jaar werd hij door miljoenen mensen over heel de wereld gesteund als profeet, ziener en openbaarder.

Ik heb hem een paar keer echt ontmoet en heb met hem aan tafel gezeten. Thomas S. Monson straalde een gemoedelijke geest uit, maar liet toch een imposante indruk na. Ik heb veel van zijn toespraken gelezen en enkele boeken. Zijn levensmotto was anderen dienen.
Gedurende heel zijn leven heeft president Monson bakken kritiek geslikt. Hoge bomen vangen veel wind en hij wist dat. Ik ben directrice van een basisschool geweest en ben ook met negatieve kritiek geconfronteerd geweest. Criticasters weten meestal niet welke pijn ze veroorzaken met hun gemene uitlatingen. Die mensen kenden mijn hart en mijn bedoelingen niet, maar kende ik de hunne wel? Thomas Monson onderwees me door zijn reactie op onrechtvaardige kritiek. Hij negeerde het, vond het niet de moeite waard om te reageren en ging verder met de dingen die hij het belangrijkste vond: de Heer dienen en zijn medemens. Negativisme hield hem niet tegen om veel goeds te doen.
Ik heb me afgevraagd of hij dan nooit vervelende gevoelens tegen iemand anders zou gehad hebben. Misschien wel, maar ik heb nooit gehoord dat hij iemand de grond in boorde. Hij liet me beseffen dat we alle mensen moeten liefhebben, hen vergeven en verder gaan met ons werk en ons leven.

Als eerbetoon aan zijn leven wil ik even stilstaan bij een paar van zijn uitspraken.

Work will win when
wishy washy wishing won’t.

Een grappig gezegde, maar eentje die toch klinkt als een bazuin. Als ik iets wil bereiken, moet ik niet zeuren: ‘Ik wou dat ik beter kon schrijven’, nee, ik moet schrijven dan wordt dat beter. Ik moet niet blijven hangen met ‘Ik wou dat ik mooier kon schilderen’, neen, als ik de technieken beter wil beheersen en meer gevoel in mijn schilderwerkjes wil leggen, dan moet ik wat meer mijn verfborstels uit de kast halen. En zo moet ik oefenen op mijn harp, oefenen in spreken en luisteren en blijven studeren.
Een uitspraak van president Monson die hier bij aansluit is:

Don’t forget:
One of the saddest things in life
is wasted talent.

Daarom ben ik op mijn vijftigste nog begonnen met harp te leren spelen. Ik geloof dat elk mens minstens één fantastisch talent heeft meegekregen (en dikwijls veel meer dan één). Maar ik weet ook dat het alledaagse leven zoveel druk uitoefent. Ik denk dat de wereld er veel mooier zou uitzien moest iedereen zijn talent(en) koesteren en ontwikkelen zodat anderen er mee van kunnen genieten.
‘Had ik maar’ en ‘Was ik maar’ zijn saai en spijtig gezelschap in de herfst en winter van een mens zijn leven.

The principle of living greatly include
the capacity to face trouble with courage,
disappointment with cheerfulness,
and trial with humility.

Ik heb al meerdere keren echt moed nodig gehad om bepaalde gebeurtenissen in mijn leven te overwinnen. Ik ben ook al ontgoocheld geweest, in dingen en in mensen. Het hielp me niets om in zak en as te blijven te zitten, om te piekeren en te kankeren, maar ‘vooruit met de geit’ tovert na een tijdje wel opnieuw een glimlach. Beproevingen zijn een onderdeel van het menszijn. Ik wil ze liever niet, maar ze zijn zo nodig om je niet meer dan een ander te voelen, om met beide voetjes weer op de grond te staan, om meer mededogen te ontwikkelen. Moed, opgewektheid en nederigheid – in alle fasen van het leven – maken een mens waarlijk groot.

Er wordt gezegd dat de poort van de geschiedenis
op kleine scharnieren draait,
en dat geldt ook voor het leven van de mens.
Onze keuzes bepalen onze bestemming.

Studiekeuzes, beroepskeuze, partnerkeuze, levenshouding, het zijn zeker scharnieren in de mens zijn leven. Het lot bestaat niet, het zijn keuzes die bepalen waar je terecht komt. Hoe ouder ik word, hoe meer ik overtuigd ben van het feit dat je eerst moet weten waar je naar toe wil en dat je dan daarop je keuzes bepaalt. Het pad dat we in dit leven bewandelen, bepaalt onze eeuwige bestemming, daar ben ik zeker van.

Wij zijn niet op deze aarde geplaatst om er alleen voor te staan.
Hij die ons beter kent dan wij onszelf kennen,
Hij die alles overziet en die het eind vanaf het begin kent,
Hij heeft ons verzekerd
dat Hij er zal zijn om ons te helpen
als wij er maar om vragen.

Gebed betekent heel veel in mijn leven. Het is een anker, een bron van kracht en Gods vrede die tot mijn ziel spreekt. Dat vredig gevoel, die kalme, zoete geest, is voor mij een van de grootste zegens in mijn leven. En weet je, bidden is niet alleen voor moeilijke perioden, maar ook voor momenten waarin je je blijdschap deelt, waarin je je dankbaarheid verwoordt. Ik kan me mijn leven zonder gebed niet meer voorstellen. Het is zo’n geruststelling dat mijn Hemelse Vader altijd luistert.

Al onze woorden en daden moeten vriendelijkheid uitstralen –
op ons werk, op school, in de kerk en vooral thuis.

President Monson’s glimlach sierde hem. Zijn vele verhalen hadden een vriendelijke ondertoon. Hij kon met iedereen omgaan, van de hoogst geplaatste regeringsleider tot het kleinste kind.
Mijn eigen vader kon zijn oren bewegen en dat vond ik als kind hilarisch. Ook zijn kleinkinderen waren er gek op en ze hebben hem dikwijls gevraagd om dit te doen. Ook president Monson kon zijn oren bewegen en daardoor heeft hij het hart van veel kinderen gestolen.
Vrouwen behandelde hij met veel respect en liefde. Hij zei in een van zijn toespraken:

Every woman
deserves to be told
she is beautiful.

Is dat niet prachtig! We leven in een maatschappij waar er hoge eisen aan het schoonheidsideaal van de vrouw gesteld wordt. Thomas Monson zag schoonheid in elke vrouw. Hij zag de kracht van elke vrouw. Hij zag het potentieel van elke vrouw. Hij zag de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw. De wereld schreeuwt om letterlijke gelijkheid op alle terreinen, terwijl een profeet des Heren Gods wil verkondigt en verdedigt. Mannen en vrouwen zijn verschillend, maar gelijkwaardig.

Er valt nog veel te schrijven over Thomas S. Monson, een van de groten der aarde. Op lds.org kan je al zijn toespraken terugvinden en je zal heel wat tijd nodig hebben om ze allemaal te lezen.

Het is een andere blogtekst dan gewoonlijk. Ik wou eer betuigen aan de man die mijn leven ten goede beïnvloed heeft. Maar ik voel me er goed bij. Met een glimlach sluit ik dit bericht af met een laatste uitspraak van president Monson:

I feel
I have done
some good today.

 

Kerst en vrede.

 

Het is kerstperiode wat door velen de mooiste tijd van het jaar genoemd wordt. Anderen vinden het de meest gestresseerde en lopen van de ene winkel naar de andere, op zoek naar cadeautjes, tafeldecoratie en andere hebbedingen.
Ik hou van kerst, van de sfeer, van het gevoel dat de mensen iets vriendelijker zijn, maar vooral omdat in deze decemberperiode de betekenis van het leven zich telkens weer nestelt tot in mijn diepste zelf.
Elk jaar opnieuw sta ik stil bij de gedachte ‘Wat betekent Kerst voor mij?’. Ik kan ontroerd worden door sommige kerstliedjes en kerstverhalen. ‘A Christmas Carol’ van Charles Dickens kan ik nog honderd keer lezen en zo heb ik nog wel meer favorieten. Meestal is het stil in ons huis, ik hou van de stilte. De radio staat zelden aan en als er muziek klinkt, dan kies ik die liever zelf naargelang in welke ‘mood’ ik verkeer. Maar in december klinkt er alle dagen kerstmuziek bij ons, ofwel vanuit de CD-speler ofwel vanop mijn harp. Kerstmuziek heeft iets magisch. Er bestaat natuurlijk allerlei soorten kerstmuziek, van swingend tot ontroerend.
Onlangs werd ik geraakt door het lied ‘I heard the bells on Christmas Day’. Dit kerstlied is gebaseerd op een gedicht van de Amerikaan Henry Wadsworth Longfellow. Hij schreef dit gedicht op kerstdag 1863. Het was burgeroorlog en zijn zoon was zwaargewond. Henry Longfellow hoorde de kerstbellen en dacht na over de boodschap van ‘vrede op aarde’. Zijn vrouw was nog niet zo lang geleden gestorven, hij was een weduwnaar met zes kinderen, en zijn oudste kind kwam verlamd uit de burgeroorlog. Het gedicht laat ons een kijkje nemen in zijn verwarde, maar gelovige ziel. In deze moeilijke periode van zijn leven waar hij geconfronteerd werd met een wereld van geweld en onrechtvaardigheid, daalden de woorden ‘vrede op aarde’ in zijn pen. Je leest zijn verdriet en zijn vraagstelling over ‘vrede’. Je leest zijn ontmoediging over de confrontatie met haat en het spotten met de hemelse vredeboodschap van zo lang geleden. Maar tenslotte overwint zijn hoop en geloof in een wereld waar recht en vrede zal zegevieren.
Ik denk dat wij nu in een soortgelijke wereld leven, waar geweld en ongerechtigheid de boventoon voeren, waar God dood verklaard wordt en waar men spot met de kerstboodschap.

I heard the bells on Christmas Day
Their old, familiar carols play,
And wild and sweet
The words repeat
Of peace on earth, good-will to men!
And thought how, as the day had come,
The belfries of all Christendom
Had rolled along
The unbroken song
Of peace on earth, good-will to men!
Till ringing, singing on its way,
The world revolved from night to day,
A voice, a chime,
A chant sublime
Of peace on earth, good-will to men!
Then from each black, accursed mouth
The cannon thundered in the South,
And with the sound
The carols drowned
Of peace on earth, good will to men!
It was as if an earthquake rent
The hearth-stones of a continent,
And made forlorn
The households born
Of peace on earth, good-will to men!
And in despair I bowed my head;
‘There is no peace on earth,’ I said;
‘For hate is strong,
And mocks the song
Of peace on earth, good-will to men!’
Then pealed the bells more loud and deep:
‘God is not dead, nor doth He sleep;
The Wrong shall fail,
The Right prevail,
With peace on earth, good-will to men!’
(originele tekst van Henry Longfellow)

De kerstboom en de kerstdecoraties geven ons huis een speciale ‘look’, maar het plaatje is niet volledig zonder het kersttafereel. Ik geef Maria, Jozef en het kind een prominente plaats in onze woonkamer en als ik het oude, versleten beeldje van een herder in mijn handen houd, herinner ik me een kerstverhaal:

Ze werden wakker in een doos op zolder: een engel, een ster met een staart en een herder met een lantaarn. De herder was er erg aan toe: vorig jaar was hij gevallen, zodat de neuzen van zijn schoenen gebroken waren. Dat deed hem veel verdriet:
Je kunt toch niet met kapotte schoenen bij een kerststal staan?’ vond hij.

Hun doos werd opengemaakt.
O! Wat een prachtige ster! Ik zet ze op de hoogste tak.’
‘En die engel, die hangen we in het midden van de boom. Dan kan iedereen hem goed zien.’
‘En de herder … Ja, zijn mantel en zijn muts zijn versleten. En zijn schoenen zijn kapot!’
‘We kunnen ook zeggen dat zijn schoenen versleten zijn, omdat hij van heel ver gekomen is. Kijk, hij heeft licht meegebracht. Ik vind dat we hem de ereplaats moeten geven, omdat hij met het licht zo’n lange tocht heeft gemaakt.’

De herder werd vlakbij de kribbe gezet. Uit zijn lantaarn viel een straaltje licht.
Precies op het kind dat daar lag.
(Uit ‘Een parel voor elke dag’)

Het kerstverhaal is niet zomaar een verhaal, het is geen sprookje. Als ik de ware betekenis van dat kerstverhaal niet begrijp, dan bevind ik me in het overgecommercialiseerde kerstgebeuren. Ik geloof dat het verhaal in Bethlehem gekoppeld is aan de gebeurtenissen in Getsemane en Golgotha. Kerst is een vreugdefeest, maar het belooft geen leven zonder pijn, moeilijkheden en beproeving. Het ene verhaal kan niet zonder het andere en het getuigt wat het leven precies is. Gods Zoon, geboren in een kribbe toont ons een leven om na te volgen.
‘Ik ben het Licht’ en ‘Jullie zijn het licht’, een opdracht van naastenliefde en dienen.
Hij gaf zijn leven zodat alle mensen eeuwig kunnen leven.

‘…That Baby, the Only Begotten Son in the flesh,
born ‘away in a manger, with no crib for his bed’
makes all the difference everywhere,
worlds without number,
a lot farther than your eye can see.’
(Jeffrey R. Holland)

Hoe kunnen we nu vrede bereiken? De volgende woorden van Howard W. Hunter helpen me daarin een weg te zoeken:

Deze kerst,
leg een ruzie bij.
Zoek een vergeten vriend.
Vervang twijfel door vertrouwen.
Schrijf een brief.
Geef een zacht antwoord.
Moedig de jongeren aan.
Toon uw loyaliteit in woord en daad.
Hou je aan je beloftes.
Laat los.
Vergeef een vijand.
Verontschuldig.
Probeer te begrijpen.
Leg eens je voorwaarden voor anderen onder de loep.
Denk eerst aan iemand anders.
Wees vriendelijk.
Wees lief.
Lach een beetje meer.
Uit je dankbaarheid.
Verwelkom een vreemdeling.
Maak een kind blij.
Geniet van de schoonheid en het wonder van de natuur.
Spreek liefde uit
en spreek het opnieuw.

 

VROLIJK KERSTFEEST!

 

Godsdienstvrijheid op de schop?

De lezing van een moslimprediker in Genk en de terreuraanslag in een moskee in Egypte doen vele gedachten weer overhellen naar het ‘absurde’ van godsdienst. Als we al dat leed zien dat door sommigen veroorzaakt wordt in de naam van godsdienst, dan sluipt het idee wel eens binnen of het inderdaad niet beter zou zijn om de godsdienstvrijheid af te schaffen of toch te beperken. Ik las uitspraken zoals ‘We moeten niet overdrijven met onze vrijheden, eentje die voor mij de schop op mag is godsdienstvrijheid’, ‘religie heeft een voorkeursvrijheid’, en ‘de tijd dat je respect moet hebben voor iemands mening is voorbij’ (Maarten Boudry in Knack, Thijs in de Redactie).
Ik ben geschrokken van het haast haat-dragend gevoel dat deze woorden oproepen. Ik vind de islamitische terreur ook verschrikkelijk, maar moeten we dan de mensenrechten meteen veranderen? Is het recht op godsdienstvrijheid een overbodig recht?
Het is niet omdat sommige gestoorde mensen onder het masker van godsdienst vreselijke dingen doen, dat dit een reden is om de godsdienstvrijheid te beperken. Een slechte, leugenachtige toespraak is toch ook geen reden om de vrijheid van spreken te beperken?

You can’t pick and choose which types of freedom you want to defend.
You must defend all of it or be against all of it.
(Scott Howard Phillips)

België is een godsdienstvrijland. De wet staat boven religie, maar religie is een recht dat iedereen heeft. In België zijn zes godsdiensten officieel erkend, maar er zijn meer actieve godsdiensten. De vrijzinnigheid, of het humanisme, is een erkende levensbeschouwing in ons land. Een levensbeschouwing voor zowel de gelovige als de atheïst is de manier waarop je naar het leven kijkt:
Wat is het leven?
Wat is er belangrijk in het leven?
Voor de godsdienst komt er nog een vraag bij: Wat na de dood?
Het unieke en wonderlijke aspect aan de mens is dat op die belangrijke levensvragen zoveel verschillende antwoorden te vinden zijn.
Nu kan je de vraag stellen, als er zoveel verschillende meningen zijn, hoe kunnen we dan ooit de onenigheid, het onbegrip en de misverstanden oplossen? Hoe kan de mens ooit vredevol samenleven in die mix van religieuze en anti-religieuze opvattingen?

Ik denk dat we ondanks die vele verschillen met elkaar moeten leren leven.
Rik Torfs (hoogleraar en kerkjurist) is een groot voorstander van de mensenrechten. Hij stelde dat de mensenrechten één geheel vormen en als je één ding zou wegnemen de hele structuur in elkaar zou vallen. Atheïsten worden heus niet gediscrimineerd door godsdienstvrijheid. Als je de seculiere stolp gaat zetten boven alles wat grondrechten zijn, mis je de mogelijkheid om een bredere maatschappelijke consensus te krijgen en een situatie te creëren waarbij iedereen zich thuis voelt. De terreur brengt inderdaad een anti-godsdienstgevoel mee, maar we zouden eens stil moeten staan bij onze eigen cultuur. We kennen onze eigen tradities niet meer, wie zijn we zelf? Het is belangrijk om onze eigen cultuur te begrijpen en de verhalen in de Bijbel naar waarde te schatten ( www.canvas.be>tag>maarten-boudry, de afspraak)

Als je het Nieuwe Testament leest in de Bijbel weet je dat Jezus ook hierin het voorbeeld geeft. Ik lees nergens dat Hij mensen dwong om zijn leer te aanvaarden. Ik lees wel dat Hij op een eenvoudige manier zijn leringen verkondigde en de mensen de uitnodiging gaf om Hem te volgen. Christus liet de anderen toe om hun eigen keuzes te maken.

Remember how the Savior handled tough questions …
He remained calm,
He showed respect,
and He taught truth,
but He never forced anyone
to live the way He taught.
(Ronald A. Rasband)

Zou het niet geweldig zijn moesten we allemaal proberen de levensbeschouwing of het geloof van een ander te begrijpen en hen toe te laten hun leven volgens hun geloof te leven?
Natuurlijk onder voorwaarde dat deze levenswijze de gezondheid of vrijheid van iemand anders niet schaadt. Dit staat trouwens in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens:

‘Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen, zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door de praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften.’

De aanhangers van een godsdienst hebben de complementaire plicht zich aan de wetten te houden en de cultuur te respecteren van het land dat deze vrijheden waarborgt.
Als iedereen deze beginselen zou accepteren en toepassen, dan waren de discussies over de godsdienstvrijheid niet nodig.

Godsdienstvrijheid is niet alleen voor religieuze mensen, ook voor humanisten. Het beschermt zowel gelovigen als atheïsten door hen de ruimte te geven om zelf hun gedachten te bepalen, hun geweten te volgen en een leven te leven volgens wat ze geloven. Dat is toch de essentie van democratie?

The constitutional freedom of religion
is the most inalienable and sacred
of all human rights.
(Thomas Jefferson)

Ik las ergens dat 84% van de wereldbevolking een of andere godsdienst aanhangt en dat toch 77% van de wereldbevolking leeft in landen met sterk beperkte godsdienstvrijheid.
De meerderheid van de wereld kent dus geen godsdienstvrijheid, secularisme en extremisme vieren hoogdagen.
Zoals ik al aangaf klinken er tegenwoordig luide stemmen om de godsdienstvrijheid in twijfel te trekken. Er zijn er ook die proberen godsdienst en gelovigen belachelijk te maken. Of zoals Criss Jami het zei:

Everyone claims to be okay with freedom of religion,
but the moment you mention God
there is a strange tension that fills the air.

Ik heb dat ook al meegemaakt. Ik word door bepaalde mensen niet meer voor ‘vol’ aanzien als ik opmerk te geloven in het bestaan van God. Er zijn er ook die me zeggen dat godsdienst de belangen en de doelen van de overheid en de samenleving zouden schaden. Maar ik weet dat godsdienst een meerwaarde betekent voor elke samenleving!
Melanie Phillips, een atheïste, schreef in haar boek ‘The World Turned Upside Down: The Global Battle over God, Truth and Power’:

‘Je hoeft niet godsdienstig te zijn om in te zien dat de fundamentele waarden van de westerse beschaving op godsdienst gegrondvest zijn. Er is alle reden tot bezorgdheid dat de naleving van godsdienstige beginselen wordt uitgehold en die waarden daarmee ondermijnd worden.’

Vraag je je af wat die fundamentele waarden zijn?
Wel, misschien wel de belangrijkste is dat ieder mens waardevol is.
Denk ook aan de afschaffing van de slavenhandel en de burgerrechtenbeweging, die werden voornamelijk gedragen door mensen met een duidelijke godsdienstige visie.
En wat denk je over de oorsprong van scholen, ziekenhuizen, weeshuizen en andere liefdadigheidsinstellingen?
Rabbi Jonathan Sacks zei:

‘Godsdienst blijft de cruciale factor bij uitstek bij de opbouw van gemeenschappen overal ter wereld. Godsdienst is de beste remedie tegen het individualisme van het consumptietijdperk. De geschiedenis leert ons dat de samenleving niet zonder kan.’

Ik vind het jammer dat sommigen godsdienst als de kanker van de maatschappij beschouwen. We worden inderdaad geconfronteerd met terreur en de meeste slachtoffers van IS zijn moslims. De geschiedenis van de katholieke kerk kent ook zijn gruwelen – de kruistochten en de inquisitie van de 16de eeuw. Maar we zien in de geschiedenis niet alleen onder de naam van godsdienst onderdrukking, ook atheïstische regimes hebben onder de naam van hun levensbeschouwing allerhande wreedheden uitgevoerd. Tegenwoordig staat Noord Korea al jarenlang op nr. 1 van de top 50 landen waar christenen het hevigst vervolgd worden.

Dr. Jan Figel van de Europese Unie zei:

De vervolging in de wereld neemt alleen nog maar toe. De verdrukking wordt steeds bloediger. We mogen niet passief blijven toekijken. Het respect voor de menselijke waardigheid is enorm belangrijk. We moeten een beter leven voor iedereen bevorderen… We zouden moeten erkennen dat menselijkheid en geloof samen kunnen gaan. Godsdienstvrijheid is een onmisbaar onderdeel van de menselijke waardigheid. We vormen op aarde één grote familie. Waardigheid is er voor iedereen. We zijn allemaal verschillend en toch gelijkwaardig. Dat moeten we blijven benadrukken. Het gaat niet zozeer om verschillende godsdiensten, maar wel om het gebruiken van de inspiratie die we uit onze overtuiging en filosofie halen. Op die manier realiseren we meer menselijkheid in de wereld. Op dat vlak kunnen gelovigen en humanisten elkaar vinden.’

Ik ben een christen. Ik behoor tot een niet erkende godsdienst in mijn land. Enkele van de geloofsartikelen van de kerk waar ik lid van ben (de Kerk van Jezus Christus van de heiligen der laatste dagen) luiden:

Wij eisen het goed recht de almachtige God te aanbidden volgens de stem van ons eigen geweten, en kennen alle mensen hetzelfde goed recht toe: laat hen aanbidden hoe, waar of wat zij willen. Wij geloven onderdanig te moeten zijn aan koningen, presidenten, heersers en magistraten, door het gehoorzamen, eerbiedigen en hooghouden van de wet. Wij geloven eerlijk te moeten zijn, trouw, kuis, welwillend, deugdzaam en goed te moeten doen aan alle mensen.’

Mijn kerk heeft meer dan 14 miljoen leden verspreid over de hele wereld. Gezien de hele wereldbevolking zijn we klein in aantal, maar we hebben als geloofsgemeenschap al zoveel goeds tot stand kunnen brengen. Even een paar voorbeelden om aan te tonen dat godsdienst wel degelijk een positief verschil op de maatschappij kan uitmaken:

In 2015 doneerden vrijwilligers uit mijn kerk 25 miljoen uur aan arbeid voor welzijnszorg en humanitaire projecten. LDS Charities werkt nauw samen met andere organisaties zoals het Rode Kruis. De Tsunami in Zuidoost-Azië herinneren we ons misschien nog wel. Onze kerk bleef 5 jaar lang actief en bouwde er 900 permanente woningen, 24 watersystemen, 15 basisscholen, 3 zorgcentra en 3 buurtcentra die ook als moskee fungeerden. Bij elke wereldramp is onze kerk als een der eerste ter plaatse en biedt hulp aan alle mensen welk hun levensbeschouwing of geloof ook is.

Godsdienst geen meerwaarde? Ik denk het wel.

Godsdienstvrijheid is de hoeksteen
van vrede
in een wereld
met velerlei levensbeschouwingen.
(D. Todd Christofferson)

Tip: Lees het artikel ‘Geloof kan ook mooi zijn’ op de blog www.geenszins.info

Meer weten over mijn kerk: www.mormon.org

www.kerkvanjezuschristus.org

www.lds.org