Maakt geven echt gelukkiger?

December en januari zijn maanden waarin het niet alleen donker is, maar waarin ook veel geschenken worden gegeven en gekregen. Ik vind het leuk om kerst- en nieuwjaarscadeaus voor mijn kleinkinderen te kopen. Ik probeer steeds om iets te vinden wat hen blij zal maken. Het geeft me een fijn gevoel als ik de lichtjes in hun ogen zie wanneer ze hun pakje openmaken. Geven is zoveel rijker dan krijgen, vind je ook niet?

The satisfaction of giving
lasts much longer than
the sweetness of getting.
(Burton Howard)

In Israël zijn twee zeeën: de Dode Zee en de Zee van Galilea. Ik heb aan de oevers van beide zeeën gestaan en veel verschillen opgemerkt. De Zee, of het Meer van Galilea zit vol leven. Er zwemmen veel vissen in en de meest bekende is de Petrusvis. Het meer is de belangrijkste drinkwaterbron van Israël en het wemelt er van vogels. De natuur is er adembenemend mooi en voor mij was het een prachtige meditatieplaats. Ik kon er best inkomen dat zo’n tweeduizend jaar geleden honderden mensen aan de oever van dat meer naar de uiteenzettingen van Jezus Christus luisterden.
De Dode Zee is het laagst gelegen meer ter wereld en ligt in een woestijngebied. Ze is heel anders dan de Zee van Galilea: dood, geen zichtbare levende wezens, giftig en bitter. Het vreemde is dat ze allebei door dezelfde rivier gevoed worden: de Jordaan. Hoe kunnen ze dan toch zo verschillend zijn?
Wel, de Zee van Galilea krijgt aan de ene kant water binnen en aan de andere kant geeft ze water weg. De Dode zee krijgt water, maar heeft geen uitgang. Ze houdt het allemaal zelf.
In deze vergelijking zie ik een mooie levensles. Als we alleen maar krijgen en niets geven, dan leven we niet echt.

Franciscus van Assisi merkte wijs op dat het in het geven is dat we ontvangen, of zoals Paulus het verwoordde:

Het is zaliger te geven dan te ontvangen.
(Handelingen 20: 35)

In de kersttijd handelen veel mensen volgens de echte ‘kerstgeest’: de geest van het geven. Kerst is zoals een fles bruisend water opendraaien: we denken meer aan anderen dan aan onszelf en er borrelt een verlangen in ons om te geven. Talrijke projecten steken de kop op – de ‘warmste week’ is er één van- en mensen doneren geld aan allerlei goede doelen. Het zijn ook niet altijd tastbare cadeaus: buren komen samen, jongeren zingen kerstliedjes, ouderen worden wat meer bezocht … Ik genoot alvast van een prachtig gratis kerstconcert gebracht door getalenteerde jonge mensen wiens bedoeling  het was om mensen gewoon even blij te maken.

As we give presents at Christmas,
we need to recognize that
sharing our time and ourselves
is such an important part of giving.
(Gordon B. Hinckley)

Ik denk dat in ieder mens een ‘gevend gen’ zit. Als we beelden van mishandelde dieren zien dan roept een stemmetje in ons hoofd: ‘Doe iets!’
Als we reportages en nieuws zien van oorlogsslachtoffers, tsunami-overlevenden, vluchtelingen en daklozen, dan schreeuwt ons geweten: ‘Doe toch iets!’
We kunnen meestal niet ‘lijfelijk’ hulp bieden, maar door geld te storten sussen we ons geweten. Soms vragen we ons dan af of ons geld wel op de juiste plaats is geraakt en als de rampen elkaar te snel opvolgen, kijkt onze bankrekening misschien de andere richting uit.
Persoonlijke hulp geeft de meeste voldoening. We vinden het nu eenmaal leuk om iets voor een ander te doen. Helpen verbindt mensen en vertroebelt rassen en grenzen. Helpen brengt mensen dichter bij elkaar en  wederzijds vertrouwen groeit.

The more one forgets himself –
by giving himself to a cause to serve
or another person to love –
the more human he is.
(Viktor E. Frankl)

Ik geloof dat geven succes meebrengt in alle facetten van het leven. Niemand wordt armer door te geven, integendeel, er gebeurt iets magisch, iets wat wiskundig niet valt uit te leggen. Onze talenten groeien en vermeerderen telkens ze gedeeld worden.
Want zeg nu zelf, welk een meerwaarde krijgt kennis en ervaring niet als ze gedeeld worden? Of als er een verhaal in je groeit en je vertelt dit aan anderen?

De geest van Kerst is delen, vergeven, liefhebben. Deze kerstgeest vindt zijn oorsprong in het grootste geschenk dat de wereld ooit gekregen heeft -Jezus Christus.

‘ Want alzo lief heeft God de wereld gehad,
dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft,
opdat ieder die in Hem gelooft,
niet verloren gaat,
maar eeuwig leven heeft.’
(Johannes 3: 16)

Ik vraag me af waarom we elk jaar tot in december wachten om anderen wat milder te bejegenen, wat meer lief te hebben, zachter te zijn en vrijgeviger te geven. Elke dag is een geschenk, we mogen het alleen niet vergeten uitpakken!

Merry Christmas!

Zomeruur, licht en Pasen.

Het is zomeruur. Dat betekent dat we de klok een uur verder gedraaid hebben en dat 10 uur 11 uur geworden is. Dat de overheid zo’n konijn uit de hoed haalt is ongelooflijk, en nog wel voor het hele land en een groot stuk van de wereld. In mijn gewoon dagelijks leven zou ik ook wel eens de klok zomaar een uur willen terugdraaien of ineens verder zetten. Floep! Mooie dingen een uur langer beleven, minder leuke dingen vliegensvlug voorbij draaien.

De tijd is te traag voor wie wacht,
te snel voor wie bedeesd is,
te lang voor wie treurt,
te kort voor wie zich verblijdt,
maar voor wie het heeft
is de tijd eeuwig.
(R. Hoemakers)

Maar alle tijd en konijnen in hoeden ten spijt, hebben jullie last van het zomeruur?
Ik moet er toch altijd een beetje aan wennen. Mijn biologische klok heeft ‘s morgens een vast uur. Elke dag word ik op ongeveer hetzelfde tijdstip wakker. Met het zomeruur voelt mijn ‘klok’ zich bedot. Ze wordt geforceerd om me nu een uur vroeger wakker te krijgen en als je mij kent is dat niet zo simpel. Gelukkig protesteert mijn lichaam maar een paar dagen en dan heeft mijn innerlijke klok zich bij het zomeruur neergelegd. Dus last? Niet echt veel.

Ik ben wel blij dat het langer licht is. In de lente lengen de dagen sowieso, maar met dat zomeruur erbij kan ik nog extra van het licht genieten.
Ik ben een ‘lichtmens’. En geef nu ook toe: licht is leven, niet?
Dat brengt me ook bij een belangrijke feestdag: Pasen. Dat christelijk feest geeft me altijd zo’n blij gevoel. Niet alleen om de mooie herinneringen van paasklokken en chocolade eieren die verstopt en gevonden werden, maar ook omdat de Paastijd me als mens enorm aanspreekt en mijn ziel verlicht.

Aan Pasen is een naam gekoppeld die bijna iedereen in de wereld kent, maar waarbij toch heel weinig mensen zijn die deze persoon echt kennen. Die naam is Jezus Christus.
Wie is Jezus? Waarom zou Hij vandaag nog belangrijk zijn?
Om te beginnen is Jezus een voornaam, net zoals Pieter en Seppe. Christus is geen achternaam, maar een titel. Die betekent ‘de Gezalfde’.
Die titel duidt erop dat Jezus geen gewone man was, of zelfs de beste leraar ooit. Hij is de beloofde Messias waarover in het Oude Testament geprofeteerd wordt. Hij zou alle mensen redden van zonde en dood (alle, daar vallen wij dus ook onder). Jezus verklaarde tijdens zijn leven zelf dat Hij de Zoon van God was. Ik geloof dat. Hij deed vele wonderen zoals zieken genezen, blinden laten zien, doven laten horen en Hij wekte zelfs doden weer tot leven. Zijn grootste wonder is dat Hij eeuwig leven en geluk aan alle mensen kan geven, we moeten alleen maar in Hem geloven en ons best doen zijn leringen te volgen. Maar mensen zijn mensen, en we maken allemaal fouten – grote en kleine. Soms falen we compleet en zitten we in zak en as, of in een diepe put. En dat is precies de reden waarom Jezus naar de aarde kwam en waarom Hij vandaag nog zo belangrijk is voor ieder van ons.

En voorts zeg ik u dat
er geen andere naam,
noch enige andere weg of middel,
zal worden gegeven waardoor
redding tot de mensenkinderen kan komen,
dan alleen
in en door de naam van
Jezus Christus,
de almachtige Heer.
(Mosiah 3: 17)

Om te kunnen begrijpen waarom Jezus zo belangrijk is, is een vergelijking misschien wel op zijn plaats:

Er was eens een man die zo graag iets wou hebben. Het was zijn grootste droom en hij had er alles voor over, dus ging hij een grote schuld aan om zijn grote verlangen waar te kunnen maken. Men had hem verwittigd hoe gevaarlijk zulke grote schulden wel zijn en hoe er met de schuldeiser niet te lachen viel. Maar de man tekende het contract. De einddatum lag ver in het verschiet en hij was er gerust in dat hij zijn schuld op tijd zou kunnen aflossen. Hij was blij, want hij had nu wat hij wilde.
Het leven ging verder met zijn ups en downs, met hard werken en met pleziertjes, met voorspoed en met tegenslag. Maar de schuldeiser had een vast plekje in zijn gedachten. Af en toe deed de man een afbetaling en stiekem hoopte hij dat de dag van de ultieme afrekening nooit zou aanbreken.
Maar die dag komt altijd voor iedereen, en dus ook voor die man. Het contract was verlopen en de schuld niet afbetaald. De man besefte dat hij zijn schuld nooit kon aflossen en dat de schuldeiser al zijn bezittingen kon opeisen en hem zelfs in de gevangenis kon steken. Hij vroeg:
Kan ik niet meer tijd krijgen?’
Kan je mijn schuld niet kwijtschelden?”
Kan je me geen genade tonen?’
De schuldeiser vond genade maar eenzijdig, daar had hij niks aan. Hij vroeg:
Geloof jij in recht? Ik wil gerechtigheid! Jij hebt het contract getekend en de wet is dat jij betaalt of gestraft wordt. Het is niet de bedoeling dat genade de gerechtigheid kan beroven.’
Als jij mijn schuld niet kwijtscheldt, dan is er geen genade!’ smeekte de man.
Als ik dat doe dan is er geen gerechtigheid!’antwoordde de schuldeiser.
Het leek erop dat er geen manier was waarop zowel de genade als de gerechtigheid tevreden zou zijn. En toch is die manier er! Maar dan is er nog iemand anders voor nodig.
De schuldenaar had een vriend die hem heel goed kende en die wist hoe kortzichtig en gek hij was geweest. Maar die vriend wilde hem helpen omdat hij van hem hield. Hij werd een middelaar. Hij betaalde de schuld en zo was de gerechtigheid tevreden. De middelaar regelde een afbetaling met zijn vriend en zo kreeg die genade.

Als we dit verhaal projecteren op ons eigen leven, dan hebben we allemaal een zekere ‘geestelijke schuld’, en op een dag zal de afrekening komen.
Dit lijkt misschien voor velen, zo niet voor iedereen, de ver-van-mijn-bed-show. Hoe kan dat nu? We zijn toch baas over ons eigen leven? Is er wel een leven na de dood waarin de afrekening komt? Ik ben toch een goed mens?
Vele mensen die een bijna-doodservaring beleefden, vertellen allemaal hoe belangrijk het is om hier goed te doen voor iedereen. Ze beklemtoonden dat het leven dat we hier leiden, ons leven aan de andere kant bepaalt.
Maar niemand is volmaakt, we kunnen allemaal meer helpen, beter helpen, meer doen, beter doen.
En de wet der gerechtigheid zal de aflossing eisen. Gelukkig is er een Middelaar.

Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen,
de mens Christus Jezus,
die zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen.
(1 Timotheüs 2: 5)

Door de genade van Jezus Christus kunnen wij, na alles wat we zelf konden doen, gered worden.

Pasen is het feest waarop de christelijke wereld de verzoening en de opstanding van Jezus Christus herdenkt. Ik kan zeker niet uitleggen hoe Jezus het lijden, de pijnen, de zonden en alle onvolmaaktheden van heel het mensdom op zich genomen heeft, en hoe Hij daar de schuld voor betaalde. Ik kan ook niet uitleggen hoe het kon dat Hij – die zeker dood was- levend werd en zo de deur van de onsterfelijkheid voor alle mensen opende. Geestelijke dingen kunnen niet uitgelegd worden op een stoffelijke manier.
Ik geloof in God en in Jezus Christus, in de opstanding en in een eeuwig leven, en als jij daar ook in gelooft dan weet je hoe moeilijk het is om anderen te vertellen wat je voelt. Ik probeer op deze blog mijn woorden zorgvuldig uit te zoeken en probeer niemand te kwetsen of de indruk te scheppen dat gelovigen ‘beter af’ zijn. Ik kan je maar een schets bieden van hoe ik God echt zie. Ik geef je een onafgewerkt product van mijn gevoelens over Zijn liefde en mijn plaats daarin, een ruw beitelwerk over hoeveel meer Licht ik daardoor ervaar.

The miracle of
RESURRECTION,
the ultimate cure,
is beyond the power of modern medicine.
But it is not beyond the power of God.
(Paul V. Johnson)

Zomeruur, Licht en Pasen. Voor de ene een geestelijke bezinning, voor de andere een familiefeest met eitjes. Geniet van al het licht.

Honing, bijen en ik.

 

Ik zit hier gezellig aan de ontbijttafel een lekkere boterham met honing op te eten. Ik ben gek op honing en vooral de zachte lentehoning heeft mijn voorkeur. Als ik na een vakantie mijn koffers leegmaak, dan vind ik daar steevast een potje honing in van een plaatselijke imker. De lekkerste honing die ik ooit gegeten heb had ik gekocht in Cyprus. Ik zie de oude imker nog op de vuile grond zitten met enkele potten honing voor zich. De honing was nog witter dan melk en ik vroeg me af of dit wel honing was. Een brede glimlach en veel handgebaren overtuigden me om een pot te kopen. Toen ik later thuis die witte honing proefde, was Cyprus nog nooit zo dichtbij geweest.

Eet honing, mijn zoon, want dat is goed,
honingzeem is zoet voor uw gehemelte;
erken, dat de wijsheid zo is voor uw ziel.
Als gij haar gevonden hebt, dan is er toekomst
en uw verwachting wordt niet afgesneden.
(Spreuken 24: 13-14)

Ik sta versteld van het wonderlijke proces hoe bijen honing maken. Honingbijen verzamelen nectar uit bloemen en die nectar bevat verschillende suikers, mineralen en sporenelementen. De nectar komt in de maag van de bij terecht en vanuit speekselklieren in de kop en het borststuk voegt de bij er de eerste enzymen en goede bacteriën aan toe. Als de bij in de bijenkast toekomt wordt het zoete sapje uit de honingmaag via de monddelen aan andere bijen doorgegeven. Terwijl de druppel van bij naar bij gaat, voegen de bijen steeds opnieuw kleine beetjes speeksel toe waarin verschillende enzymen zitten. Daarna wordt de honing in lege honingraatcellen geduwd en door snel vleugelgeklapper verder ingedikt. Als de honing rijp is verzegelen de bijen de cellen met wasdekseltjes. Dan kan de honing geoogst worden.

Wist je dat voor elke kilo honing vier kilo nectar nodig is? In ons land maakt een bijenvolk zo’n 30 kg honing per jaar. Er is me verteld dat in een bijenkorf tussen de 20 000 en  60 000 bijen leven. Om 1 kg honing te produceren moeten al die bijen miljoenen bloemen bezoeken. Dat is om te duizelen! Ik waardeer mijn lekkere honing nog meer als ik besef dat één bijtje slechts een gemiddelde leeftijd van een paar weken tot vier maanden heeft.

De bijen zoemen rond hun woning
en werken aan een nijver plan,
zij zorgen voor de zoete honing,
wij maken er een potje van.
(Toon Hermans)

Weinig dieren hebben de menselijke verbeelding zo beïnvloed als de bijen. Het was niet alleen de honing en de was die hen een faam bezorgde, maar ook hun samenlevingspatroon was een inspiratie voor filosofen, schrijvers, staatshoofden en politici zoals Aristoteles, Plato, Shakespeare en Tolstoy. Er zijn vele volksverhalen en legendes waarin bijen een rol spelen.

Ik heb een beetje rondgesnuisterd en las interessante, grappige en spirituele weetjes over deze slimme diertjes. Ik ontdekte dat de bij als een heilig insect werd beschouwd en dat het diertje de brug was tussen deze fysische wereld en de onderwereld.
De oude Grieken associeerden lippen met honing gezalfd met welsprekendheid. De bijen waren voor hen het symbool van ijver, welstand en reinheid. Ze waren ‘de Vogels der Muzen’ en werden aanzien als inspiratie voor kunstenaars. Soms zagen ze in de bij ook de bezorger van liefde.
In het Oude Egypte was de bij een teken van koningschap. Bijen waren levensgevers en stonden symbool voor geboorte, dood en wederopstanding. De tranen van de zonnegod die op aarde vielen, veranderden in werkbijen.
De Joodse historicus Josephus vermeldde dat de naam van de dichteres-profetes Deborah ‘bij’ betekent. De wortel ‘dbr’ geeft ‘woord’, wat de missie aangeeft om het Goddelijk Woord, de Waarheid, voort te brengen (Toussaint-Samat). De naam Melissa betekent hetzelfde.
Hindoes, Kelten, Islamieten, Romeinen, Chinezen, … bijna alle volken hielden bijen hoog in aanzien.
In alles wat ik gehoord en gelezen heb, wordt de bij als een symbool beschouwd van onsterfelijkheid, wedergeboorte, vlijt, arbeid, spaarzaamheid, ordening, organisatie, samenwerking, wijsheid, intelligentie, reinheid en zuiverheid. Ze brengt hemelse gaven naar de aarde en fungeert ook als hemelse boodschapper. Amaai, de bij is dus wel een diertje om u tegen te zeggen.

Be like the honey bee:
anything it eats is clean,
anything it drops is sweet,
and the branch it sits upon
does not break.
(Imam Ali)

Ik vind het verontrustend dat wetenschappers aan de alarmbel trekken. Bijen dreigen uit te sterven! Afgelopen winter stierf 14% van de tachtigduizend honingbijenvolken (Naturalis juli 2017). Als de bij zou verdwijnen is het gevolg voor de mensheid immens groot. Meer dan 3/4 van de landbouwproducten is afhankelijk van dit diertje. (Denk aan fruit, groenten, koffie, cacao, noten,…) Het is niet echt duidelijk waarom het slecht gaat met de bijen. Er worden verschillende redenen genoemd: door de intensieve landbouw, waarbij men zich richt op één gewas, vinden bijen te weinig voedsel; ook het toenemend gebruik van pesticiden is een bedreiging, evenals het verdwijnen en de versnippering van natuur en open ruimtes, de Aziatische hoornaar die bijen op zijn menu zet is ook een kleine ramp voor de diertjes, maar het is vooral een parasitaire mijt die voor veel sterfte in de bijenkasten zorgt.

If the bee disappears
from the surface of the earth,
man would have no more
than four years to live.
(Albert Einstein)

Ik vraag me af wat ik persoonlijk kan doen om mee te helpen dit tij te keren. Ik denk dat wat wild bloemenzaad zaaien in de tuin of in een bak alvast wat bijtjes zal lokken. Een bijenhotel voor wilde bijen zie ik ook wel zitten. Dat is een kleine handeling. Misschien te klein?
Ik wil over kleine handelingen en wat dit teweeg kan brengen toch nog iets kwijt.
Eén honingbij produceert niet meer honing dan 1/12 van een koffielepel. Dat lijkt heel weinig in vergelijking met het totaal, maar dit kleine deel is van groot belang voor het leven in de hele korf. Bijen zijn van elkaar afhankelijk.
Er zit een grote symboliek in: grote dingen worden tot stand gebracht en lasten worden lichter omdat vele handen tezamen werken.
Stel je voor wat miljoenen mensen in onze wereld zouden kunnen bereiken als ze doelgericht samen zouden werken zoals bijen in een bijenkorf?

In sommige christelijke bronnen wordt Christus vergeleken met honing. De Heiland zei meer dan 2000 jaar geleden:

‘Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naasten liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.’
(Mattheüs 22: 37-40)

Dat zijn heel eenvoudige woorden. Iedereen kan ze begrijpen en ze zijn zo belangrijk om na te leven. Wij dienen God lief te hebben en zowel voor onze naasten als onszelf te zorgen. Stel je voor wat er in de wereld zou veranderen moesten de mensen de handen ineenslaan en hulp geven aan eigen familie, aan vrienden, aan buren, aan medeburgers?
Er zijn gelukkig veel hulp- en kerkorganisaties die over heel de wereld humanitaire hulp geven en dat is prachtig! Maar wat kunnen we in ons eigen dagelijkse leven doen? Beeld je eens in wat het effect zou zijn van miljoenen kleine, dagelijkse daden die gebeuren uit liefde voor Christus en voor elkaar? Onze wereld verkeert in moeilijkheden van allerlei slag en ik geloof dat onze maatschappij vandaag de dag meer dan ooit nood heeft aan christelijke liefde.

We ought tot do good to others
as simply as a horse runs,
or a bee makes honey,
so a man when he has done a good act
does not call out for others
to come and see,
but he goes on to another act,
as a vine bears grapes
season after season,
without thinking of the grapes it has borne.
(Marcus Aurelius)

Eenvoudige dagelijks dienstbetoon lijkt op zich niet zo veel te betekenen, maar het is als die 1/12 honing op een koffielepel die zo belangrijk was voor de hele korf.

There is power in our love for God and for his children,
and when that love is tangibly manifest
in millions of acts of Christian kindness,
it will sweeten and nourish the world
with the life-sustaining nectar of
faith, hope and charity.
(M. Russell Ballard)

Misschien vraag je je af hoe jij in je drukke leven iemand kan helpen. Als je gelovig bent, dan kan je misschien elke dag bidden of je opmerkzaam mag zijn voor de noden van een ander. Leef dan je dag, doe gewoon, maar kijk met geloof en liefde uit naar die persoon die je nodig heeft. Gelovig of niet, focus je op de mensen rondom je, net zoals de kleine bij zich focust op de bloemen om nectar te verzamelen. Als je dit doet zal er een spirituele gevoeligheid groeien en zal je gelegenheden ontdekken om hulp, troost of hoop te geven. Denk niet te gauw aan iets groots, zoals een huis helpen verbouwen, de strijk doen, eten brengen (hoewel dit ook kan), maar een simpele glimlach, een mailtje, of een telefoontje kunnen een vermoeid hart opbeuren. Een schouderklopje of een complimentje kan moed geven. Een knuffel of een gesprekje bij een tasje thee en een koekje kan iemands dag goed maken.
Net zoals elk 12de deel van een theelepel van alle bijen samen nodig is om de hele korf in leven te houden, zo zal elk dienstbetoon van honderden mensen, elke uitgestoken hand van duizenden mensen, elk gebed van tienduizenden mensen, elke glimlach van miljoenen mensen, een geweldig effect ten goede uitstralen. In deze steeds donker wordende wereld zal daardoor het Licht van Christus feller beginnen schijnen.
Samen – welke overtuiging of geloof je ook hebt – samen kunnen we liefde en vreugde brengen in onze familie, in het leven van een eenzame, een arme en een wanhopige. Samen kunnen we via kleine daden grootse dingen tot stand brengen.

De meeste mensen kennen het beertje Winnie de Poeh. Hij is net als ik gek op honing (hij wel een beetje meer denk ik). Ik las de volgende dialoog en vond die super:

‘Wat doe je het allerliefst op de hele wereld, Poeh?’
‘Het allerliefste…’ zei Poeh, en toen moest hij eerst even nadenken.
Want al was ‘honing eten’ iets heel prettigs,
er was toch één ogenblikje,
vlak voor je begon te eten,
dat nog veel prettiger was,
maar hij wist niet hoe dat heette.
(A.A.Milne)

Wat is dat ogenblik voor jou?

Nog een tip:

Zaai of plant verschillende bloemen in je tuin of bloembak.

Lees de spannende novel: ‘De geschiedenis van de bijen.’ van Maja Lunde

Bezoek een imker.

Geniet van een boterham met honing.

 

 

Wat ik leerde van Thomas S. Monson

Thomas S. Monson

Iedereen ontmoet gedurende zijn leven wel een of meerdere coaches die een serieuze stempel op hun leven drukt. Ik heb van heel wat mensen wijze levenslessen geleerd, van leerkrachten, van collega’s, van schrijvers, van vrienden, van familie, van politici (jawel, dat kan ook), van kunstenaars, van godsdienstleiders, van …
Onlangs is een van mijn super coaches gestorven: Thomas S. Monson. Hij was meer dan de helft van mijn leven een leidende figuur in de Kerk van Jezus Christus van de heiligen der laatste dagen. Bijna 10 jaar werd hij door miljoenen mensen over heel de wereld gesteund als profeet, ziener en openbaarder.

Ik heb hem een paar keer echt ontmoet en heb met hem aan tafel gezeten. Thomas S. Monson straalde een gemoedelijke geest uit, maar liet toch een imposante indruk na. Ik heb veel van zijn toespraken gelezen en enkele boeken. Zijn levensmotto was anderen dienen.
Gedurende heel zijn leven heeft president Monson bakken kritiek geslikt. Hoge bomen vangen veel wind en hij wist dat. Ik ben directrice van een basisschool geweest en ben ook met negatieve kritiek geconfronteerd geweest. Criticasters weten meestal niet welke pijn ze veroorzaken met hun gemene uitlatingen. Die mensen kenden mijn hart en mijn bedoelingen niet, maar kende ik de hunne wel? Thomas Monson onderwees me door zijn reactie op onrechtvaardige kritiek. Hij negeerde het, vond het niet de moeite waard om te reageren en ging verder met de dingen die hij het belangrijkste vond: de Heer dienen en zijn medemens. Negativisme hield hem niet tegen om veel goeds te doen.
Ik heb me afgevraagd of hij dan nooit vervelende gevoelens tegen iemand anders zou gehad hebben. Misschien wel, maar ik heb nooit gehoord dat hij iemand de grond in boorde. Hij liet me beseffen dat we alle mensen moeten liefhebben, hen vergeven en verder gaan met ons werk en ons leven.

Als eerbetoon aan zijn leven wil ik even stilstaan bij een paar van zijn uitspraken.

Work will win when
wishy washy wishing won’t.

Een grappig gezegde, maar eentje die toch klinkt als een bazuin. Als ik iets wil bereiken, moet ik niet zeuren: ‘Ik wou dat ik beter kon schrijven’, nee, ik moet schrijven dan wordt dat beter. Ik moet niet blijven hangen met ‘Ik wou dat ik mooier kon schilderen’, neen, als ik de technieken beter wil beheersen en meer gevoel in mijn schilderwerkjes wil leggen, dan moet ik wat meer mijn verfborstels uit de kast halen. En zo moet ik oefenen op mijn harp, oefenen in spreken en luisteren en blijven studeren.
Een uitspraak van president Monson die hier bij aansluit is:

Don’t forget:
One of the saddest things in life
is wasted talent.

Daarom ben ik op mijn vijftigste nog begonnen met harp te leren spelen. Ik geloof dat elk mens minstens één fantastisch talent heeft meegekregen (en dikwijls veel meer dan één). Maar ik weet ook dat het alledaagse leven zoveel druk uitoefent. Ik denk dat de wereld er veel mooier zou uitzien moest iedereen zijn talent(en) koesteren en ontwikkelen zodat anderen er mee van kunnen genieten.
‘Had ik maar’ en ‘Was ik maar’ zijn saai en spijtig gezelschap in de herfst en winter van een mens zijn leven.

The principle of living greatly include
the capacity to face trouble with courage,
disappointment with cheerfulness,
and trial with humility.

Ik heb al meerdere keren echt moed nodig gehad om bepaalde gebeurtenissen in mijn leven te overwinnen. Ik ben ook al ontgoocheld geweest, in dingen en in mensen. Het hielp me niets om in zak en as te blijven te zitten, om te piekeren en te kankeren, maar ‘vooruit met de geit’ tovert na een tijdje wel opnieuw een glimlach. Beproevingen zijn een onderdeel van het menszijn. Ik wil ze liever niet, maar ze zijn zo nodig om je niet meer dan een ander te voelen, om met beide voetjes weer op de grond te staan, om meer mededogen te ontwikkelen. Moed, opgewektheid en nederigheid – in alle fasen van het leven – maken een mens waarlijk groot.

Er wordt gezegd dat de poort van de geschiedenis
op kleine scharnieren draait,
en dat geldt ook voor het leven van de mens.
Onze keuzes bepalen onze bestemming.

Studiekeuzes, beroepskeuze, partnerkeuze, levenshouding, het zijn zeker scharnieren in de mens zijn leven. Het lot bestaat niet, het zijn keuzes die bepalen waar je terecht komt. Hoe ouder ik word, hoe meer ik overtuigd ben van het feit dat je eerst moet weten waar je naar toe wil en dat je dan daarop je keuzes bepaalt. Het pad dat we in dit leven bewandelen, bepaalt onze eeuwige bestemming, daar ben ik zeker van.

Wij zijn niet op deze aarde geplaatst om er alleen voor te staan.
Hij die ons beter kent dan wij onszelf kennen,
Hij die alles overziet en die het eind vanaf het begin kent,
Hij heeft ons verzekerd
dat Hij er zal zijn om ons te helpen
als wij er maar om vragen.

Gebed betekent heel veel in mijn leven. Het is een anker, een bron van kracht en Gods vrede die tot mijn ziel spreekt. Dat vredig gevoel, die kalme, zoete geest, is voor mij een van de grootste zegens in mijn leven. En weet je, bidden is niet alleen voor moeilijke perioden, maar ook voor momenten waarin je je blijdschap deelt, waarin je je dankbaarheid verwoordt. Ik kan me mijn leven zonder gebed niet meer voorstellen. Het is zo’n geruststelling dat mijn Hemelse Vader altijd luistert.

Al onze woorden en daden moeten vriendelijkheid uitstralen –
op ons werk, op school, in de kerk en vooral thuis.

President Monson’s glimlach sierde hem. Zijn vele verhalen hadden een vriendelijke ondertoon. Hij kon met iedereen omgaan, van de hoogst geplaatste regeringsleider tot het kleinste kind.
Mijn eigen vader kon zijn oren bewegen en dat vond ik als kind hilarisch. Ook zijn kleinkinderen waren er gek op en ze hebben hem dikwijls gevraagd om dit te doen. Ook president Monson kon zijn oren bewegen en daardoor heeft hij het hart van veel kinderen gestolen.
Vrouwen behandelde hij met veel respect en liefde. Hij zei in een van zijn toespraken:

Every woman
deserves to be told
she is beautiful.

Is dat niet prachtig! We leven in een maatschappij waar er hoge eisen aan het schoonheidsideaal van de vrouw gesteld wordt. Thomas Monson zag schoonheid in elke vrouw. Hij zag de kracht van elke vrouw. Hij zag het potentieel van elke vrouw. Hij zag de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw. De wereld schreeuwt om letterlijke gelijkheid op alle terreinen, terwijl een profeet des Heren Gods wil verkondigt en verdedigt. Mannen en vrouwen zijn verschillend, maar gelijkwaardig.

Er valt nog veel te schrijven over Thomas S. Monson, een van de groten der aarde. Op lds.org kan je al zijn toespraken terugvinden en je zal heel wat tijd nodig hebben om ze allemaal te lezen.

Het is een andere blogtekst dan gewoonlijk. Ik wou eer betuigen aan de man die mijn leven ten goede beïnvloed heeft. Maar ik voel me er goed bij. Met een glimlach sluit ik dit bericht af met een laatste uitspraak van president Monson:

I feel
I have done
some good today.

 

Kerst en vrede.

 

Het is kerstperiode wat door velen de mooiste tijd van het jaar genoemd wordt. Anderen vinden het de meest gestresseerde en lopen van de ene winkel naar de andere, op zoek naar cadeautjes, tafeldecoratie en andere hebbedingen.
Ik hou van kerst, van de sfeer, van het gevoel dat de mensen iets vriendelijker zijn, maar vooral omdat in deze decemberperiode de betekenis van het leven zich telkens weer nestelt tot in mijn diepste zelf.
Elk jaar opnieuw sta ik stil bij de gedachte ‘Wat betekent Kerst voor mij?’. Ik kan ontroerd worden door sommige kerstliedjes en kerstverhalen. ‘A Christmas Carol’ van Charles Dickens kan ik nog honderd keer lezen en zo heb ik nog wel meer favorieten. Meestal is het stil in ons huis, ik hou van de stilte. De radio staat zelden aan en als er muziek klinkt, dan kies ik die liever zelf naargelang in welke ‘mood’ ik verkeer. Maar in december klinkt er alle dagen kerstmuziek bij ons, ofwel vanuit de CD-speler ofwel vanop mijn harp. Kerstmuziek heeft iets magisch. Er bestaat natuurlijk allerlei soorten kerstmuziek, van swingend tot ontroerend.
Onlangs werd ik geraakt door het lied ‘I heard the bells on Christmas Day’. Dit kerstlied is gebaseerd op een gedicht van de Amerikaan Henry Wadsworth Longfellow. Hij schreef dit gedicht op kerstdag 1863. Het was burgeroorlog en zijn zoon was zwaargewond. Henry Longfellow hoorde de kerstbellen en dacht na over de boodschap van ‘vrede op aarde’. Zijn vrouw was nog niet zo lang geleden gestorven, hij was een weduwnaar met zes kinderen, en zijn oudste kind kwam verlamd uit de burgeroorlog. Het gedicht laat ons een kijkje nemen in zijn verwarde, maar gelovige ziel. In deze moeilijke periode van zijn leven waar hij geconfronteerd werd met een wereld van geweld en onrechtvaardigheid, daalden de woorden ‘vrede op aarde’ in zijn pen. Je leest zijn verdriet en zijn vraagstelling over ‘vrede’. Je leest zijn ontmoediging over de confrontatie met haat en het spotten met de hemelse vredeboodschap van zo lang geleden. Maar tenslotte overwint zijn hoop en geloof in een wereld waar recht en vrede zal zegevieren.
Ik denk dat wij nu in een soortgelijke wereld leven, waar geweld en ongerechtigheid de boventoon voeren, waar God dood verklaard wordt en waar men spot met de kerstboodschap.

I heard the bells on Christmas Day
Their old, familiar carols play,
And wild and sweet
The words repeat
Of peace on earth, good-will to men!
And thought how, as the day had come,
The belfries of all Christendom
Had rolled along
The unbroken song
Of peace on earth, good-will to men!
Till ringing, singing on its way,
The world revolved from night to day,
A voice, a chime,
A chant sublime
Of peace on earth, good-will to men!
Then from each black, accursed mouth
The cannon thundered in the South,
And with the sound
The carols drowned
Of peace on earth, good will to men!
It was as if an earthquake rent
The hearth-stones of a continent,
And made forlorn
The households born
Of peace on earth, good-will to men!
And in despair I bowed my head;
‘There is no peace on earth,’ I said;
‘For hate is strong,
And mocks the song
Of peace on earth, good-will to men!’
Then pealed the bells more loud and deep:
‘God is not dead, nor doth He sleep;
The Wrong shall fail,
The Right prevail,
With peace on earth, good-will to men!’
(originele tekst van Henry Longfellow)

De kerstboom en de kerstdecoraties geven ons huis een speciale ‘look’, maar het plaatje is niet volledig zonder het kersttafereel. Ik geef Maria, Jozef en het kind een prominente plaats in onze woonkamer en als ik het oude, versleten beeldje van een herder in mijn handen houd, herinner ik me een kerstverhaal:

Ze werden wakker in een doos op zolder: een engel, een ster met een staart en een herder met een lantaarn. De herder was er erg aan toe: vorig jaar was hij gevallen, zodat de neuzen van zijn schoenen gebroken waren. Dat deed hem veel verdriet:
Je kunt toch niet met kapotte schoenen bij een kerststal staan?’ vond hij.

Hun doos werd opengemaakt.
O! Wat een prachtige ster! Ik zet ze op de hoogste tak.’
‘En die engel, die hangen we in het midden van de boom. Dan kan iedereen hem goed zien.’
‘En de herder … Ja, zijn mantel en zijn muts zijn versleten. En zijn schoenen zijn kapot!’
‘We kunnen ook zeggen dat zijn schoenen versleten zijn, omdat hij van heel ver gekomen is. Kijk, hij heeft licht meegebracht. Ik vind dat we hem de ereplaats moeten geven, omdat hij met het licht zo’n lange tocht heeft gemaakt.’

De herder werd vlakbij de kribbe gezet. Uit zijn lantaarn viel een straaltje licht.
Precies op het kind dat daar lag.
(Uit ‘Een parel voor elke dag’)

Het kerstverhaal is niet zomaar een verhaal, het is geen sprookje. Als ik de ware betekenis van dat kerstverhaal niet begrijp, dan bevind ik me in het overgecommercialiseerde kerstgebeuren. Ik geloof dat het verhaal in Bethlehem gekoppeld is aan de gebeurtenissen in Getsemane en Golgotha. Kerst is een vreugdefeest, maar het belooft geen leven zonder pijn, moeilijkheden en beproeving. Het ene verhaal kan niet zonder het andere en het getuigt wat het leven precies is. Gods Zoon, geboren in een kribbe toont ons een leven om na te volgen.
‘Ik ben het Licht’ en ‘Jullie zijn het licht’, een opdracht van naastenliefde en dienen.
Hij gaf zijn leven zodat alle mensen eeuwig kunnen leven.

‘…That Baby, the Only Begotten Son in the flesh,
born ‘away in a manger, with no crib for his bed’
makes all the difference everywhere,
worlds without number,
a lot farther than your eye can see.’
(Jeffrey R. Holland)

Hoe kunnen we nu vrede bereiken? De volgende woorden van Howard W. Hunter helpen me daarin een weg te zoeken:

Deze kerst,
leg een ruzie bij.
Zoek een vergeten vriend.
Vervang twijfel door vertrouwen.
Schrijf een brief.
Geef een zacht antwoord.
Moedig de jongeren aan.
Toon uw loyaliteit in woord en daad.
Hou je aan je beloftes.
Laat los.
Vergeef een vijand.
Verontschuldig.
Probeer te begrijpen.
Leg eens je voorwaarden voor anderen onder de loep.
Denk eerst aan iemand anders.
Wees vriendelijk.
Wees lief.
Lach een beetje meer.
Uit je dankbaarheid.
Verwelkom een vreemdeling.
Maak een kind blij.
Geniet van de schoonheid en het wonder van de natuur.
Spreek liefde uit
en spreek het opnieuw.

 

VROLIJK KERSTFEEST!

 

Godsdienstvrijheid op de schop?

De lezing van een moslimprediker in Genk en de terreuraanslag in een moskee in Egypte doen vele gedachten weer overhellen naar het ‘absurde’ van godsdienst. Als we al dat leed zien dat door sommigen veroorzaakt wordt in de naam van godsdienst, dan sluipt het idee wel eens binnen of het inderdaad niet beter zou zijn om de godsdienstvrijheid af te schaffen of toch te beperken. Ik las uitspraken zoals ‘We moeten niet overdrijven met onze vrijheden, eentje die voor mij de schop op mag is godsdienstvrijheid’, ‘religie heeft een voorkeursvrijheid’, en ‘de tijd dat je respect moet hebben voor iemands mening is voorbij’ (Maarten Boudry in Knack, Thijs in de Redactie).
Ik ben geschrokken van het haast haat-dragend gevoel dat deze woorden oproepen. Ik vind de islamitische terreur ook verschrikkelijk, maar moeten we dan de mensenrechten meteen veranderen? Is het recht op godsdienstvrijheid een overbodig recht?
Het is niet omdat sommige gestoorde mensen onder het masker van godsdienst vreselijke dingen doen, dat dit een reden is om de godsdienstvrijheid te beperken. Een slechte, leugenachtige toespraak is toch ook geen reden om de vrijheid van spreken te beperken?

You can’t pick and choose which types of freedom you want to defend.
You must defend all of it or be against all of it.
(Scott Howard Phillips)

België is een godsdienstvrijland. De wet staat boven religie, maar religie is een recht dat iedereen heeft. In België zijn zes godsdiensten officieel erkend, maar er zijn meer actieve godsdiensten. De vrijzinnigheid, of het humanisme, is een erkende levensbeschouwing in ons land. Een levensbeschouwing voor zowel de gelovige als de atheïst is de manier waarop je naar het leven kijkt:
Wat is het leven?
Wat is er belangrijk in het leven?
Voor de godsdienst komt er nog een vraag bij: Wat na de dood?
Het unieke en wonderlijke aspect aan de mens is dat op die belangrijke levensvragen zoveel verschillende antwoorden te vinden zijn.
Nu kan je de vraag stellen, als er zoveel verschillende meningen zijn, hoe kunnen we dan ooit de onenigheid, het onbegrip en de misverstanden oplossen? Hoe kan de mens ooit vredevol samenleven in die mix van religieuze en anti-religieuze opvattingen?

Ik denk dat we ondanks die vele verschillen met elkaar moeten leren leven.
Rik Torfs (hoogleraar en kerkjurist) is een groot voorstander van de mensenrechten. Hij stelde dat de mensenrechten één geheel vormen en als je één ding zou wegnemen de hele structuur in elkaar zou vallen. Atheïsten worden heus niet gediscrimineerd door godsdienstvrijheid. Als je de seculiere stolp gaat zetten boven alles wat grondrechten zijn, mis je de mogelijkheid om een bredere maatschappelijke consensus te krijgen en een situatie te creëren waarbij iedereen zich thuis voelt. De terreur brengt inderdaad een anti-godsdienstgevoel mee, maar we zouden eens stil moeten staan bij onze eigen cultuur. We kennen onze eigen tradities niet meer, wie zijn we zelf? Het is belangrijk om onze eigen cultuur te begrijpen en de verhalen in de Bijbel naar waarde te schatten ( www.canvas.be>tag>maarten-boudry, de afspraak)

Als je het Nieuwe Testament leest in de Bijbel weet je dat Jezus ook hierin het voorbeeld geeft. Ik lees nergens dat Hij mensen dwong om zijn leer te aanvaarden. Ik lees wel dat Hij op een eenvoudige manier zijn leringen verkondigde en de mensen de uitnodiging gaf om Hem te volgen. Christus liet de anderen toe om hun eigen keuzes te maken.

Remember how the Savior handled tough questions …
He remained calm,
He showed respect,
and He taught truth,
but He never forced anyone
to live the way He taught.
(Ronald A. Rasband)

Zou het niet geweldig zijn moesten we allemaal proberen de levensbeschouwing of het geloof van een ander te begrijpen en hen toe te laten hun leven volgens hun geloof te leven?
Natuurlijk onder voorwaarde dat deze levenswijze de gezondheid of vrijheid van iemand anders niet schaadt. Dit staat trouwens in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens:

‘Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen, zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door de praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften.’

De aanhangers van een godsdienst hebben de complementaire plicht zich aan de wetten te houden en de cultuur te respecteren van het land dat deze vrijheden waarborgt.
Als iedereen deze beginselen zou accepteren en toepassen, dan waren de discussies over de godsdienstvrijheid niet nodig.

Godsdienstvrijheid is niet alleen voor religieuze mensen, ook voor humanisten. Het beschermt zowel gelovigen als atheïsten door hen de ruimte te geven om zelf hun gedachten te bepalen, hun geweten te volgen en een leven te leven volgens wat ze geloven. Dat is toch de essentie van democratie?

The constitutional freedom of religion
is the most inalienable and sacred
of all human rights.
(Thomas Jefferson)

Ik las ergens dat 84% van de wereldbevolking een of andere godsdienst aanhangt en dat toch 77% van de wereldbevolking leeft in landen met sterk beperkte godsdienstvrijheid.
De meerderheid van de wereld kent dus geen godsdienstvrijheid, secularisme en extremisme vieren hoogdagen.
Zoals ik al aangaf klinken er tegenwoordig luide stemmen om de godsdienstvrijheid in twijfel te trekken. Er zijn er ook die proberen godsdienst en gelovigen belachelijk te maken. Of zoals Criss Jami het zei:

Everyone claims to be okay with freedom of religion,
but the moment you mention God
there is a strange tension that fills the air.

Ik heb dat ook al meegemaakt. Ik word door bepaalde mensen niet meer voor ‘vol’ aanzien als ik opmerk te geloven in het bestaan van God. Er zijn er ook die me zeggen dat godsdienst de belangen en de doelen van de overheid en de samenleving zouden schaden. Maar ik weet dat godsdienst een meerwaarde betekent voor elke samenleving!
Melanie Phillips, een atheïste, schreef in haar boek ‘The World Turned Upside Down: The Global Battle over God, Truth and Power’:

‘Je hoeft niet godsdienstig te zijn om in te zien dat de fundamentele waarden van de westerse beschaving op godsdienst gegrondvest zijn. Er is alle reden tot bezorgdheid dat de naleving van godsdienstige beginselen wordt uitgehold en die waarden daarmee ondermijnd worden.’

Vraag je je af wat die fundamentele waarden zijn?
Wel, misschien wel de belangrijkste is dat ieder mens waardevol is.
Denk ook aan de afschaffing van de slavenhandel en de burgerrechtenbeweging, die werden voornamelijk gedragen door mensen met een duidelijke godsdienstige visie.
En wat denk je over de oorsprong van scholen, ziekenhuizen, weeshuizen en andere liefdadigheidsinstellingen?
Rabbi Jonathan Sacks zei:

‘Godsdienst blijft de cruciale factor bij uitstek bij de opbouw van gemeenschappen overal ter wereld. Godsdienst is de beste remedie tegen het individualisme van het consumptietijdperk. De geschiedenis leert ons dat de samenleving niet zonder kan.’

Ik vind het jammer dat sommigen godsdienst als de kanker van de maatschappij beschouwen. We worden inderdaad geconfronteerd met terreur en de meeste slachtoffers van IS zijn moslims. De geschiedenis van de katholieke kerk kent ook zijn gruwelen – de kruistochten en de inquisitie van de 16de eeuw. Maar we zien in de geschiedenis niet alleen onder de naam van godsdienst onderdrukking, ook atheïstische regimes hebben onder de naam van hun levensbeschouwing allerhande wreedheden uitgevoerd. Tegenwoordig staat Noord Korea al jarenlang op nr. 1 van de top 50 landen waar christenen het hevigst vervolgd worden.

Dr. Jan Figel van de Europese Unie zei:

De vervolging in de wereld neemt alleen nog maar toe. De verdrukking wordt steeds bloediger. We mogen niet passief blijven toekijken. Het respect voor de menselijke waardigheid is enorm belangrijk. We moeten een beter leven voor iedereen bevorderen… We zouden moeten erkennen dat menselijkheid en geloof samen kunnen gaan. Godsdienstvrijheid is een onmisbaar onderdeel van de menselijke waardigheid. We vormen op aarde één grote familie. Waardigheid is er voor iedereen. We zijn allemaal verschillend en toch gelijkwaardig. Dat moeten we blijven benadrukken. Het gaat niet zozeer om verschillende godsdiensten, maar wel om het gebruiken van de inspiratie die we uit onze overtuiging en filosofie halen. Op die manier realiseren we meer menselijkheid in de wereld. Op dat vlak kunnen gelovigen en humanisten elkaar vinden.’

Ik ben een christen. Ik behoor tot een niet erkende godsdienst in mijn land. Enkele van de geloofsartikelen van de kerk waar ik lid van ben (de Kerk van Jezus Christus van de heiligen der laatste dagen) luiden:

Wij eisen het goed recht de almachtige God te aanbidden volgens de stem van ons eigen geweten, en kennen alle mensen hetzelfde goed recht toe: laat hen aanbidden hoe, waar of wat zij willen. Wij geloven onderdanig te moeten zijn aan koningen, presidenten, heersers en magistraten, door het gehoorzamen, eerbiedigen en hooghouden van de wet. Wij geloven eerlijk te moeten zijn, trouw, kuis, welwillend, deugdzaam en goed te moeten doen aan alle mensen.’

Mijn kerk heeft meer dan 14 miljoen leden verspreid over de hele wereld. Gezien de hele wereldbevolking zijn we klein in aantal, maar we hebben als geloofsgemeenschap al zoveel goeds tot stand kunnen brengen. Even een paar voorbeelden om aan te tonen dat godsdienst wel degelijk een positief verschil op de maatschappij kan uitmaken:

In 2015 doneerden vrijwilligers uit mijn kerk 25 miljoen uur aan arbeid voor welzijnszorg en humanitaire projecten. LDS Charities werkt nauw samen met andere organisaties zoals het Rode Kruis. De Tsunami in Zuidoost-Azië herinneren we ons misschien nog wel. Onze kerk bleef 5 jaar lang actief en bouwde er 900 permanente woningen, 24 watersystemen, 15 basisscholen, 3 zorgcentra en 3 buurtcentra die ook als moskee fungeerden. Bij elke wereldramp is onze kerk als een der eerste ter plaatse en biedt hulp aan alle mensen welk hun levensbeschouwing of geloof ook is.

Godsdienst geen meerwaarde? Ik denk het wel.

Godsdienstvrijheid is de hoeksteen
van vrede
in een wereld
met velerlei levensbeschouwingen.
(D. Todd Christofferson)

Tip: Lees het artikel ‘Geloof kan ook mooi zijn’ op de blog www.geenszins.info

Meer weten over mijn kerk: www.mormon.org

www.kerkvanjezuschristus.org

www.lds.org

 

Vrede, wat is dat?

 

Een Russisch schrijver keek glimlachend naar het spel van zijn kleinkinderen.
‘Wat spelen jullie?’ vroeg hij.
Wij spelen oorlog,’ riepen de kinderen.
Maar,’ zei de schrijver, ‘weten jullie dan niet dat oorlog veel pijn en verdriet met zich meebrengt? Speel liever vrede.’
‘Dat is goed, opa, ‘ zeiden de kinderen. ‘We zullen voortaan vrede spelen.’
Maar even later kwamen ze terug naar hun grootvader met de vraag:
Opa, hoe speel je vrede?”
Opa ging zitten op de bank en schudde zijn hoofd.
Ook hij wist het antwoord niet.
(uit ‘Een parel voor elke dag’)

Vredesweek, dag van de vrede … :
één van de vele projecten die op verschillende scholen georganiseerd worden, mèt of zonder gezucht van degenen die in dat werkteam zitten. Tussen alle te geven lessen en bergen papierwerk is het misschien te begrijpen dat er leerkrachten zijn die het vredesproject liever een jaartje willen overslaan. Maar als ik dan het nieuws hoor, of berichten lees van verre vrienden, dan schreeuwt mijn hart: NEE! Sla deze activiteit niet over!
Volgens mij heeft de wereld vandaag meer dan ooit nood aan een vredesboodschap. We leven in een tijd van oorlogen en geruchten van oorlogen. Aan die verschrikking kunnen we persoonlijk niets doen. Maar we moeten onverschilligheid en afstompen tegengaan.
Ik heb vele jaren met twaalf-jarige kinderen Ieper en de omliggende oorlogskerkhoven bezocht. Te midden van honderden witte kruisjes was deze luidruchtige ADHD-generatie stil en ontroerd.
We kunnen inderdaad zelf geen oorlog stoppen, maar we kunnen onszelf en de jongeren een geweten blijven schoppen!

We leven in een maatschappij waar veel haat, conflicten en ontevredenheid leeft. Onze kinderen groeien op met Facebook, Twitter, Instagram, Snapchat, …   nieuwe media die het leven weergeven, met zijn ups en downs, van gewone mensen zoals jij en ik. Maar teveel om goed te zijn, vergiftigen op die moderne berichtgeving haat- en nijdreacties de meningsuiting van een ander. Klimaatopwarming? Je moet eens een paar reacties lezen van voor- en tegenstanders – soms te lelijk om te herhalen. Hetzelfde bij genderuitingen en geloofsverklaringen. Het lijkt erop dat alleen de eigen mening mag zegevieren. Vrijheid van mening is een mensenrecht, maar o wee als die mening indruist tegen wat hip is of een hype, zelfs het suikergehalte in voeding zorgt voor verhitte gemoederen. In vroegere tijden zouden veel handschoenen toegeworpen zijn, nu snijden woorden diepe wonden.

Als we geen vrede hebben,
dan komt dat
omdat we vergeten zijn
dat we elkaar toebehoren.
(Moeder Teresa)

Dan is er ook nog de innerlijke strijd die in iedereen wel eens woedt. Dat laat me denken aan het verhaal van het schilderij van de vrede, waar een koning een grote beloning uitloofde voor de kunstenaar die het best de vrede kon weergeven op een schilderij. De koning moest uiteindelijk kiezen tussen twee schilderijen. Op het ene schilderij had de schilder een rustig meertje geschilderd, hoge bergen weerspiegelden in het water en in de lucht dreef een klein wolkje. Op het andere schilderij was een storm geschilderd. De regen pletste in een kolkende rivier en bliksemschichten verlichtten de hemel. In een struik, onder een overhangende rots, was een vogel te midden van al dit natuurgeweld aan het broeden. De koning koos dit schilderij, de schilder had uitgebeeld wat hij bedoelde: vrede is een kalm hart, te midden van de storm van het leven.
Dit verhaal leert me dat we in een prachtige, rustige omgeving kunnen wonen, maar toch geen vrede voelen omdat we innerlijk aan het strijden zijn. Aan de andere kant kunnen we ons te midden van verwoesting en vernietiging bevinden en toch een onbegrijpelijke vrede voelen. Vanwaar komt die vrede?

Vrede op aarde begint bij jezelf. Vrede verspreidt zich heel dichtbij: thuis, in je buurt, op je werk.
Of we nu geloven of niet, in onze zoektocht naar een veilige en vredevolle wereld kunnen we moeilijk het evangelie van Jezus Christus negeren. In de Bijbel komt het woord ‘vrede’ veel voor. De blijde boodschap is een evangelie van vrede. God legt veel nadruk op vrede. De engelen zongen bij de geboorte van Jezus: ‘Vrede op aarde aan alle mensen van goede wil.’
Howard W. Hunter zei: ‘De wereld waarin we leven, dicht bij huis of ver weg, heeft het evangelie van Jezus Christus nodig. Het evangelie verschaft de enige manier waarop de wereld ooit vrede zal vinden. We hebben een vreedzamere wereld nodig die ontstaat uit vreedzamere gezinnen, buurten en gemeenschappen. Om een dergelijke vrede te verwerven en te ontwikkelen ‘moeten we anderen liefhebben, zowel onze vijanden als onze vrienden.’ Wij moeten anderen in vriendschap de hand reiken. We moeten vriendelijker, zachtaardiger, vergevingsgezinder en minder snel kwaad worden. Gods handelswijze is voornamelijk gebaseerd op overreding, geduld en lankmoedigheid, niet op dwang of harde confrontatie. Zijn benadering is zachte aandrang en vriendelijke uitnodiging.’

Jezus, die ook Vredevorst genoemd wordt, zei zelf: ‘Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet zoals de wereld die geeft, geef Ik die u.'(Joh. 14: 27)
Zijn boodschap is de grootste levensfilosofie ooit aan de mens gegeven. Je moet niet gelovig zijn om zijn raadgevingen in de praktijk te brengen. In de bergrede, één van de belangrijkste toespraken van Christus, staat: ‘Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen Gods kinderen genoemd worden.’ (Matt. 5: 9)
Hebben we vandaag niet meer dan ooit vredestichters nodig?
We kunnen thuis en overal zelf een vredestichter zijn, door twist, afgunst en jaloersheid te vermijden. Probeer eens een maand thuis of op je werk vriendelijk en medelevend te zijn. Creëer een sfeer van liefde en harmonie, biedt spontaan hulp aan. Wanneer je geïrriteerd bent, beheers je, tel tot tien, zwijg. Stop met kritiek te geven of te roddelen. Vergeef en vergeet (anders worden ‘oude koeien’ vlug terug uit de sloot gehaald). Om een vredestichter te zijn (te worden) heb je dus véél geduld nodig, geduld met jezelf en met een ander.

De vrede waar de wereld naar verlangt is een staakt-het-vuren, maar men wil niet beseffen dat een blauwdruk van blijvende vrede in het evangelie van Jezus Christus ligt. Als men de moeite zou nemen om Zijn woorden te lezen, dan zou men versteld staan van de eenvoud van de dingen die Hij voorstelt om vrede te hebben.
Ik maak me ook wel zorgen om de gebeurtenissen in Noord-Korea. Mijn maag krimpt soms samen van de ophitsende taal van wereld- en plaatselijke leiders. Ik ben bezorgd om het verdwijnen van waarden en normen. Ik heb verdriet door zoveel ellende op deze wereldbol. Maar net zoals dat vogeltje op het schilderij vind ik vrede en gemoedsrust in de eenvoudige waarheidsbeginselen die Jezus onderwees. Ik heb zijn vredevolle boodschap bestudeerd. Ik speculeer niet dat God bestaat, maar ik geloof het ècht. Het herstelde evangelie van Jezus Christus heeft op mij een actieve invloed. Ik ben een mens en zeker niet volmaakt, maar mijn dagelijks toepassingen -in woord, gedachte en daad-  van waar ik in geloof geven me vrede en rust.

In het boek ‘Achterland’ van Caroline Brothers zegt Hamid:

Ik denk dat als we meer wisten over het heelal,
als we zouden weten hoe het in de ruimte is,
dat we dan hoog boven de grond zouden zijn,
ver weg van onze moeilijkheden,
en het hele leven hier beneden konden overzien.
Al het vechten zou klein zijn
en onbelangrijk en zinloos,
en misschien zouden mensen daardoor
meer van vrede houden.

De aarde is een stipje in het oneindige universum, de mens een stipje op dat stipje. Zal de mens eens begrijpen dat hij een verbondenheid moet zoeken met die nadere stipjes? Dat hij verbonden is met die stipjes? Zal hij eens echt beseffen dat ‘Wanneer de macht van de liefde, de liefde voor de macht overwint, dan pas de wereld vrede zal kennen (Jimi Hendrix)?

Er is nog nooit een goede oorlog
of een slechte vrede geweest.
(Benjamin Franklin)

Ik ben van nature optimist en ik weiger dus aan te nemen dat de mens verdrinkt in een duistere kolkende zee van racisme, geweld, slechtheid en oorlog. Ik geloof dat naastenliefde, eenheid en broederschap tussen alle volkeren eens een stralende dag zal inluiden. Een stemmetje in mij zegt: ‘Dat is het, maar je moet bij jezelf beginnen.’

September is de oogstmaand. Men oogst wat men gezaaid heeft. Als we vrede willen oogsten moeten we reinheid zaaien, moeten we eerlijk omgaan met elkaar en moeten we onzelfzuchtig helpen.

Ik ga me op het einde van elke dag afvragen:

Did I offer peace today?

Bracht ik vrede vandaag?

Doe je mee?

 

Een nieuwe lente.

De lente heeft de winter een ferme schop gegeven. Het koude seizoen geeft zich nog niet helemaal gewonnen, maar ik heb er goede hoop in dat het -volgens mij- mooiste jaargetijde gaat winnen. De dagen worden langer, de bloesems en de vroegbloeiers vieren al feest, de temperatuur vraagt af en toe al om lichte en vrolijke outfits en ik kijk uit naar het frisgroene kleurenpalet dat binnenkort de touwtjes in handen neemt.
De letterlijke lente is een feit, maar als ik zo eens om me heen kijk voel ik de noodzaak aan een andere, nieuwe lente, een geestelijke lente.
Het is hoog tijd dat de mens wakker wordt uit zijn winterslaap. Hij moet dringend zijn voorjaarsmoeheid afschudden en niet alleen dat, ook de dieper liggende moedeloosheid en lusteloosheid. Die hebben zich diep genesteld in de gedachte dat we ‘toch niets kunnen veranderen’.

Jazeker, er zijn genoeg ‘dingen’ die we persoonlijk niet kunnen veranderen, zoals het promoten van haat tegen Europeanen door de Turkse president Erdogan, het misbruiken van kinderen, het partnergeweld, de terroristische aanslagen, het schenden van de mensenrechten op zoveel plaatsen in de wereld, de duizenden vluchtelingen, de economische crisis, de hoge belastingen, de onverdraagzaamheid, de achterklap, en nog zoveel meer.
Toch moeten we blijven geloven dat zelfs het kleinste goedgemikte steentje een verstrekkende rimpeling kan veroorzaken.
Nee, ik kan de wereldproblemen niet oplossen, maar het leven is zoveel meer dan al de negatieve berichten die ons verlammen.

I know that I can’t change the things happening globally, but I know I can make a difference in the world I live in.
I can choose to be kinder especially when I don’t feel like I want to be kind.
I can choose to see the best in others, even when they make it hard.
I can forgive as I know I need others to forgive me.
I can cast a stone, and see what happens.
And if I can, so can you.
(Mylissa De Meyere in mylissasreviewsandbookthoughts.com)

Ik krijg het op mijn zenuwen van ‘ik-kan-niet-mensen’. Meestal zijn dat personen die roepen dat ze iets niet kunnen nog voor ze het geprobeerd hebben.
Je merkt deze ‘ik-kan-niet’ houding zelfs bij jonge kinderen. Veel ouders hebben zo al ontdekt hoeveel geduld ze hebben. Ook een goede leerkracht onderzoekt de onderliggende drijfveer bij die ‘ik-kan-niet’ en stuurt het zelfvertrouwen bij, of doorprikt de luiheid of de onverschilligheid. Ik las in dit verband eens het verhaal over ‘de begrafenis van Ik kan niet’:

In de klas van juf Donna waren alle kinderen ijverig aan het schrijven. Ze moesten een lijst maken van dingen die ze niet konden:
Ik kan een voetbal geen 30 m ver weg schoppen.
Ik kan geen staartdelingen maken met getallen van meer dan drie cijfers.
Ik kan niet tennissen.
Ik kan niet van de koekjes blijven.
Ik kan niet …
Ook juf Donna was aan het schrijven:
Ik kan maar geen afspraak maken met Johns moeder.
Ik kan mijn dochter niet zo ver krijgen dat ze haar kamer grondig opruimt.
Ik krijg het niet gedaan dat …
Waarom concentreerden zij zich zo op negatieve dingen in plaats van een lijstje met ‘ik-kan-wel’ zinnen op te schrijven?
Wie klaar was stopte zijn papier in een lege schoenendoos die op het bureau van de onderwijzeres stond. Ook de juf legde haar papier in de doos. Toen alle lijstjes in de doos lagen, legde juf Donna het deksel er op, stak de doos onder haar arm, nam een schop en liep naar buiten. De leerlingen volgden.
Aan de andere kant van het schoolplein begon de juf te graven. Ze gingen hun negatieve opmerkingen over zichzelf begraven!
Alle leerlingen stonden hand in hand en juf Donna sprak een grafrede uit:
‘Kinderen, we zijn hier vandaag samengekomen om afscheid te nemen van Ik-kan-niet. Toen hij nog onder ons was, had hij op ieder van ons zijn invloed; op sommigen wat meer, op anderen wat minder. Zijn naam wordt echter niet alleen op school uitgesproken, maar ook thuis, in stadhuizen, in de hoofdsteden en ja, helaas ook in het parlement. Maar nu hebben wij Ik-kan-niet een laatste rustplaats gegeven. Hij wordt opgevolgd door zijn broers en zussen Ik-kan-wel, Ik-zal en Ik-zal-nu-meteen. Ze zijn niet zo bekend als hun beroemde familielid en ze zijn zeker nog lang niet zo sterk en machtig als hij. Maar misschien zullen ze ooit, met jullie hulp, meer invloed hebben in deze wereld.
(Chick Moorman)

Misschien kunnen we allemaal wel iets van dit verhaal leren. Ik weet nog toen ik thuis de woorden ‘ik kan niet’ uitsprak, dat mijn moeder er steeds hetzelfde zinnetje op liet volgen:
‘Zet je kan neer en gebruik je handen.’
Het heeft een tijdje geduurd voor ik begreep wat ze bedoelde en nog wat meer tijd voor ik het toepaste.

If we did all the things
we are capable of doing,
we would literally astound ourselves.
(Thomas Alva Edison)

Ik kan me vinden in wat Toon Hermans schreef:
Jammer dat er zoveel kan-ik-niet-mensen zijn. Ze maken hun eigen leven enger en nauwer en verminderen hun eigen kansen, kortom ze maken het leven een beetje armer dan het is. Daarom is het goed mensen tot iets aan te zetten. Ze een zetje te geven, en ze te wijzen op de talrijke mogelijkheden die er zijn. Ik weet niet hoe oud ik zal worden, maar ik blijf hopen op nieuwe impulsen en ik ben graag bereid om zelfs de laatste dag van mijn leven nog iets nieuws te beginnen.

Het is misschien gemakkelijker een ander een aanmoedigingsduwtje te geven dan onszelf in te peperen dat we het kunnen. Ik geloof er sterk in dat als je iets echt wil, dingen waar je met je hart naar hunkert, dat je dan ingevingen zal krijgen om iets te doen of iets te veranderen. Ik weet uit ervaring dat als je dan actie onderneemt en begint met te proberen, je heel wat zal ontwikkelen!

Life is not easy for any of us.
But what of that?
We must have perseverance
and above all confidence in ourselves.
We must believe that we are gifted for something
and that this thing must be attained.
(Marie Curie)

Ieder mens heeft talenten. Het is belangrijk hoe je met die gaven omgaat. Rome is niet op één dag gebouwd. Je kan je talent ontwikkelen op verschillende niveaus: professioneel of als hobby. Waar ben jij het gelukkigst mee?
Ik hou van kunst. Ik heb bewondering voor het talent van Rubens, van Van Dijck en van Monet. Ik kan met verwondering naar de etsen van Escher kijken, maar ook naar de aquarellen van een anonieme kunstenaar. In mijn hart was het verlangen om ook te kunnen schilderen. Ik kreeg de wijze raad van een kunstenares hoe ik dat zou kunnen verwezenlijken: Oefenen, oefenen, oefenen!
Is dat niet zo met alles wat we willen bereiken, wat we willen kunnen?
Het is ook belangrijk hoe je met kritiek omgaat, want vooral de Ik-kan-nietters zullen je trachten te ondermijnen.

Als je een stem hoort die zegt
‘Je kan niet schilderen’,
lieve hemel,
schilder dan!
Zo leg je deze stem het zwijgen op!
(Vincent Van Gogh)

Mensen die zeggen dat dit niet mogelijk is,
moeten degenen die ermee bezig zijn
niet in de weg zitten!

Weet je wat ook dodelijk is voor Ik-kan-niet? Je zelf geloven!
Een vogel die neerstrijkt op een tak, fladdert niet eerst rond om te berekenen of die tak wel niet zou breken. Nee, een vogel vertrouwt niet op de tak, maar op zijn eigen vleugels.
Als je in jezelf gelooft, dan begraaf je Ik-kan-niet.

I believe in myself. I do not mean to say this with egotism. But I believe in my capacity and in your capacity to do good, to make some contribution to the society of which we are a part and to grow and develop… I believe in the priciple that I can make a difference in this world, be it ever so small. (Gordon B. Hinckley)

Lente: nieuw leven! Niet voor niets valt Pasen in de lente. Hoe symbolisch is dit nieuwe leven in het planten- en dierenrijk voor de verrijzenis van Christus, dé ultieme belofte op een nieuw leven!

De lente verrijst opnieuw.
Wij moeten ook verrijzen tot een nieuwe lente, een nieuw geestelijk leven.
Ons niet laten ontmoedigen door de winter van ongeloof en onverdraagzaamheid.
God heeft de verrijzenis geschreven
in ieder blad van iedere boom.
Dus zeker ook in je arm mensenhart.
(Phil Bosmans)

 

De vrouw: kroon op de schepping?

Elk jaar in maart wordt dat geheimzinnige wezen, de vrouw, iets meer in de schijnwerpers geplaatst. Er zijn vrouwenmarsen, vrouwenprotesten, een vrouwendag, en in kranten, tijdschriften en radioprogramma’s krijgen straffe madammen even het hoogste woord.
Veel artikels gaan over feminisme, vrouwenrechten en de discriminatie van de vrouw. Ik heb er een aantal zien passeren en wil toch een paar gedachten en gevoelens met jullie delen.

Sue Lloyd Roberts schreef: ‘God is duidelijk geen feminist.’

Door de eeuwen heen hebben verschillende godsdiensten de vrouw naar beneden gehaald. Mannen vonden in schriftuur excuses om de vrouw te kleineren, te misbruiken, te verachten en te onderdrukken. Het scheppingsverhaal vertelt echter iets helemaal anders.

Woman is God’s supreme creation.
(Gordon B. Hinckley)

Pas nadat de aarde gevormd was, nadat de dag van de nacht gescheiden was, nadat de wateren verzameld waren, na de schepping van de planten en de dieren, en nadat de man op de aarde geplaatst was, toen pas werd de vrouw geschapen. Toen verklaarde God dat zijn werk af was en dat het goed was.

Eve became God’s final creation,
the grand summation
of all of the marvelous work that had gone before.
(Gordon B. Hinckley)

Dat de vrouw het hoogtepunt van de schepping was, werd gauw vergeten door het verkeerd begrijpen en interpreteren van de gebeurtenissen die zich in de Hof van Eden afspeelden. De schuld van alle ellende werd (wordt) in de schoot van de vrouw geworpen. In zo goed als de hele wereldgeschiedenis krijgt de vrouw een tweederangsrol. Ze werd gekleineerd en gedegenereerd tot slavin. Ze is misbruikt geworden en tot dom schepsel bestempeld. En toch zijn een paar van de grootste figuren in de schriften vrouwen, vrouwen met integriteit, grote mogelijkheden, groot geloof en grote verwezenlijkingen: Esther, Naomi, Ruth, Deborah, Sariah, Maria de moeder van Jezus, de zussen Martha en Maria, Maria van Magdala, … Jezus plaatste vrouwen op een belangrijke plaats, waarom hebben velen die zijn naam belijden dan daarin gefaald?

Een paar dagen geleden had er in het Europees Parlement een debat plaats over de loonkloof tussen mannen en vrouwen in Europa. Ik kon mijn oren niet geloven toen ik de Poolse Europarlementariër, Janusz Korwin-Mikke droogweg hoorde zeggen dat het niet meer dan logisch is dat vrouwen minder verdienen dan mannen, omdat ze zwakker, kleiner en minder slim zijn. Wat?

De vrouw ligt nog steeds onder vuur. Ze is te dik, te dun, te oud, te lelijk. Eén op de tien wordt in ons land ooit verkracht. Vier op de honderd verkrachters worden gestraft, dit wil zeggen 96 dus niet! Er worden hier nog teveel seksueel getinte moppen verteld en ongewenst in billen geknepen. En ja, ik weet wel dat de vrouwen hier in het Westen het goed hebben. In andere werelddelen is het pas echt erg.

Freedom
cannot be achieved
unless the
women
have been
emancipated
from all forms of
oppression.
(Nelson Mandela)

Ik vind het erg dat in vele landen vrouwen geen stem hebben en dus nooit kunnen laten horen hoe mooi, sterk en opbouwend hun geluid wel is. De stem van de vrouw is zo krachtig dat de maatschappij, wanneer haar het zwijgen opgelegd wordt, uit haar evenwicht geraakt en alles vervormd wordt (Newsha Kavakolian).
Ik vind het verschrikkelijk dat in sommige landen vrouwen verplicht worden een boerka te dragen en dus nooit de vrijheid zullen voelen van de wind die in hun haren speelt.
Ik vind het vreselijk dat in India meisjes vanaf zes jaar al getrouwd kunnen zijn, op tienerleeftijd al een paar keer moeder kunnen worden, en op twintigjarige leeftijd al een kapot lichaam kunnen hebben.
Ik vind het afschuwelijk dat in vele landen vrouwen vernederd en misbruikt worden.
Welke ziekelijke gedachte schuilt daar toch achter? Ik denk dat in al die landen nog steeds de gedachte heerst dat vrouwen minderwaardig zijn. Het kan toch niet zijn dat meisjes genitaal verminken, deze wrede vorm van vrouwenbesnijdenis,dat dit ècht cultureel erfgoed is?
In het Russisch parlement werd begin dit jaar een nieuwe wet goedgekeurd dat huiselijk geweld niet meer beschouwd zal worden als crimineel feit. Je vrouw slaan, is dat politiek?

In een ideale wereld speelt huidskleur, afkomst, gender en uiterlijk geen rol. Mannen, vrouwen, kinderen, elk mens, heeft daar gelijke aanspraak op veiligheid, vrijheid en rechtvaardigheid. Iedereen is daar gelijkwaardig. Iedere stem wordt gehoord. Zal feminisme dat teweegbrengen?

De feministische beweging streeft ernaar dat vrouwen dezelfde rechten en mogelijkheden als mannen krijgen. De eerste feministische golf streed eind 19de eeuw voor het vrouwenkiesrecht. Vanaf 1960 was er een tweede feministische golf, die vooral de klemtoon legde op de seksuele en financiële vrijheid van de vrouw. Vanaf 1990 kwam er een derde feministische golf, het powerfeminisme of girlpower.
Het feminisme heeft veel goeds voor de vrouw tot stand gebracht: kiesrecht, universitaire studies, carrièremogelijkheden, hulpverlening, enz.

Toch wil ik mezelf geen feministe noemen.Ik hoor je al denken ‘Waarom niet?’
Ik vind dat er veel strekkingen in het feminisme zijn en ik wil geen deel uitmaken van de groep vrouwen die zich superieur ten opzichte van mannen voelen, van degenen die beweren dat alle mannen vrouwen haten; van degenen die zeggen dat alle mannen onderdrukkers zijn en dat alle vrouwen onderdrukt worden. Ik wil niet behoren tot de groep die beweert dat mannen en vrouwen gelijk zijn, die het moederschap degenereren (zijn ze vergeten dat ze zelf niet zouden bestaan zonder de vrouw die hen het leven gaf?), die vrouwelijke eigenschappen onder de wetenschappelijke tafel vegen en liefst van al willen afschaffen.

Ik schaar me achter de uitspraak van Margaret D. Nadauld:

The world has enough women who are tough;
we need women who are tender.
There are enough women who are coarse;
we need women who are kind.
There are enough women who are rude;
we need women who are refined.
We have enough women of fame and fortune;
we need more women of faith.

Vrouwen zijn anders dan mannen. Ze zijn niet minder, maar ook niet meer. De vrouw is gelijkwaardig aan de man. Eeuwen geleden was dit al duidelijk voor de apostel Paulus:

Evenwel is de man niets zonder de vrouw,
en de vrouw niets zonder de man.
(1 Kor. 11:11)

Vrouwelijkheid is iets prachtigs. Het bevindt zich in ons liefhebben en beminnen, in onze spiritualiteit en ons geloof, in onze uitstraling en charme, in onze gevoeligheid en vriendelijkheid, in onze creativiteit en waardigheid. Vrouwelijkheid is onze stille, sterke kracht. Het ziet er bij elk meisje of vrouw verschillend uit, maar we bezitten het allemaal.

Femininity
is the divine adornment of
humanity.
(James E. Faust)

Ik ben dankbaar om een vrouw te zijn. Ik ben dankbaar om een vrouw te zijn in het vrije Westen. Ik besef heel goed dat in de meeste landen ter wereld vrouwen veel beperkter zijn in hun doen en laten dan dat ik hier kan zijn.
Ik wil ijveren voor gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen.
Ik wil ook ijveren voor het man-zijn en vrouw-zijn.
Ik besef dat ik maar een klein radertje ben in de politieke, sociale en culturele molen van het leven hier op aarde. Maar ik kan veel bereiken in de wereld dicht bij mij, in mijn gezin en mijn omgeving. Ik herken me in het korte verhaal van Pierre Rabhi:

De kolibrie ziet dat het bos in brand staat en haalt met zijn bek water uit de rivier om de brand te blussen. Een andere vogel lacht hem uit, maar de kolibrie antwoordt: “Ik doe mijn deel.”

Als iedereen zijn deel doet, dan bereiken we de ideale wereld waar mannen en vrouwen niet gelijk zijn, maar gelijkwaardig.

Tot slot een luchtig ‘vrouwendingetje’ dat ik herken in mezelf, in mijn dochter en in mijn vriendinnen:

Even heel snel een vriendin bellen
met maar één vraag
en twee uur later pas ophangen.
(Chrisje)

 

De echo van een compliment kan eindeloos zijn.

Buiten vrouwendag, frietjesdag, seniorendag, dag van de jeugdbeweging, … is er ook een complimentendag. Eigenlijk wel bizar dat sommige dingen extra in de verf moeten gezet worden. Hebben we het dan zo moeilijk om een waardering uit te spreken?
Iedereen vindt waardering belangrijk. Elk mens wil wel ergens bij horen, al eens gezien worden, begrepen en erkend worden. We willen allemaal weten of het wel zinvol is met wat we bezig zijn. Een complimentje voorziet in al die behoeften.

Waardering is de zonneschijn
die het leven verwarmt
en prestaties doet groeien.

Abraham Lincoln zei al dat iedereen ervan houdt een compliment te ontvangen. Als ik naar mezelf kijk doet het wel deugd als een lezer me zegt hoe mooi ik iets geschreven heb. Je had de twinkeling in mijn ogen moeten zien, toen een kleinkind bewonderend zuchtte hoe mooi mijn harpspel was. En toen vorige week een totaal onbekende me glimlachend zei wat een mooie rok ik droeg, stapte ik de rest van de dag veel zelfzekerder rond.
Ik ben echt niet alleen die graag hoort dat zijn kwaliteiten, zijn persoonlijke vaardigheden en zijn resultaten worden gewaardeerd.

Waardering is belangrijk voor je zelfbeeld.

Het is heel leuk een complimentje te krijgen over je nieuwe kapsel of de coole schoenen die je aanhebt, maar de complimenten die onze ziel beroeren zijn nog geweldiger. In onze maatschappij krijg je niet gauw waardering voor wat je in stilte doet, voor je goedheid, voor je hulpvaardige houding. Men applaudisseert voor het behalen van een universiteitstitel, voor je wetenschappelijke waarde, voor behaalde ereprijzen en voor je ambitie.
Er zijn mensen die nooit een schouderklopje krijgen voor de duizend kleine dingen die ze doen. We merken zoveel dingen niet meer op die thuis gebeuren, in het ziekenhuis, of op ons werk. Misschien onze ogen en onze mond open doen?

Het geeft een goed gevoel wanneer
iemand waardeert wat je doet
wat een ander als
vanzelfsprekend ziet.
(Helens world)

Oprechte complimenten kunnen zo’n deugd doen. ‘Oprecht’ is hier wel een belangrijk onderdeel, want mensen voelen heel goed aan of je het meent of  het vleierij met holle woorden is.
Oprechte, eerlijke, gemeende woorden kunnen iemands dag maken. En als we beseffen dat een woord van waardering soms wel een heel leven kan veranderen, waar wachten we dan nog op om op onverwachte momenten onze appreciatie in woorden om te zetten?

Een oprecht compliment heeft de mogelijkheid in zich
een omwenteling in een leven te veroorzaken.

Heel veel mensen gaan gebukt onder moeilijkheden, onder afwijzing, of worden genegeerd. Waardering is een belangrijk element om gelukkig te zijn. Misschien kunnen jouw woorden wel een negatieve spiraal doorbreken?
Ook voor kinderen is waardering onontbeerlijk voor de ontwikkeling van hun zelfbeeld. Het moedigt hen aan om vol vertrouwen nieuwe dingen te proberen en over fouten heen te stappen. Ouders en leerkrachten hebben een enorme verantwoordelijkheid om de kinderen op te bouwen, om ervoor te zorgen dat hun onzekerheden geen reuzeproporties aannemen. Ze moeten de kinderen vertellen hoe fantastisch zij wel zijn en van onschatbare waarde.
Ik heb jaren voor een klas vol deugnieten gestaan en heel wat knipoogjes, glimlachen, schouderklopjes, dikke duimen en high five’s gegeven. Ik vond het geweldig dat op onze school niet alleen pluimen werden uitgereikt voor wetenschappelijke, wiskunde- en taalresultaten, maar ook voor vriendelijkheid, werkhouding, sportprestaties en kunstprojecten.
Dr. Steve Maroboli schreef: ‘I will be generous with my love today. I will sprinkle compliments and uplifting words everywhere I go. I will do this knowing that my words are like seeds and when they fall on fertile soil, a reflection of those seeds will grow into something greater.’

Natuurlijk mogen complimenten niet in ons hoofd blijven steken, net zoals we kritiek ons hart niet mogen laten breken Maar iedereen doet meer zijn best als wat hij doet gewaardeerd wordt. We zeggen wel eens dat een pluim ons vleugels geeft. Bernie Siegel zei het nog mooier, vind ik:

Compliments are the helium
that fills everyone’s balloon,
they elevate the person receiving them
so he or she can fly over life’s troubles
and land safely on the other side.

Gordon B. Hinkley merkte op:
‘Ik stel voor dat als we door het leven gaan, we ons meer op het positieve richten. Ik vraag om een beetje beter naar het goede te zoeken en beledigende of sarcastische stemmen het zwijgen op te leggen. Ik vraag om meer oprecht waarden en inspanningen te complimenteren. Ik vraag niet dat alle kritiek stilvalt. Want groei spruit voort uit correctie. Wat ik wil suggereren is dat we ons van het negativisme dat zo overheerst in onze maatschappij zouden afkeren en dat we zouden uitkijken naar het wonderlijke goede onder degenen met wie we omgaan. Dat we meer waarderingen uiten in plaats van op fouten te wijzen, dat ons optimisme het pessimisme vervangt.’

Oprechte complimenten geven geeft ook een positieve impuls aan ons eigen leven. We zullen zelf genieten van de glimlach die we toveren, van de blos die tevoorschijn kwam, van de schittering in iemands ogen.

Receiving sincere compliments affects us for good.
So does giving them.
I believe that when compliments
come from the heart,
they bring with them
the Spirit of the Lord.
(Chad Morris)

De ‘complimentendag’ voor dit jaar is gepasseerd, maar waarom wachten tot volgend jaar? Uit je waardering voor degenen die van je houden, voor degenen die met jou samenwerken  en voor de onverwachte passant in je leven.

Wel, waar wacht je nog op? Niet te lang aarzelen, een complimentje kan best kort zijn, maar de echo van jouw woorden kan eindeloos zijn.