Vangen vroege vogels de dikste wormen?

merel met worm
merel met worm

Ik kijk door het raam om de waarheid van het weerbericht in te schatten. In dit grillige lenteweer piept de zon toch af en toe eens door de grijze wolken. Je ziet blauwe vlekken verschijnen en even voelt het weer echt als lente aan.
Ook de tuinvogels profiteren van dit droog momentje. Het roodborstje pikt verwoed op de plaats waar nog niet zo lang geleden, onze twee kippen een leven van scharrelplezier hadden. Ligt er misschien nog ergens een minuscuul graankorreltje?
Kool- en pimpelmezen vliegen aan en af. Er worden volop nestjes gebouwd. Een paar dagen geleden vond ik in onze brievenbus tussen de rekeningen en de reclame een hoopje mos. Gelukkig is de aannemer een meer geschikte plaats gaan zoeken voor de nieuwe woning.
Twee merels pikken woest in het gras. Ze moeten wel heel hongerig zijn, of hebben ze al de verantwoordelijkheid om een hele kroost te onderhouden? Even later vliegt één van de twee triomfantelijk weg, een lange glibberige worm tussen zijn bek geklemd.
Ocharme, die worm, die zal nu wel zo dood als een pier zijn.

Ik vind regenwormen niet van moeders mooiste. Maar ze zijn wel nuttig: ze woelen de aarde om, brengen er op die manier zuurstof in en voorzien de bodem van waardevolle humus.
Wist je dat er drie soorten regenwormen zijn: de strooiselwormen, de bodemwoelers en de diepgravers.

Strooiselwormen zijn armetierige pieren, ze krioelen er in de bovenlaag van het bos maar wat op los.

Sommige mensen zijn als strooiselwormen,

zonder veel dieptegang,

eet, drink en wees vrolijk.

De bodemwoelers leven in de bovenste dertig centimeter van de grond en zij spelen een belangrijke rol in het mengen van organisch materiaal in de bodem.

Sommige mensen zijn als bodemwoelers,

ze willen meer te weten komen,

ze proberen van alles uit,

hun leven is rijk gevuld.

De diepgravers kunnen in goed gedraineerde grond wel een paar meter diep kruipen. Wat een olympische prestatie!

Sommige mensen zijn als diepgravers,

ze zijn specialisten,

geweldige uitvinders

en grote denkers.

Zij eten, drinken en zijn vrolijk,

zij zetten dat soms wel even opzij

voor een hoger doel.

Pol le Roy zei eens: “Een massa-meeting doet me altijd denken aan een feest van regenwormen.”

Krioelende mensen, krioelende wormen…
Daar kan je wel eens in de knoop van geraken. Ik las ergens het volgende anonieme gedichtje:

De regenworm

Een reuzelange regenworm
die sprak: ‘Ik ben vandaag uit vorm,
want waar ik kruip of sta of zit,
ik merk dat ik vol knopen zit,
hetgeen mijn kronkelen vermindert
en mijn bewegingsvrijheid hindert.
Ik weet de reden daar wel van:
‘t wil maar niet regenen! – en dan
verliest een regenworm de hoop
en raakt al piekerend in de knoop…’

Maar nauwelijks had hij dit verzucht
of het werd donker in de lucht
en ‘t regende opeens enorm,
het was een echte regenstorm!
‘Hèhè’, zei toen de regenworm,
‘Ik kom warempel weer in vorm,

hetgeen bewijst dat al zit je nog zo in de knopen,
blijf steeds op de ontknoping hopen!’

Een eenvoudig gedichtje, maar we zitten soms wel eens in de knoop, met onszelf of met anderen. En dan vermindert ons kronkelen, we worden minder creatief. We beperken onze bewegingsvrijheid, we mijden plaatsen of vrienden. We kunnen de zon niet meer vinden en verliezen de hoop.
Al eens een knoop ontward? Daar is veel geduld voor nodig, een goed oog, soms een bril, en soms hulp van een ander. Maar wat een opluchting als de knoop weg is!

 

Winston Churchill zei:

We zijn allemaal wormen,

maar ik denk dat ik

een glimworm ben.

Als we naar de uitgestrektheid van het heelal kijken, dan kunnen we ons wel als een worm voelen. Maar wormen doen hun onmisbare deel in hun biotoop; van mensen wordt  verwacht hun onmisbare deel te doen in hun biotoop, de aarde.
Nu, een glimworm is geen worm, het is een kevertje. Maar de gedachte is wel mooi om, als je dan toch een worm bent, een glimworm te zijn en licht te geven.
Ik ben een boekenworm, maar ik wil wel graag een glimboekenworm zijn. Ik las een verhaal over een regenworm in ‘Een parel voor elke dag.’

Er was een een kleine regenworm.

Zo’n regenworm bestaat uit kleine ringen,
die elkaar voortstuwen, elkaar voeden,
en samen de grond vol gaatjes boren
zodat die goed kan ademen.
De kleine regenworm was trots op zijn werk.

Op een dag kreeg de laatste ring een idee:
‘Ik wil ook wel eens vooraan graven’, zei die.
En hij begon in de andere richting te graven,
tot grote verbazing van de andere ringen.

Maar ook zij wilden wel eens de eerste zijn.
En zo begon iedere ring zelf eerst te graven.

De kleine regenworm kronkelde zich in alle bochten.
Elke ring trok in een andere richting.
Meer nog,
ze gaven geen voedsel meer aan elkaar,
want ze wilden zelf
zoveel mogelijk groeien en sterk worden,
Ook al moesten de anderen hiervoor uitdrogen.
Ze waren helemaal vergeten
dat zij van elkaar afhingen.

Korte tijd later,
lag de worm te sterven.

 

Welk soort worm we ons ook voelen, we hebben elkaar nodig. Het is nodig dat we af en toe   IK  eens opzij zetten en de waarde van  WIJ  eens onderzoeken, niet als een strooiselworm, maar als een diepgraver. Wedden dat onze omgeving daar rijker van wordt?

Ondertussen is de zon weg. Donkere wolken schuiven traag voorbij. Het druppelt, en de druppels worden dikker. IJs valt uit de lucht en kleine bolletjes springen als mini-pingpongballetjes naar alle kanten.
Ik herinner me ineens de titel van een artikel uit de National Geographic, vorig jaar in mei:

In Noorwegen regent het regenwormen!

In het zuiden van Noorwegen vielen in april 2015 duizenden wormen uit de lucht. Dit was geen aprilgrap, dit was horror in het echt! Wetenschappers breken er zich het hoofd over.
Al verlang ik naar mooi lenteweer, ik zie toch liever hagelbolletjes dan vallende pieren.

En krijgt de vroegste vogel nu de dikste worm?

Vroeg opstaan kan zijn voordelen hebben. Maar de pannenkoeken eten, die een vroege vogel voor jou gemaakt heeft, smaken toch ook héél lekker!

 

 

Is wandelen tijdverlies?

IMG_20151228_135754

To walk or not to walk,

that’s the question.

Wandelen kan je op vele manieren doen. Je kan stappen, lopen of te voet gaan. Je kan kiezen om te slenteren, te kuieren of te trekken. Je kan zelfs flaneren.

Flaneren gaat me niet zo goed af, maar ik kijk wel graag naar mensen die flaneren.
Voor mij is ‘te voet gaan’ vanzelf verlopen. De kleuterschool lag zo’n kilometer van ons huis, maar weer of geen weer, er was geen keuze buiten te voet gaan. Ik was nog te klein om moederziel alleen te gaan, dus ging moeder of tante mee. De lagere school lag nog enkele kilometers verder (in mijn ogen nog véél verder), maar mijn benen waren mijn enigste transportmiddel. Samen met mijn broer, zus, nichtje, neef en buurkinderen stapte ik elke dag gezwind naar school. ‘s Avonds slenterde ik moe terug naar huis. Ik had geen stappenteller nodig, die bestond trouwens nog niet in de jaren ’60. Iedereen bereikte zonder tellen het minimum aantal stappen wat men anno 2016 als gezond bestempelt. Trouwens, fitnessen gebeurde toen ook in open lucht: lopen, fietsen, hinkelen, touwtjespringen, zaklopen, kaatsen, ‘rekkeren’, tikkertje , en nog meer van die ‘zweetbevorderende’ oefeningen. Maar ik ging het over ‘wandelen’ hebben.

Ik wandel graag. Zowel alleen, als met twee, als in een groepje.
Alleen kom ik mezelf tegen.
Met twee zijn gesprekken nog zo prettig.
En in groep leer ik zo veel meer.

Als je wandelt,

kom je niet enkel buiten,

maar ga je ook naar binnen.

(Annelies De Waele)

In onze tijd moet alles ‘sociaal’ zijn. Hoe meer vrienden op je social media, hoe geslaagder je lijkt in het leven. Alleen iets doen, krijgt een zielige of een marginale stempel. Ik hou er van om af en toe eens alleen ‘het blokje rond’ te stappen. Ik geniet dan van het wandelen zelf: verstand op nul, blik op oneindig.En weet je, er worden dan nieuwe ideeën geboren.
Dat gebeurt ook als ik met mijn man wandel. Buiten romantische ontboezemingen, zijn er ook oneindig veel ideeën ontsproten uit deze tête à tête – wandelingetjes langs de Wase velden. Heerlijk is dat! Albert Einstein zei niet voor niets:

De benen zijn de wielen

van creativiteit.

Soms is mijn wandelen ook gepland, heeft het een doel. Op stap met mijn moeder, of een natuurdomein bezoeken, of wandelen op het strand of op de zeedijk. Soms sjok ik ook achter een natuur- of stadsgids. Ik proef dan met al mijn zintuigen van het natuurlijk of stedelijk landschap.
Als je wandelt, dan beweeg je veel trager dan als je fietst. Ja, je geraakt minder ver, maar kleuren en geuren en allerlei gekke en kleine dingen vallen meer op. Maak eens tijd om door je eigen buurt te wandelen. Je gezichtsvermogen verbetert, want je merkt dingen op die je nooit  eerder zag (was die deur altijd al blauw geschilderd?). En als je de kwetterende zwaluwen hoort die boven je hoofd scheren, en je de tsjif-tsjaf in de verte hoort ‘tsjif-tsjaffen’, dan weet je dat je nog niet direct naar de oorspecialist moet.

We wandelen niet

om het leven te ontvluchten,

maar opdat het leven

ons niet zou ontvluchten.

Trekken, is wat langer wandelen, met wat water en een snack in je rugzak. Dan gebeurt het wel eens dat je moet stoppen om je schoen los te maken. Je schudt hem eens goed ondersteboven en dan kan je weer fluitend verder stappen (als je adem dat toelaat).

Het zijn niet de bergen en dalen

die het wandelen

moeilijk maken,

maar het steentje

in je schoen.

 

En hiermee ben ik dan aan het filosofische pad gekomen.
We hebben allemaal wel al eens gehoord dat een voettocht van duizend kilometer met de eerste stap begint. Ons leven is een trektocht langs verschillende paden. En we moeten soms een beslissing nemen in de wegen die we willen bewandelen. Voor je een keuze maakt, is het goed om de uitspraak van Voltaire voor ogen te houden:

Wie een verkeerde weg inslaat,

moet een heel eind lopen.

Dit zal menige trekkende kaartlezer beamen.

 

Niettemin is het beter

om alleen te wandelen,

dan de massa te volgen

die de verkeerde richting uitgaat.

(Diane Grand)

 

Iemand volgen kan ook goed zijn. Een gids in de woeste bergen is van onschatbare waarde. Hij leidt je op betrouwbare wegen, hem volgen betekent veiligheid.
Jezus Christus zei: Ik ben de Weg. Volg mij.
Als de mensheid Hem zou volgen, dan zouden ze niet meer moeten zoeken naar het paradijs; dan zou heel de wereld het paradijs zijn, voor iedereen.

Het wandelseizoen is aangebroken. Profiteer van de lange dagen en ga op stap. Wandelen is nooit tijdverlies, behalve als je motto ‘tijd is geld’is. Hippocrates wist al dat wandelen het beste medicijn is. En wandelen kan je geestelijk inspireren omdat het traag is.

Schildpadden kunnen

meer over de weg vertellen

dan hazen.

(Kahlil Gibran)

 

Tip!

Een toffe gezinswandeling: Ninglispo (Aywaille), regio Luik – Sougné – Remouchamps.

De Ninglispo is een zijriviertje van de Amblève. Op de parkeerplaats kan men verschillende bewegwijzerde wandelingen kiezen. Jo en ik kozen de avontuurlijke, romantische wandeling nr. 21, gemarkeerd door een blauwe rechthoek. Die is ongeveer 6 km, reken op 2 à 3 uur met kinderen.
Het eerste deel van de wandeling loopt langs en over de Ninglispo. Dat stuk zullen de kinderen het leukst vinden: over rotsen klauteren, over smalle brugjes stappen (sommige zijn echt wel heel smal), klimmen … Toch opletten bij nat en vochtig weer. Er hangen niet voor niets stevige touwen om je wat houvast te bieden. Het tweede deel van de wandeling loopt  door de bossen zacht naar beneden langs een brede weg tot aan de parking.
Het is een prachtige wandeling. Ik deed ze in de winter. In de zomer kunnen de kinderen veel waterplezier beleven in het stromend water en aan de watervalletjes.

Doen dus!

Parking Auberge du Ninglispo
Sedoz 5
4920 Sougné- Remouchamps (Aywaille)

 

Verwondering

verwondering
verwondering

Wat is verwonderen?

Ik denk dat verwonderd zijn  niet hetzelfde is als verbaasd zijn. Verbazing vindt plaats in je hoofd, verwondering in je hart.

Logica is de basis voor verbazing.

Als een feit niet in overeenstemming is met mijn verwachting, kan ik heel verbaasd reageren. Bijvoorbeeld, tijdens een cursus vogelobservatie  die ik volgde, was ik verbaasd dat het al tijd was om naar huis te gaan, toen ik de bel hoorde. Of een tijdje geleden hoorde ik iemand zingen en dacht: ‘Wauw,                                                                                    dat had ik niet van haar verwacht!’ Met mijn hersenen had ik iets anders voor ogen, dus reageerde ik                                                                                            verbaasd.

Verwondering is volgens mij iets helemaal anders.

Stilstaan met je hart
is de bron voor verwondering.

Alle kleine kinderen hebben deze houding van verwondering. Lang geleden bezaten jij en ik deze mooie eigenschap. Maar hoe groter we werden, hoe minder verwonderd we bleven stilstaan. Met de jaren wenden we aan de wereld zoals die is. Verwondering verliezen is eigenlijk triestig.

Toon Hermans zei:

 

Wie gewend is aan de dagen van zijn leven,

proeft ze niet meer,

en als je het leven niet meer proeft,

kwijnt de lust om te leven weg.

 

Ik zou zeggen: blijven proeven van het leven! Als je je eten opschrokt, dan smaak je het niet. Trager eten maakt je bewuster van de smaak.

Trager leven – stilstaan – dan komt de verwondering.

Wat een prachtig iets is het om verwonderd te kunnen zijn! In deze drukke, gestresste maatschappij hebben we dat gevoel van verwondering nodig. We willen wel, maar weten niet goed hoe we dat moeten doen. Verwondering laat ons op een andere manier kijken naar alledaagse zaken. Alles in ICT is opgebouwd uit eentjes en nullen, daar kan ik heel verwonderd bij stil te staan.

Verwondering betekent vaak dat we moeten stilstaan. Maken we er tijd voor?

Als alle dagen hetzelfde lijken,

ben je blind geworden

voor de wonderen in jouw bestaan.

De remedie is eenvoudig,

beter opletten.

(Paul Coelho)

 

Het is lente. De natuur barst uit in kleuren en geuren. Vergeet de logica en kijk eens rond met je hart. Open je ogen voor verwondering. Laat de intensiteit en de variëteit van al dat jonge natuurgeweld tot je doordringen.

Pollenallergie of niet, ga eens wandelen en sta stil bij een boom. Laat de lessen biologie varen en verwonder je over zijn stam, zijn knoppen, zijn tere bloesems en frisgroene blaadjes. Als je niet te veel kraakt, buig dan door je knieën en bewonder in onze Vlaamse bossen de pure witheid van de bosanemoon, of de verstilde paarse zee van de boshyacinten. Verwonder je over de geur die daslook verspreid, en streel je iris met de enorme hoeveelheid tinten groen in dit lentepalet. Wees even dat kleine jongetje of meisje dat verrukt  minutenlang naar een wriemelende mier of pissebed kon kijken, en verwonder je over zo veel leven.

Ik heb mezelf voorgenomen om af en toe mijn zelfvoldane ik om te ruilen voor dat kleine kind dat ik eens was: spontaan, flexibel, en elk moment klaar om me te verwonderen en wonderen te accepteren. Met zijn gedicht ‘De wolken’ laat Martinus Nijhoff me verlangen om in onze tuin op mijn rug te liggen zodat de voorbijschuivende hemel me een verwonderende prikkel kan geven.

De wolken.

Ik droeg nog kleine kleren, en ik lag
Lang-uit met moeder in de warme hei,
De wolken schoven boven ons voorbij
En moeder vroeg wat ‘k in de wolken zag.

En ik riep: Scandinavië, en: eenden,
Daar gaat een dame, schapen met een herder –
De wond’ren werden woord en dreven verder,
Maar ‘k zag dat moeder met een glimlach weende.

Toen kwam de tijd dat ‘k niet naar boven keek,
Ofschoon de hemel vol van wolken hing,
Ik greep niet naar de vlucht van ‘t vreemde ding
Dat met zijn schaduw langs mijn leven streek.

– Nu ligt mijn jongen naast mij in de heide
En wijst me wat hij in de wolken ziet,
Nu schrei ik zelf, en zie in het verschiet
De verre wolken waarom moeder schreide –

Kinderen kunnen ons ontroeren en onze ziel raken, zodat we weer verwonderd durven kijken. Ook sommige volwassen kunnen de deur van verwondering uitnodigend open zetten.: een enthousiaste leraar, een bezielde spreker, een zeldzame filosoof, een gedreven natuurgids …

Door de ogen van die ander, kunnen we wat we als vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen, opnieuw ervaren in volle verwondering.

Als we durven open staan voor de schoonheid en de geheimen van het leven, dan proeven we die helende kracht van verwondering. Onze ziel maakt een sprong van blijdschap, als we ons weer verwonderen over alles wat kostbaar en inspirerend is. Als we naar de grootsheid van de natuur kijken, kunnen we diep ontroerd raken. Het is niet voor niets dat Socrates dacht dat de filosofie ontstaan was omdat de mens zich overal over verwondert. Want als we nadenkend leven, dan genieten we van de wonderen die verschijnen in ons leven.

Verwondering

maakt je leven

prachtig!

Heb je de sleutel van de deur naar verwondering nog niet gevonden? Misschien vind je hem wel in het gedicht van Pieter G. Buckinx:

Er is iets in de dingen dat ontroert…

Er is iets in de dingen dat ontroert:
het is de schoonheid niet der bloemen,
noch het glanzen van een blad, noch ‘t roepen
van de roerdomp in de nacht. Het is
daarin, maar ook daarachter en daarboven
en daaronder, dieper in de grond, die
warm en geurig is als versgebakken brood.

Het zijn de sappen die onzichtbaar blijven,
diep in de wortels en het hart waarin
het leven roert. Het zijn de klanken en geluiden
die een kind kan horen als het zijn oor
te luistren legt dicht aan de grond. Het is
het trillen van de wingerdrank wanneer uw
hand haar aanraakt, en het beven van de
kever op het blad, dat groeit en zwelt.
Het is het dons der distelbloemen en de
pijn der wonden die uw vlees doorsplijt.
Het zijn de tekenen van Gods aanwezigheid.

 

Wat ik zo mooi vind aan dit gedicht, is ‘het is daarin, maar ook daarachter en daarboven en daaronder’. We hebben oren gekregen om dingen te horen, en ogen om dingen te zien, zodat we ons over vele dingen kunnen verwonderen.

Stap naar buiten, de lente tegemoet; sta stil, en kijk met de verwonderde blik van een kind naar al dat leven om je heen.

Is de wereld gebouwd op de macht der getallen?

 

getal blog

Lang geleden stelde Pythagoras dat de wereld gebouwd is op de macht der getallen.
Hoe meer nulletjes achter een getal  op je bankrekening(en) staan, hoe meer macht je bezit. Dat blijkt uit de ‘Panama Papers’, het grootste journalistiek onderzoek ooit. Zo werden (en worden)nu de banden onthuld tussen meer dan 200 000 bedrijven op belastingparadijzen en twaalf wereldleiders, allerhande andere politici, bedriegers, drugstrafikanten, miljardairs, celebrities en sportsterren (Knack).
Mijn naam ga je er niet tussen vinden, er staan te weinig getallen op mijn rekening.

Maar cijfers zijn wel machtig. Onze wereld is er op gebaseerd. Stel je voor dat je geen getallen kent. Stel dat het voor jou gewoon abstracte tekeningetjes zijn, die je niet begrijpt. Je zou niet weten wat je met je loon allemaal kan kopen. Je zou altijd te laat, of te vroeg zijn. Je zou er geen idee van hebben hoe ver de Dolomieten van je huis liggen. Je zou geen cake kunnen bakken en er zou niemand op jou kunnen rekenen.
Een apotheker zonder getallenkennis zou een heuse gifmenger zijn en een dokter zou je bloedanalyse zonder veel omhaal in een map schuiven.

Getallen zijn niet alleen handig om satellieten rond de aarde te sturen en je GPS te laten werken. Getallen zijn niet alleen nodig om veilig over bruggen te rijden en woningen bewoonbaar te houden, ze hebben ook iets mystiek, iets emotioneel.

 

In plaats van de som
leverde ik een gedicht in
bij de wiskundeleraar.

Hij zei: ik snap het niet.
Ik zei: dan staan we quitte.

Eric van Os

 

Ik herinner me niet zoveel meer van mijn eerste kennisname met getallen. Mijn ‘wiskundige hersenhelft’ werkte vele jaren enthousiast mee en prachtige, magische getallen versierden mijn toetsenbladen.. In het laatste jaar van de middelbare school verloor ik mijn interesse in de algebra, logaritmen, stellingen en bewijzen. Mijn meer humane voorkeur zorgde voor een kleine rekenkundige ramp. Het wiskundecijfer op mijn eindrapport kijkt me nog altijd verwijtend aan.

Hoewel het vak wiskunde aan mij verloren is, moet ik toch toegeven dat getallen  een magische klank hebben. wat dacht je van:

natuurlijke getallen
gehele getallen
rationele getallen
reële getallen
complexe getallen
quaternionen
p-adische getallen
surreële getallen
transfiniete getallen
irrationele getallen
algebraïsche getallen
transcendente getallen
imaginaire getallen
fermatgetallen
kaprekargetallen

Dit rijtje is zeker niet compleet, en ik moet je teleurstellen, een betekenis aan al deze namen geven  zou  mij een onvoldoende opleveren. Maar die ‘getallennamen’ hebben wel iets, vind je niet?
De woorden ‘Fermatgetallen’ en ‘Kaprekargetallen’ kunnen zo uit een sciencefiction roman komen. ‘Iamaginaire getallen’ hebben wellicht iets te maken met magie of fantasie, of niet?

Nee, alle gekheid op een stokje, je hebt de wiskunde als exacte wetenschap, die mijn en uw leven verrijkt met de modernste snufjes. Daardoor kan jij o.a. deze blog lezen op je tablet vanuit je luie zetel.

 

Aan de andere kant bestaat er de numerologie, die zich bezighoudt met de symbolische aspecten van getallen.

Voor je verder leest: neem een getal in je hoofd tussen 1 en 10 (niet vergeten, hé!).

Wist je dat als er een oneven cijfer bij een babyfoto staat, dat we dan denken dat het een jongetje is? En dat we bij een even cijfer een meisje vermoeden?Even en oneven getallen zien we als mannelijk en vrouwelijk. Dat hebben we aan Pythagoras te danken. Zijn motivatie voor die geslachtsbepaling aan getallen? Als je een oneven getal bij een even optelt, blijft het oneven. Dominant, mannelijk dus. Ik zou de oneven getallen geen mannelijke, maar moeilijke getallen noemen. want uit hersenonderzoek blijkt dat we zo’n twintig procent langer doen over het verwerken van een oneven cijfer, omdat het niet netjes in twee te delen is (Alex Bellos).

De symbolische betekenis van een getal kan tot bijzondere interpretaties leiden. Je herinnert je misschien nog wat een heisa er bij de aanvang van het jaar 2000 was? Over de hele wereld zouden computers stilvallen, satelieten zouden uit hun baan geraken enz. Ik herinner me dat we een knal van een feest hadden op die oudejaarsavond.

Er is altijd al bijgeloof en doemdenkerij geweest, en getallensymboliek speelt een rol in het bijgeloof van mensen. Zoals vrijdag de dertiende, waarbij 13 voor ongeluk zou staan. Hoeveel reisplannen zijn er op vrijdag de 13de niet veranderd? Hoeveel feestjes niet uitgesteld?

Getallensymboliek komt voor in de meeste culturen. In de Bijbel en het Jodendom is het toekennen van een betekenis aan een getal heel gewoon:

2  :  teken van onheil, in de Middeleeuwen symbool voor de duivel.
3  :  de gedachte van de overtreffende trap, 3x herhalen van de boodschap geeft goddelijke oorsprong weer.
6  :  net niet volmaakt, het kwade.
7  :  volmaakt.
8  :  het meest heilige getal.
11 :  het gekkental, net als 6 niet compleet, ruimte voor rommel.
12 :  compleet, het hele volk.
13 :  over-compleet, dit moet problemen geven want er moet ‘iets’ weg, ongeluksgetal.

Iedereen heeft wel een bijzonder getal. Dat kan je geboortedatum zijn, je huwelijksdatum, of de datum van het overlijden van een geliefde. Deze getallen vergeten we niet. Die zitten emotioneel verankerd.
Ja, cijfers roepen, bewust of onbewust, emoties op. Een beetje ‘creepy’ dat de reclamewereld van onze onbewuste getallenemotie gebruik maakt. Of moet ik misbruik schrijven? Beauty- en huishoudelijke producten krijgen meestal een even nummer, omdat dat veiliger en betrouwbaarder zou klinken. Automerken, jeansmerken …, ze weten dat getallen emotioneel geladen zijn.

1-2-3 … dat rijtje roept herinneringen op. ‘Ik tel tot 3 en dan…’, ik hoor het mijn moeder nog zeggen, maar het echoot zeker ook in de oren van mijn kinderen. En waarschijnlijk weten de kleinkinderen ook dat 1-2-3 betekent dat ze niet veel tijd hebben.

Albert Einstein, de grote wiskundige, had iets met het getal oneindig:

Twee dingen zijn oneindig,

het universum,

en menselijke domheid.

Maar van het universum

weet ik het nog niet helemaal zeker.

 

Oneindig, die platte acht  -en zo noemde ik het zeker niet alleen-  boezemde ontzag, verwondering, respect, angst en vele vraagtekens op. Want met het getal oneindig werd ook de filosofische oneindigheid gecreëerd.

In Mozes 1 verklaart de Heer:

…Want mijn werken zijn zonder einde,

en ook mijn woorden,

want zij houden nimmer op.

…En ontelbare werelden heb ik geschapen

…en ze zijn voor de mens ontelbaar,

maar alle dingen zijn geteld bij Mij,

want ze zijn de mijne en Ik ken ze.

Ik droom  ervan om ooit mijn overbelichte omgeving te kunnen ruilen met een gitzwarte duisternis om die oneindige sterrenpracht te kunnen bewonderen. Ik denk dat ik dan pas volledig kan beseffen hoe klein de mens is. Michelangelo zei: ‘De mens is tussen wat oneindig groot en oneindig klein is.’

In de Bijbel zei Jezus: ‘Niet één mus zal ter aarde vallen zonder uw Vader. En de haren op uw hoofd zijn ook alle geteld. Wees dan niet bevreesd: gij gaat vele mussen te boven.’
Dat we ‘gekend’ zijn, geeft gemoedsrust en vrede in mijn hart.

We moeten ons dus geen nummer voelen, of ons laten behandelen als een nummer.

We zijn van oneindig veel waarde!

Toen ik jong was leek het leven een oneindig lange toekomst. Nu de kaap van zestig stilletjes nadert, besef ik dat mijn leven een zeer kort verleden is.
Mark Twain merkte grappig op dat ‘het oneindig veel leuker zou zijn als je op je tachtigste geboren werd en langzaam achttien zou worden.‘ Dat is natuurlijk tegen de logica van de tijd, maar zeker een verleidelijke wens. Ik weet wel niet of we ‘tachtigjarige baby’s’ schattig zouden vinden. Ik denk ook dat je na acht decennia geleefd te hebben, hoopvol kan uitkijken naar de oneindigheid aan de andere kant.

 

Een paar alinea’s terug vroeg ik je om een getal in je hoofd te houden. Volgens Bellos is de kans groot dat je aan 7 dacht. Zeven is al eeuwenlang een speciaal nummer:

7 werken van barmhartigheid
7 doodzondes
7 zuilen van wijsheid
7 schoonheden
7 zeeën
7 dwergen
7 dagen van de week

en om af te sluiten:

 

De zeven wereldwonderen.

 

Een meester vroeg aan zijn leerlingen:
‘Wat zijn op dit moment de zeven wereldwonderen?’
Na wat discussie, zeiden ze:
‘De piramiden van Egypte.
De Taj Mahal in India.
De beelden van het Paaseiland.
Het Panama kanaal in Midden-Amerika.
De Eifeltoren in Parijs.
De Sint-Pietersbasiliek in Rome.
De Chinese muur.’

Terwijl de meester nog bezig was
de stemmen te noteren,
zag hij dat één leerling nog niet klaar was.
Hij ging naar haar toe en vroeg:
‘Is het zo moeilijk om zo’n lijst te maken?’
‘Ja, nogal’, zei ze.
‘Het zijn er zoveel,
dat ik moeilijk een keuze kan maken.’
Toen zei de meester:
‘Zeg maar wat je al hebt,
misschien kunnen we je helpen.’
Het meisje twijfelde even,
maar las dan voor:
‘Ik denk dat de zeven wereldwonderen zijn:

te kunnen zien
te kunnen horen
te kunnen aanraken
te kunnen tasten
te kunnen voelen
te kunnen lachen
en te kunnen liefhebben.’

Het werd heel stil in het lokaal.
(uit ‘Een parel voor elke dag’)

 

Getallen: de ene mens maakt een vreugdesprong als hij ermee kan werken, de andere mens sakkert en zucht.

Getallen: we kunnen er niet omheen, en het zal misschien altijd wel een haat-liefde verhouding zijn…