Zie jij goed genoeg?

zien-blog

Het was vandaag weer een schitterende herfstdag! Hebben jullie ook het zonlicht op het gras zien vallen? Hebben jullie gezien hoe het speelde met de kleuren en de vorm van bloemen en blaadjes?
En hebben jullie op het einde van de dag die prachtige zonsondergang gezien? Hebben jullie gezien hoe de zon als een vurige sinaasappel wegzonk achter de horizon en hoe de lucht nog even haar gloed vasthield met felle oranje strepen tussen slierten blauw en grijs?

Het gaf mij alvast een warm gevoel, maar toch voelde ik me ook een beetje droef-schuldig.
Hoe jammer is het niet dat we zulke momenten meestal niet vangen met onze ogen. We hebben zo’n druk leven en rennen van de ene afspraak naar de andere. We verslijten onze ogen met het kijken naar een heleboel dingen die dikwijls het kijken niet waard zijn.
Waarom vinden we het zo moeilijk om onze agenda even te laten voor wat hij is, en nemen we nauwelijks de tijd om al die wonderlijke dingen die in de natuur plaatsvinden in ons op te nemen?
Ik realiseer me heel goed dat ik al veel herfsten en zonsondergangen heb overgeslagen en ik neem me voor dat ik er meer oog voor ga hebben.

Als wij niet meer met verwondering naar Gods wonderbaarlijke schepping kunnen kijken, dan hebben we iets kostbaars verloren.

Er is een verhaal dat God steeds weer geniet van zijn schepping. God heeft op een goede dag de zon geschapen en de zon gaat op. Hij vindt het zo mooi dat Hij zegt: ‘Nog een keer.’
En de volgende dag zegt Hij het weer: ‘Nog een keer.’

Hoe ouder ik word, hoe meer respect ik voor de natuur krijg.
Toen ik enkele jaren jonger was heb ik de cursus natuurgids gevolgd en later heb ik me nog bijgeschoold rond paddenstoelen en vogels. Door die cursussen en de vele excursies heb ik nog meer de schoonheid van bomen, planten, bloemen en dieren leren zien.

Leren zien is de kunst

die het moeilijkst is

en het langzaamst wordt verworven.

(Edmond de Goncourt)

Zien is inderdaad iets heel anders dan kijken. iets zien vraagt om ontvankelijkheid, een open geest. Het volgende Engelstalige tekstje vat dit zo mooi:

‘There are things you can’t reach.
But you can reach out to them, and all day long:
the wind, the bird flying away, the idea of God …
And it can keep you busy as anything else, and happier.
I look; morning to night I am never done with looking.
Looking I mean not just standing around,
but standing around
As though with your arms open.’ (Mar Oliver)

We moeten ook willen zien. Wat we zien hangt ook af van waar we naar zoeken. Volgens John Lubbock kan op eenzelfde plek de landbouwer het gewas opmerken, de geoloog de fossielen, de botanist de bloemen en de kunstenaar de kleuren. Hoewel we dus naar dezelfde dingen kijken, zullen we die niet allemaal zien.

Zien is nog iets anders dan kijken,

en wat wij met het leven doen

is vaak voor een groot deel afhankelijk

van hoe wij de dingen zien.

(Toon Hermans)

Antoune de Saint-Exupéry schreef: ‘ Enkel met het hart kan men goed zien. Het essentiële is onzichtbaar voor de ogen.’
Om met je hart te kijken heb je verbeelding nodig. We kunnen kijken met het oog van een wetenschapper of met het oog van een kind. Ik las daarover een mooie tekst van Gottfrid Van Eck :

Een kind dat onder de sterrenhemel staat en tegen zijn vader zegt: ‘Kijk, papa, dat zijn de sproeten van God’, gebruikt de taal van de verbeelding. De rationele mens zou zeggen dat dit onzin is; sterren zijn zonnestelsels die miljarden lichtjaren bij ons vandaan zijn. Maar het beeld van het kind bevat in feite meer waarheid dan de wetenschappelijke waarheid die alleen maar aangeeft wat sterren feitelijk zijn. Zie je de sterren als sproeten van God, dan zie je iedere keer als je ‘s nachts naar buiten gaat God als het ware recht in het gezicht, waardoor je je geborgen voelt omdat je God dichtbij je weet. Geloven is een andere manier van kijken naar de realiteit vanuit het besef dat er meer is dan je ziet en in feitelijke taal kunt vatten. Maar dan moet je wel met andere ogen leren kijken, want je kunt ziende blind zijn en niet zien waar het werkelijk op aan komt.’

Het geloof is vrijwillig blind:

het sluit de ogen

om beter te kunnen zien.

(Hughes Felicité de Lamenais)

Er circuleert een ontroerend verhaal over Mozes Mendelssohn, de grootvader van de beroemde Duitse componist. Ik heb er veel over ‘zien’ en liefde uit opgestoken.
Mozes Mendelssohn was niet bepaald knap om te zien, hij was kort van stuk en had een lelijke bochel. Op een dag was hij op bezoek bij een koopman in Hamburg, die een prachtige dochter had die Frumtje heette. Mozes was op slag verliefd op haar. Maar Frumtje zag hem niet staan, ze vond hem afschuwelijk lelijk.
Toen hij moest vertrekken raapte Mozes al zijn moed bij elkaar om met haar te spreken. Ze weigerde hem aan te kijken.
Toen vroeg Mozes heel verlegen: ‘Frumtje, geloof jij dat huwelijken in de hemel worden gearrangeerd?’
‘Ja,’ zei ze, hem nog steeds niet aankijkend. ‘En jij?’
‘Ja, ik ook,’ antwoordde hij. ‘ Weet je, bij de geboorte van ieder jongen kondigt de Heer in de hemel aan welk meisje hij zal trouwen. Toen ik geboren werd, werd me ook mijn toekomstige bruid aangewezen. Maar de Heer voegde daaraan toe: ‘En jouw bruid zal een bochel hebben.’
Meteen riep ik uit: ‘O, een bruid met een bochel is iets vreselijks! Alstublieft, Heer, geeft U mij die bochel en laat haar mooi zijn.’
Toen hief Frumtje haar blik omhoog en keek ze hem in de ogen. Ze herinnerde zich iets uit een heel ver verleden en ze gaf Mozes haar hand.

Het getuigt van een goed zicht als we in onze partner iemand bijzonder zien. Voor mij gaat er geen dag voorbij dat ik uitkijk naar de thuiskomst van mijn man.
Ik denk dat er ook geen ouders bestaan die niet heimelijk in hun kinderen onbeperkte mogelijkheden zien. Liefde voor iets of iemand laat je meer en beter zien!

Mensen worden geboren met twee ogen en slechts één tong. Misschien omdat we twee keer zoveel zouden moeten zien als zeggen?
We moeten voorzichtig zijn met ons oordeel, want is er iemand die echt alles van een ander doorziet?
In de bijbel waarschuwt Jezus over dit oordelend zien:

Waarom ziet u wel de splinter

in het oog van uw broeder,

maar merkt u de balk

in uw eigen oog niet op?

(Mattheus 7:3)

Misschien zit er teveel stof in onze ogen zodat we niet meer duidelijk kunnen zien? Hoe komt dit stof in onze ogen? Is het een te groot ego dat stof rondstrooit?

De domheid dringt zich naar voren,

om gezien te worden;

het verstand gaat achteraan staan,

om te zien.

(Carmen Sylva)

Dit blogbericht ging echt niet over het bezoek aan een oogarts, misschien een beetje om eens door een andere bril te kijken, maar vooral om met ons hart te leren zien. Zie jij goed genoeg?
De herfst is een uniek seizoen om te leren zien.

Laat geen gelegenheid voorbij gaan

om iets moois te zien.

Want schoonheid is het handschrift

van God.

(Ralph Waldo Emerson)

Boekentip om bij herfstig weer te lezen:

‘Als je het licht niet kunt zien’ van Anthony Doerr

‘Het meisje dat uit het duister kwam’ van Diana en Bernie Lierow

 

 

 

 

Welke kleur breng jij in je leven?

kleurAls ik naar buiten ga, dan ruik en voel ik dat de herfst op kousenvoeten de zomer verdrongen heeft.Niet bruusk, maar heel langzaam past de natuur zich aan dit nieuwe seizoen aan. De dagen worden steeds korter en bomen en bloemen maken zich klaar om met een laatste vuurwerk aan kleur de herfst een van de mooiste perioden van het jaar te maken.

John Burroughs merkte heel wijs op:

How beautiful the leaves grow old.
How full of light and color
are their last days.

Hoe prachtig zou het niet zijn moesten alle mensen het licht en de kleuren zien die oudere mensen uitstralen. De jeugd met hun zonnig, fel en uitbundig kleurenpalet zou zich nog mooier en dieper ontwikkelen als ze deze oude pracht zou opmerken en waarderen. Een mooi boek om hieromtrent te lezen is ‘Mijn dinsdagen met Morrie’ van Mitch Albom.

Ik hou van kleuren. Naargelang mijn ochtendhumeur kleed ik me feller of zachter. Mijn ‘ik’ heeft een grote voorkeur voor zachte tinten, maar af en toe ga ik ook eens uit de bol voor felrood of knaloranje.
Met mijn penseel en verf tover ik liever zachte lichtgevende aquarellen dan harde olieverftaferelen.
De kleurklank van mijn favoriete muziekinstrument, de harp, zal geen harde beats voortbrengen maar stuurt meestal lieflijke, klaterende klanken onze leefruimte in.

Color is a power

which directly

influences the soul.

(Wassily Kadinsky)

Kleur is een speciaal fenomeen. In wetenschappelijke termen is een kleur een eigenschap van licht en wordt de kleur bepaald door de verschillende golflengtes van dat licht.
Een oppervlak dat alle golflengten volledig absorbeert, wordt zwart genoemd. Een voorwerp dat alle golflengten (bijna) volledig diffuus weerkaatst, wordt wit genoemd.
Maar er is geen voor de hand liggende relatie tussen de natuurkundige definitie van kleur en de echte, dikwijls verschillende, kleurervaring die een mens opmerkt.

The whole world,

as we experience it visually,

comes to us through the mystic realm of color.

(Hans Hofmann)

Er is veel gezegd en geschreven over kleur. Psychologen, wetenschappers, kunstenaars, schrijvers, filosofen en kwakzalvers, allemaal hebben ze aan alles een kleurtje willen geven.
In 1666 verdeelde Isaac Newton het spectrum in zeven kleuren:
rood-oranje-geel-groen-blauw-indigo en violet.
In 1810 schreef Johann Wolfgang von Goethe zijn kleurenleer. Hij wist toen al dat sommige kleurcombinaties écht niet kunnen, en dat kleuren een eerste impressie kunnen maken of breken.
De architectuur en reclame- en modewereld gebruiken en misbruiken de emotionele uitstraling van kleuren.

Zo is rood overal ter wereld dé signaalkleur. Rood valt op. Denk maar aan het gebruik in verkeerslichten, verkeersborden en de remmen van een auto. Rood wordt gekoppeld aan bloed en vuur, maar ook aan liefde en hartstocht. Is rood je lievelingskleur? Volgens kleurpsychologen wil je dan indruk maken en presteren. Je kleding toch een beetje aanpassen als je gaat solliciteren? En gelukkig leven we niet meer in de middeleeuwen, toen werden roodharige vrouwen van hekserij verdacht. Toch moeten wij ook opletten dat we geen heksenjacht ontketenen aan de een of andere kleur.

If you’re white and you’re wrong,
then you’re wrong.
If you’re black and you’re wrong,
you’re wrong.
People are people.
Black, blue, pink, green –
God make no rules about color,
only society.
(Bob Marley)

Veel kinderen houden van geel. Misschien omdat geel wordt geassocieerd met zon, licht en leven? Als geel je lievelingskleur is dan zou je geestelijk zeer levendig zijn en wil je steeds meer kennis verkrijgen. Gelukkig mogen wij vandaag, als we dat willen, allemaal geel dragen. In China mocht alleen de keizerlijke familie dat, omdat ze gezien werden als afstammelingen van de zon.

Soms vinden we ook een tegenstrijdigheid in de betekenis van een kleur. Groen zou voor veiligheid en rust staan, maar is ook de kleur van vergif. In tekenfilms worden rare wezens graag in het groen afgebeeld.
Misschien ben je nog groen achter je oren, maar heb je wel al eens een blauwtje opgelopen?
Wist je dat vroeger de deuren en luiken vaak blauw geverfd werden? Men dacht dat de kleur blauw de kwade machten kon verjagen. In het zuiden vind je nu nog steeds veel blauwe deuren. Niet dat daar meer kwade machten aan het werk zouden zijn, maar omdat blauwe deuren blijkbaar de vliegen buiten houden (ik zal maar kleur bekennen: volgens mij zijn vliegenramen toch veel efficiënter).

The object and color in the materials around us

actually have a physical effect on us,

on how we feel.

(Florence Nightengale)

Kleuren hebben inderdaad een effect op de mens. Waarom dragen dokters, laboranten en koks een witte beroepskleding? Wit staat voor schoon en smetteloos en dat verwachten wij in het beroepsveld van die mensen toch?
Wit is een speciale kleur, ze is de optelsom van alle kleuren samen. Meestal heeft de totale som van iets ook de absolute meerwaarde. Maar gelukkig ziet ons oog alle kleurschakeringen. Stel je voor dat ons zicht beperkt zou zijn tot wit en zwart, dan zouden we nooit regenbogen zien.

Ik stel mijn leven graag voor als een kleurdoos. Hoeveel kleuren zitten er in jouw doosje? 8 of 64?
De dingen die we doen, kleuren onze wereld. Als we een zwartkijker zijn, zal ons beeld altijd grijs zijn. We moeten veel kleuren in ons leven gebruiken. Met wat humor en wat liefde begint ons grijs beeld al wat op te klaren. Opgelet! Nijd, afgunst en roddel geven een vale kleur en kan ons kleurenpalet verwoesten.

The world needs

your prismatic soul.

(Amy Leigh Mercree)

We moeten ‘in kleur leven’! De wereld is al donker genoeg!

Maar we kunnen de kleur zwart niet vermijden,, noch moeten we dat proberen. In een prachtig kunstwerk is ook zwart verwerkt. Zonder zwart kan men geen diepte scheppen. Zon èn regen laten de kleuren van de regenboog verschijnen! R. Tagore zei het zo mooi:

Clouds come floating into my life,

no longer to carry rain or usher storms,

but to add color to my sunset sky.

Ik vind een zonsopgang en een zonsondergang veel mooier met slierten wolken in de lucht. Door onze tegenslagen en negatieve ervaringen krijgt ons levensschilderij meer diepte.

Als we ons verdiepen in de problemen van onze huidige samenleving is het alsof we op een toverbal sabbelen. Je weet wel, onder elke kleur vind je een nieuwe. Toen we kinderen waren vergeleken we elkaars toverbal. Telkens een andere kleur verscheen, gaf dat een magisch gevoel. Ik weet niet of de verschillende politieke kleuren me een magisch gevoel geven, maar als we het over de wereldproblematiek hebben moeten we wel opletten dat we niet als een blinde over de kleuren gaan spreken. We moeten ook voorzichtig zijn of we niet door een gekleurde bril kijken. Een kunstenaar bestudeert ook eerst de kleuren voor hij een kunstwerk maakt.
Waar niemand voor gestudeerd moet hebben, is het feit dat we allemaal weten dat het enige wat we per kleur moeten scheiden, de was is! We zitten echter nog ver weg van de droom van Martin Luther King.

I have a dream

that my four little children

will one day live in a nation

where they will not be judged

by the color of their skin,

but by the content of their character.

Ik wil het ook een beetje over kameleons hebben. Dat zijn rare dieren. Ze veranderen van kleur naargelang de omgeving waarin ze vertoeven.
Misschien willen wij ook wel eens af en toe veranderen van kleur en opgaan in de massa. Maar John Locke gaf hierover wel een doordenkertje:

We are like chameleons.
We take our hue and the color
of our moral character
from those who are around us.

Het is belangrijk met wie we omgaan, zij kleuren ons leven.
Heb je zelf een grijze dag? Alles wat je nodig hebt is een spatje kleur van je vrienden.
Heb je een spetterende kleurrijke dag? Neem je kleurdoos en probeer een regenboog te zijn in iemands grauwe dag.
Aarzel je? Denk je dat jouw kleuren er niet toe doen, dat ze te oud zijn, dat ze niet goed meer kleuren?
Ik weet dat gebroken kleurpotloden nog steeds kunnen kleuren, echt waar.

The ones

who are crazy enough

to think they can

color the world

are the ones who do.

Binnenkort schildert de herfst de natuur vol prachtige kleuren. Vergeet niet wat tijd te maken om er vol verwondering naar te kijken.

Een tip voor de kleurrijke sportliefhebbers: doe eens mee aan the color run!
Dat is een loop van 5 km waarbij de deelnemers in een witte Tshirt starten. Elke kilometer krijgen ze een wolk van kleurpoeder over zich heen. Men loopt voor het goede doel: de strijd tegen borstkanker.
info: thecolorrun.be

Live in color!

Vul je kleurdoos en kleur erop los!

Angst voor spinnen? Angst voor andere dingen?

 

spin-fluo-is-terug

 

Enkele dagen geleden verstoorde een zwart harig monster onze gezellige filmavond. Mijn man maakte de duiksprong van zijn leven en …ik was gered!

 

 

Waarom ben ik, net als zoveel andere mensen, bang voor spinnen? Ik weet echt wel dat die angst overdreven is, ik ben groot en de spin is klein. Maar ik zit er ondertussen wel mee. Ik ben bang voor een levende spin, krijg de kriebels van een dode spin en huiver van plaatsen die perfect geschikt zijn voor spinnen en spinnenwebben – zoals onze zolder en tuinhuis. Kom ik ergens een foto van een spin tegen, dan kan die bladzijde niet vlug genoeg omgedraaid zijn. Ja, ik weet het, dat is allemaal echt overdreven.

Spinnen zijn nuttige beestjes en in onze streken zijn ze ongevaarlijk. Harige, handgrote vogelspinnen komen hier niet voor. Maar bij het zien van een dikke huisspin slaat mijn hart over en verstijf ik ter plaatse. Hoe komt dat toch? Is het een familie-erfenis? Zit het in mijn genen? Heb ik als kind een akelige onverwachte ontmoeting met een spin gehad?

Een spin ‘springt in ‘t oog’ en zeker in ‘t mijne! Ik heb ze meestal het eerst gezien. Misschien omdat ze er zo lelijk uitzien? Ik vind het ook eng dat ze zo snelle onvoorspelbare bewegingen maken. Daarom durf ik ze ook niet dood meppen, ik zou er toch naast slaan, met nog meer schrik als gevolg.

Aanvallen en vluchten

maken deel uit van de strijd.

Verlamd worden van de angst niet.

(Paul Coelho)

Het is een gegeven dat angst verdwijnt als we de confrontatie aangaan. Het is ook een feit dat we graag wegblijven van dingen die we eng vinden: speechen, autorijden,… De enige manier om de angst te verminderen is het te doen. Angst hoort bij onze groei. Maar het hoeft niet in één keer, je kan het spanningsniveau in stapjes opvoeren en zo veilig oefenen.
De stap-voor-stap-methode wordt op veel domeinen succesvol toegepast. Wat mijn spinnenfobie betreft, ik vond het van mezelf al een heel huzarenstukje om in mijn tweede kinderboek (Fluo is terug) over een reuzegrote spin te vertellen. Met een raar gevoel van binnen en een klam potlood in mijn hand heb ik ze ook getekend. Dat was mijn eerste stap in mijn spinnenangst. Ik weet niet wanneer ik er aan toe zal zijn een volgende stap te ondernemen. Dus hoop ik dat mijn man de reddende engel blijft spelen. Ik heb wel een afspraak met de spinnen in huis gemaakt: ze mogen blijven, als ik ze maar niet zie. Hopelijk hebben ze dat goed begrepen.

We kennen allemaal angstgevoelens en de verlammende uitwerking die ze teweeg brengen. Ook weten we dat angst een slechte raadgever is en toch laten we ons wel eens leiden door onze angsten.
Je moet de dag van vandaag wel heel cool zijn om niet onrustig te worden door alles wat er nu gaande is: opwarming van de aarde, zikavirus, terrorisme, aardbevingen, kernproeven in Noord-Korea, oprukkend China, Rusland dat weer ‘koud’ aanvoelt, Turkije in België, … Het zijn allemaal angstfactoren.
Ja, er kan nogal wat misgaan in onze wereld, veraf maar ook dichtbij.

Ik moest onlangs mijn dochter afzetten aan de luchthaven van Oostende. Een luchthaven vind ik altijd wat opwindend en exotisch, maar deze keer moet ik toegeven dat ik toch wat minder onbevangen was. Twee zwaar bewapende soldaten stonden aan de ingang van deze kleine luchthaven en vertroebelden direct het vrolijke gevoel. Waar is de tijd dat we tot aan de landingsbaan meekonden?
Heb jij bij de laatste terroristische aanslag ook tegen je kinderen of kleinkinderen gezegd dat ze niet bang moesten zijn? Maar geloofde je het zelf wel?

Moed is weerstand tegen angst,

beheersing van angst,

niet afwezigheid van angst.

(Mark Twain)

Psycho-oncologisch therapeut Eveline Tromp zei dat we de onvoorspelbaarheid van het leven eigenlijk niet goed hanteren:
Niets is zeker in het leven. Je kunt ineens ziek worden of overlijden door een ongeluk. Met die onzekerheid kunnen wij mensen vaak niet zo goed omgaan. We zien continu dreiging, in de ijdele hoop dat we het kunnen uitbannen. 

Het Engelstalige woord voor angst is FEAR. dat is de afkorting voor:

False
Expectations
Appearing
Real

FEAR heeft ook nog twee andere betekenissen:

Forget Everything And Run

OF

Face Everything and Rise

Onze fantasie kan ook op hol slaan. Misschien heb jij het volgende wel al eens meegemaakt: na het lezen van een thriller ga je twee keer controleren of alles in huis goed op slot zit. Of na een spannende film hoor je ‘s nachts vreemde geluiden en lig je klaarwakker te bibberen onder je deken.
‘s Anderendaags ben je doodmoe, heb je barstende hoofdpijn en ben je gegeneerd voor die nachtelijke spoken.

In het licht blijkt het monster
vaak de schaduw van een vlinder.

Wat volgens mij nog bijdraagt tot een bang gevoel is dat voor de huidige media angst creëren een vorm van entertainment is. Onder druk van de concurrentie brengen nieuwsgevers steeds meer negatief nieuws. Dat zorgt voor meer kijkcijfers.
Doordat we zoveel ellende zien en horen, lijkt de samenleving volledig om zeep. En dat is niet zo. Er is nog zoveel goed nieuws, maar dat haalt meestal de krant niet.

Angst verandert niets aan het verdriet van gisteren

en lost de problemen van mogen niet op.

Het enige dat angst doet,

is je vandaag verlammen.

(Corrie ten Boom)

Het blijkt dat slechtnieuwsberichten ons verdrietiger en angstiger maken. We gaan daarbij ook meer piekeren en doemdenken over onze eigen problemen. Als je 90% van je aandacht richt op die 10% die niet goed gaat in je leven, dan ga je na verloop van tijd denken dat 90% niet goed gaat.  Wat kan je daaraan doen?

Eveline Tromp schreef: ‘Als je al je gedachten uit je hoofd zou kunnen schudden, zou je ze in twee stapeltjes kunnen verdelen:
gedachten die voortkomen uit angst
en gedachten die voortkomen uit vertrouwen.
Angst is de grote ontmoediger.
Vertrouwen produceert bemoedigende gedachten.’

Je kan ook met je angsten op een goede manier omgaan: voorbereiden, erover lezen, veiligheidsmaatregelen nemen. Maar je kan niet alles uitbannen.

Wij moeten voortdurend dijken van moed opwerpen

tegen de stormvloeden van de angst.

(Martin Luther King)

Het leven is een reis. Een reis met spinnen en andere angsten. We kunnen altijd kiezen of we luisteren naar onze angst, of naar ons vertrouwen. Als we krampachtig iets willen bereiken, dan kunnen we faalangst ontwikkelen, schrik om verkeerd te doen of te zijn. dan belemmeren we onze groei en schieten we het doel waarom we hier op aarde zijn voorbij. We moeten ons niet alleen richten op het eindresultaat, maar ook genieten van de weg ernaar toe.
We moeten niet bang zijn iets nieuws uit te proberen. Amateurs bouwden de ark, professionals bouwden de Titanic. We moeten het Grote Plaatje durven zien.

Vertrouw op Mij bij iedere gedachte;

twijfel niet,

vrees niet.

(L&V 6: 36)

De Heiland is de Weg, de Waarheid en het Leven. Hij is er altijd om ons aan te moedigen, te vergeven en te redden. Daarom, zoals M. Russell Ballard zei: ‘Als we geloof oefenen en de geboden onderhouden, dan moeten we geen schrik hebben van de reis.’

In moments of fear or doubt or troubling times,

hold the ground you have allready won,

even if that ground is limited.

(Jeffrey R. Holland)

In het Oude Testament, in de Bijbel, heeft de profeet Jesaja mooie dingen geschreven die ons moed kunnen geven onze angsten te overwinnen:

Vrees niet, want Ik ben met u; zie niet angstig rond, want Ik ben uw God. Ik sterk u en help u.
Ik grijp uw rechterhand vast en zeg tot u:
Vrees niet, Ik help u.
(Jesaja 41: 10, 13)

Toen ik een klein meisje was, voelde ik me veilig aan de hand van mijn ouders. Toen ik wat groter was, had ik minder schrik toen ik met mijn vriendinnetje hand in hand verschillende avonturen ondernam. Nog wat groter voelde ik me rustig toen mijn man mijn hand in de zijne nam. Een hand vasthouden verdrijft angst. Ik hou er van om mijn hand in de hand van de Heer te leggen…

 

 

 

Weemoed in mijn tuinzetel.

nazomer

Hebben jullie dat ook, dat weemoedig gevoel in september dat langzaam vanuit je tenen opstijgt? Horen jullie ook een stemmetje dat je influistert dat die mooie zomer weer eens voorbij is?

“‘t is weer voorbij die mooie zomer” is ook een liedje van Gerard Cox. Het stond in de jaren ’70 wekenlang in de hitparade. Misschien had het liedje zo’n succes in Nederland en Vlaanderen omdat het een nostalgische klank had. In onze natte lage landen kijken we immers maandenlang uit naar die lange zomerse dagen, maar voor we ‘t weten zijn die weer allemaal voorbij.

Gerard Cox – Het is weer voorbij die mooie zomer.

Je hebt er maandenlang naar uitgekeken.
De koude winter wou maar eerst niet om.
Traag en langzaam kropen langs de weken.
Maar eindelijk, daar was ie toch: de zon.

De nachten kort, de dagen lang.
De ochtend vol van vogelzang.
Het scherpe, hoge zoemen van een mug.
Dan denk je: ha, daar is ie dan.
Dit wordt minstens de zomer van een eeuw.
Maar lieve mensen, oh wat gaat ‘t vlug.

‘t Is weer voorbij die mooie zomer.
Die zomer die begon zowat in mei.
Ah, je dacht dat er geen einde aan zou komen.
Maar voor je ‘t weet is heel die zomer
Al weer lang voorbij.


De wereld was toen vol van licht en leven
Van haringgeur vermengd met zonnebrand.
Een parasol om ‘t felle licht te zeven en in je kleren schuurde zacht het zand.
We speelden golf en jeux de boule en we zonken zalig in een stoel.
We dreven met een vlot op de rivier.
We werden wekenlang verwend, maar ach, aan alles komt een end
nu zit ik met mijn dia’s in de regen hier.

Herfst verkleurt weer langzaam alle bomen.
‘k heb ‘s nachts al lang weer m’n pyjama aan.
Dan had je eens in juli moeten komen,
toen sliepen we ‘s nachts buiten op het strand.

En ‘s morgens vissen in de zon
en zwemmen zover als je kon
We voeren met een boot een end op zee.
‘t is jammer dat het over ging,
‘t is allemaal herinnering.
Daar doen we dan de hele winter maar weer mee.

‘t Is weer voorbij die mooie zomer,
die zomer die begon zowat in mei.
Ah, je dacht dat er geen einde aan kon komen,
maar voor je ‘t weet
is heel die zomer al weer lang voorbij.

Ik heb het liedje nog eens beluisterd op Youtube, doe dat ook maar eens en dan zal je het meer dan normaal vinden dat ik een beetje weemoedig de herfst tegemoet zie.

Weemoed is de aftershave van het verdriet.

(Johan Anthierens)

Wat is weemoed? Waarom voelen we ons soms weemoedig en kijken we nostalgisch terug naar het verleden?
Ik vind weemoed een raadselachtig woord met een even raadselachtig gevoel. Ik ben blij en gelukkig, maar ineens koppel ik een lied, een beeld, een geluid, … naar iets van vroeger en bekruipt me een warm verlangen naar toen, ik word overvallen door een soort heimwee en voel een zachte treurnis om wat voorbij is.

Nostalgie is

gedachten van vroeger

gestript van het gedoe van toen.

(Hanna Bervoets)

Als ik dieper in mijn nostalgische herinneringen graaf, dan merk ik wel dat in iedere moment van mijn leven wel wat ‘gedoe’ was;
Een mooie zomer met uitgeregende uitstapjes en doornatte bbq’s.
Schattige baby’s met kilo’s pampers, uren gekrijs en hoofdpijn.
Interessante uitjes met vrienden, maar waar ik niet begrepen werd.
Een toffe werksfeer met toch enkele venijnige collega’s die mijn leven meer dan zuur maakten.
Een gezonde jeugd, maar met enkele enge ziekenhuisopnames.
Een mooi huis, maar ook een periode van stresserende financiën.
Toffe familiefeestjes, maar ook slepende conflicten.
Veel plezier op school, maar ook deadlines en moeilijke taken.

Nostalgie doet ons dat allemaal vergeten. Hanna Bervoets zei het zo:

Nostalgie is een slijpmachine
die onze herinneringen bewerkt
alsof het ruwe diamanten zijn:
grillige hoekjes worden afgeschaafd
en het oppervlak opgepoetst
tot ons verleden dermate schittert
dat het iets begeerlijks lijkt.

Voorbije dingen lijken soms zo volmaakt. De snoepjes uit onze jeugd waren veel lekkerder, de liedjes veel mooier, het eten gezonder, de vriendschappen intenser en het leven zorgelozer en minder ingewikkeld. Owens Lee Pomeroy zei het zo mooi in het Engels:

Nostalgia is like a grammar lesson:

you find the present tense,

but the past perfect.

Misschien voelen we ons veilig in die nostalgische momenten, omdat vroeger toch nooit terug kan komen. Vele dingen willen we echt niet opnieuw beleven. De Franse zanger Charles Aznavour zei:

Nostalgie is de zucht naar de goede oude tijd,

waarin niets te lachen viel.

Is weemoed en nostalgie dan niet gepast? Moeten we ons ervoor schamen? Is het iets alleen voor stokoude mensen? George Eliot zei:

We could never have loved the earth so well
if we had had no childhood in it.

Weemoed wordt wel eens de brug tussen toen en nu genoemd. Maar ik begrijp echt wel dat ‘toen’ niet terugkomt.
Weemoed, nostalgie, dit kan een genezende balsem zijn voor wonden uit ons verleden, maar we mogen er niet in blijven hangen. C. S. Lewis schreef: There are far better things ahead than any we leave behind.’

We kunnen geen betere toekomst hebben als we blijven denken aan gisteren. Ik zou echt niet terug willen. Ik ben mezelf geworden door alle levenservaringen die ik al had en de toekomst zal me verder blijven polijsten.

Misschien waren er vroeger sommige dingen beter (ik heb alvast de volle overtuiging dat de knalrode vierkante ‘lekstokken’ veel lekkerder waren dan enige lolly nu). Maar ik durf me schragen achter de woorden van Gordon B. Hinckley:

Er is nooit een betere tijd in de geschiedenis van de wereld geweest om op aarde te leven. We moeten allemaal dankbaar zijn dat we in deze prachtige tijd met zoveel fantastische zegeningen leven.

Het is een feit dat de mooie zomer op zijn laatste benen loopt. Ik ga genieten van een mooie nazomer en misschien zullen de kortere dagen me af en toe weemoedig maken. Maar hé, de herfst met al zijn kleuren ligt op de loer en in de verte fonkelen al kerstlichtjes. Ik ga genieten van al het moois op mijn pad, het leven gaat al vlug genoeg.

Ik zit in mijn tuinzetel. De weerman beloofde een prachtige nazomer. En dat is het ook. Ik zomer dus eventjes na. Het ruikt buiten al een beetje naar de herfst. De ‘grasparels’ blijven een hele dag liggen. De lijsterbes heeft geen oranje bessen meer en laat al bladeren vallen. Het zonlicht is niet meer zo fel. Wespen vliegen venijnig heen en weer en vlinders proberen de laatste nectar uit de vlinderstruik te halen. Spinnen weven kunstwerkjes en dikke libellen flitsen boven de vijver. Af en toe groepen vogels samen in de lucht, op weg naar warmere streken. Heel de natuur haalt weemoedig adem …

 

Onderwijs = leren?

school blog 2

Het nieuwe schooljaar is gestart. Duizenden kinderen, tieners en adolescenten sluiten de vakantiedeur en stappen of fietsen met gemengde gevoelens de schoolpoort binnen.
De eerste schooldag is altijd een mix van spanning en verwachting, en niet alleen voor de leerlingen. Ook ouders en leerkrachten produceren die dag wat meer stresshormonen.
Het jaarlijkse beeld aan de schoolingang heeft altijd wel min of meer dezelfde beelden in aanbieding. Sommige kleutertjes huilen en krijsen, terwijl andere kleintjes geen traan verpinken en zelfs niet meer omkijken naar mama of papa die met een krop in hun keel onnozel staan te zwaaien.
Op de speelplaats van de lagere school sleuren 6-jarigen een rugzak mee waar ze het liefst zelf willen inkruipen. Traantjes zijn dan al wat zeldzamer, maar die eerste ochtend vertoont bijna de hele klas symptomen van buik- en maagklachten.
Aan de middelbare scholen kan je er de meeste nieuwelingen zo uithalen: onzekere mensjes, die toch al meer dan acht jaar schoolervaring achter de rug hebben, gluren vanuit hun ooghoeken naar al die grote slungels. Ze zouden zich het liefst terug toveren naar het laatste jaar van de lagere school, toen ze de plak zwaaiden over al die ukkepukkies. Met weemoed beseffen ze dat de rangorde gewijzigd is en dat ze op dit onbekend domein hun positie weer zullen moeten verdienen.
Gelukkig zijn na een paar dagen de meeste horrorbeelden vervlogen en volgt een aanpassing aan het nieuwe leerproces.

Als we eerlijk terugdenken zijn wij, volwassenen, die gevoelens niet vergeten en weten we dat er voor deze jongeren nog veel zulke momenten zullen gebeuren: een nieuwe job, een eerste werkdag, nieuwe collega’s, een nieuwe baas … Ineens zijn onze ingewanden weer evenveel van slag als toen, aan die grote schoolpoort.

Onderwijs is slechts het minste deel

der opvoeding.

(John Locke)

Net als jullie heb ik verschillende facetten van het onderwijssysteem doorlopen. Mijn schoolloopbaan startte toen ik nog geen drie jaar was. Ik herinner me niet veel meer van mijn kleutertijd. Het kleuterschooltje had drie klaslokalen en ik zie het vage gezicht van een nonnetje en een juf met een blauwe schort aan. Aan die eerste schooljaren heb ik geen noemenswaardige complexen overgehouden. Het enige wat me blijven achtervolgen is, is het gevoel van verwarring tijdens een schilderles. We moesten een landschapje naschilderen naar het voorbeeld van de juf (of de non, dat weet ik niet meer). Ik kreeg een fikse uitbrander en voel de onrechtvaardigheid ervan nu nog altijd tot in mijn teentoppen. Ik had het gedurfd om het omgekeerde te schilderen: ik had de wolken wit en de lucht blauw gekleurd. Waarschijnlijk was de lucht buiten ook zo geschrokken van al dat tumult in die kleine kleuterklas, want vanaf dat moment zweven er, tot mijn grote opluchting,  witte wolken in een blauwe lucht.
Voor de rest had ik een zalige kleutertijd. Van kleutertesten hadden ze in die tijd nog niet gehoord, het leven van een kleuter was mooi en zorgeloos.

Toen ik zes was ging ik naar de ‘grote school’. Buiten een herinnering aan een heksenfiguur, die vooral in de refter schrik en terreur zwaaide, had ik het geluk om leuke juffen te hebben. Ik leerde zonder veel poespas lezen, schrijven en rekenen. Ik hield van spreekbeurten geven en van Frans. Ik was een gelukkig kind met veel vriendinnetjes. Pesten was een woord dat wij niet kenden. Iedereen hoedde zich ervoor om met straf naar huis te gaan, want thuis werd dat schrijfwerk op zijn minst verdubbeld.

De overgang van de lagere school naar de middelbare school verliep zonder stoten. Toen ik veertien was veranderde de schoolpolitiek en werd de school ‘gemengd’. Voor het eerst mochten jongens en meisjes naar dezelfde school gaan en in dezelfde klas zitten. De wereld van dat andere deel van het menselijk ras ging volledig open en ik onderscheidde algauw de ettertjes van de grapjassen, en de nerds van de speelvogels. Ik heb zoveel gelachen in mijn tienerjaren, maar ook veel geleerd –  van goede en minder goede leerkrachten. Van sommigen herinner ik me niets meer. Bij anderen kan ik het gezicht nog koppelen aan hun bijnaam en van enkelen weet ik ook nog hun hele naam.

Een middelmatige leraar spreekt,
een goede leraar verklaart,
een groot leraar toont,
een grandioze leraar inspireert.

Een biologieleraar ontstak het vuur voor de natuur in mijn binnenste. Ik denk dat hij fier zou zijn moest hij weten dat ik natuurgids ben.
Toen ik zeventien was, doofde de wiskundeleraar bij mij alle enthousiasme voor getallen, terwijl ik toch altijd prachtige cijfers had. Ik denk dat hij niet meer gemotiveerd was om het nut van algoritmen en parabolen te laten ontdekken door teenagers.
De leraar Frans boog zich teveel over de meisjes, wat heel gênant was, maar hij was met zijn punten ook veel guller voor hen. Niettemin hou ik aan zijn lessen toch een goede uitspraak van de Franse taal over.
Engels en Nederlands kregen we van dezelfde leraar. Er waren verschillende meisjes verliefd op hem en ik had ook wel een boontje voor deze nog jonge onderwijzer. Ik hield van zijn manier van lesgeven en droomde dat ik ooit een beroemde schrijfster of journalist zou worden.
Maar de leraar die me het meest is bijgebleven is mijn geschiedenisleraar. Hij heeft me echt laten nadenken en me verbanden laten ontdekken. Ik denk dat in zijn lessen het zaadje groeide om zelf leerkracht te worden.

Het gaat er niet om of
je binnen of buiten
de lijntjes kleurt,
het gaat erom
dat je
je eigen tekening maakt.

En zo belandde ik aan de andere kant van het klaslokaal. Ik heb enorm graag les gegeven. Ik hield ervan om de leerlingen te laten nadenken, om hen principes uit te leggen en hen dan zelf dingen te laten ontdekken. Ik probeerde hun visie op de wereld te verruimen en hen liefde voor boeken bij te brengen. Ik moedigde open communicatie aan en vond het fantastisch om jonge mensen klaar te stomen om met vastberadenheid hun dromen na te jagen. Ik was zeker geen volmaakte leerkracht en heb wel eens dingen verkeerd ingeschat. Ik vond de administratieve kant van de job uitputtend en soms zinloos. Maar het doet zo veel deugd als een oud-leerling naar me zwaait en met een brede lach ‘Dag juf Linda!’ roept.

Een leraar raakt de eeuwigheid.

Hij weet nooit waar zijn invloed

zal stoppen.

En toen kreeg ik de kans om directeur van een lagere school te zijn. Dat was een interessante, maar ook moeilijke periode in mijn beroepsleven. Door die functie uit te oefenen heb ik veel bijgeleerd over pedagogie en een school leiden. Mijn ervaring als hoofd van een school heeft me nog meer laten beseffen dat de leerkracht er toe doet!

Ik zou dan ook willen dat alle leerlingen dit nieuwe schooljaar een leerkracht hebben,
die zijn leerstof beheerst en enthousiast kan overbrengen,
die beseft dat hij lang niet alles weet en dus een leven lang verder leert,
die creatief is en
die leerlingen aanmoedigt om dingen te ontdekken en te creëren,
die kan lachen en kan troosten,
die gelooft in elk kind,
die weet dat kennis alleen niet voldoende is,
bij wie kinderen fouten durven maken,
die oog heeft voor veiligheid – fysisch en emotioneel,
die respect toont en eist,
die geduld heeft en complimentjes geeft,
die leert te onderscheiden wat waard is gelezen te worden,
die een open geest aanmoedigt,
die kritisch leert denken,
kortom, een leerkracht die met liefde lesgeeft en elk kind laat stralen.

De start van een nieuw schooljaar laat me niet alleen stilstaan bij al de scholen die tot mijn ontwikkeling hebben bijgedragen, maar ook bij de allerbelangrijkste school:de school van het leven.

Op school volg je eerst de lessen

en dan krijg je een test,

in het leven krijg je eerst een test,

en dan volgen de lessen.

We leven in de meest competitieve tijd die we ooit gekend hebben. De wereld zal ons meestal betalen wat we waard zijn. En onze waarde neemt toe door alles wat we leren en ik heb het hier niet alleen over onze ‘marktwaarde’. Alle training van ons verstand en onze handen kan ons helpen een goede invloed uit te oefenen.

Henry B. Eyring zei: ‘Onthou dat je een interesse moet hebben in leren, niet alleen voor het sterfelijk leven, maar voor de eeuwigheid.Als je begrijpt dat een geestelijk element je totale educatie verfijnt en opbouwt, dan zal je geestelijk onderwijs op de eerste plaats zetten en toch het seculiere onderwijs niet veronachtzamen. In feite zal je met die geestelijke visie harder werken op school.’

Russell M. Nelson, wereldberoemd hartchirurg, schreef: ‘Ons verstand is kostbaar. Het is heilig. Daarom is de educatie van ons verstand ook heilig. Educatie is een godsdienstige verantwoordelijkheid. Natuurlijk verschillen onze mogelijkheden en onze situaties.. Maar in het volgen van onderwijs is individueel verlangen belangrijker dan de school die je kiest en is persoonlijke drijfveer belangrijker dan de studierichting.’

Onze Schepper verwacht van al zijn kinderen dat ze zich persoonlijk ontwikkelen, dat ze kennis zoeken door studie en geloof (L&V 88:118).
Als we dit leven verlaten dan laten we al onze materiële bezittingen achter, maar de Heer heeft verklaard dat we alle kennis behouden die we in dit leven opgedaan hebben, als we naar het volgend leven gaan (L&V 130:18-19). Wat een prachtige belofte! Wat een motivatie om een leven lang te leren! Ons leren mag nooit stoppen! Als het stopt aan de klasdeur op de dag van de diploma-uitreiking, dan falen we. Er is in het leven nog zoveel meer te leren dan de dingen die we op de schoolbanken leerden. En er is nog zoveel meer op de ‘schoolbanken’ te leren dan toen we afstudeerden. We zijn nooit te oud om iets te leren!
Ik denk dat de manier waarop we les kregen een grote invloed heeft op het feit of we levenslange dorst naar kennis hebben.

Wat beeldhouwwerk is voor een stuk marmer,

dat is onderwijs voor de menselijke ziel.

(Joseph Addison)

Is onderwijs gelijk aan leren? Dat zou het meest logische zijn, maar dat is het niet altijd. Schoolmoeheid uit zich om verschillende redenen, die niet altijd zo duidelijk zijn. Mijn ervaring als moeder, leerkracht en directeur liet me inzien dat de leerkracht (en als ouder ben je de belangrijkste) dé persoon is om het motto ‘levenslang leren’ niet te laten verwateren of te laten verdrinken. Liefde is de sleutel. Zolang leerkrachten uit liefde onderwijzen en niet louter als ‘job met veel vakantie’ dan moet je je niet te veel zorgen maken. Een kind dat graag naar school gaat, is een begrepen kind.

Ik ben zo dankbaar dat ik in een maatschappij mag leven waar ik de vrijheid heb om te kiezen een leven lang te leren!

In de film ‘Dead Poets Society’ zitten pareltjes van educatie. Ik wil hem zeker nog eens bekijken.

robin williams