Creativiteit: een essentieel deel van mijn leven.

Ik heb enorm veel bewondering voor creatieve geesten. Ik hou bijvoorbeeld van de tekeningen van Escher, die zowel illusie als metamorfose in zijn kunst verwerkte. Ik kan ademloos genieten als ik naar Vivaldi’s ‘lente’ luister, en het beeldhouwwerk ‘de denker’ van Auguste Rodin bezorgt me kippenvel. De verhalen die Jodi Picault neerpent nemen me mee naar een ander denkpatroon en de tuinen van Keukenhof en Versailles doen me duizelen. Een vriendin kan verschrikkelijk lekker lamsvlees klaarmaken en een goede vriend schudt toneelspelen uit zijn mouw alsof het niks is.
Ik moet toegeven dat creativiteit ook één van de hoofdvakken in mijn leven is. Het heeft een invloed op alles wat ik denk en doe. Er is al van alles uit mijn hart, brein en handen gevloeid en de uitingsvormen verschilden met de jaren: tekeningen, opstelletjes, tokkelende gitaarstukjes, gedichten, knutselwerken, gehaakte sjaals, proza, posters, olieverfschilderijen, toneelrollen, harpconcertjes, aquarellen, kinderboeken, serieuzere verhalen, kerststukjes, schoolvoorstellingen, toespraken, slecht-nieuws-gesprekken, goed-nieuws-gesprekken, blogteksten, pastinaaksoep, stoofvlees, en nog veel meer.
Ik had creativiteit nodig in mijn schooltijd, mijn job, mijn kerkroepingen en mijn vakanties. Ik was creatief als chiroleidster, als schooljuf, als directeur, als kampleidster, als zondagschoolleerkracht, als mama, als oma.
Moet ik nog meer opsommen, of heb je je herkend en met een glimlach op je gezicht bemerkt dat iedereen een creatieve muis is?

‘As you take the normal opportunities of your daily life
and create something of beauty and helpfulness,
you improve not only the world around you
but also the world within you.’
(Claudine Bigelow)

Iedereen heeft creatieve capaciteiten. We moeten alleen het idee loslaten dat creativiteit alleen te maken heeft met tekenen, schilderen, schrijven of muziek. Een denker, een doener, een manusje-van-alles, een uitvinder, een vredestichter, een chefkok, … dit zijn allemaal creatieve personen. Creativiteit wordt aan kunst gelinkt, maar creativiteit is ook een belangrijk aspect om onze innerlijke artiest te ontdekken – en dat kan op alle terreinen zijn.

Misschien denk je wel dat je echt niet zo’n creatieveling bent, maar wist je dat je een geesteskind bent van het meest creatieve Wezen in het universum? Is het niet wonderbaarlijk om te denken dat je geest gecreëerd is door een oneindige creatieve God? Stel je voor: je geest is een meesterwerk, geschapen met een schoonheid en mogelijkheden die we niet kunnen bevatten.
Het scheppingsverhaal toont dat onze hemelse Vader en zijn Geliefde Zoon enorm creatieve personen zijn. uit ongeorganiseerde materie hebben Ze ontelbare prachtige werelden georganiseerd – op één ervan lopen jij en ik rond te huppelen. Er staat ook in de schriften dat we geschapen zijn naar het beeld en de gelijkenis van onze hemelse ouders. Met andere woorden: wij zijn ook enorm creatieve wezens. Ons brein is gemaakt om nieuwe dingen te bedenken.

Als ik een bergwandeling maak, of een schitterende zonsondergang zie, of mediteer aan het Noordzeestrand, dan ben ik verwonderd over het kleurenpalet dat mijn hemelse Vader gebruikt. Mijn kleurschakeringen zijn veel bescheidener, maar ze geven me toch een blij gevoel.

Wees creatief,
ook al zijn uw pogingen maar bescheiden.
Creativiteit kan een geest van dankbaarheid voor het leven oproepen,
en voor alles wat de Heer met uw wezen heeft verweven.
(Richard G. Scott)

Wat we ook maken, het hoeft niet perfect te zijn. Angst om te mislukken houdt ons soms tegen een beginnend talent te ontplooien. Kritiek geven is makkelijker dan zelf iets creëren. Laat de criticus je niet verlammen, of de kritiek nu van buiten of van binnen komt. Want dat kunnen we meestal ook wel goed: onszelf zo kritisch beoordelen dat de vonk van creativiteit uitdooft.
Nee, we zijn niet te oud, niet te jong en niet te dom om iets moois te scheppen, of iets lekkers, of iets geestelijks.

‘Creativiteit heeft niets met leeftijd te maken.
Er zijn geen kalenders die voorschrijven wanneer creativiteit zal ophouden.
Inspiratie is er zolang er de lust om te leven is.’
(Toon Hermans)

Heb je ook dat heerlijke gevoel al gehad om ongeorganiseerde materie in je handen te krijgen en het om te vormen tot iets moois?
Wat onze talenten ook zijn, welke studies we ook gevolgd hebben, uit welke achtergrond we komen of welke mogelijkheden we hebben, er zit iets in ons dat verlangt om iets te scheppen. Van zaadjes tot een groententuin, van groenten tot soep, van klei tot beeld.
Het geeft vreugde om buiten de lijntjes te kleuren, om out of the box te denken, om ons licht te laten schijnen.

‘Creativity helps us bring light
to the world and our relationships
and to find deep and satisfying joy.’
(Claudine Bigelow)

Laat het idee los dat je niet creatief bent, of niet goed genoeg. Gooi gedachten als ‘ik kan dit niet’, of ‘ik maak toch alleen maar saaie dingen’, ver weg. Zelfs de allergrootste kunstenaars hebben wel eens een slecht idee, een kapotte vaas, zure soep.
Wat je wel moet vasthouden is:
kinderlijke verwondering,
nieuwsgierigheid,
een groot verlangen om iets te leren,
de wil om hard te werken,
de moed te hebben om iets fout te doen
en uit die fouten iets te leren.

Ik heb ondervonden dat er altijd iets is in de natuur dat creativiteit stimuleert in mijn hart en mijn denken, maar ik moet er voor openstaan.
Hans Peter Roel schreef in ‘Op zoek naar de hemel’:

Als onze talenten dansen op de golven van inspiratie,
is de creativiteit eindeloos aanwezig.

In oude tijden sprak men over ‘muzes’. Ik noem het liever inspiratie. Er waren echt veel momenten in mijn leven waarop ik geïnspireerd werd om dingen te zeggen, om een verhaal te schrijven, om een bepaalde kleur te gebruiken, om een e-mail te sturen en nog veel meer. Er waren ook momenten dat ik vast zat en ik een akelig gevoel kreeg dat mijn creatieve doos leeg was. Maar creativiteit geraakt nooit op, integendeel, hoe meer je openstaat voor alles wat goed en mooi is, hoe meer de ideeën zullen komen. Ik heb ook ondervonden dat een ontspannende wandeling, een rustmoment, een belletje naar iemand die me liet lachen, een gebed en muziek waar ik van hou, toegangspoorten zijn tot energieke creativiteit.

Wel, heb ik je kunnen overtuigen dat je het idee uit je hoofd moet bannen dat jij nooit creatief zal zijn? Weet je, ik heb een goede vriendin die dit jaren geleden ook dacht tot ze dat stemmetje het zwijgen oplegde. Je zou haar kunstwerken moeten zien, het zijn pareltjes. Ik heb een dochter die een fantastische juf en mama is, een zoon die een mooi bedrijft runt, een andere zoon die enorm positief met tegenslag omgaat, en mijn jongste zoon waarbij het woord ‘dienen’ al jaren een ongedwongen diepe klank heeft.
Creativiteit is niet alleen voor grote getalenteerde geesten, maar is voor elk mensenkind dat geboren werd en wordt.

Creativiteit uitnodigen
in ons professioneel en privé leven
is elk zoeken, vinden en proberen waard.
Geef het nooit op!

Waarom een blogtekst over creativiteit? Ik heb ondervonden dat mijn creaties me vreugde gegeven hebben. Ik voelde me waardevol. Maar nog meer dan dat ik er zelf beter van werd, is dat ik die vreugde heb kunnen doorgeven aan anderen. Dieter F. Uchtdorf zei het zo:

Creativiteit helpt ons
om licht in de wereld
en in onze relaties te brengen.
Creativiteit helpt ook
om diepe, voldoeninggevende vreugde te vinden.

De zomer- en vakantiemaanden zijn uitstekende momenten om te starten. Laat je me iets weten wat jij gecreëerd hebt? Ik steek al op voorhand mijn duim omhoog!

 

 

Is God een idee van de mens, of is de mens een schepping van God?

Als je vandaag durft te beweren dat je in God gelooft, dan krijg je meestal meewarige gezichten te zien. Soms vraagt men naar je opleiding of beroep en meestal is er een verbaasde reactie als het antwoord een hoge score oplevert op de wereldse ladder. Nu, ieder mens heeft vrijheid van spreken en van mening, dus is het niet te verwonderen dat er tegenstellende ideeën zijn. Het mooie van geloven is dat iedereen vrij is om de zoektocht aan te vangen.

Ik hou van open gesprekken over het al dan niet bestaan van een opperwezen. Als men begint met de stelling ‘bewijs maar eens dat God bestaat’,  dan is er meestal geen open gesprek. Stel dat ik zou beginnen met : ‘Bewijs eens dat God niet bestaat.’, waar leidt zo’n discussie toe? Je kan immers niet bewijzen dat iets niet bestaat. Je zou elke millimeter van het universum moeten uitpluizen om dit te weten en daar is het heelal veel te groot voor. Onze zintuigen zijn ook beperkt voor zo’n zoektocht. Duizenden jaren heeft de mens bepaalde delen van het universum niet gezien, waaronder de zwarte materie. We kunnen ons afvragen of er nog meer dingen bestaan die we niet kunnen zien.
Maar ook het bestaan van God kan je niet bewijzen. Ik vind dit logisch, anders zou er geen keuze meer zijn. Dan zou je dingen doen omdat het niet anders kan, niet omdat jij het wil.

Een evenwichtige agnostische vraag zou moeten gaan
over bewijs dat er een ontwerper is
maar ook over bewijs dat die er niet is.
(Mo Gawdat)

Een grote Ontwerper of een enorme toevalligheid? Ik ben geen filosoof, maar ik wil hier toch wat over uitweiden. Er is weinig gemeenschappelijk tussen het idee van toeval, de oerknal en de evolutie, en het geloof in een God als Schepper.
Als je al enkele berichten op mijn blog gelezen hebt, dan weet je al dat ik geloof dat we allemaal deel uitmaken van iets veel groters dan deze aarde alleen. Ik geloof dat mijn pa, mijn broer, mijn grootouders, mijn vriendin en nog vele anderen in een andere dimensie verder leven. Voor sommigen is dit een sprookje, maar voor mij niet. Ik ga je proberen uitleggen waarom ik geloof in een Schepper. Ik zal dingen schrijven waar je mee akkoord zal zijn, maar ook dingen die jij maar niets vindt. Ik schrijf deze blog om je hersencellen te prikkelen en enkele opmerkingen die ik maak zijn gebaseerd op wat ik gelezen heb in het boek ‘De logica van geluk’ van Mo Gawdat.

Wiskundig gezien zou alles kunnen ontstaan zijn door evolutie. Maar wat is de kans dat dit echt zou lukken? Ja, in lang vervlogen tijden heb ik op school kansberekening gehad en ik herinner me nog een van de conclusies om nooit te gokken. Ik wil het even over dobbelen hebben, dat komt dicht in de buurt bij toeval. Als je maar dikwijls genoeg gooit, komen de stenen wel eens goed terecht. Ik heb niet veel geluk gehad met dobbelspelletjes. In het ganzenbord kwam ik steevast in de vergeetput terecht en bij ‘Mens-erger-je-niet- eindigde ik meestal als laatste. Een zes gooien bracht je veel voorsprong. Gemiddeld gooi je elke zes keer een zes en als je geluk hebt gebeurt het snel. Als je met twee dobbelstenen dubbel zes moet gooien is je kans niet één op tien, maar één op 36. Hoe meer dobbelstenen, hoe minder kans ze allemaal tegelijk een zes tonen. Als je met tien stenen gooit, is de kans één op zestig miljoen! Tien dobbelstenen gooien is iets eenvoudig, als je een universum moet tevoorschijn brengen, of zelfs maar één levend organisme, hoeveel keer moet je spreekwoordelijk dan gooien? De kans dat dit lukt is zoals gooien met miljarden dobbelstenen. Zou jij daarop durven wedden?

 Ik heb nooit iets toevallig gedaan,
en geen enkele uitvinding van mij is het resultaat van toeval,
zij kwamen als gevolg van werk.
(Thomas Alva Edison)

De ingewikkeldheid van onze kosmos gaat mijn voorstellingsvermogen te boven. Ik geloof dat er simpelweg niet genoeg geluk is. Ons heelal bestaat nu zo’n 13,7 miljard jaar en de leeftijd van onze aarde is ongeveer 4,5 miljard jaar. Het leven in zijn meest primitieve vorm zou 3,7 miljard jaar geleden begonnen zijn. Dit klinkt als héél lang, maar het is echt kort als je het vergelijkt met hoeveel tijd er nodig zou zijn om iets toevallig te laten ontstaan. Opeenvolgende gebeurtenissen in een complex systeem worden nog moeilijker als het in de juiste volgorde moet gebeuren. Stel dat een prachtig veldbloemetje toevallig is kunnen ontstaan: het heeft daarna een gunstige omgeving nodig om te kunnen groeien zoals regen – maar niet te veel-, vruchtbare grond, genoeg zon – niet te veel en niet te weinig, en nog andere dingen. Evolutionisten gaan ervan uit dat deze losstaande gebeurtenissen willekeurig bleven gebeuren totdat ze per toeval allemaal samenkwamen. Dit verhaal klinkt wel goed, maar vergeet niet hoeveel keer je moet gooien om tegelijk 10 keer zes te gooien.  Er zijn miljoenen soorten levende organismen op onze aarde en er zijn nog vele soorten niet ontdekt. Hoeveel pogingen heb je nodig om dit toevallig tot stand te laten komen? Het universum zou oneindig veel tijd moeten hebben gehad, en dat was er niet.

Als dit universum in zijn miljoenvoudige orde en precisie
het resultaat van een blind toeval zou zijn,
dan is dat net zo geloofwaardig als wanneer een drukkerij explodeert
en alle druklettertjes weer op de grond terecht komen
in de voltooide en foutloze vorm van het woordenboek.
(Albert Einstein)

Wij zijn allemaal gemaakt van proteïnen, en proteïnen zijn gemaakt van aminozuren die verbonden zijn met elkaar. De manier waarop ze verbonden zijn bepaalt of de proteïne werkt zoals een pomp, strijdt tegen bacteriën, of tot een andere ‘machine’ is gevormd. Ons lichaam heeft meer dan 20 000 van die proteïne-machines. Wauw, wat een wonder! Je moet weten dat een proteïne alleen maar kan bestaan als de aminozuren heel nauwkeurig en in precies de juiste volgorde aan elkaar zijn geregen. Kan dit toevallig?

Albert Einstein zei ooit: ‘Als we kijken naar de schepping gedragen we ons als een kind dat een grote bibliotheek binnenkomt die gevuld is met boeken in een vreemde taal. Het kind weet dat de boeken door iemand moeten geschreven zijn. Het weet alleen niet hoe. Het kent ook de talen niet waarin de boeken zijn geschreven. Het kind vermoedt ergens wel een mysterieuze orde in de opstelling van de boeken, maar weet niet wat die is. Zo, stel ik me voor, staat zelfs de intelligentste mens ten opzichte van God.’ (George Sylvester Viereck in ‘Glimpses of the Great’)
Waarom is het voor velen zo moeilijk dat er een Ontwerper achter alles zit?

De IPhone en jij zijn niet toevallig ontstaan.
Er is een grote ontwerper
en er was ook een Steve Jobs.
(Mo Gawdat)

Waarom vindt de moderne mens het stom om te geloven in een Schepper? Soms hebben mensen een verkeerd beeld van God. Hij is geen tovenaar, maar gebruikt wetten. Wie krijgt de schuld van oorlogen? Wie wordt met de vinger gewezen als er mensen in armoede leven of doodgaan van de honger? Wie is de boosdoener van de vervuiling? Moeten we niet naar onszelf kijken en naar de keuzes die we maken? Het leven heeft zijn spelregels. De handleiding staat in heilige boeken. We hebben de vrijheid om te spelen, de vrijheid om te kiezen. Toeval of een God? Dat oplossen is een onderdeel van het spel.

Het geeft mij een vrij gevoel te geloven dat er een Ontwerper is. Die vrijheid maakt me gelukkig. Ik geniet van de schoonheid en complexiteit van het ontwerp. Ik geniet van mijn levensreis en kijk er naar uit om ooit de Grote Schepper, die alles organiseerde, te ontmoeten. Dat zal nog een ander leerrijk gesprek worden dan kansberekening.

Een paar tips:
– Mediteren onder de sterrenhemel.
– De Bijbel lezen.
– Het Boek van Mormon bestuderen.
– Het boek lezen ‘De logica van geluk’ van Mo Gawdat.
– Een kerk bezoeken.
– Een open gesprek voeren over het leven met vrienden.
– Durf het volgende te doen:

Put yourself in a position to begin having experiences with Him …
Ask Him to tell you if He is really there
– if He knows you.
Ask Him how He feels about you.
And then, listen.
(Russell M. Nelson)

 

 

Is dit leven een deel van een veel groter leven?

Veel kinderen, jongeren en zelfs volwassenen brengen uren door met videospelletjes spelen. Met razendsnel duimgeklik overwinnen ze allerlei barrières om in een andere wereld terecht te komen. Ik moet toegeven dat ik me liever door een goed boek in een andere wereld laat verzeilen. Maar om terug te komen op die videospelletjes: is ons leven hier op aarde niet te vergelijken met een videospel?
Stel dat jouw lichaam niet echt jij bent, maar een soort voertuig waarin jij je verplaatst in dit leven? Een rare gedachte? Misschien wel, misschien ook niet.

‘We are not human beings having a spiritual experience.
We are spiritual beings having a human experience.’
(Pierre Teilhard de Chardin)

Als ik geoefende gamers hoor praten, dan willen ze het liefst hun spel op de hoogste en moeilijkste level spelen. Als het spelletje te gemakkelijk is, wordt het saai en is het niet leuk meer om te spelen.
Iedereen start met de eenvoudigste level en leert snel waar de valkuilen zijn. Je laat je niet gauw afleiden door vallende sterren of happende monsters. De moeilijkheden zijn daar vlug overwonnen en hoera! Je mag naar de volgende level. Het scherm wordt even donker en als het opnieuw oplicht dan bevind je je in een heel andere omgeving. Misschien ben je nu onder water en ga je niet zo vlug vooruit. Je wordt er misschien aangevallen door inktvissen met veel meer dan acht armen en duistere figuren beletten je snel te zwemmen. Als ik mijn kinderen en kleinkinderen mag geloven, dan is het spannend en leuk om weer dingen bij te leren in dat spelletje.
In elke level leer je iets nieuw en leer je het spel beter begrijpen. Als je het einddoel van je level hebt bereikt, wil je er echt niet meer vertoeven. Je hebt je les geleerd en je wil naar een hoger niveau, ja toch?
Ik vind dat je een computerspel best wel  min of meer met het leven kan vergelijken. Natuurlijk is het doel van zo’n spelletje niet echt te vergelijken met het doel van het leven, en de moeilijkheden die we ondervinden in ons leven zijn meestal lastiger om te overwinnen dan de volgende level halen in het spel. Maar de vergelijking maken is toch wel interessant. Zie het zo:
Je bent via een portal die geboorte heet in dit level hier op aarde terechtgekomen. Je verlaat dit level (deze aarde) door een poort die dood genoemd wordt naar een volgend level.

‘In His plan
there are no true endings,
only everlasting beginnings.’
(Dieter F. Uchtdorf)

Als je de verschillende godsdiensten bekijkt, lijken die hierin te geloven. Er zijn er die in een leven voor de geboorte geloven en de meeste leren dat de dood gewoon een deur is die opengaat naar een ander leven en dat je dus niet echt doodgaat. Je stoffelijk lichaam sterft: je voertuig is kapot en jij, jij leeft gewoon verder.
In een computerspel verzamel je bonussen die je verder en vlugger op weg helpen, soms kunnen ze je  zelfs een nieuw leven geven.
Als je dit leven verlaat kan je niets stoffelijks meenemen, maar je goede daden en keuzes kunnen je een betere plaats geven in het volgende deel van je leven. Hier op aarde, dit level van je eeuwige leven, zijn de bonussen geloof, hoop en liefde. De allergrootste bonus die je leven kan vernieuwen is de rol van Jezus Christus in dit grote plan te begrijpen en te trachten na te leven.

‘Because of Him
we will live forever.’
(Joseph B. Wirthlin)

Dat je leven een onderdeel is in een groter geheel is toch een fantastisch concept? Als je dus geconfronteerd wordt met moeilijkheden in dit level, glimlach dan. Je wordt er alleen maar sterker door. Laat je op je levensreis niet afleiden door verkeerde muziekgeluiden, verleidende omwegen en bedrieglijke stemmen. Het leven reikt je veel ervaringen aan om te groeien, te ontwikkelen en te genieten. Het is geweldig om te leven!

In het boek ‘Mijn dinsdagen met Morrie’ van Mitch Albom vind ik deze uitspraak van de doodzieke professor een schat om over na te denken:

‘Toen dit alles begon, heb ik mezelf de vraag gesteld: zonder ik me van de wereld af, zoals de meeste mensen doen, of ga ik door met mijn leven? Ik besloot dat ik met mijn leven door zou gaan – dat althans zou proberen – zoals ik dat wil, met waardigheid, met moed, met humor, met zelfbeheersing.
Er zijn ochtenden waarop ik aldoor huil en mezelf beklaag. Op andere ochtenden ben ik heel erg boos en verbitterd. Maar dat duurt niet lang. Dan sta ik op en zeg: Ik wil leven …’

Wat denk jij wat het belangrijkste is in dit leven? Eten? Een woning? Warmte? Omgaan met andere mensen?
Dat zijn inderdaad de primaire behoeften van een mens. Natuurlijk hebben we allemaal voedsel nodig en een dak boven ons hoofd. Natuurlijk heeft ieder mens liefde en aandacht nodig. Maar als daaraan voldaan is, dan voelen we dat er nog iets meer is. We zoeken allemaal naar het antwoord op de vraag wie we zijn en wat het doel van ons bestaan is. Het antwoord vind je niet in een encyclopedie alhoewel goede lectuur je al een stap op weg kan zetten.

‘He who has a why to live
can bear with almost any how.’
(Nietzsche)

Toon Hermans zei het zo:

Je staat niet alleen in het leven, er is een kracht die je leidt. Je wordt geboren met een bepaalde bedoeling om dit of dat te doen voor jezelf en voor anderen, dàt is waar ik héél sterk in geloof.’

Als ik terugkijk op mijn leven (ik heb toch al een flinke afstand afgelegd) dan zie ik een zeker patroon van zoeken en vinden, van ups en downs. Ik heb al veel prachtige momenten meegemaakt en ik zal die voor eeuwig koesteren: mijn thuis, mijn opleiding, mijn levensmaatje, kinderen en kleinkinderen, vrienden, boeken,mooie reizen, creatieve mogelijkheden enz. Er waren ook momenten van pijn en verdriet, ziekte, onbegrip en onvervuld verlangen, maar met moed en hard werken kon ik ze plaatsen of overwinnen.
In de terugblik van mijn leven zie ik de reflectie van mijn altijd aanwezige geloof en kennis van God en Zijn Zoon. Hun liefde voor mij en mijn liefde voor Hen is wat me telkens opnieuw van beproeving naar overwinning leidde.
Er zullen nog veel mooie en moeilijke ervaringen zijn in dit level van mijn bestaan. Maar deze zal ik, net als deze die voorbij zijn, steeds plaatsen in het grote doel van het universum.

We hebben allemaal onze ups en downs, we winnen en verliezen. Maar als we focussen op ‘het spel’ komt alles goed.
Ik vind het alvast geweldig om mijn leven te zien als onderdeel van een veel groter geheel.

Succes met het spel!

‘We all search for happiness
and we all try to find our own
‘happily ever after’.
All you have to do is
trust your Heavenly Father.
Trust Him enough to
follow
His plan.’
(Dieter F. Uchtdorf)

Maakt geven echt gelukkiger?

December en januari zijn maanden waarin het niet alleen donker is, maar waarin ook veel geschenken worden gegeven en gekregen. Ik vind het leuk om kerst- en nieuwjaarscadeaus voor mijn kleinkinderen te kopen. Ik probeer steeds om iets te vinden wat hen blij zal maken. Het geeft me een fijn gevoel als ik de lichtjes in hun ogen zie wanneer ze hun pakje openmaken. Geven is zoveel rijker dan krijgen, vind je ook niet?

The satisfaction of giving
lasts much longer than
the sweetness of getting.
(Burton Howard)

In Israël zijn twee zeeën: de Dode Zee en de Zee van Galilea. Ik heb aan de oevers van beide zeeën gestaan en veel verschillen opgemerkt. De Zee, of het Meer van Galilea zit vol leven. Er zwemmen veel vissen in en de meest bekende is de Petrusvis. Het meer is de belangrijkste drinkwaterbron van Israël en het wemelt er van vogels. De natuur is er adembenemend mooi en voor mij was het een prachtige meditatieplaats. Ik kon er best inkomen dat zo’n tweeduizend jaar geleden honderden mensen aan de oever van dat meer naar de uiteenzettingen van Jezus Christus luisterden.
De Dode Zee is het laagst gelegen meer ter wereld en ligt in een woestijngebied. Ze is heel anders dan de Zee van Galilea: dood, geen zichtbare levende wezens, giftig en bitter. Het vreemde is dat ze allebei door dezelfde rivier gevoed worden: de Jordaan. Hoe kunnen ze dan toch zo verschillend zijn?
Wel, de Zee van Galilea krijgt aan de ene kant water binnen en aan de andere kant geeft ze water weg. De Dode zee krijgt water, maar heeft geen uitgang. Ze houdt het allemaal zelf.
In deze vergelijking zie ik een mooie levensles. Als we alleen maar krijgen en niets geven, dan leven we niet echt.

Franciscus van Assisi merkte wijs op dat het in het geven is dat we ontvangen, of zoals Paulus het verwoordde:

Het is zaliger te geven dan te ontvangen.
(Handelingen 20: 35)

In de kersttijd handelen veel mensen volgens de echte ‘kerstgeest’: de geest van het geven. Kerst is zoals een fles bruisend water opendraaien: we denken meer aan anderen dan aan onszelf en er borrelt een verlangen in ons om te geven. Talrijke projecten steken de kop op – de ‘warmste week’ is er één van- en mensen doneren geld aan allerlei goede doelen. Het zijn ook niet altijd tastbare cadeaus: buren komen samen, jongeren zingen kerstliedjes, ouderen worden wat meer bezocht … Ik genoot alvast van een prachtig gratis kerstconcert gebracht door getalenteerde jonge mensen wiens bedoeling  het was om mensen gewoon even blij te maken.

As we give presents at Christmas,
we need to recognize that
sharing our time and ourselves
is such an important part of giving.
(Gordon B. Hinckley)

Ik denk dat in ieder mens een ‘gevend gen’ zit. Als we beelden van mishandelde dieren zien dan roept een stemmetje in ons hoofd: ‘Doe iets!’
Als we reportages en nieuws zien van oorlogsslachtoffers, tsunami-overlevenden, vluchtelingen en daklozen, dan schreeuwt ons geweten: ‘Doe toch iets!’
We kunnen meestal niet ‘lijfelijk’ hulp bieden, maar door geld te storten sussen we ons geweten. Soms vragen we ons dan af of ons geld wel op de juiste plaats is geraakt en als de rampen elkaar te snel opvolgen, kijkt onze bankrekening misschien de andere richting uit.
Persoonlijke hulp geeft de meeste voldoening. We vinden het nu eenmaal leuk om iets voor een ander te doen. Helpen verbindt mensen en vertroebelt rassen en grenzen. Helpen brengt mensen dichter bij elkaar en  wederzijds vertrouwen groeit.

The more one forgets himself –
by giving himself to a cause to serve
or another person to love –
the more human he is.
(Viktor E. Frankl)

Ik geloof dat geven succes meebrengt in alle facetten van het leven. Niemand wordt armer door te geven, integendeel, er gebeurt iets magisch, iets wat wiskundig niet valt uit te leggen. Onze talenten groeien en vermeerderen telkens ze gedeeld worden.
Want zeg nu zelf, welk een meerwaarde krijgt kennis en ervaring niet als ze gedeeld worden? Of als er een verhaal in je groeit en je vertelt dit aan anderen?

De geest van Kerst is delen, vergeven, liefhebben. Deze kerstgeest vindt zijn oorsprong in het grootste geschenk dat de wereld ooit gekregen heeft -Jezus Christus.

‘ Want alzo lief heeft God de wereld gehad,
dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft,
opdat ieder die in Hem gelooft,
niet verloren gaat,
maar eeuwig leven heeft.’
(Johannes 3: 16)

Ik vraag me af waarom we elk jaar tot in december wachten om anderen wat milder te bejegenen, wat meer lief te hebben, zachter te zijn en vrijgeviger te geven. Elke dag is een geschenk, we mogen het alleen niet vergeten uitpakken!

Merry Christmas!

De moed om beslissingen te nemen.

Onlangs had ik een vergadering met een 40-tal jonge mensen, meisjes en jongens. Ze kwamen uit Canada,de Verenigde Staten van Amerika, Brazilië, Suriname, Duitsland, El Salvador, Spanje, Engeland en Nederland. Allemaal hadden ze de beslissing genomen om ongeveer twee jaar hun land vaarwel te zeggen om in Nederland en België totaal vreemde mensen aan te spreken over een delicaat onderwerp: geloof.
Toen ik hun lachende gezichten zag vroeg ik me af waarom ze die moeilijke beslissing genomen hadden. Ik vroeg me af waar ze hun thuis en hun vrienden hadden achtergelaten. Was het eenvoudig geweest om hun studies even te stoppen, een sportcarrière opzij te schuiven, en een muziektalent te parkeren? Was het gemakkelijk geweest om een vreemde taal te leren en zonder enige vergoeding een verre sprong te maken? En bovenal, vonden ze het de moeite waard?

We nemen al heel ons leven alle dagen kleine en grote beslissingen. En met elke beslissing die we nemen, krijgen we meer ervaring in het nemen van beslissingen. Wat heb ik, in dit verband, op mijn levenspad zoal geleerd?
Eén ding is zeker: een beslissing is maar het begin. Als er geen actie komt, dan hebben we eigenlijk geen beslissing genomen.

Beslissingen nemen
is een kwestie van doen.

Een beslissing hangt ook af van de situatie waarin we ons bevinden en welke positieve of negatieve gevolgen we kunnen verwachten. Onder die jonge mensen in mijn vergadering waren er  wiens ouders ooit ook diezelfde keuze in hun leven gemaakt hadden. Ze hadden mooie, grappige en spannende verhalen gehoord en kregen daardoor meer zelfvertrouwen om naar een vreemd land te gaan. Anderen hadden met negatieve kritiek en soms ronduit vijandige reacties te maken gehad. Dezen wisten dat er moed voor nodig was om ja te zeggen, maar ook moed om nee te zeggen. Ze werden voor hun vertrek geconfronteerd met een diep zelfonderzoek naar de motivatie van hun beslissing.

Since truth is the only meaningful foundation upon which we can make wise decisions,
how then can one establish what is really true?
(Richard G. Scott)

Iedereen wil de juiste beslissingen maken, maar dat is niet gemakkelijk in de ultra-internet doorweven wereld waarin we nu leven. Allerhande media bestoken ons dag en nacht met raad, meningen, promoties, uitdagingen, enz. Geen wonder dat we soms met de handen in het haar zitten om de juiste beslissing te nemen.
Maar om het ons nog wat moeilijker te maken, horen en lezen we op verschillende platforms dat wat we beslissen sociaal aanvaardbaar en politiek correct moet zijn. Dat klinkt logisch, maar er zit een addertje onder dat gras. Onze westerse sociale structuren verschillen enorm met die in China of in Ghana, of in … En politiek? In geen enkel land zijn de organisaties dezelfde en met de tijd kunnen die zelf heel sterk veranderen. Lees er de geschiedenis van de laatste 20 jaar maar eens op na.

Is er dan niets wat ons kan helpen de beste beslissing te maken? Wel, er zijn volgens mij twee manieren om waarheid te vinden en allebei zijn ze zeer nuttig om goede beslissingen te maken.
Ten eerste is er de wetenschappelijke weg waarbij men door experimenten een theorie als waarheid bestempelt.
Ten tweede is naar de Bron van alle waarheid te gaan en om inspiratie vragen.
Ik heb me de vraag gesteld of de wetenschappelijke benadering de beste leverancier is voor waarheid. Ik stel vast dat de wetenschap steeds vlugger zijn theorieën bijpast door steeds nieuwe ontdekkingen. De verste uithoek (tot nu toe) van het heelal, en de verste uithoek (tot nu toe) van materie, hebben ons alleen nog maar meer laten beseffen hoe beperkt ons huidig begrip is. Wat de ene keer gezond is, wordt de andere keer verguist. Fundamentele waarheden blijken ineens niet meer zo fundamenteel te zijn (plat of rond, krimpend of groeiend, kleinst of nog kleiner, intelligent of toch niet, drie dimensies of vier of nog meer …).

Dus, om mijn beslissingen zuiver op wetenschappelijke ‘waarheden’ te baseren, lijkt me niet zo slim. Welke waarheid levert openbaring dan?
Eeuwen geleden openbaarde God:

‘Want zie, dit is mijn werk en mijn heerlijkheid: de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen’ (Mozes 1: 39)

‘En indien het mogelijk was dat de mens de stofdeeltjes der aarde kon tellen, ja, van miljoenen aarden zoals deze, dan zou het nog geen begin zijn van het aantal van uw scheppingen … En de Here zeide tot Henoch: Zie dezen uw broeders; zij zijn het maaksel van mijn eigen handen, en Ik heb hun kennis aan hen gegeven ten dage dat Ik hen schiep; en in de hof van Eden heb Ik de mens zijn keuzevrijheid gegeven; … en Ik heb hun ook het gebod gegeven, dat zij elkander moeten liefhebben en dat voor Mij, hun Vader, moeten kiezen.’ (Mozes 7: 30, 32,33)

‘En ontelbare werelden heb Ik geschapen, … want zie, er zijn vele werelden … en ze zijn voor de mens ontelbaar; maar alle dingen zijn geteld bij Mij, want ze zijn de mijne en Ik ken ze.’ (Mozes 1: 33,35)

Ik heb al verschillende keren in mijn leven Gods aanwezigheid en zijn liefde gevoeld. Het is raar om te zeggen, maar ik weet dat Hij mijn Vader is en dat Hij mij in al mijn beslissingen wil helpen. Wie zou er nu geen raad willen aanvaarden van iemand die oneindig veel werelden geschapen heeft met het doel zijn kinderen gelukkig te maken?
Elke beslissing die ik maak, heeft een gevolg. Sommige hebben weinig of geen invloed op mijn eeuwige vooruitgang, maar anderen hebben er een enorme impact op. Als ik beslis om vandaag een blauwe trui te dragen, maakt dat uiteindelijk geen verschil, maar de beslissing om anderen te helpen of niet, zal alle verschil in mijn leven uitmaken.

You can’t make eternal decisions
without eternal consequences.
(Thomas S.Monson)

Het gebeurt wel eens dat ik na een beslissing begin te twijfelen. Kan ik het wel? Gaat het wel lukken? Ook die jonge mensen waar ik het eerder over had, worstelen wel eens met deze angst. De vraag is dan: lopen we weg, of proberen we harder? De manier waarop we naar iets kijken en ermee omgaan bepaalt niet alleen onze keuze, maar ook onze motivatie, onze moed en onze volharding. Er is een tegenstelling in alle dingen, ook in onze houding. Wat zien we? Charles Dickens in ‘A Tale of Two Cities’ schreef het zo:

It was the best of times, it was the worst of times,
it was the age of wisdom, it was the age of foolishness,
it was the epoch of believe, it was the epoch of incredulity,
it was the season of Light, it was the season of Darkness,
it was the spring of hope, it was the winter of despair,
we had everything before us,we had nothing before us.

Dit is onze wereld. Onze beslissingen zullen bepalen aan welke kant we zullen eindigen. We zullen weten dat we een juiste beslissing hebben gemaakt, als we vrede in ons hart voelen.
We hebben allemaal grote dromen en om die dromen te bereiken moeten we juiste beslissingen nemen. We worden misschien niet een nieuwe Columbus die een nieuw land ontdekt, of een tweede Einstein die de wetenschap op haar grondvesten laat daveren, maar we hebben allemaal de opdracht om de wereld beter te maken door goede beslissingen te nemen.
De jonge mensen in mijn vergadering namen op een kruispunt in hun leven de beslissing om onbekende mensen in een vreemd land te vertellen over de liefde die God heeft voor al zijn kinderen.

Ben jij voorbereid
om de juiste beslissingen te maken
op de kruispunten in je leven?

En, by the way, als enkele van die lieve, moedige meisjes en jongens jouw levenspad kruisen, misschien kan je dan het besluit nemen om even naar hen te luisteren. Lang geleden heb ik dit gedaan, en het is de beste beslissing in mijn leven gebleken.

 

Het leven op zich is een zending.

 

Your soul’s mission is
to serve in the grandest way it can.
Divine plans lie imprinted in your inner world,
and there are important lessons for you
to learn and share on this journey
to your most magnificent self.
(Debbie Ford)

 

Dit nieuw bericht op mijn blog is een beetje anders dan gewoonlijk. De reden is dat mijn ‘normale’ dagelijkse bezigheden de volgende drie jaar een heel andere wending krijgen. Sommige lezers zijn al op de hoogte, anderen horen dit voor de eerste keer. Mijn man en ik gaan een zending vervullen voor onze kerk. Nu, over God en geloof praten is niet zo gemakkelijk en het is ook niet gemakkelijk om uit te leggen waarom ik drie jaar lang God en geloof op de belangrijkste plaats zet in mijn activiteiten. Ik wil niet alwetend of arrogant overkomen, maar ik wil jullie toch een kijkje geven in mijn hart, mijn verlangens en mijn beweegredenen.
Ik vind dat in onze rationele maatschappij alleen datgene waarde heeft wat men kan meten en kan zien. In ons seculier landje is rationaliteit de norm en al de rest wordt als inbeelding of fantasie afgeschilderd. Even een gedachte om te overwegen:

Is het juist niet irrationeel
om te denken
dat rationaliteit,
echtheid en waarheid beperkt
tot het meetbare en waarneembare?

Al vanaf ik een klein meisje was heb ik meermaals ervaren dat er meer is dan wat ik met mijn ogen kan zien, meer dan wat ik met mijn oren kan horen, en meer dan wat ik kan aanraken. Van jongsaf weet ik dus dat er dingen zijn die niet meetbaar en waarneembaar zijn, maar die er toch zijn.
Geloof is een talent, zegt men soms. Of: geloof is een kruk die zwakke mensen nodig hebben om op te steunen. Of: geloof is iets voor dommeriken. Of: geloof is een zegen. Ik ben er van overtuigd dat geloof een keuze is.
Ik heb al op heel jonge leeftijd geloofd in een God. Met de jaren is dit geloof gegroeid en gerijpt, door studie en door ervaringen. Ik vind mezelf niet dom (toen ik studeerde was ik de primus van de klas), intelligentie bepaalt niet of je gelooft of niet. Nogmaals, geloof is een keuze. Natuurlijk heeft gelovig zijn me gesteund in bepaalde moeilijkheden van mijn leven maar een kruk … ? Ik beleef mijn geloof ook heel intens in blijde en vreugdevolle momenten.
Ik ben katholiek opgevoed en mijn liefde voor de bijbelverhalen komt uit die periode. Mijn vader heeft me echter onderwezen dat er veel ‘mankementen’ in mijn kerkleven waren. In 1978 ontmoette ik voor het eerst zendelingen van de Kerk van Jezus Christus van de heiligen der laatste dagen. Ik stond open om te luisteren, te horen en te voelen.
Ik werd lid van de Kerk van Jezus Christus van de heiligen der laatste dagen (ja, het is een lange naam) door mijn hart en mijn verstand te combineren. Nieuwe schriftuur fascineerde me enorm, want ik geloof dat het evangelie universeel is , voor alle volken. Waarom zouden de Joden het alleenrecht hebben op goddelijke openbaring, als God al sprak voor er zelfs van Joden of Israëlieten sprake was?

Nu, die nieuwe schriftuur die ik in handen kreeg, is het Boek van Mormon. Dit boek staat vol diepe geestelijke uitspraken. Ik zal er zeker nog eens wat meer over schrijven.
Ik heb het in 1978 in een paar dagen uitgelezen en sinds die tijd al meerdere keren grondig bestudeerd. IK kan moeilijk met woorden beschrijven wat ik voelde toen ik me in dat boek verdiepte. Ik deed wat een van de profeet-schrijvers uit dit boek vraagt:

‘ Zie, ik wil u aansporen dat wanneer u deze dingen leest
– indien het wijsheid is in Gods bestel dat u ze leest –
u zult bedenken hoe barmhartig de Heer jegens de mensenkinderen is geweest
vanaf de schepping van Adam tot op het tijdstip dat u deze dingen ontvangt,
en het in uw hart zult overwegen.
En wanneer u deze dingen ontvangt,
spoor ik u aan God, de eeuwige Vader,
in de naam van Christus te vragen
of deze dingen niet waar zijn;
en indien u vraagt met een oprecht hart,
met een eerlijke bedoeling
en met geloof in Christus,
zal Hij de waarheid ervan aan u openbaren
door de macht van de Heilige Geest.
En door de macht van de Heilige Geest kunt u
de waarheid van alle dingen kennen.
(Moroni 10: 3-5)

Ik heb gebeden om te weten te komen of dit boek schriftuur is. Ik moest het weten, want ik wist dat de beslissing om lid te worden van een andere kerk op veel onbegrip zou stuiten van familie en vrienden. Gods geest getuigde tot mij dat het Boek van Mormon schriftuur is, door Joseph Smith met goddelijke hulp vertaald, en zo werd de herstelling ingeluid waar de apostel Petrus in de Bijbel over spreekt:

… Jezus Christus, … Hem moest de hemel moet opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten.’
(Handelingen 3: 21)

Net als de Bijbel getuigt het Boek van Mormon over het godschap van Jezus Christus. Het boek staat vol verslagen over de grote dingen die de Heer voor zijn volk gedaan heeft. We lezen er ook in hoe belangrijk het maken van verbonden is. Maar boven alles gaat dit boek over Jezus Christus. De wereld twijfelt aan  of verwerpt de Zoon van God. Velen brengen de Bijbel onder bij de rubriek sprookjes, maar dit boek ondersteunt de Bijbel. Bijna op elke bladzijde staat een verwijzing naar de Heiland. Sommigen hebben de Bijbel een bloedboek genoemd en de God daarin een wrede bloeddorstige God. Het Boek van Mormon weerlegt deze aantijging en toont een zachtmoedige God met oneindige liefde voor alle mensen. Het boek getuigt dat Jezus onze Verlosser is en in dit verband wil ik een mooie tekst aanhalen:

En Hij zal uitgaan en pijnen en benauwingen en allerlei verzoekingen doorstaan; en wel opdat het woord wordt vervuld dat zegt dat Hij de pijnen en ziekten van zijn volk op Zich zal nemen.
En Hij zal de dood op zich nemen, om de banden van de dood, die zijn volk binden, los te maken; en Hij zal hun zwakheden op zich nemen, opdat zijn binnenste met barmhartigheid zal worden vervuld, naar het vlees, opdat Hij naar het vlees zal weten hoe zijn volk te hulp te komen naargelang hun zwakheden.’
(Alma 7: 11-12)

De kennis over Gods plan met de mens is verloren gegaan. Waarom vieren we Kerst en Pasen? Wie is Jezus Christus? Betekent Hij iets voor de mensheid?

In de Bijbel lezen we dat Jezus na zijn opstanding verscheen aan Petrus en Hij vroeg hem: Simon, zoon van Johannes, hebt gij mij waarlijk lief, meer dan dezen?’ Petrus antwoordde: ‘Ja Here, Gij weet dat ik U liefheb.’ Christus zei tot hem: ‘Weid mijn lammeren.’ Toen vroeg Hij opnieuw: ‘Simon, hebt gij mij waarlijk lief?’  En Petrus antwoordde opnieuw bevestigend. Jezus zei toen: ‘Hoed mijn schapen.’ Voor de derde keer vroeg de Here of Petrus Hem liefhad. Petrus raakte er een beetje van in de war, misschien wel bedroefd omdat Jezus het hem nog eens vroeg, maar hij bevestigde zijn liefde voor zijn Meester. Jezus gaf hem toen de opdracht: ‘Weid mijn schapen.'(Johannes 21).

Deze tekst geeft de reden waarom mijn man en ik en duizenden andere jongere en oudere mensen op zending gaan en hun leven op ‘hold’ zetten. We leven in een maatschappij waar christelijke normen en waarden in steile val naar beneden donderen. Men heeft God niet alleen de deur gewezen, men heeft zichzelf tot god verheven.
In onze tijd zijn vele mensen ongelukkig, of depressief, en ze vragen zich af: ‘Is dit alles wat er is?’
Persoonlijke status, een hoger loon, een verre reis, dat is allemaal wel leuk en het geeft blijdschap, maar geen blijvende vreugde of geluk. Echt geluk komt als je God begrijpt en weet dat Hij een plan heeft opgesteld om eeuwig gelukkig te zijn. Geluk komt als je de Heiland kent en liefhebt en je leven baseert op zijn leringen. Mijn leven heeft zoveel meer betekenis en diepgang gekregen en ik ben enthousiast om dit met anderen te delen.

When you discover your mission,
you will feel its demand.
It will fill you with enthusiasm
and a burning desire
to get to work on it.
(W. Clement Stone)

Er was eens een man die naar de kapper ging om zijn haar en baard te laten knippen. De man en de kapper begonnen te babbelen, zoals dat in een kapperszaak gaat. Op een bepaald moment zei de kapper: ‘Ik geloof niet dat God bestaat. Als je naar de wereld kijkt dan moet je mij wel gelijk geven. Er zijn zoveel zieken, zoveel mensen met een handicap; er sterven zoveel onschuldige kinderen, er is hongersnood en armoede. Nee, als God echt bestond dan zou er geen ellende bestaan.’
De andere man werd er stil van.
Toen de kapper klaar was, ging de man naar huis. Onderweg zag hij een man met lang haar en een onverzorgde baard. Hij liep terug naar de kapperszaak en riep: ‘Kappers bestaan niet!’
De kapper lachte hem uit: ‘ Ik sta vlak voor je en ik ben toch een kapper?’
‘Nee!’ riep de man. ‘Kappers bestaan niet! Als ze zouden bestaan, dan zouden er geen mannen rondlopen met lang haar en onverzorgde baarden.’
De kapper antwoordde: ‘Ach man, kappers bestaan wel. Het zijn gewoon de mensen die niet naar ons komen.’
‘Precies!’ zei de man. ‘En dat is ook zo met God. Hij bestaat echt. Het zijn gewoon de mensen die Hem niet opzoeken. Daarom is er zoveel ellende op aarde.’

Mijn man en ik zullen zo’n 140 jonge mensen begeleiden in hun opdracht om de mensen te vertellen over Jezus Christus. Om te vertellen dat God nog steeds luistert en spreekt, om te praten over het geluk dat het naleven van het evangelie met zich meebrengt, en om te getuigen dat alle mensen letterlijk geesteskinderen van God zijn. Dit allemaal zonder opdringerig te zijn en met respect voor andere meningen.
We gaan dus geen product verkopen. We proberen niemand te imponeren of te forceren. We zijn door de Heer geroepen om diegenen te vinden die op zoek zijn naar waarheid, naar geluk en naar hogere waarden, en naar God.

As God has not made anything useless in this world,
as all beings fulfill obligations
or a role in the sublime drama of creation,
I cannot exempt from this duty,
and small though it be,
I too have a mission to fill …
(Jose Rizal)

Ik moest dus geen managementcursus volgen, maar moet wel geloof hebben, vertrouwen en heel veel liefde voor al Gods kinderen. Mijn zending is om mensen te helpen geloof te ontwikkelen in Jezus Christus en zijn voorbeeld te volgen. Mijn opdracht is om te onderwijzen uit de Bijbel en het Boek van Mormon. Ik zal altijd respect hebben voor de keuze van een ander. We zijn allemaal kinderen van God en zoals Hij van al zijn kinderen houdt, zo ga ik ook nog meer proberen van mijn medemens te houden.

Natuurlijk zal ik vele dingen missen. Als ik denk aan de knuffels van mijn kleinkinderen worden mijn ogen al mistig.
Misschien zal deze blog met wat minder regelmaat verschijnen, maar ik ben er zeker van dat mijn nieuwe uitdaging me ook veel creatieve schrijfsels zal opleveren. Ik hoop dat jullie me mee vergezellen op deze reis.

Waar je talenten
en de behoeften van de wereld
elkaar kruisen
ligt je roeping.
(Aristoteles)

 

Ben jij een volmaakte moeder?

Ik denk dat er een tijd was waarin we allemaal een volmaakt perfecte moeder waren. Ik was dat, en jij ook.
Wanneer was dat dan?
Dat was de periode voor we letterlijk een moeder werden.
Als ik de klok terugdraai, dan hoor ik mezelf als jong meisje vele ‘moederdingen’ veroordelen. Misschien herken jij je ook in mijn toenmalige opmerkingen:
‘Als ik later mama word, dan zal ik nooit …’ (vul maar in).
Of, ‘Als ik mama word, zal ik altijd … ‘ (hier is ook genoeg in te vullen).
Ik stond aan de zijlijn en observeerde mijn moeder, mijn oma, mijn tantes, mijn buurvrouwen, de mama’s van schoolvriendinnen, en zelfs totaal onbekenden die mijn pad kruisten. Het leek zo gemakkelijk, ik had een heel plan over het volmaakte moederschap in mijn brein geweven. Op een dag zou ik het perfect ten uitvoer brengen. Ik schreef een gelukkig sprookje met headlines van dingen die ik nooit zou doen en van dingen die ik altijd zou doen. Tjonge, wat was ik zelfzeker over mijn toekomstig moederschap.
Maar toen kwam de dag dat mijn perfect uitgeschreven scenario in duizend stukken viel. Het was de dag dat mijn vliezen braken. Nog niet goed beseffend wat me overkwam zijn mijn man en ik halsoverkop naar het ‘moederhuis’ gereden. Zo noemden ze vroeger dat gedeelte van het hospitaal, waar je zonder baby binnenkwam en met baby naar buiten ging.
Onze baby liet al direct merken dat hij een eigen willetje had, maar uiteindelijk werd een prachtige kleine jongen in mijn armen gelegd. Ik was doodmoe. Ik was gelukkig, maar was doodmoe. Wist ik dat die moeheid een bijgeschenk van het moederschap is? Ik was dolgelukkig, maar voelde ineens een enorme bezorgdheid – nog zo’n cadeautje voor de rest van je moederleven. Mijn hele lichaam trilde van alle hormonale en emotionele veranderingen die ineens mijn jonge leven kwamen overdonderen.
Toen ik even later alleen in mijn kamer lag en het ‘babybolletje’ zachtjes op en neer ging in zijn bedje, borrelden allerlei gedachten omhoog:
Waar was iedereen nu?
Wat moest ik doen?
Waarom kwam niemand uitleg geven?
Waarom lag er geen handleiding op mijn nachtkastje?
Ik was bang, boos, gelukkig, bezorgd en verdrietig tegelijk. Ik weet nog hoe ik mijn baby in zijn mooie blauwe oogjes keek en hoe de tranen over mijn wangen liepen. Ik voelde me zo onbekwaam en zo onwetend, maar tjonge, wat voelde ik ook een oneindige liefde voor dit kereltje dat negen maanden lang heel dicht bij mij had geleefd.

We have to learn to say good-bye to
what we thought motherhood was,
so we can love
what motherhood is.
(Christie Gardiner)

Ik kreeg nog drie kinderen: een dochter en twee zonen. Ondertussen zijn ze zelf al ouders en ik weet zeker dat zij, net als ik en alle ouders, ook droombeelden over ouderschap hebben moeten laten vallen.
Heel wat jonge, en oudere, ouders voelen zich onbekwaam, ze voelen zich niet goed genoeg. Onze digitale wereld heeft daar zeker aan meegeholpen, want die schildert al te gemakkelijk perfecte gezinsfoto’s, perfecte kinderen, perfecte maaltijden, perfecte woonkamers, perfecte uitstappen, enz. De werkelijkheid is meestal heel wat anders.
Als oma, met veel moederschapservaring, wil ik alle ongeruste, overbezorgde mama’s een geheim of twee vertellen over het mama zijn en worden.

Ten eerste: moeder zijn is moeilijk. Maar als je het voor geen goud ter wereld wil opgeven, dan is dat genoeg. Dan ben jij genoeg.

Ten tweede: je zal je meermaals niet goed genoeg vinden. Onbekwaamheid zal je bezoeken. Onbekwaamheid komt honderd keer op bezoek, en waarschijnlijk nog veel meer keren. Misschien maak je de keuze om met je kind geen dokter te bezoeken, want kleinzerigheid past niet in jouw woordenboek, maar een paar dagen later snel je met datzelfde kind naar de spoeddienst. Of je rijdt als een snelheidsmaniak juist wèl naar de spoeddienst met je krijsende baby, en je wordt direct weer naar huis gestuurd met de mededeling ‘tandjes op komst’, terwijl meewarende blikken je naar de uitgang begeleiden. Of de schooldirecteur verwittigt je dat je kind gevallen is en de wonde moet genaaid worden. Bij de verpleegster merk je dan dat je kind al drie dagen dezelfde trui aanheeft en met schaamrode wangen teken je de verzekeringspapieren. Je bent misschien al eens een schoolpapier vergeten in te vullen, of je bent het oudercontact helemaal vergeten. Dochterlief zal je daarvoor enkele dagen geen ‘klank’ geven. Maar soms zal je ook niet beseffen wat je verkeerd gezegd of gedaan hebt, als je tienerzoon zijn kamerdeur keihard dichtknalt – of was zijn lievelingsbroek nog niet gestreken?
Ja, er zijn momenten dat je tegen je kinderen zal roepen, ook al hebben ze dat niet verdient, je zal ze volgens de boekjes te dikwijls pizza, frietjes of snelle hapjes voorschotelen, je zal capituleren en ja zeggen als het eigenlijk een nee moet zijn. Of je zal nee zeggen, terwijl het beter ja was geweest. O ja, je zal dikwijls domme dingen doen en zeggen. Ben je dan onbekwaam? Ben je dan niets waard als moeder? Hemeltje nee,  vergeet je niet alle goede beslissingen, alle gezonde maaltijden? Onthou, niemand is volmaakt, ook moeders niet.

I believe that someday
each of us mothers
will kneel at the feet of our Savior
as we talk to Him about being a mom,
and we are going to lament with broken hearts
all of the things we did wrong,
and He will make them right.
(Christie Gardiner)

Nog een prachtig geheim dat mij zoveel inzicht heeft gegeven is deze Afrikaanse spreuk:

It takes a village to raise a child.

Ik ben wie ik ben door onder meer de vele vrouwen en moeders die mijn pad kruisten. Ik las een mooi idee over ‘stammen’ in het boek ‘You are the mother your children need’ van Christie Gardiner. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat ik als moeder deel uitmaak van een bepaalde vrouwenstam. Een stam die me helpt om moeder te zijn en een stam waarin elke vrouw iedereen liefdevol helpt. We behoren tot vele stammen, zoals de stam van onze naam, de stam van onze school, de stam van ons dorp, de stam van ons geloof enz. De belangrijkste stam is de stam van Hemelse Vader, daar behoren alle mensen bij. Alle vrouwen behoren ook tot de stam van Moeder Eva. Hoeveel krachtige moeders zijn er al niet uit die stam voortgekomen? Vrouwen die de macht hebben om elkaar te helpen en te steunen in een van de meest heilige roepingen: het moederschap.
Misschien denk je dat goede moeders het wel alleen aan kunnen. Nee, hoor! Ik wil een vergelijking maken met de ringen van een boomstam. In het midden staat je kind. De eerste ring is God, de volgende ring is papa en mama. De ring erna is misschien oma en dan volgen de ringen van tantes, nichtjes enz. In een boomstam staan de ringen dichter of verder van het centrum, maar elke ring vormt de sterkte en de groei van de boom. Voor onze kinderen zullen sommige ringen dichter of verder van hen afstaan, maar allemaal hebben ze een invloed op hen en zijn ze een deel van hun groei en vooruitgang.
Het is maar een vergelijking, maar alle vrouwen hebben een invloed. Zo kunnen wij ook een ring toevoegen aan de boom van kinderen die niet de onze zijn.

Twee zijn beter dan één, omdat zij een goede beloning hebben bij hun zwoegen.
Want, indien zij allen vallen,
dan richt de een de ander weer op;
(Prediker 4: 9-10)

We mogen elkaar niet belemmeren om een ring te plaatsen rond een kind. We moeten elkaar niet in de weg staan om ‘het dorp’ te zijn.
Marjorie Hinckley zei het zo mooi:

We are all in this together.
We need each other.
Oh, how we need each other.
Those of us who are old need you who are young,
and hopefully,
you who are young need some of us who are old …
We need deep and satisfying friendship with each other.
These friendships are a necessary source
of sustenance.

In de boomstam van mijn leven zijn al vele ringen gemaakt. Ze zijn gemaakt door mijn ‘stamleden’: twee echte zussen, schoonzussen, buurvrouwen, vriendinnen, leden van mijn kerkwijk en kerkring, boekenliefhebsters, kunstliefhebsters en museabezoeksters wiens naam ik niet eens ken. Sommigen in mijn stam hebben hetzelfde geloof als ik, anderen niet. Sommigen hebben dezelfde politieke ideeën, anderen niet. Sommigen houden van dezelfde schrijvers, anderen niet. Sommigen houden van klassieke muziek, anderen niet. Deze smeltkroes van ideeën en ervaringen maken mijn stam van vrouwen geweldig!
We mogen ook niet vergeten hoeveel mannen een positieve invloed uitoefenen, een kind heeft ook een papa, en vele geweldige mannen kruisen ook hun pad. Maar deze blogtekst is nu vooral aan de vrouwen gericht, de mannen komen een andere keer aan bod.

Ik ben een moeder, en dat is niets iets dat ik zomaar tussendoor doe. Mijn moederzijn neem ik mee in alles wat ik doe. Ik ben moeder als ik een toespraak geef en als ik een blogtekst schrijf. Ik ben moeder in mijn lesgeven en in mijn creatieve uitingen. Het moederschap beïnvloedt mijn politieke voorkeur en ideeën. Het heeft invloed op mijn winkelen, mijn babbelen en nog zo veel meer. Moederschap zit in mij.
Ik begin zo stilaan te beseffen dat ik wel echt de moeder ben die mijn kinderen nodig hebben, ook al doe ik vele dingen niet zoals het zou moeten.
Als ik me afvraag of ik wel bekwaam genoeg ben, dan keer ik me naar mijn Hemelse Vader. Hij en Zijn Zoon zijn het middelpunt van mijn leven. Te midden van de moeilijkheden die het moederschap geregeld meebrengt, voel ik Hun liefde en krijg ik vrede.

MAM
Dat spel je ondersteboven als
WAW

Juist, mama’s zijn wauw! Een hopeloos moment maakt je heus geen hopeloze moeder.
Een beetje humor komt ook wel van pas. Als je kleine kinderen weer eens de zetels als trampoline gebruiken, als je tieners weer eens de ijskast geplunderd hebben, als er weer eens vuile voeten op de vloer staan, of vingerafdrukken op de ramen en kasten, als je weer eens de tablet of spelconsole weggestopt hebt en je kinderen zeuren dat ze zich dood vervelen … spring dan in gedachten naar de toekomst en fantaseer dat je later, als zij groot zijn, bij hen thuis binnenspringt, je voeten niet afveegt en je alles opeet en opdrinkt wat ze in huis hebben. Kortom, je maakt er een boeltje van. Je kijkt op je uurwerk en geeuwt. Je zegt dat je je dood verveelt en je verdwijnt.
Enfin, een moeder mag soms wel eens een kortstondige ‘heksengedachte’ hebben.

Het leven van een mama is onvoorspelbaar, moeilijk, en soms een puinhoop. Het is verre van volmaakt en een moederhart breekt meer dan eens. Maar het leven van een mama is ook leuk, grappig en creatief. Het is inspirerend, verheffend en vreugdevol.

Gelukkige moederdag
aan alle mama’s
en aan alle vrouwen
van de stam die ringen bouwen.

Jullie zijn GEWELDIG!

 

 

Keizer Smartphone, koning Tablet, Prins Wii, en hun onderdanen.

 

Wat ben ik blij dat ik in het tijdperk van voor de smartphone ben opgegroeid. Als ik met mijn vriendinnetje op straat wou spelen, spraken we af op school of liep ik bij haar langs om te zien of ze thuis was. Ik whatsappte niet, musical.ly lag nog in de verre toekomst, en foto’s trok ik heel zuinig met mijn klein kodakje waar een rolletje van 12, en in ‘t beste geval 24, mogelijke shots opstonden. Ik kon me geen zorgen maken over hoeveel likes een mooie foto zou krijgen, want die was in een album gekleefd en alleen familie en enkele uitverkoren vrienden konden er een kijkje in nemen.

I’m sorry, it’s true. Having children really changes your view on these things.
We’re born,
we live for a brief instant,
and we die.
It’s been happening for a long time.
Technology is not changing it much – if at all.
(Steve Jobs)

Smartphones lijken bij veel kleine en grote mensen vergroeid te zijn aan een bepaald lichaamsdeel, overal hangen die aan hun handen en overal worden die mobieltjes meegesleurd – zelfs tot op het toilet! Op alle mogelijke en onmogelijke plaatsen staan ze te bellen, te sms’en, te whatsappen en nog meer. Ze zouden eens moeten weten hoe ik mijn tijd doorbracht. Ik herinner me nog als gisteren hoe ik soms urenlang (bij manier van spreken) stond aan te schuiven aan de kassa (en steevast had ik de verkeerde rij uitgekozen). Ik tuurde naar de rug van degene die voor me stond en moest me dikwijls beheersen om hier en daar geen verloren gevallen haar weg te plukken. Of ik keek naar de schoenen en stelde vast hoeveel verschillende soorten voeten er wel bestonden. Ik staarde met een lege blik naar het winkelkarretje van mijn voorganger en fantaseerde voor wie wat gekocht was.
Ik denk ook dat schrijvers in die wachtende rij aan de kassa toen wel heel zeker veel krankzinnige, fantastische ideeën kregen voor hun volgende boek.
Wat missen mensen toch veel door constant hun smartphone te gebruiken. Neem nu een treinrit. Als jong meisje nam ik geregeld dat voertuig. De reis begon al spannend door zenuwachtig aan te schuiven voor een ‘kaartje’. Bij een lange wachtrij en een snel tikkende klok had men immers geen automaat ter beschikking, en ook thuis kon je geen ticket bestellen. In de coupé kon je dutten (gebeurt nu ook nog wel), je kon door het raam staren en bijvoorbeeld de koeien tellen ( nu zou men zich vragen stellen bij zulk gedrag), of je kon een praatje slaan met je medereiziger – face to face – echt waar!

Cyberspace kan niet op tegen real space.
Face – to – face babbelen heeft veel meer voordelen.
(Jonathan Sacks)

Mijn kinderen hadden vroeger geluk dat we een Nintendo in huis hadden. Er waren maar een paar spelletjes en ze speelden die tot ze het beu waren. De meeste tijd brachten ze door met fietsen en skaten op de oprit, knikkeren, voetballen, schommelen en tenten bouwen. Ze speelden verstoppertje in de tuin, dribbelden met de basketbal en pesten de poes. Ze tekenden met stoepkrijt ons terras vol met leuke figuren en vonden zelf spelletjes uit. En ja, af en toe verveelden ze zich en zeurden de oren van mijn hoofd, maar omdat er veel minder technologie bestond moesten ze creatief denken over hun vrije tijd.

Cell phones, mobile e-mail,
and all the other cool and slick gadgets
can cause massive losses
in our creative output and overall productivity.
(Robin S. Sharma)

Okee, terug naar het heden nu, voor je iets verkeerd gaat denken – ik hou wel van technologie. Ik was ooit de techniekcoach op een basisschool (mijn man heeft daar nog steeds binnenpretjes over) en heb heel wat leuke projecten met de kinderen uitgewerkt, van waterraketten tot ballonwagentjes en allerlei bouwwerken met of zonder knipperende lichtjes. Ik vind het ook geweldig dat ik in een paar muisklikken de hele wereld kan verkennen. Als ik ergens naar toe rijd voel ik me veiliger met mijn smartphone – vroeger kreeg ik wel eens buikpijn bij de gedachte dat ik niemand kon bereiken als ik ergens eenzaam en alleen aan de kant van de weg zou staan. Huwelijks- en andere foto’s van verre vrienden vliegen in geen tijd over de oceaan tot bij mij thuis. Ik kan skypen of Facetimen met mijn kleinkinderen, Tedtalks beluisteren op mijn iPad en inspirerende toespraken van mijn kerkleiders opnieuw bekijken op momenten wanneer het mij past. Ik kan een blog voorbereiden en daardoor mensen een inspirerende gedachte sturen. Kortom, technologie en sociale media is fantastisch en leuk!
Tablets, iPads en smartphones zijn zo aantrekkelijk! We leven een een technologische wereld met heel veel voordelen. Maar zoals bij vele dingen heeft technologie ook een andere kant: verslavend, duister, afstompend …
Sociale media en technologie met al hun snufjes, gadgets en spelletjes zijn fijn, zolang we al die dingen niet toelaten om tussen dat te staan waar we het meest om geven: onze relaties met familie en vrienden.

New technology is not good or evil of itself.
It’s all about how people choose to use it.
(David Wong)

Als ik rondkijk zie ik vrienden en familie die hun devices meenemen als ze naar bed gaan, en dat zijn de dingen waar ze ook het eerst naar grijpen als ze wakker worden. Ik zie met lede ogen hoe mijn kleinkinderen met al die technosnufjes omgaan.
De meeste ouders vinden die nieuwe technologie niet gevaarlijk. Ze laten hun kleine kinderen spelen met hun smartphone, ze laten hun tablet te pas en ten onpas gebruiken, en downloaden telkens nieuwe spelletjes omdat de kinderen erom zeuren. Ze moeten toch mee met hun tijd en kunnen toch geen ouderwetse ouders zijn? Ze zien dat hun kroost hun nek stretcht door stijfheid, maar reageren niet. Ze vergeten dat er aan de nieuwe vrede en rust een prijskaartje hangt. Ze accepteren ongefilterde YouTube-filmpjes omdat deze nu eenmaal tot de digitale wereld van hun tiener behoren. Maar lieve hemel, staan ze wel stil met wat daar allemaal op te vinden is?

I fear the day that technology
will surpass our human interaction.
The world will have a generation
of idiots.
(Albert Einstein)

Als leerkracht merkte ik dat kinderen hun woorden verkeerd spelden, want zo konden ze met hun duimen een beetje sneller typen. Ik heb kinderen – en zelfs volwassenen – ontmoet die bijna niets meer lezen, want ze kijken liever naar een filmpje. Iets van buiten leren, dat is veel te moeilijk geworden. Er is veel minder concentratie en men lijkt zich moeilijker te kunnen focussen. Leerkrachten, kunstenaars en professoren aan de universiteit trekken aan de alarmbel.

It’s very important that children learn to use technology
– it’s part of life –
but also that they learn when to put it down.
(Anne Wojcicki)

Greg Trimble, eigenaar van een internet marketing bedrijf gespecialiseerd in sociale media, schreef het volgende:

‘Technologie is mijn broodwinning en het brengt eten op onze tafel. Maar door mijn achtergrond kan ik ook de twee kanten van technologie zien: de kant die mensen en organisaties meer efficiënt maakt, en de kant die levens kan vernietigen – en dan vooral jonge levens. Ik zit tot over mijn oren in de technologie en dat is misschien de reden waarom ik zo bezorgd ben dat onze maatschappij er zo door bezeten is. Ik heb mensen gezien die een kolossale woede-uitbarsting kregen alleen maar omdat hun email een uurtje niet werkte. Ik zie kinderen tussen 8 en 18 jaar die overal hun devices meenemen. Ze laten me denken aan Gollum uit ‘Lord of the Rings’. Ze houden hun smartphone of tablet heel stevig vast en ik kan hen bijna horen fluisteren: ‘My Precious’. Als je het probeert af te nemen, bijten ze bijna je vinger af! Ik heb drie-, vier-, vijf-, en zesjarige kinderen gezien die niets anders deden dan spelen op een iPad of mobieltje, en als ze moetsen stoppen krijsten en agressief werden. Meestal geven de ouders dan toe, want dan worden de kinderen weer rustig. Het lijkt erop dat technologie de moderne fopspeen is voor jong als oud, en weet je nog hoe moeilijk het was om je kind te laten ontwennen aan zijn tutje?’ (uit ‘Dads who stay and fight’)

Volgens mij is het probleem dat teveel mensen naar het extreme neigen. Ofwel is technologie alles, ofwel zijn ze er volledig tegen. Technologie is belangrijk in onze wereld, maar er is een verschil tussen technologie gebruiken in afstompende, nutteloze, verslavende materialen, en technologie gebruiken om creatief en ontdekkend aan de slag te gaan. Je beperkt de tijd niet die een kind spendeert aan piano spelen, of schrijven, of schilderen en zo hoef je ook de tijd niet te beperken wanneer een kind kunst ‘computert’, of een video maakt, of aan een computerprogramma werkt. Als het verstand in creatieve modem staat, dan werkt het hard. Kinderen zullen dan ook moe worden en een break willen of iets anders willen doen. Iemand die in de zetel op zijn iPad video’s bekijkt, of het ene na het andere verslavende spel speelt, kan dat een hele dag doen zonder te stoppen.
Wist je dat de ontwikkelaars en uitvinders van de computers waar je nu mee werkt zich zelf zorgen maken over de hoeveelheid tijd die hun eigen kinderen spenderen aan technologie? Steve Jobs en anderen lijken bijna wel drugdealers die het gevaar van drugs kennen en er daarom alles aan doen om hun kinderen tegen die verslaving te beschermen. Ze leggen strikte beperkingen op aan de schermtijd van hun kinderen, bannen technologische gadgets op schooldagen en alleen in het weekend mogen ze spelen- en dan nog beperkt. Geen schermen in de slaapkamer.Punt.
Evan Williams, de oprichter van Twitter geeft aan zijn kinderen boeken in plaats van iPads. Wat? Ja, boeken!
De rest van de wereld laat hun kinderen toe om zich dag en nacht onder te dompelen in het licht van tablets, smartphones en computers.
Wat weten deze tech nerds wat vele mensen niet beseffen?

Technology is so much fun,
but we can drown in our technology.
The fog of information can
drive out knowledge.
(Daniel J. Boorstin)

Is het antwoord dan ‘delete’? Stoppen met heel de boel in sociale media?
Ja, sociale media is verslavend, afstompend en gevaarlijk.
Nee, we moeten sociale media niet afschrijven!
Waarom dan niet? Wel, het is iets dat volgens mij niet voorbij zal gaan. Het is een deel van ons moderne leven geworden. Je kan er zoveel positieve dingen mee doen zoals vrienden contacteren en informatie krijgen over de wereld, de maatschappij, je buurt, je kerkleven,…  We worden inderdaad soms geconfronteerd met ‘fakenews’ en met onveiligheid. Sommige foto’s bezorgen ons een minderwaardigheidscomplex en we beginnen ons te vergelijken met ‘gefotoshopte’ anderen. Maar moeten we daarom de ‘delete’ knop indrukken? Moeten we alleen op ons eiland gaan zitten? Ik denk het niet, maar ik geloof wel dat we misschien een paar aanpassingen moeten doen.

Misschien moeten we een tijdslimiet instellen. Hoeveel minuten wil ik per dag op Facebook doorbrengen, hoeveel dagen per week op Instagram, enz. Een goeie tip is om een kookwekker te gebruiken.
Besluiten wat je echt wil zien is ook aan te raden. Like die pagina’s of vul je mailadres in, dan krijg je zo een seintje bij iets nieuws en verspil je geen tijd om heel Facebook af te scrollen.
Denk na waarom je bepaalde technologie gebruikt en stel dan doelen. Je wil bijvoorbeeld op de hoogte blijven van de vakantie van een vriendin, je wil per dag drie positieve commentaren geven op een post van vrienden, je wil per week een opbouwende gedachte posten, …
Een doelgericht mens is er twee waard!

Despite our ever-connective technology,
neither Skype nor Facebook
-not even a telephone call-
can come close to the joy of
being with loved ones in person.
(Marlo Thomas)

Je zou je kinderen zo lang mogelijk van sociale media moeten houden, maar als je kinderen hebt die sociale media gebruiken, doe dit dan ook. Als sociale media je soms een wrang gevoel geeft, je humeur aantast, of je zelf in een dipje laat belanden, denk er dan eens aan dat je tiener – wiens hersenen nog niet volledig ontwikkeld zijn, en die een heleboel levenservaringen nog niet hebben gehad – denk eens hoe zij zich voelen. Sociale media is dé plaats waar ze zich verdrietig, afgewezen, verlegen, eenzaam en minderwaardig zullen voelen. Velen worden via dit kanaal gepest en uitgelachen. Wil jij hen op zo’n plaats alleen laten? Ze hebben ook daar jouw leiding nodig. Vertel hen hoe jij met sociale media omgaat. Een van jouw taken in deze moderne wereld is hen te leren hoe ze op een goede manier met al die technologie moeten omgaan. Af en toe een spion zijn is niet slecht.
Leer hen dat het goed is om
te ontvolgen wat hen een vervelend gevoel geeft,
te volgen wat hen inspireert,
een tijdslimiet te stellen,
goede dingen te delen,
‘to act than to be acted upon’,
na te denken,
kritisch te zijn,
echte tijd door te brengen.

Ik vind de moderne technologie wel leuk. Ik geloof dat er veel goeds tot stand mee kan gebracht worden. Onze eigen keuzes hoe we ermee omgaan zal veel bepalen. Het is lente, een seizoen om veel buiten te vertoeven, met vrienden, om de devices binnen te laten liggen en te lachen, te babbelen en te genieten in ‘reality’, van face to face.

Even more amazing than modern technology
is our opportunity to access information
directly from Heaven,
without hardware, software, and monthly service fees.
(Russell M. Nelson)

 

 

 

Zomeruur, licht en Pasen.

Het is zomeruur. Dat betekent dat we de klok een uur verder gedraaid hebben en dat 10 uur 11 uur geworden is. Dat de overheid zo’n konijn uit de hoed haalt is ongelooflijk, en nog wel voor het hele land en een groot stuk van de wereld. In mijn gewoon dagelijks leven zou ik ook wel eens de klok zomaar een uur willen terugdraaien of ineens verder zetten. Floep! Mooie dingen een uur langer beleven, minder leuke dingen vliegensvlug voorbij draaien.

De tijd is te traag voor wie wacht,
te snel voor wie bedeesd is,
te lang voor wie treurt,
te kort voor wie zich verblijdt,
maar voor wie het heeft
is de tijd eeuwig.
(R. Hoemakers)

Maar alle tijd en konijnen in hoeden ten spijt, hebben jullie last van het zomeruur?
Ik moet er toch altijd een beetje aan wennen. Mijn biologische klok heeft ‘s morgens een vast uur. Elke dag word ik op ongeveer hetzelfde tijdstip wakker. Met het zomeruur voelt mijn ‘klok’ zich bedot. Ze wordt geforceerd om me nu een uur vroeger wakker te krijgen en als je mij kent is dat niet zo simpel. Gelukkig protesteert mijn lichaam maar een paar dagen en dan heeft mijn innerlijke klok zich bij het zomeruur neergelegd. Dus last? Niet echt veel.

Ik ben wel blij dat het langer licht is. In de lente lengen de dagen sowieso, maar met dat zomeruur erbij kan ik nog extra van het licht genieten.
Ik ben een ‘lichtmens’. En geef nu ook toe: licht is leven, niet?
Dat brengt me ook bij een belangrijke feestdag: Pasen. Dat christelijk feest geeft me altijd zo’n blij gevoel. Niet alleen om de mooie herinneringen van paasklokken en chocolade eieren die verstopt en gevonden werden, maar ook omdat de Paastijd me als mens enorm aanspreekt en mijn ziel verlicht.

Aan Pasen is een naam gekoppeld die bijna iedereen in de wereld kent, maar waarbij toch heel weinig mensen zijn die deze persoon echt kennen. Die naam is Jezus Christus.
Wie is Jezus? Waarom zou Hij vandaag nog belangrijk zijn?
Om te beginnen is Jezus een voornaam, net zoals Pieter en Seppe. Christus is geen achternaam, maar een titel. Die betekent ‘de Gezalfde’.
Die titel duidt erop dat Jezus geen gewone man was, of zelfs de beste leraar ooit. Hij is de beloofde Messias waarover in het Oude Testament geprofeteerd wordt. Hij zou alle mensen redden van zonde en dood (alle, daar vallen wij dus ook onder). Jezus verklaarde tijdens zijn leven zelf dat Hij de Zoon van God was. Ik geloof dat. Hij deed vele wonderen zoals zieken genezen, blinden laten zien, doven laten horen en Hij wekte zelfs doden weer tot leven. Zijn grootste wonder is dat Hij eeuwig leven en geluk aan alle mensen kan geven, we moeten alleen maar in Hem geloven en ons best doen zijn leringen te volgen. Maar mensen zijn mensen, en we maken allemaal fouten – grote en kleine. Soms falen we compleet en zitten we in zak en as, of in een diepe put. En dat is precies de reden waarom Jezus naar de aarde kwam en waarom Hij vandaag nog zo belangrijk is voor ieder van ons.

En voorts zeg ik u dat
er geen andere naam,
noch enige andere weg of middel,
zal worden gegeven waardoor
redding tot de mensenkinderen kan komen,
dan alleen
in en door de naam van
Jezus Christus,
de almachtige Heer.
(Mosiah 3: 17)

Om te kunnen begrijpen waarom Jezus zo belangrijk is, is een vergelijking misschien wel op zijn plaats:

Er was eens een man die zo graag iets wou hebben. Het was zijn grootste droom en hij had er alles voor over, dus ging hij een grote schuld aan om zijn grote verlangen waar te kunnen maken. Men had hem verwittigd hoe gevaarlijk zulke grote schulden wel zijn en hoe er met de schuldeiser niet te lachen viel. Maar de man tekende het contract. De einddatum lag ver in het verschiet en hij was er gerust in dat hij zijn schuld op tijd zou kunnen aflossen. Hij was blij, want hij had nu wat hij wilde.
Het leven ging verder met zijn ups en downs, met hard werken en met pleziertjes, met voorspoed en met tegenslag. Maar de schuldeiser had een vast plekje in zijn gedachten. Af en toe deed de man een afbetaling en stiekem hoopte hij dat de dag van de ultieme afrekening nooit zou aanbreken.
Maar die dag komt altijd voor iedereen, en dus ook voor die man. Het contract was verlopen en de schuld niet afbetaald. De man besefte dat hij zijn schuld nooit kon aflossen en dat de schuldeiser al zijn bezittingen kon opeisen en hem zelfs in de gevangenis kon steken. Hij vroeg:
Kan ik niet meer tijd krijgen?’
Kan je mijn schuld niet kwijtschelden?”
Kan je me geen genade tonen?’
De schuldeiser vond genade maar eenzijdig, daar had hij niks aan. Hij vroeg:
Geloof jij in recht? Ik wil gerechtigheid! Jij hebt het contract getekend en de wet is dat jij betaalt of gestraft wordt. Het is niet de bedoeling dat genade de gerechtigheid kan beroven.’
Als jij mijn schuld niet kwijtscheldt, dan is er geen genade!’ smeekte de man.
Als ik dat doe dan is er geen gerechtigheid!’antwoordde de schuldeiser.
Het leek erop dat er geen manier was waarop zowel de genade als de gerechtigheid tevreden zou zijn. En toch is die manier er! Maar dan is er nog iemand anders voor nodig.
De schuldenaar had een vriend die hem heel goed kende en die wist hoe kortzichtig en gek hij was geweest. Maar die vriend wilde hem helpen omdat hij van hem hield. Hij werd een middelaar. Hij betaalde de schuld en zo was de gerechtigheid tevreden. De middelaar regelde een afbetaling met zijn vriend en zo kreeg die genade.

Als we dit verhaal projecteren op ons eigen leven, dan hebben we allemaal een zekere ‘geestelijke schuld’, en op een dag zal de afrekening komen.
Dit lijkt misschien voor velen, zo niet voor iedereen, de ver-van-mijn-bed-show. Hoe kan dat nu? We zijn toch baas over ons eigen leven? Is er wel een leven na de dood waarin de afrekening komt? Ik ben toch een goed mens?
Vele mensen die een bijna-doodservaring beleefden, vertellen allemaal hoe belangrijk het is om hier goed te doen voor iedereen. Ze beklemtoonden dat het leven dat we hier leiden, ons leven aan de andere kant bepaalt.
Maar niemand is volmaakt, we kunnen allemaal meer helpen, beter helpen, meer doen, beter doen.
En de wet der gerechtigheid zal de aflossing eisen. Gelukkig is er een Middelaar.

Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen,
de mens Christus Jezus,
die zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen.
(1 Timotheüs 2: 5)

Door de genade van Jezus Christus kunnen wij, na alles wat we zelf konden doen, gered worden.

Pasen is het feest waarop de christelijke wereld de verzoening en de opstanding van Jezus Christus herdenkt. Ik kan zeker niet uitleggen hoe Jezus het lijden, de pijnen, de zonden en alle onvolmaaktheden van heel het mensdom op zich genomen heeft, en hoe Hij daar de schuld voor betaalde. Ik kan ook niet uitleggen hoe het kon dat Hij – die zeker dood was- levend werd en zo de deur van de onsterfelijkheid voor alle mensen opende. Geestelijke dingen kunnen niet uitgelegd worden op een stoffelijke manier.
Ik geloof in God en in Jezus Christus, in de opstanding en in een eeuwig leven, en als jij daar ook in gelooft dan weet je hoe moeilijk het is om anderen te vertellen wat je voelt. Ik probeer op deze blog mijn woorden zorgvuldig uit te zoeken en probeer niemand te kwetsen of de indruk te scheppen dat gelovigen ‘beter af’ zijn. Ik kan je maar een schets bieden van hoe ik God echt zie. Ik geef je een onafgewerkt product van mijn gevoelens over Zijn liefde en mijn plaats daarin, een ruw beitelwerk over hoeveel meer Licht ik daardoor ervaar.

The miracle of
RESURRECTION,
the ultimate cure,
is beyond the power of modern medicine.
But it is not beyond the power of God.
(Paul V. Johnson)

Zomeruur, Licht en Pasen. Voor de ene een geestelijke bezinning, voor de andere een familiefeest met eitjes. Geniet van al het licht.

Laat jij je stem horen?

De winterperiode is een tijd van niezen en hoesten, van vitaminetekorten en grieperige toestanden. De zon is dikwijls ver te zoeken.
Ik ben al meer dan een week mijn stem aan het zoeken. Na wat heesheid, veel gekuch en zware brombeertoestanden was ze ineens FLOEP! zo goed als weg! Een kop of tien warme kruidenthee en een vrij te krijgen hoestsiroop bracht niet veel soelaas. Mijn stem bleef koppig verstoppertje spelen en bracht mijn ademhaling danig in de war. Een herinneringsflits aan ‘de Stemmenrover’ (een Suske en Wiske boek van lang geleden) liet me inzien dat er grover geschut nodig was. Ik moest niet naar Japan, maar een antibioticakuur die ik liever niet had gewild, zette me weer op het goede spoor.

Ik vind de menselijke stem vanzelfsprekend en toch is het een klein wonder. Mijn stem is mijn unieke communicatie-instrument. Ik kan daarom lachen (gemeen en hartelijk, of zoals een kip een ei legt), huilen (hartverscheurend of heel stilletjes), spelen (toneel en andere aanverwanten), zingen (ook vals), praten en zelfs neuriën als ik opgewekt ben. Door middel van mijn stem kan ik plezier, opwinding, passie, woede en enthousiasme overbrengen. Is dat niet geweldig? Ik zal mijn stem nooit meer vanzelfsprekend vinden.

Elke stem is uniek door het verschil in grootte van de stembanden. Daarom zijn er piepstemmen, zware, heldere en schelle stemmen. Ook de grootte en de vorm van het lichaam heeft een invloed op de manier waarop we geluiden tot stand brengen en uitspreken. Een vrouwenstem klinkt meestal hoger omdat de stembanden korter zijn dan die van mannen.

Ik was verbaasd over ‘t feit dat men pas in 1854 ontdekt heeft hoe de stem werkt. De Spaanse zanger Manuel Garcia gebruikte een tandspiegel als keelspiegel (misschien was hij ook zijn stem even kwijt) en ontdekte het trillen van de stembanden.

Words mean more
than what is set down on paper.
It takes the human voice
to infuse them with deeper meaning.
(Maya Angelou)

Iedereen weet dat we hees kunnen worden door een simpele verkoudheid, maar ook door onze stem te forceren op een feest, een concert, of een sportwedstrijd. De stem laten rusten is dan belangrijk. Het schijnt zelfs dat de heesheid erger wordt als we fluisteren!
‘Ik ben al een pak beter’, zei ik vandaag tegen mijn man.
‘Jaja, ik hoor het aan je stem’, antwoordde hij sarcastisch.
Het is een feit dat onze stem veel verraadt over wie we zijn: een man, een vrouw, een kind, jong, oud. Ook onze gemoedstoestand geeft een bepaald timbre aan onze stem.
Bij het muziekprogramma ‘The Voice’ zien we hoe deelnemers alleen op hun stem beoordeeld worden in een paar seconden.
Het is waar, soms raakt een stem me, soms ook helemaal niet. Maar ook buiten een zangcarrière wordt een spreekstem binnen enkele seconden beoordeeld op betrouwbaarheid en sympathie. Niet voor niets worden er vandaag de dag ook cursussen ‘spreken’ gegeven om meer commerciële en politieke punten te kunnen scoren.

Er zijn verschillende soorten stemmen die onze aandacht vragen. Zelf gebruiken we ook veel soorten stemmen om iets te verkrijgen.
In de wereld horen we dikwijls pessimistische en negatieve stemmen en nochtans is de stem waar blijdschap in echoot zo hard nodig. We hebben optimisme nodig en stemmen die moed geven. We moeten geen articulatieles gevolgd hebben, of hoogdravende woorden uiten, eenvoudige woorden zoals een dankjewel of sorry, kunnen blijheid in een ziel brengen.

I use my voice
to make people feel
like they belong.
(Gina Rodriguez)

Sommige mensen denken dat de harde roepers het meest gehoord zullen worden. Maar dat is niet helemaal waar. De luidste stem wordt misschien eerst gehoord, maar als we de volumeknop naar beneden draaien, wordt alles rustiger. Dan kunnen we horen wat ook de zachte stemmen te zeggen hebben, en geloof me, dat kan een wereld van verschil maken.

We still need a voice
that thinks
before
it speaks.
(Simon Armitage)

Het leven kan bitter en zoet zijn. Welke stem gebruiken we als reactie?
Soms zijn we teleurgesteld als we geconfronteerd worden met misleidende stemmen, met opdringerige stemmen, met stemmen die de wereld op zijn kop willen zetten, met stemmen die andere stemmen het zwijgen willen opleggen.
Deze stemmen klinken oorverdovend luid en soms zijn we lafaards en zwijgen we. Soms vinden we onze stem niet de moeite waard. Soms hebben we schrik dat we er alleen voor staan en willen we niet voor idioot doorgaan. Margaret Atwood gaf een waarschuwing tegen het zwijgen:

A voice is a human gift;
it should be cherished and used;
to utter fully human
speech as possible.
Powerlessness and silence
go together.

Ik ben echt geen haantje-de-voorste, maar ik besef heel goed hoe belangrijk het is om mijn stem te laten horen. Want wat brengt het op om een stem te hebben en te zwijgen? Als we de gelegenheid krijgen om onze stem te laten horen moeten we dat doen, of het nu gaat om onze stem tijdens verkiezingen, of onze afkeur aan een bepaalde zangstijl, of wat dan ook. Al te veel heeft zwijgen drama’s meegebracht. Pesterijen lopen fallicant verkeerd af, democratieën gaan ten onder, respect, normen en waarden worden afgevoerd, allemaal omdat er gezwegen werd.

Elk mens heeft een – laat ik het uiterlijke stem- noemen. Die kan welbespraakt of woordenschatarm zijn. Ze kan luid of stil, vleiend, liefdevol, haatdragend, dankbaar of onverschillig klinken. Maar de stem die het belangrijkste is, is onze innerlijke stem. Dat is onze echte stem. Ik geloof zelfs dat onze innerlijke stem onze uiterlijke stem enorm kan beïnvloeden.
Douglas Mac Arthur schreef:

The world is in a constant conspiracy
against the brave.
It’s the age-old struggle:
the roar of the crowd on the one side,
and the voice of your conscience on the other.

Een karikaturale voorstelling van de wereldse en innerlijke stem wordt wel eens voorgesteld als een duiveltje op de ene schouder en een engeltje op de andere, die ons allebei voortdurend van alles in het oor fluisteren. Ik geloof niet dat het zo tewerk gaat, maar ik geloof wel dat we een inspanning moeten leveren om de stem van ons geweten te horen. Om onze innerlijke stem, ons geweten, te horen moeten we het in onszelf stil maken. Met al de mediadrukte om ons heen is dit geen gemakkelijke opdracht. Misschien zit er nu in plaats van een duiveltje wel een smartphone op onze schouder?

Don’t let the noise of other opinions
drown out your own inner voice.
(Steve Jobs)

Iemand noemde eens die innerlijke stem een goddelijke stem. Ons geweten, dat ons de juiste weg toont, laat ons misschien wel een goddelijke stem horen. Ik zocht een paar schriftteksten op over de stem van God, hoe zou die klinken?
In het Oude Testament sprak me het verhaal van de profeet Elia wel aan. Hij zocht de stem van de Heer. In 1 Koningen 19 lezen we dat de Heer niet in de wind was, ook niet in de aardbeving en niet in het vuur. Elia vond de Heer in de zachte stilte.
God spreekt meestal met een stille zachte stem en daarom is het zo moeilijk om die te horen. Moeilijk, maar niet onmogelijk. Ik denk dat zijn stem nauwelijks hoorbaar is omdat we niet ‘in tune’ zijn met het oneindige.
In het Boek van Mormon lezen we in Helaman het verhaal over een groep mensen die de stem van God hoorden en het wordt in mijn ogen mooi beschreven:

En het geschiedde, toen zij die stem hoorden, dat zij inzagen dat het geen stem des donders was, en evenmin een stem van daverend rumoer, maar zie, het was een zachte stem van een volmaakte mildheid, als een fluistering, en toch drong zij door tot in het diepste der ziel. (Helaman 5: 29)

Er zijn genoeg verslagen van mensen, vroeger en nu, die letterlijk Gods stem hebben gehoord. Al je mij vraagt of ik Gods stem al heb gehoord dan moet ik zeggen: niet op de letterlijke manier, niet als een ‘echte’ stem. Maar ik heb Gods stem al dikwijls tot mij horen spreken in mijn gedachten. Die indrukken zijn net zo krachtig als moest Hij met een trompet in mijn oren hebben geblazen.

Ja, zie, Ik zal in uw gedachten en uw hart tot u spreken …’ (L&V 8: 2)

Voor sommigen klinkt dit misschien als complete onzin. Maar geestelijke dingen zijn nu eenmaal anders te begrijpen.
Ik wil je even meenemen naar een zaterdagavond bij ons thuis. Ik zit een boek te lezen, de teevee staat aan en voetbalgeluiden vullen de living. Mijn man kijkt gespannen naar de voetbalmatch. Hij is gek op voetbal. Hij speelde jarenlang zelf voetbal en ik kan echt zeggen dat hij zijn hart aan voetbal verloren heeft. Jawel, hij houdt van mij, maar als hij naar een match kijkt word ik toch eventjes buiten zijn zichtveld geplaatst. Niet alleen dat, ook buiten zijn gehoorsveld. want als ik hem tijdens een match iets vraagkrijg ik meestal niet direct een antwoord. Ik moet het soms twee of drie keer herhalen voor hij me aandacht geeft. En dat is gewoon omdat hij me niet hoort, het is immers voetbal!
Ik durf wel eens een blik werpen op het scherm, maar ik ben vlug mijn interesse kwijt.
‘Heb je dat gezien?’ vraagt manlief me soms heel enthousiast.
Ik moet meestal ontkennend antwoorden, ik heb geen voetbalhart.
Ik wil dit graag projecteren naar het horen van de stem van de Heer. Zoals ik al schreef zijn er zoveel stemmen die onze aandacht vragen. Elke stem belooft wel iets: een spannende wedstrijd, kennis, lust,… Het is aan ons om te kiezen op welke stem we willen afstemmen en welke stemmen we willen negeren. Dat is ook zo met Gods stem, willen we die wel horen?

Als we de stem van de Heer willen horen moeten we weten waar we die kunnen vinden. In de Bijbel zegt de profeet Amos:

‘Voorzeker, de Here Here doet geen ding, of Hij openbaart zijn raad aan zijn dienstknechten, de profeten.’ (Amos 3:7)

De Heer heeft zelf ook nog iets toegevoegd aan het ‘horen van zijn stem’: Of mijn eigen stem nu gesproken heeft, of de stem van mijn dienstknechten, dat is hetzelfde (L&V 1:38).

Als we dus de stem van God willen horen, moeten we bereid zijn om naar de stem van zijn profeten te luisteren en andere stemmen te negeren of een andere plaats te geven.

If we listen to the voices of the world,
we will be misled.
But if we listen to the voice of the Lord
through his living prophet
and follow his counsel,
we will never go astray.
(Virginia U. Jensen)

Focussen op een voetbalmatch heeft zeker geen eeuwige gevolgen. De stem van gokken of een andere verslaving volgen, heeft waarschijnlijk wel verstrekkende gevolgen. Stemmen die onze eigenwaarde naar beneden halen, stemmen die ons opblazen, stemmen die ons boos maken, die stemmen kunnen andere, vriendelijke stemmen onhoorbaar maken.
Mijn opa had vroeger zo’n ouderwetse radio die je precies moest afstellen om mooie geluiden te kunnen horen. Ik weet, dat als ik me afstel op de stem van de Heer, dit een heel verschil maakt in mijn leven vandaag en voor de eeuwigheid.

Waarvoor ga jij je stem gebruiken de komende week?

Welke stem ga jij laten horen?

Maak deze week tijd om eens in de natuur te wandelen, de plaats om Gods stem te horen.

A capella muziek is ook mooi om  te genieten van verschillende stemmen.

Benieuwd om de stem van een levende profeet te horen: Russell M. Nelson lds.org