Vogels, nesten en nestwarmte.

Tussen de aprilse grillen door vliegen kleine en grotere vogels druk heen en weer door onze tuin. Mos wordt driftig uit het gras geplukt en takjes en twijgen verdwijnen in de lucht. Een schichtige huismus fladdert weg met een verweerd stukje touw in haar bek.De vogels zijn hun nesten aan het bouwen en verfraaien. Ik vind het geweldig dat ik mag genieten van dit lentespektakel.

To find the universal elements enough;
to find the air and the water exhilarating;
to be refreshed by a morning walk
or an evening sauntner …
To be thrilled by the stars at night;
to be elated over a bird’s nest
or a wildflower in spring –
these are some of the rewards
of the simple life.
(John Burroughs)

Een nest is een veilige plek om eieren te leggen en jongen groot te brengen. Het verschaft warmte en bescherming. Vogelnesten kunnen de vorm en grootte van een vingerhoed hebben of bestaan uit een gigantische hoop bladeren en aarde. Het kunnen meterslange donkere tunnels zijn of enorme platforms van twijgen.
Elk jaar vind ik wel ergens een snoezig nestje in onze hagen of bomen. Dat eksters onze dennenboom aan het inpalmen zijn, vind ik bedenkelijk. Ik heb het niet zo met grote nesten. Zo hadden we vroeger een rokerig probleem en moest er een gigantisch kauwennest uit onze schoorsteen gehaald worden.
Nesten zijn uniek aan elke vogelsoort. Vogels zijn op dat vlak misschien wel wijzer dan mensen. Een merel bouwt een nest voor merels, een zwaluw voor zwaluwen en een ooievaar voor ooievaars. Ze zijn niet jaloers op elkaars nest en proberen het ook niet na te bouwen. Stel je voor, een ooievaar die een nest bouwt zoals een boerenzwaluw.
Niettemin zijn nesten ware kunstwerkjes en heel vindingrijk. Soms is er een isolerende laag gras of dons, soms bekleed met veren of modder. De paradijsmonarch bouwt zijn nest van gras, maar plakt de boel aan elkaar met spinnenwebben. Huismussen gebruiken soms touw, papier en zelfs plastic. Karekieten bouwen riethalmen aan elkaar en Australische eksters gebruiken wol die ze uit de rug van een schaap trekken.
Nesten bouwen is hard werken. Sommige vogels maken meer dan duizend vluchten om voldoende nestmateriaal te verzamelen.

Vogels kunnen ons
heel wat leren over
ons eigen nest.

Als ik een vogel zie broeden dan komt het woord ‘nestwarmte’ in mijn gedachten. Nestwarmte is een behaaglijk gevoel van warmte en geborgenheid. Het heeft weinig te maken met de structuur of grootte van je mensennest, maar alles met liefde en aandacht.
Nestwarmte is niet iets uit lang geleden romantische tijden;
Nestwarmte is een thuis hebben waar je jezelf mag zijn;
Nestwarmte is een toevluchtsoord voor donkere dagen;
Nestwarmte is een bescherming tegen de boze wereld;
Nestwarmte is waar je de geluiden herkent:
het kraken van de trap,
het piepen van een deur,
het tikken van opa’s klok,
zachte muziek,
vrolijke dansmuziek en stoelen die plaats maken.
Nestwarmte is de geur van boeken;
Nestwarmte is een verhaaltje voor het slapen gaan;
Nestwarmte is knielen en vouwen van armen;
Nestwarmte is helpen, lachen, knuffelen, huilen en troosten;
Nestwarmte is daar waar liefde heerst.

Zoals alle levende wezens hebben kinderen nestwarmte nodig
om hun persoonlijkheid harmonisch te kunnen ontwikkelen.

Net zoals een vogel hard moet werken aan zijn nest, zo verschijnt nestwarmte ook niet uit het niets. Men moet veel tijd en energie steken om van een huis een thuis te maken, om nestwarmte de kans te geven zich binnen de muren te kunnen nestelen.
Natuurlijk doen miljoenen ouders hun best om ervoor te zorgen dat hun kinderen zich gewenst en bemind voelen. Toch blijven er problemen die ons hulpvermogen te boven gaan: in sommige delen van de wereld is er door een gebrekkige economie en politiek ontoereikende gezondheidszorg, weinig of geen onderwijs, onvoldoende voedsel, kinderarbeid en slechte levensomstandigheden. Gelukkig is het lot van vele kinderen verbeterd door talloze organisaties en privé-initiatieven, maar we moeten alert blijven ook in ons eigen land. Het gezin is het fundament van de maatschappij, dat mogen we nooit vergeten of niet geloven.
In 2013 kregen hier meer dan 27 000 kinderen en jongeren te maken met de bijzondere jeugdzorg. Dat is verschrikkelijk!
‘Een paar honderdduizend Vlaamse kinderen nemen niet alleen een aanzienlijk deel van het huishouden op zich, ze zorgen ook voor hun vader of moeder. 20 000 à 40 000 van hen zijn jonge mantelzorgers, die een ouder met een handicap of chronische ziekte bijstaan. Bij de anderen gaat het om ernstige psychische problemen of een verslaving.’ (Knack nr. 13 2017)
Zorgen voor je kinderen is meer dan een dak boven het hoofd, eten en bescherming bieden. Het is even belangrijk ze te leren wat hoop is, ze nestwarmte te geven en een gevoel van stabiliteit en zekerheid te bieden.(Ronny Mousse)’

Zorg ervoor dat het gezin de plaats is
waar kinderen het anker kunnen vinden
dat ze in deze moeilijke tijd nodig hebben.
(Harold B. Lee)

Probeer je even voor te stellen welk een warme maatschappij we zouden hebben moest er in alle gezinnen respect en liefde zijn tussen ouders en kinderen; moest er thuis vriendelijk en rustig gesproken worden, moesten kinderen kunnen opgroeien met een gevoel van waardering en dankbaarheid.
Vogels alarmeren elkaar wanneer er gevaar dreigt. Is het niet nodig dat wij ‘onze broeders hoeder’ blijven? Oog hebben voor de problemen dichtbij onze deur en een helpende hand toesteken, nestwarmte doorgeven …
Gordon B. Hinckley zei:
‘Ieder kind, en daar zijn weinig uitzonderingen op, is het voortbrengsel van een gezin, goed, slecht of onverschillig. Als kinderen opgroeien, wordt hun leven in grote mate een weerspiegeling en voortzetting van alles wat ze thuis leren. Als men daar ongevoelig met elkaar omgaat, elkaar uitscheldt, woede-uitbarstingen heeft en niet trouw aan elkaar blijft, zullen de vruchten duidelijk te zien zijn, en waarschijnlijk wordt dat in de volgende generatie herhaald. Als er daarentegen verdraagzaamheid heerst, vergevingsgezindheid, wederzijds respect, inschikkelijkheid, vriendelijkheid, medeleven en barmhartigheid, zullen ook die vruchten duidelijk te zien zijn, en die zullen een eeuwige oogst opleveren. Ze zullen positief, aangenaam en fijn zijn. Als ouders barmhartigheid tonen en leren, zal dat in het leven en het gedrag van de volgende generatie herhaald worden.’

May we make of our homes
sanctuaries to which our family members
will ever want to return.
(Thomas S. Monson)

Het doorbreken van een cirkel zonder nestwarmte is moeilijk, maar kan! Waar een wil is, is een weg!

Ik passeer nog dikwijls het huis waar mijn kinderen opgegroeid zijn. Als ik de klok in mijn geheugen dan even terugdraai, dan vullen warme gevoelens van liefde, genegenheid en dankbaarheid mijn hart. Ja, soms zakte de temperatuur wel eens een paar graden, maar daar was nestwarmte:
de koekoeksklok die elk half uur riep;
de geur van wafels, tomatensoep, versgebakken brood en fondue;
de stemmen van ouders en kinderen,
van familie en vrienden;
het samen aan tafel;
het bidden en smeken;
het knuffelen en lachen;
het chillen en spelen;
de schoenen in het schoenrek;
de jassen aan de kapstok;
de foto’s aan de muur;
de tientallen boeken;
de reusachtige kerstboom;
de magnoliaboom in bloei;
de vissen in de vijver;
de poes die rond je benen draaide.

Het huis waar we nu wonen is kleiner en ziet er anders uit, maar wordt dagelijks aangevuld met warmte. De koekoeksklok roept nog steeds en in de keuken hangen geregeld geuren van heerlijke maaltijden, de stemmen van mijn man en mezelf vullen meestal de ruimte, maar ook die van de kinderen, de kleinkinderen, familie en vrienden vinden hier hun weg. Twee plaatsen aan tafel is de norm, maar meer dan af en toe worden stoelen bijgezet. Bidden en smeken gebeurt nog steeds. Er staan nu wel minder schoenen op het rek en de jassen hangen al helemaal niet meer op een rijtje in de gang. Foto’s van kinderen, kleinkinderen en dierbaren staan op de kast. De kerstboom is kleiner en in plaats van een magnolia staat er een pracht van een kastanjeboom in de tuin. Vissen zwemmen ook hier in een vijver en hebben het gezelschap van salamanders en oekedoelekens. En het is de poes van de buren die nu rond mijn benen komt draaien. Nestwarmte? Ja, hoor!
Ik las ergens dat nestwarmte is wat blijft als je weggaat, wat wacht tot je komt. En pas als de kuikens gevlogen zijn en het nest uiteenvalt, dan pas wist je ‘dit was thuis’.

May your walls know joy
may each room hold laughter
and may every window open
to great possibility.

In een wereld waar nestwarmte misschien ouderwets, nostalgisch of naïef overkomt, doe ik een warme oproep om zelf in je hart die warmte te laten beginnen.
Vertel de mensen van wie je houdt dat je van ze houdt. Wanneer was het de laatste keer dat je je partner in je armen nam en zei: ‘Ik zie je graag’? Wanneer was het de laatste keer dat je je kinderen een warme knuffel gaf? Wanneer was het de laatste keer dat je je ouders verteld hebt dat je van hen houdt?
Zeggen ‘ik hou van jou’ is slechts het begin. We moeten het menen en tonen. Liefde moet zowel uitgedrukt als getoond worden.
Begin er vandaag aan, stel niet uit tot morgen. Er komt een dag waarop voor iedereen onder ons er geen ‘morgen’ meer zal zijn.

Nestwarmte creëren en doorgeven is echt niet zo moeilijk. Doe zoals Phil Bosmans schreef:

Mensen en dingen de adem inblazen
van je eigen warm mensenhart
om ze zo tot leven te brengen.

Nestwarmte …

 

 

Kansen bij de vleet?

Onlangs kreeg ik de vraag of ik bereid was om leerkrachten te motiveren kinderen op een betere manier te onderwijzen. Ik moest niet twijfelen om een positief antwoord te geven aan deze prachtige kans om anderen te kunnen helpen en om zelf meer te leren en te groeien.

De wereld is vol met poorten,
vol met kansen,
aaneenschakelingen van spanning
die erop wachten
benut te worden.
(Ralph Waldo Emerson)

Elk leven zit vol met kansen om te groeien en om zichzelf te ontplooien. Alle dagen zijn gevuld met mogelijkheden om positieve dingen te doen en om anderen te helpen.
Maar soms zien we al die kansen niet. We hebben het idee dat een èchte kans iets super speciaal moet zijn, iets waar de wereld versteld van zal staan en iets wat de krantenkoppen zal halen. Zo merken we de ‘kleine’ mogelijkheden niet op, hoewel die soms een groot impact op ons leven of op het leven van een ander kunnen hebben.

Don’t wait for extraordinary opportunities.
Seize common occasions and make them great.
Weak men wait for opportunities;
strong men make them.
(Orison Swett Harden)

Soms zien we wel de mogelijkheden voor ons, maar dringt twijfel onze ziel binnen. Iemand zei eens dat een kans krijgen is zoals een zonsopgang zien. Als je te lang wacht zie je die niet.
Hazel Lee schreef: ‘I held a moment in my hand, brilliant as a star, fragile as a flower, a tiny sliver of one hour. I dripped it carelessly. Ah! I didn’t know, I held opportunity.’
Ik heb al een paar keer in mijn leven zo’n kans in mijn handen gehad en die laten glippen. Ik vond het toen te mooi om waar te zijn, te moeilijk en te breekbaar om te lukken, en mezelf niet sterk genoeg om te proberen.
Soms kijk je dan met spijt terug: had ik maar … en dat kan van alles zijn: van een sollicitatiegesprek dat niet goed verlopen is tot een bezoekje aan een goede vriendin.
Ons leven vormen we inderdaad door de mogelijkheden te grijpen, maar ook door degenen die we misten. Ik heb daar lessen uit geleerd voor als er een nieuw kans op mijn deur klopt.

Every morning brings new potential,
but if you dwell
on the misfortunes of the day before,
you tend to overlook tremendous opportunities.
(Harvey Mckay)

Soms deinzen we ook terug als een mogelijkheid om te groeien ons overvalt. We verlammen als we aan de moeilijkheden denken die eraan gelinkt zijn. Sommige kansen die we krijgen vereisen heel wat moed. Onze comfortzone verlaten en risico’s nemen is niet gemakkelijk, maar noodzakelijk om te groeien – ook op geestelijk vlak.
Wat ons ook kan tegenhouden is de gedachte aan al het werk dat we zullen moeten verzetten. Als een kans aanklopt moeten we wel uit onze comfortabele zetel komen en de deur opendoen.

Most people miss Opportunity because
it is dressed in overalls
and looks like work.
(Thomas A. Edison)

Als we ouder worden mogen we zeker niet geloven dat het leven ons geen mogelijkheden meer biedt. Kansen zien en waarmaken heeft niets met leeftijd te maken. Je bent nooit te jong of te oud om iets te bereiken. Lees deze weliswaar onvolledige lijst maar door:

  • Helen Keler werd doof en blind toen ze 19 maanden oud was, maar dat hield haar niet tegen. Ze was de eerste dove en blinde persoon die een bachelor graad in de kunst verkreeg.
  • Mozart componeerde al toen hij 5 jaar was.
  • Anne Frank was 12 toen ze haar wereldberoemde dagboek schreef.
  • Pele was 17 toen hij de wereldbeker voetbal in Brazilië won in 1958.
  • John Lennon was 20 en Paul Mc Cartney was 18 toen de Beatles hun eerste concert hadden in 1961.
  • Albert Einstein was 26 toen hij de relativiteitstheorie schreef.
  • Michelangelo schiep twee van zijn grootste beeldhouwwerken – David en Pieta – toen hij 28 was.
  • J.K. Rowling was 30 toen ze het eerste boek van Harry Potter schreef.
  • Martin Luther King jr. was 34 toen hij de toespraak gaf ‘Ik heb een droom.’
  • Neil Armstrong was 38 toen hij als eerste een voet op de maan zette.
  • Christoffel Colombus was 41 toen hij Amerika ontdekte.
  • Leonardo Da Vinci was 51 toen hij de Mona Lisa schilderde.
  • JRR Tolkien was 62 toen de Lord of the Ring boeken uitgegeven werden.

Nog niet overtuigd? Sta dan eens stil bij het levensverhaal van Ann Mary Moses ofte Grandma Moses:

Anna Mary Robertson werd in 1860 in New York geboren. Vanaf ze twaalf werd, ging ze werken op verschillende boerderijen. Ze kreeg tien kinderen waarvan er vijf in leven bleven. Ze naaide, borduurde, kookte, maakte boter en aardappelchips om mee te helpen in hun onderhoud te voorzien. Op haar achtenzeventigste waren haar vingers te stijf geworden om een naald vast te houden. Maar om niet afgestompt te raken ging ze naar haar schuur en begon te schilderen. Ze maakt zeer gedetailleerde landschapsschilderingen in schitterende kleuren op houten panelen. De eerste twee jaar werden ze weggegeven voor een appel en een ei. Maar op haar negenenzeventigste werd ze door de kunstenaarswereld ‘ontdekt’ .  Ze maakte nog meer dan tweeduizend! schilderijen en haar illustraties bij het boek ‘t Was the night before Christmas’ voltooide ze toen ze honderd was!
En zo zijn er nog tal van levensverhalen, we moeten ons dus niet wegsteken achter onze leeftijd!

The opportunity of a lifetime
has to be taken in the lifetime
of the opportunity.
(Jeffrey R. Holland)

Bij de kansen en de mogelijkheden van het leven moeten we niet alleen denken aan een succesvol beroepsleven, maar ook aan de kans om schoonheid en goedheid te zien en te scheppen en om geestelijk te groeien.
Elke dag is een nieuwe dag. Het is een dag die je nog nooit beleefd hebt en die je ook nooit opnieuw zal beleven. We moeten stoppen met denken dat alle dagen hetzelfde liedje zijn. Dat is niet waar! Hoeveel dagen hebben we zo al laten voorbij gaan door die onwaarheid te geloven? Het leven is geen sleur, als we onze ogen en oren maar open houden. We moeten het wonder van elke nieuwe dag grijpen en erkennen dat die uniek is, met mogelijkheden die ons leven in die richting kunnen duwen waar we naar toe willen.

‘That we shall move quickly or that we shall perform spectacularly is not of first importance – but that we shall move surely and safely from moment to moment, from hour to hour, and from day to day, is the procedure for all who would reach their highest possibilities, for after the portals of this life open and close behind us, we shall still have ourselves to live with, and our performance to account for. (Richard L. Evans)

Het leven is een verhaal van komen en gaan, van opstaan en vallen, van dromen en werken. We zullen altijd iets moeten achterlaten of sluiten om een nieuwe kans te grijpen. Waarschijnlijk hebben jullie dit net als ik al vele keren in je leven ondervonden. Ik vind het nog altijd niet gemakkelijk om te begrijpen dat ik soms iets – of veel- moet omruilen voor een nieuwe uitdaging, dat als je één deur opent er andere sluiten.
Ik weet nog hoe gelukkig ik was als leerkracht in het zesde leerjaar, hoeveel vriendschap en waardering ik voelde, hoeveel voldoening ik haalde dat ik iets kon betekenen voor jonge mensen. En toen klopte een geweldige kans aan, eerst stilletjes, maar toen luider en luider. Ik kreeg de mogelijkheid om directeur te worden van de school waar ik les gaf. Honderden scenario’s – goede en slechte- speelden door mijn hoofd. Ik wist dat ik, als ik die kans zou laten schieten, ik die ook nooit meer zou krijgen. Maar wat als …?
Roberty D. Hales zei eens het volgende:

Als we belangrijke beslissingen nemen,
dan verwacht onze Hemelse Vader dat
wij onze keuzevrijheid gebruiken,
de situatie in onze gedachten
op basis van evangeliebeginselen uitvorsen
en een besluit in gebed aan Hem voorleggen.

Ik heb mijn weg gebeden door die aangeboden mogelijkheid.
Ik ben vijf jaar directeur geweest en sommige mensen vragen me wel eens of ik nooit spijt gehad heb van die beslissing. Ja, ik moest een deur sluiten, maar ik heb door zoveel ramen kunnen kijken en andere deuren  gingen open door voor die kans te gaan. Ik ben er beroepsmatig door gegroeid, ik heb de wereld anders ervaren, ik heb gewroet en geworsteld, ik ben er een sterker mens door geworden. Dus nee, ondanks tegenwerking heb ik er geen spijt van. Ik denk dat ik veel aan mijn leven toegevoegd heb door die kans èn vele andere aan te nemen en er voor te gaan.
Elke dag telt 1440 minuten. Dat betekent dat we dagelijks 1440 mogelijkheden hebben om
een positieve impact te creëren,
een medemens te helpen en te steunen,
die mooie natuur te bewonderen,
goedheid te zien,
geestelijk te groeien.

Successful people are always looking
for opportunities to help others.
Unsuccessful people are always asking:
‘What’s in it for me?’

Dus, grijp die kans, geniet van nieuwe mogelijkheden en geloof in jezelf!

 

 

Paasgedachten.

Het lege graf

Pasen is het belangrijkste feest in de christelijke wereld. Op die dag vieren de christenen de verrijzenis van Jezus, zijn opstanding uit de doden. Het is een dag van hoop op en geloof in een eeuwig leven.

The day the Lord created hope
was probably the same day
He created spring.
(Bern Williams)

Het woord ‘Pasen’ komt van het Syrisch-Arabisch ‘Passah’ wat staat voor huppelen en dansen. Het is een feest omdat de zon de overwinning behaald heeft op de donkere wintermaanden. Licht dat duisternis overwint, een fantastische reden om te huppelen en te dansen, toch?
Er is ook het Pesach, een van de belangrijkste feesten van de Joden. Het Joodse volk herdenkt dan de uittocht uit Egypte, waar ze enkele duizenden jaren geleden in slavernij veel lijden en miserie ondervonden, en waar de God van Israël hun een nieuw leven gaf. Bevrijding uit slavernij en een nieuw leven … geweldig toch om te herdenken en te feesten?
Er is ook een heidens lentefeest ter ere van Eastra of Ostara, de Germaanse godin van de lente en de groei. Vandaar het Engelse woord ‘Easter’. Alles zien groeien en bloeien, een fijne tijd om allerlei feesten te organiseren toch?

Spring is nature’s way of saying:
‘Let’s party!’
(Robin Williams)

Toen ik klein was brachten de paasklokken de paaseieren. Nu brengt vooral de paashaas die chocolade lekkernij.
Volgens de katholieken vliegen de klokken op witte donderdag hun kerktoren uit richting Rome. Daarom hoort men op de dagen voor Pasen geen kerkklokken luiden. Op Pasen keren ze vreugdevol terug en strooien onderweg eieren voor de kinderen. Mijn ouders riepen dat ze de klokken hadden zien vliegen en dan stormden mijn broer, mijn zussen en ik onze tuin in om eieren te zoeken.
De protestanten moesten van een reis naar Rome niets weten en kozen een ander symbool voor de paastijd: de paashaas.
Ik hoor je al vragen ‘Waarom geen paaskonijn?’
Het blijkt dat de haas vruchtbaarder en waakzamer is dan het konijn. De eitjes mogen niet breken en moeten goed verstopt worden, daarom is het de paashaas die druk in de weer is op Pasen.
Klokken of hazen, ze brengen allebei eieren want die zijn al eeuwen symbool voor vruchtbaarheid en nieuw leven. Ook waren ze voor het gewone volk na 40 dagen vasten een echt feest om te eten.

Iedereen heeft in zijn kindertijd wel eieren gezocht, denk ik. Ik vond het magisch en spannend. Mijn kinderen waren ook enthousiaste zoekers en het is een plezier om de kleinkinderen achter alle struiken en bomen, onder stoelen en banken, de eitjes te zien zoeken. Soms wel eens zonder hun besef een ‘dubbel’ gezoek, want de ‘paashaas’ verstopte in ‘t geniep de gevonden eitjes opnieuw.
Af en toe gebeurt het wel eens dat een eitje op Pasen niet gevonden wordt en dat pas dagen later een leuke vondst wordt gedaan, of dat een gesmolten chocolade brei de verstopplaats verraadt.
Het verstoppen van eieren gaat honderden jaren terug in de tijd.
Boeren begroeven kippeneieren in hun akkers in de hoop dat ze hun vruchtbaarheid zouden doorgeven aan de grond. Het is pas in het begin van de 20ste eeuw dat chocolade paaseieren in de mode raakten.

Wie heeft er geen eieren beschilderd?
Ik herinner me nog dat het uitblazen van de eieren een heel karwei was. We moesten meestal zo’n zes uitgeblazen eieren (per kind!) meebrengen naar school, waarschijnlijk met het idee om toch één ei heelhuids terug thuis te kunnen brengen. Mijn vader was het ‘blaasslachtoffer’. Ik heb het wel eens geprobeerd hoor, zo’n ei uitblazen langs een piepklein gaatje. Het leverde alleen een vuurrood hoofd met bolle wangen en uitpuilende ogen en meestal een kapot geknepen ei op. Maar het schilderen en versieren vond ik leuk, ook het pannenkoekenfestijn, de eierkoeken en de cake gemaakt van het binnenste van de eieren.
Onze voorouders geloofden dat ze de kracht van eieren konden versterken door ze te beschilderen. Ze gebruikten vooral felle kleuren om het contrast te beklemtonen tussen de grauwe winter en de uitbarsting van kleur in de lente.

Easter is more than
eggs and candy.

Ik las ergens over een paastraditie die ontstond na de Tweede Wereldoorlog. De communistische partij wilde dat men aan de kinderen onderwees dat er geen God was. De grootmoeders maakten zich serieuze zorgen dat hun nakomelingen zouden opgroeien zonder iets te weten over Jezus Christus. Dus hielden ze elk jaar op Pasen een middernachtmis. Daarna bleven de kinderen de hele nacht op om eieren rood te kleuren. Voor het Servische volk waren deze rode eieren het symbool voor het eeuwige leven van Jezus Christus. Want volgens sommige legendes had Maria Magdalena witte eieren bij het graf van Christus achtergelaten en die eieren waren na de opstanding rood geworden. In Servië gingen de mensen de ochtend na de middernachtmis van deur tot deur. Degene die op de deur klopte zou zeggen: ‘Christus is verrezen.’ De persoon aan de andere kant van de deur zou antwoorden: ‘Inderdaad, Hij is verrezen.’ En dan zou hij de bezoeker een rood ei als geschenk geven. Het rode ei betekende geluk. Elk gezin gaf zo’n rood ei een speciale plaats in huis tot de volgende Pasen.

The tomb of Christ is famous
because of what it
DOES NOT CONTAIN.
(Sam Morris)

En daarbij kom ik dan aan mijn persoonlijke mening over Pasen. Ik weet echt dat Jezus Christus uit de dood verrezen is. Ik ben geen theoloog die je met allerlei diepzinnige woordspelingen een uiteenzetting komt geven over het ‘bovennatuurlijke’.
Ik geloof dat op de derde dag na de kruisiging van Jezus er een grote aardbeving was. De zware grafsteen was weggerold. Enkele vrouwelijke discipelen kwamen vroeg in de morgen naar het graf en brachten specerijen mee:

‘Zij nu vonden de steen afgewenteld van het graf. En toen ze naar binnen gegaan waren, vonden zij het lichaam van de Heere Jezus niet. En het gebeurde toen ze daarover in twijfel waren, zie, twee mannen stonden bij hen in blinkende gewaden…en zij zeiden tegen hen: Waarom zoekt u de Levende bij de doden? Hij is hier niet, maar Hij is opgewekt.’ (Lukas 24: 2-6)

Er is niets in de geschiedenis dat deze bekendmaking evenaart: Hij is niet hier, maar Hij is opgewekt.

Hoe weet ik nu zeker dat dit waar is? En ik niet alleen, hoe kunnen mensen nu geloven dat de dood niet het einde is? Dat we ‘daarboven’ verder leven? Dat we onze geliefden zullen terugzien? Dat we zullen verrijzen?
Ik heb net als zoveel andere mensen – geleerd en ongeleerd- ervaren dat er méér is op deze aarde dan dat wat we met onze ogen zien, met onze oren horen en met onze handen kunnen aanraken. Er zijn dingen gebeurd in mijn leven die verstandelijk niet uit te leggen zijn, maar die tot in ‘t diepste van mijn cellen een waarheid bevestigd hebben.
Met wetenschappelijke bewijzen zullen we, wat ons eeuwig heil betreft, au fond weinig mee bereiken. O ja, de wetenschap heeft ons al heel wat dingen aangereikt die ons leven prachtig beïnvloed hebben, maar ze heeft ook op andere gebieden verschrikkelijke rommel verzonnen.

Het verstand kan ons dikwijls van dienst zijn,
maar er komen momenten
waarop het geen enkele invloed meer uitoefenen kan
op de dingen die geschieden.
Daar staat je verstand bij stil,
zeggen we dan.
Op die momenten
geeft het geloof ons kracht
en voelen we de eenheid
van natuur en bovennatuur.
(Toon Hermans)

In de bijbel staan veel getuigenissen over de verrijzenis van Jezus Christus:
De verrezen Heer verscheen aan verschillende vrouwen, aan de twee discipelen op weg naar Emmaüs, aan Petrus, aan de apostelen, aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, aan Paulus.
In het Boek van Mormon lezen we dat Christus na zijn opstanding ook verschenen is aan volkeren in Meso-Amerika.
Hedendaagse profeten, waaronder Joseph Smith, hebben ook van Hem getuigd, en op verschillende plaatsen in de wereld zijn er oude verslagen die over de verschijning van de opgestane Christus gaan.
Ja, maar kan een rationeel mens dat nu echt geloven?
Fernand Keuleneer antwoordde op die vraag:

Rationaliteit wordt in onze maatschappij
nogal vaak verenigd tot
wat waarneembaar en meetbaar is.
Is het niet irrationeel te denken
dat de rationaliteit zich daartoe beperkt?
(Knack 01-02-2017)

Ik bied je dus geen geleerd stukje aan, maar zoals Toon Hermans het stelde: ‘Ik spreek uit eigen ervaring en verbeeld me dat ik vanuit die ervaring een bepaalde gedachte kan aanreiken waar u eventueel iets mee kunt doen.’

In 1 Korintiërs 15: 22 staat: ‘ Want zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.’
De letterlijke opstanding uit de dood voor iedereen die hier ooit leefde en stierf is een schriftuurlijke zekerheid. Die zekerheid leeft ook in mijn binnenste. De Heer belooft in Johannes 14: 19: ‘…want Ik leef en u zult leven.’

Ik weet dat mijn Verlosser leeft! Hij leeft, mijn Licht, mijn Levenszon! Hij leeft, mijn Koning, Priester, Heer!
Niets dat mij zoveel blijdschap geeft: Ik weet dat mijn Verlosser leeft!

Laten we huppelen, dansen en feesten voor de hoop en de zekerheid op een eeuwig leven!
Vrolijk Pasen!

Omgaan met het onontkoombare …

Mijn leven lijkt dikwijls heel gemakkelijk. Als het rustig zijn gangetje gaat heb ik het idee dat ik alles onder controle heb. Terwijl ik daarover nog aan het neuriën ben, klinkt er een donderslag bij heldere hemel. Dan is ineens alle zorgeloosheid weg en lijkt het leven enorm complex. In plaats van rust en vrede, gelach en plezier, is er ineens een ongrijpbaar en onvoorstelbaar kluwen van lijden en pijn.
Lijden en vreugde kruisen elkaar dikwijls en zijn met elkaar verbonden.
Met dezelfde ogen lach en huil ik.
Met dezelfde handen streel en klauw ik.
Met dezelfde voeten ren en strompel ik.
Hetzelfde hart springt op en breekt.
Zulke momenten maken we allemaal mee en heb ik het mis dat we dan een schouder en kracht zoeken bij degenen waar we van houden?
Als mijn tranen dan opgedroogd zijn, zie ik wel weer. Ik heb weer een les of twee geleerd, ik heb mijn eigen nietigheid weer eens gevoeld. Dit bracht me nederigheid en dat opende de deur van dank om wat er nog is, om wat geheeld is en om wat aanvaard is. Het wonder is dat ik dan met meer empathie mijn hand kan uitsteken …

Er is veel moed voor nodig
om kwetsbaarheid toe te laten
in je bestaan,
dan om de andere kant
op te kijken
en te doen alsof
je erboven kan staan.
(Kris Gelaude)

Ik veronderstel dat we allemaal zo ver mogelijk uit de buurt van lijden en pijn blijven. We willen een prettig en comfortabel leven, niet toch? We eten zo gezond mogelijk, we bewegen genoeg, we beveiligen onze bezittingen en proberen zo met ons hebben, houden en zijn lijden te voorkomen.
Maar soms kan dat niet. Soms krijgen we het deksel op de neus. Een ongeneeslijke ziekte dringt je lichaam binnen, de verjaardagstaart is mislukt, je auto wordt gestolen, je beste vriend sterft, …

When suffering knocks at your door
and you say there is no seat for him,
he tells you not to worry
because he has brought his own stool.
(Chinua Achebe)

In de middeleeuwen stierven miljoenen mensen aan de pest. Nog niet zo lang geleden was kindersterfte ook in onze streek iets wat de meeste gezinnen trof. Lijden en dood was een normaal aspect van het leven. Door de ontwikkeling van de wetenschap kunnen nu een heleboel dingen opgelost en bestreden worden. Mensen leven langer en gezonder. Lijden en dood wordt niet meer als normaal beschouwd. Daarom is het nu zo moeilijk om met het onontkoombare om te gaan. Misschien moeten we de dingen die we echt niet kunnen veranderen anders leren bekijken? Misschien moeten we beseffen dat lijden soms gewoon geleden moet worden?

Helden zijn vooral zij
die ondanks kwetsuren,
onmacht of pijn
om veel blijven lachen.
En die daar iedere dag
weer voor kiezen.
(Kris Gelaude)

In mijn rondhuppelen hier op aarde – en dat is wel al een tijdje- zijn er periodes geweest dat ik zelf door de duisternis van pijn en lijden heb gewandeld: ziektes, eenzaamheid, misbegrepen zijn, het missen of sterven van vrienden en dierbaren. Ook het lijden van anderen liet me in die duistere, pijnlijke vallei dwalen, en misschien was die pijn nog het moeilijkst te dragen. Maar door dit alles weet ik pas hoe klein, eenzaam en kwetsbaar een mens kan zijn. Door mijn donkere ervaringen weet ik dat het leven soms verschrikkelijk hard en onrechtvaardig kan zijn. Ik ben daardoor meer geneigd om mijn man, mijn kind, mijn buur, de onbekende naast me in de trein, te begrijpen. Door wat ik zelf heb meegemaakt kan ik mijn menselijk oordeel gemakkelijker binnen slikken en mijn hand uitreiken, hoewel dit nog verre van volmaakt is.

Suffering should not make us bitter people,
it should make us better comforters.
(Billy Graham)

Het doel van het lijden is al eeuwen een discussie. Friedrich Nietzche schreef dat leven lijden is, en een betekenis aan dat lijden te geven zorgt voor overleven. In de Schriften staan ook veel teksten over lijden. Dit is er een van:
‘Indien gij geroepen zijt beproeving te doorstaan; indien gij in gevaar verkeert onder valse broeders; indien gij in gevaar verkeert onder rovers; indien gij in gevaar verkeert te land of ter zee; en indien gij in de put wordt geworpen, of in de handen van moordenaars valt, en het doodvonnis over u wordt geveld; indien gij in het diep wordt geworpen; indien de ziedende baren tegen u samenspannen; indien hevige winden uw vijand worden; indien de hemelen zwart worden en alle elementen zich verenigen om de weg te versperren; en bovenal, indien zelfs de kaken der hel wijd tegen u worden opengesperd, weet dan, dat al deze dingen u ondervinding zullen geven en voor uw bestwil zullen zijn.’ (L&V 122:5,7)
Ik interpreteer dit voor mezelf onder andere, dat als ik ziek word, als er leugens over mij verspreid worden, als er ingebroken wordt, als ik een verkeersongeluk krijg, als de hagel- en windstormen ons huis ernstig beschadigen, als ik bespot word omdat ik geloof, dat dit alles mijn karakter zal verfijnen.

Orson Whitney schreef over lijden ook diepzinnige dingen: ‘No pain that we suffer, no trial that we experience is wasted. It minister to our education, to the development of such qualities as patience, faith, fortitude, and humility. All that we suffer builds up our characters, purifies our hearts, expands our souls, and makes us more tender and charitable, more worthy to be called the children of God.’  Wauw! Echt waar? Heeft lijden zulk een macht in zich?

We weten best dat lijden een van onze grootste leerkrachten is hier op aarde. We begrijpen heus wel dat we door lijden een ervaring opdoen die we op geen enkele andere manier kunnen verkrijgen. We beseffen ook dat lijden nu eenmaal een onderdeel van het leven is en dat het ons persoonlijk zal vormen.
Maar toch,
als we door zo’n diep dal gaan, als we worstelen om begrip en smeken om genade, wat doen we dan?
We voelen ons op zo’n moment zelden op ons gemak met al die positieve, opbouwende wegwijzers en goede raad. We willen een schouder om op te huilen, een hand die steun geeft, een plaatsje om te rusten.

Als ik omringd word door moeilijkheden en pijn, dan zoek ik inderdaad hulp en begrip bij mijn man en andere geliefden. Maar ik vertrouw ook op vroegere hulp van de Heer. Dat vooral is mijn leidend licht als ik door donkere periodes moet varen. Als ik de harde dingen van het leven door de lens van mijn geloof in Christus bekijk, dan zie ik dat er ook een goddelijk doel in mijn lijden kan zijn.
In Jesaja lezen we:

Weet u het niet? Hebt u het niet gehoord?
God geeft de vermoeide kracht en Hij vermeerdert de sterkte van wie geen krachten heeft.
Wie Hem verwachten, zullen hun kracht vernieuwen,
zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden.
Want de Here God is het die hun rechterhand vastgrijpt en tegen hen zegt:
‘Wees niet bevreesd, Ik help u.’
(Jesaja 40: 28,29,31; 41:13)

De Meestergeneesheer heeft inderdaad de macht om ons hart te veranderen. Hij kan ons troosten en versterken als we door de onrechtvaardige daden van anderen lijden. Hij kan ons troosten en steunen als we met de pijnlijke feiten van het aardse leven zoals rampen, psychische stoornissen, ziektes, chronische pijnen en de dood te maken krijgen. (Carole M. Stephens)

Helen Keller zei: ‘Although the world is full of suffering, it is also full of the overcoming of it.’
Zij sprak uit ondervinding, maar het is echt waar. Mensen krijgen soms vleugels om boven hun moeilijkheden uit te stijgen.
De ongeneeslijke ziekte blijft waarschijnlijk ongeneeslijk en je weet niet hoe het verder zal gaan. Misschien voel je je boos om zoveel ‘oneerlijkheid’. Maar je verdiept het contact met je partner en je kinderen en keert terug naar de gewone dagelijkse dingen. Je kan weer genieten van een kopje warme chocomelk en van een prachtige zonsondergang.
De mislukte taart geeft je het gevoel een prutser te zijn en misschien ben je boos op jezelf. Maar je kan er een ‘kruimelfeestje’ van maken en genieten van het gewone samenzijn.
De gestolen auto is ‘maar een auto’, je mist hem wel en bent woedend op de dieven, maar je kan zelf kiezen wat je met die boosheid doet.
Eigenlijk is dat een keuze voor ons hele leven:
Dingen accepteren die je niet kan veranderen en dan de wijsheid hebben om zinvol verder te leven.
Een mens is sterker dan hij denkt. Wie je ook bent, wat je ook meemaakt, er zit een licht in jou dat verwant is aan het Grote Licht. Je moet dus niet bang zijn voor het duistere lijden, want er zal altijd een lichtstraal zijn die je de weg toont en je de kracht geeft om op te staan.

God had one son on earth without sin,
but never one without suffering.
(Sint Augustinus)

De Christelijke wereld viert deze maand Pasen, het feest van de glorierijke opstanding van de Heer. We mogen in dit paasgebeuren echter niet vergeten dat voor deze grootste overwinning aller tijden, de overwinning op de dood, er het grootste lijden aller tijden aan vooraf ging. Jezus Christus zei zelf over dit lijden: ‘welk lijden Mij, ja, God, de grootste van allen, van pijn deed sidderen en uit iedere porie bloeden, en naar lichaam en geest deed lijden – en Ik wilde dat Ik de bittere beker niet behoefde te drinken, en kon terugdeinzen- niettemin, ere zij de Vader, en Ik dronk en volbracht mijn voorbereidingen voor de mensenkinderen.'(L&V 19: 18-19)
Christus leed zo intens om verzoening te doen tussen God en de mensheid, om alle zonden op zich te nemen, maar ook om ons ten volle te kunnen begrijpen en te helpen:
‘En Hij zal uitgaan en pijnen en benauwingen en allerlei verzoekingen doorstaan; … en Hij zal hun zwakheden op zich nemen, opdat zijn binnenste met barmhartigheid zal worden vervuld, naar het vlees, opdat Hij naar het vlees zal weten hoe zijn volk te hulp te komen naargelang hun zwakheden.’ (Alma 7: 11-12)

Ik denk dat een van de grote doelen van persoonlijk lijden is dat we dan pas engelen kunnen zijn voor onze medemens. De woorden waarmee we een ander willen opbouwen of troosten zullen beter afgewogen worden, omdat we zelf hebben meegemaakt hoe breekbaar ze kunnen zijn.
Het Vlaamse spreekwoord ‘Elk huisje heeft zijn kruisje’ geeft aan dat overal lijden aanwezig is. Vergis je niet, ‘het leed kan keurig aangekleed over straat gaan’ (liedje van Herman van Veen).

Als het dus wat moeilijk gaat in je leven, of heel moeilijk zelf, probeer dan om op de beste manier om te gaan met het onontkoombare.
Lacht het leven je toe en stap je zingend uit je bed? Volgens mij ben je dan die dag de geschikste engel voor een ander, je moet er heus geen zichtbare vleugels voor hebben!

Onderstaand filmpje laat enkele van die engelen zien: