De vrouw: kroon op de schepping?

Elk jaar in maart wordt dat geheimzinnige wezen, de vrouw, iets meer in de schijnwerpers geplaatst. Er zijn vrouwenmarsen, vrouwenprotesten, een vrouwendag, en in kranten, tijdschriften en radioprogramma’s krijgen straffe madammen even het hoogste woord.
Veel artikels gaan over feminisme, vrouwenrechten en de discriminatie van de vrouw. Ik heb er een aantal zien passeren en wil toch een paar gedachten en gevoelens met jullie delen.

Sue Lloyd Roberts schreef: ‘God is duidelijk geen feminist.’

Door de eeuwen heen hebben verschillende godsdiensten de vrouw naar beneden gehaald. Mannen vonden in schriftuur excuses om de vrouw te kleineren, te misbruiken, te verachten en te onderdrukken. Het scheppingsverhaal vertelt echter iets helemaal anders.

Woman is God’s supreme creation.
(Gordon B. Hinckley)

Pas nadat de aarde gevormd was, nadat de dag van de nacht gescheiden was, nadat de wateren verzameld waren, na de schepping van de planten en de dieren, en nadat de man op de aarde geplaatst was, toen pas werd de vrouw geschapen. Toen verklaarde God dat zijn werk af was en dat het goed was.

Eve became God’s final creation,
the grand summation
of all of the marvelous work that had gone before.
(Gordon B. Hinckley)

Dat de vrouw het hoogtepunt van de schepping was, werd gauw vergeten door het verkeerd begrijpen en interpreteren van de gebeurtenissen die zich in de Hof van Eden afspeelden. De schuld van alle ellende werd (wordt) in de schoot van de vrouw geworpen. In zo goed als de hele wereldgeschiedenis krijgt de vrouw een tweederangsrol. Ze werd gekleineerd en gedegenereerd tot slavin. Ze is misbruikt geworden en tot dom schepsel bestempeld. En toch zijn een paar van de grootste figuren in de schriften vrouwen, vrouwen met integriteit, grote mogelijkheden, groot geloof en grote verwezenlijkingen: Esther, Naomi, Ruth, Deborah, Sariah, Maria de moeder van Jezus, de zussen Martha en Maria, Maria van Magdala, … Jezus plaatste vrouwen op een belangrijke plaats, waarom hebben velen die zijn naam belijden dan daarin gefaald?

Een paar dagen geleden had er in het Europees Parlement een debat plaats over de loonkloof tussen mannen en vrouwen in Europa. Ik kon mijn oren niet geloven toen ik de Poolse Europarlementariër, Janusz Korwin-Mikke droogweg hoorde zeggen dat het niet meer dan logisch is dat vrouwen minder verdienen dan mannen, omdat ze zwakker, kleiner en minder slim zijn. Wat?

De vrouw ligt nog steeds onder vuur. Ze is te dik, te dun, te oud, te lelijk. Eén op de tien wordt in ons land ooit verkracht. Vier op de honderd verkrachters worden gestraft, dit wil zeggen 96 dus niet! Er worden hier nog teveel seksueel getinte moppen verteld en ongewenst in billen geknepen. En ja, ik weet wel dat de vrouwen hier in het Westen het goed hebben. In andere werelddelen is het pas echt erg.

Freedom
cannot be achieved
unless the
women
have been
emancipated
from all forms of
oppression.
(Nelson Mandela)

Ik vind het erg dat in vele landen vrouwen geen stem hebben en dus nooit kunnen laten horen hoe mooi, sterk en opbouwend hun geluid wel is. De stem van de vrouw is zo krachtig dat de maatschappij, wanneer haar het zwijgen opgelegd wordt, uit haar evenwicht geraakt en alles vervormd wordt (Newsha Kavakolian).
Ik vind het verschrikkelijk dat in sommige landen vrouwen verplicht worden een boerka te dragen en dus nooit de vrijheid zullen voelen van de wind die in hun haren speelt.
Ik vind het vreselijk dat in India meisjes vanaf zes jaar al getrouwd kunnen zijn, op tienerleeftijd al een paar keer moeder kunnen worden, en op twintigjarige leeftijd al een kapot lichaam kunnen hebben.
Ik vind het afschuwelijk dat in vele landen vrouwen vernederd en misbruikt worden.
Welke ziekelijke gedachte schuilt daar toch achter? Ik denk dat in al die landen nog steeds de gedachte heerst dat vrouwen minderwaardig zijn. Het kan toch niet zijn dat meisjes genitaal verminken, deze wrede vorm van vrouwenbesnijdenis,dat dit ècht cultureel erfgoed is?
In het Russisch parlement werd begin dit jaar een nieuwe wet goedgekeurd dat huiselijk geweld niet meer beschouwd zal worden als crimineel feit. Je vrouw slaan, is dat politiek?

In een ideale wereld speelt huidskleur, afkomst, gender en uiterlijk geen rol. Mannen, vrouwen, kinderen, elk mens, heeft daar gelijke aanspraak op veiligheid, vrijheid en rechtvaardigheid. Iedereen is daar gelijkwaardig. Iedere stem wordt gehoord. Zal feminisme dat teweegbrengen?

De feministische beweging streeft ernaar dat vrouwen dezelfde rechten en mogelijkheden als mannen krijgen. De eerste feministische golf streed eind 19de eeuw voor het vrouwenkiesrecht. Vanaf 1960 was er een tweede feministische golf, die vooral de klemtoon legde op de seksuele en financiële vrijheid van de vrouw. Vanaf 1990 kwam er een derde feministische golf, het powerfeminisme of girlpower.
Het feminisme heeft veel goeds voor de vrouw tot stand gebracht: kiesrecht, universitaire studies, carrièremogelijkheden, hulpverlening, enz.

Toch wil ik mezelf geen feministe noemen.Ik hoor je al denken ‘Waarom niet?’
Ik vind dat er veel strekkingen in het feminisme zijn en ik wil geen deel uitmaken van de groep vrouwen die zich superieur ten opzichte van mannen voelen, van degenen die beweren dat alle mannen vrouwen haten; van degenen die zeggen dat alle mannen onderdrukkers zijn en dat alle vrouwen onderdrukt worden. Ik wil niet behoren tot de groep die beweert dat mannen en vrouwen gelijk zijn, die het moederschap degenereren (zijn ze vergeten dat ze zelf niet zouden bestaan zonder de vrouw die hen het leven gaf?), die vrouwelijke eigenschappen onder de wetenschappelijke tafel vegen en liefst van al willen afschaffen.

Ik schaar me achter de uitspraak van Margaret D. Nadauld:

The world has enough women who are tough;
we need women who are tender.
There are enough women who are coarse;
we need women who are kind.
There are enough women who are rude;
we need women who are refined.
We have enough women of fame and fortune;
we need more women of faith.

Vrouwen zijn anders dan mannen. Ze zijn niet minder, maar ook niet meer. De vrouw is gelijkwaardig aan de man. Eeuwen geleden was dit al duidelijk voor de apostel Paulus:

Evenwel is de man niets zonder de vrouw,
en de vrouw niets zonder de man.
(1 Kor. 11:11)

Vrouwelijkheid is iets prachtigs. Het bevindt zich in ons liefhebben en beminnen, in onze spiritualiteit en ons geloof, in onze uitstraling en charme, in onze gevoeligheid en vriendelijkheid, in onze creativiteit en waardigheid. Vrouwelijkheid is onze stille, sterke kracht. Het ziet er bij elk meisje of vrouw verschillend uit, maar we bezitten het allemaal.

Femininity
is the divine adornment of
humanity.
(James E. Faust)

Ik ben dankbaar om een vrouw te zijn. Ik ben dankbaar om een vrouw te zijn in het vrije Westen. Ik besef heel goed dat in de meeste landen ter wereld vrouwen veel beperkter zijn in hun doen en laten dan dat ik hier kan zijn.
Ik wil ijveren voor gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen.
Ik wil ook ijveren voor het man-zijn en vrouw-zijn.
Ik besef dat ik maar een klein radertje ben in de politieke, sociale en culturele molen van het leven hier op aarde. Maar ik kan veel bereiken in de wereld dicht bij mij, in mijn gezin en mijn omgeving. Ik herken me in het korte verhaal van Pierre Rabhi:

De kolibrie ziet dat het bos in brand staat en haalt met zijn bek water uit de rivier om de brand te blussen. Een andere vogel lacht hem uit, maar de kolibrie antwoordt: “Ik doe mijn deel.”

Als iedereen zijn deel doet, dan bereiken we de ideale wereld waar mannen en vrouwen niet gelijk zijn, maar gelijkwaardig.

Tot slot een luchtig ‘vrouwendingetje’ dat ik herken in mezelf, in mijn dochter en in mijn vriendinnen:

Even heel snel een vriendin bellen
met maar één vraag
en twee uur later pas ophangen.
(Chrisje)

 

De echo van een compliment kan eindeloos zijn.

Buiten vrouwendag, frietjesdag, seniorendag, dag van de jeugdbeweging, … is er ook een complimentendag. Eigenlijk wel bizar dat sommige dingen extra in de verf moeten gezet worden. Hebben we het dan zo moeilijk om een waardering uit te spreken?
Iedereen vindt waardering belangrijk. Elk mens wil wel ergens bij horen, al eens gezien worden, begrepen en erkend worden. We willen allemaal weten of het wel zinvol is met wat we bezig zijn. Een complimentje voorziet in al die behoeften.

Waardering is de zonneschijn
die het leven verwarmt
en prestaties doet groeien.

Abraham Lincoln zei al dat iedereen ervan houdt een compliment te ontvangen. Als ik naar mezelf kijk doet het wel deugd als een lezer me zegt hoe mooi ik iets geschreven heb. Je had de twinkeling in mijn ogen moeten zien, toen een kleinkind bewonderend zuchtte hoe mooi mijn harpspel was. En toen vorige week een totaal onbekende me glimlachend zei wat een mooie rok ik droeg, stapte ik de rest van de dag veel zelfzekerder rond.
Ik ben echt niet alleen die graag hoort dat zijn kwaliteiten, zijn persoonlijke vaardigheden en zijn resultaten worden gewaardeerd.

Waardering is belangrijk voor je zelfbeeld.

Het is heel leuk een complimentje te krijgen over je nieuwe kapsel of de coole schoenen die je aanhebt, maar de complimenten die onze ziel beroeren zijn nog geweldiger. In onze maatschappij krijg je niet gauw waardering voor wat je in stilte doet, voor je goedheid, voor je hulpvaardige houding. Men applaudisseert voor het behalen van een universiteitstitel, voor je wetenschappelijke waarde, voor behaalde ereprijzen en voor je ambitie.
Er zijn mensen die nooit een schouderklopje krijgen voor de duizend kleine dingen die ze doen. We merken zoveel dingen niet meer op die thuis gebeuren, in het ziekenhuis, of op ons werk. Misschien onze ogen en onze mond open doen?

Het geeft een goed gevoel wanneer
iemand waardeert wat je doet
wat een ander als
vanzelfsprekend ziet.
(Helens world)

Oprechte complimenten kunnen zo’n deugd doen. ‘Oprecht’ is hier wel een belangrijk onderdeel, want mensen voelen heel goed aan of je het meent of  het vleierij met holle woorden is.
Oprechte, eerlijke, gemeende woorden kunnen iemands dag maken. En als we beseffen dat een woord van waardering soms wel een heel leven kan veranderen, waar wachten we dan nog op om op onverwachte momenten onze appreciatie in woorden om te zetten?

Een oprecht compliment heeft de mogelijkheid in zich
een omwenteling in een leven te veroorzaken.

Heel veel mensen gaan gebukt onder moeilijkheden, onder afwijzing, of worden genegeerd. Waardering is een belangrijk element om gelukkig te zijn. Misschien kunnen jouw woorden wel een negatieve spiraal doorbreken?
Ook voor kinderen is waardering onontbeerlijk voor de ontwikkeling van hun zelfbeeld. Het moedigt hen aan om vol vertrouwen nieuwe dingen te proberen en over fouten heen te stappen. Ouders en leerkrachten hebben een enorme verantwoordelijkheid om de kinderen op te bouwen, om ervoor te zorgen dat hun onzekerheden geen reuzeproporties aannemen. Ze moeten de kinderen vertellen hoe fantastisch zij wel zijn en van onschatbare waarde.
Ik heb jaren voor een klas vol deugnieten gestaan en heel wat knipoogjes, glimlachen, schouderklopjes, dikke duimen en high five’s gegeven. Ik vond het geweldig dat op onze school niet alleen pluimen werden uitgereikt voor wetenschappelijke, wiskunde- en taalresultaten, maar ook voor vriendelijkheid, werkhouding, sportprestaties en kunstprojecten.
Dr. Steve Maroboli schreef: ‘I will be generous with my love today. I will sprinkle compliments and uplifting words everywhere I go. I will do this knowing that my words are like seeds and when they fall on fertile soil, a reflection of those seeds will grow into something greater.’

Natuurlijk mogen complimenten niet in ons hoofd blijven steken, net zoals we kritiek ons hart niet mogen laten breken Maar iedereen doet meer zijn best als wat hij doet gewaardeerd wordt. We zeggen wel eens dat een pluim ons vleugels geeft. Bernie Siegel zei het nog mooier, vind ik:

Compliments are the helium
that fills everyone’s balloon,
they elevate the person receiving them
so he or she can fly over life’s troubles
and land safely on the other side.

Gordon B. Hinkley merkte op:
‘Ik stel voor dat als we door het leven gaan, we ons meer op het positieve richten. Ik vraag om een beetje beter naar het goede te zoeken en beledigende of sarcastische stemmen het zwijgen op te leggen. Ik vraag om meer oprecht waarden en inspanningen te complimenteren. Ik vraag niet dat alle kritiek stilvalt. Want groei spruit voort uit correctie. Wat ik wil suggereren is dat we ons van het negativisme dat zo overheerst in onze maatschappij zouden afkeren en dat we zouden uitkijken naar het wonderlijke goede onder degenen met wie we omgaan. Dat we meer waarderingen uiten in plaats van op fouten te wijzen, dat ons optimisme het pessimisme vervangt.’

Oprechte complimenten geven geeft ook een positieve impuls aan ons eigen leven. We zullen zelf genieten van de glimlach die we toveren, van de blos die tevoorschijn kwam, van de schittering in iemands ogen.

Receiving sincere compliments affects us for good.
So does giving them.
I believe that when compliments
come from the heart,
they bring with them
the Spirit of the Lord.
(Chad Morris)

De ‘complimentendag’ voor dit jaar is gepasseerd, maar waarom wachten tot volgend jaar? Uit je waardering voor degenen die van je houden, voor degenen die met jou samenwerken  en voor de onverwachte passant in je leven.

Wel, waar wacht je nog op? Niet te lang aarzelen, een complimentje kan best kort zijn, maar de echo van jouw woorden kan eindeloos zijn.

 

Want moed dat moet …

 

Af en toe geraak ik wel eens ‘vast’ op een internetsite. History Bites is er zo eentje van. Vorige week kon men er verschillende filmpjes bekijken over moedige mannen en vrouwen, die in WOII vele Joden gered hebben van de Holocaust.
Ongelooflijk wat een moed sommige mensen kunnen opbrengen. Heel wat anders dan de moed die ik mij deze week moest inblazen om mezelf een spuit te zetten.

Moed, wat is dat eigenlijk? Volgens Wikipedia is moed de bereidheid de confrontatie met lichamelijke pijn, tegenslag en levensbedreiging, onzekerheid, angst en intimidatie aan te gaan en te doorstaan. Een dikke boterham met heel wat beleg …
Door de geschiedenis en over de culturen heen werd moed steeds beschouwd als een grote deugd.
Vanaf we klein zijn tot ons sterfbed leren we helden kennen via sprookjes, jeugdverhalen, boeken, en teken- of andere films. Wie kent er niet Klein Duimpje, Harry Potter, Simba en Corrie ten Boom, om er een paar op te noemen?

In het echte leven ken ik ook veel moedige mensen. Vrienden en familieleden die moed uitstralen op verschillende terreinen: die risico’s durven nemen, die hun nek durven uitsteken, die weerstand niet uit de weg gaan, en die met een zekere grootsheid met pijn en lijden omgaan.

Applaus voor de moed om mens te zijn!

We leven in een buitengewone periode in de geschiedenis van onze aarde. De mensheid heeft bijna onbeperkte mogelijkheden. In het Westen kunnen we studeren wat we willen, we kunnen verre reizen maken en andere culturen leren kennen, en door de technologische vooruitgang komen zoveel dingen binnen handbereik.
Maar we worden ook met een groot aantal moeilijkheden geconfronteerd die echt geen ‘peanuts’ zijn.
We leven in een maatschappij waar zedelijke normen grotendeels opzij geschoven worden. We krijgen te maken met druk op allerlei fronten, van wat we eten en consumeren tot wat we denken en geloven. Er zijn bedrieglijke invloeden die het fatsoen naar beneden halen, van ‘f-woorden’ in films en cyberpesterijen tot politieke scheldpartijen. We worden geconfronteerd met mediaberichten die soms twijfelachtig en oppervlakkig zijn, soms ronduit leugenachtig en sensationeel en dikwijls verre van objectief. Oppervlakkige filosofieën binden de strijd aan met bestaande religies en de seculiere maatschappij wil elk nadenkend mens overtuigen van de belachelijkheid te geloven in een God.
Zijn wij moedig genoeg om daar tegenin te gaan?

Men kan niet standhouden als men met de voeten in het drijfzand van de publieke opinie en goedkeuring staat. We hebben de moed van een Daniël, een Abinadi, een Esther, een Moroni of een Joseph Smith nodig om standvastig in het goede te blijven. Zij waren moedig genoeg om niet het makkelijke, maar het goede te doen. (Thomas S. Monson)

Er wordt voortdurend van iedereen moed gevraagd. We moeten dagelijks moedig zijn – niet alleen in uiterst belangrijke situaties, maar vooral in de beslissingen die we nemen en in onze reacties op de gebeurtenissen om ons heen, zoals de verkiezingen in de US, de politieke aantijgingen in eigen land, de vluchtelingenaanpak en de vele kleine dingen in ons eigen gezinswereldje.
Carmen Sylva zei:

Gelukkig degene, die de moed bezit,
te zijn en te doen,
niet wat de openbare mening,
maar wat zijn geweten hem voorschrijft.

Thomas S. Monson formuleerde het zo: We hebben moed nodig om de juiste beslissingen te nemen – de moed om ‘nee’ te zeggen als dat nodig is, de moed om ‘ja’ te zeggen als dat van ons wordt verwacht, de moed om het goede te doen omdat dat juist is.

We hebben zoveel innerlijke moed nodig. Moed om voor het goede op te komen, ook als we bang zijn. Moed om te blijven geloven, ook als de kans bestaat dat we uitgelachen worden of daardoor vrienden verliezen. Wie voor het goede opkomt weet dat het risico bestaat dat hij niet aanvaard wordt of impopulair zal zijn.

The true badge of courage is
overcoming the fear of men
(Lynn G. Robbins)

Moed is niet alleen nodig in oorlogstijd of bij het horen van inbraakgeluiden bij jou thuis. Innerlijke moed omvat veel meer. Het is integer blijven in moeilijke situaties, maar ook als niemand het ziet. Het is de wasmachine blijven vullen, de strijk blijven doen; het is dat bezoekje, of dit telefoontje; het is de stugge hand reiken; het is blijven geloven in het goede; het is pal staan voor je principes. Met zoveel haat en commotie in de wereld hebben we moed nodig om de bittere verdeeldheid tussen ‘zij’ en ‘wij’ te vervangen door liefde.

Alledaagse moed heeft weinig getuigen.
Maar omdat u geen tromgeroffel of gejuich hoort,
is uw moed niet minder bewonderenswaardig.
(Robert Louis Stevenson)

Ja, het vraagt moed om te groeien en te worden wie je diep van binnen bent – E.E. Cummings.
We hebben op zoveel terreinen moed nodig! We hebben allemaal talenten, maar hebben we de moed om ervoor te gaan? Ik denk dat we onze dromen kunnen bereiken door te beseffen dat wat we ook doen, er altijd wel iemand is die je vertelt dat je verkeerd doet, dat het op niks trekt,of dat het helemaal niet uitmaakt.
Karl Raats schreef i.v.m. creatieve moed: ‘Of je wint iets, of je leert iets.’

De mens is een stuk natuur, met lentedagen en herfstdagen, met de warmte van de zomer en de kou van de winter. Omdat de mens het ritme van de zee volgt: eb en vloed. Omdat ons bestaan een voortdurende repetitie is van ‘leven’ en ‘sterven’.
Als je dit begrijpt, kun je vol moed en vertrouwen verder, want dan weet je dat na elke nacht weer een nieuwe morgen komt.
Als je dit aanvaarden kunt, zul je door dit regelmatig ‘op’ en ‘neer’ steeds dieper en vreugdevoller gaan leven. (Phil Bosmans)

Naast de moed die handelt,
bestaat de moed die aanvaardt.
(Jean-François-Anne Landriot)

Af en toe lijkt de pijn te intens, het uitzicht troosteloos, de toekomst somber.
Af en toe krijgt angst de overhand – kunnen we het wel – en is onze moed ver te zoeken.
Af en toe wordt het ons allemaal te veel en zakt de moed diep in onze schoenen. Maar dan zit het precies daar waar het moet zijn om de eerste stap te zetten.

Pas als je de moed toont je weg te gaan,
toont de weg zich aan jou.
(Paulo Coelho)

Schrijven over moed is makkelijker dan moedig te handelen. Ik heb in mijn leven nog geen heldendaden verricht die de krantenkoppen halen en geregeld stond ik in het drijfzand van publieke populariteit met mijn moed héél diep in mijn schoenen.
Ik heb al wat kwaaltjes doorzwommen en al verschillende ziekenhuizen kunnen bewonderen aan de binnenkant. Ik heb me al heel alleen en klein gevoeld.
Ik heb geschilderd, muziek gespeeld en boeken geschreven met het lawaai van criticasters in mijn oren. Soms ontnam me dat de moed om verder te doen.

Maar ik weet uit ervaring dat er ook telkens aanmoediging komt uit een andere hoek, van geliefden, van vrienden en zelfs van onbekenden. Ik weet dat als ik de kust niet uit het oog verlies, ik steeds de moed zal hebben om oceanen en bergen over te steken, om op te staan en te spreken, maar ook om soms te gaan zitten en zwijgend te luisteren.
De beste scheepslui staan aan wal, dat met een kwinkslag weten,  is iets wat ons moed kan geven om onze dromen te blijven najagen.
In deze harde, veroordelende wereld moeten we de moed hebben om liefde te blijven uitstrooien. Onze liefdevolle hand, hoe klein ook, kan een mens genezen en hem helpen zijn verloren moed terug te vinden.
Want moed … dat moet!

Moed, en niet de gulden middenweg,
verdient de goedkeurende glimlach van God.
(Thomas S. Monson)

Om moed op te doen van waargebeurde moed:
Even tijd maken om nu naar de bioscoop te gaan, of later thuis te chillen, met deze kanjer van een film over moedige vrouwen: ‘Hidden figures’

 

En om direct te kijken:

Is doelen stellen dromen of juist wakker worden?

Nieuwjaarsdag is alweer voorbij. Binnenkort breken we de kerstboom af en bergen de kerstspullen op. De kerstliedjes verdwijnen van de radio en uit de CD-speler. We feesten misschien nog eventjes door, doen nieuwjaarsbezoekjes en wensen vrienden het allerbeste toe. We keren terug naar de normale gang van zaken.

Het afsluiten van de kerstperiode is voor mij altijd een melancholisch moment. Het duurt nog wel een tijdje voor we écht zien dat de dagen lengen en dat geeft me soms een ongeduldig gevoel. Ik hou van licht en nu de kunstmatige lichtjes één voor één uit het straatbeeld verdwijnen, voelt de duisternis zo donker.

Er kruipt een rilling over mijn ruggengraat als ik me afvraag of kerst- en nieuwjaarsdagen zich vlugger lijken op te volgen. Een klein stemmetje fluistert: ‘Een reden te meer om nog meer écht te leven.’
Een mens moet tegenwoordig opletten om het digitale wereldje niet te verwarren met het echte leven. Toch merk ik dat het op het internet in de eerste weken van het jaar wemelt van wensen en goede voornemens.
En ja, januari kan telkens een nieuwe start zijn om het beste van onszelf te geven.
Het klinkt zo mooi: 365 blanke pagina’s die volgeschreven zullen worden. Ik heb een passie voor schrijven en ik wil dat al mijn pagina’s de moeite waard zijn om geschreven te worden.
Opnieuw hoor ik het kleine stemmetje fluisteren: ‘Wat wil je schrijven?’

Er is een stem in het universum die ons aanspoort
om ons te herinneren aan het doel van ons leven
op deze geweldige aarde te zijn.
Dat is de stem van de inspiratie
die in ieder van ons aanwezig is.
(Wayne Dyer)

Het is de moeite waard om na te denken over ons leven van het voorbije jaar en om prioriteiten te stellen. Het loont de moeite om tijd te zoeken om diep na te denken waar we naar toe willen en wat we nodig zullen hebben om er te geraken.

Het is misschien een cliché, maar voor vele mensen is goede voornemens maken en doelen stellen een gewoonte rond nieuwjaar. Net zoals de grond zich klaarmaakt om uit te barsten in alle frisheid, voelen velen de drang om een frisse start te maken. Waar wil een mens zich zoal in verbeteren?
Als je een hoop goede voornemens en doelen analyseert dan merk je vast wel dat ze allemaal cirkelen rond vier dingen:
geestelijke en intellectuele groei,
het verbeteren van sociale vaardigheden
en de lichamelijke conditie op peil stellen.

Ik vroeg me af of er in de Schriften iets te vinden was waarop ik mijn goede voornemens kon baseren. Ik vond in het Nieuwe Testament een vers dat me wat vertelt over de ontwikkeling van de Heiland tussen zijn twaalfde levensjaar en zijn formele bediening toen hij dertig was:

En Jezus nam toe
in wijsheid
en in grootte
en in genade bij God
en de mensen.
(Lucas 2: 52)

Het viel me op dat Christus zich ontwikkelde in dezelfde vier gebieden waarin wij goede voornemens maken:
in wijsheid- intellectueel
in grootte – fysisch
in genade bij God – geestelijk
in genade bij de mensen – sociaal

Ik wil zeker dit jaar mijn intellectuele horizon verruimen en wat wijzer worden. Goede boeken lezen zal me daar zeker bij helpen. We hebben allemaal leren lezen, maar lezen we wel? Ik ben ervan overtuigd dat de boekenkeuze die ik maak, een verschil zal uitmaken in de ontwikkeling van mijn gedachten en mijn karakter. Ik denk dat ik bij vrienden een lijstje zal vragen van vijf boeken die een invloed op hun leven gehad hebben, dan zal ik genoeg lectuur hebben om een heel jaar te vullen.

Be as careful of the books you read,
as of the company you keep;
for your habits and character
will be as much influenced
by the former as by the latter.
(Edwin Paxton Hood)

 

Ik wil ook mijn lichamelijke gezondheid op peil houden. Ik besef wel dat ik niet alles in de hand heb, maar met gezond verstand zal ik al een heel eind komen.
Meer dan 180 jaar geleden openbaarde de Heer een gezondheidscode die ‘het Woord van Wijsheid’ wordt genoemd, en die een heel verschil kan uitmaken in hoe we ons voelen en hoe we eruit zien. Het omvat wat goed is om te eten en welke stoffen we moeten vermijden (L&V 89).
In december 1832 gaf de Heer de volgende openbaring aan Joseph Smith:

Houdt op lui te zijn; houdt op onrein te zijn; houdt op fouten te zoeken bij elkaar; houdt op langer te slapen dan nodig is; gaat vroeg naar bed, opdat u niet vermoeid zult zijn; staat vroeg op, opdat uw lichaam en uw geest versterkt zullen worden.
L&V 88: 124

‘Rust roest’ is een Vlaamse zegswijze. Rusten is goed, als het om uitrusten gaat. Net zoals we ons gezond verstand moeten gebruiken als we willen diëten, moeten we dat ook gebruiken bij onze doelen om te bewegen. Geen enkel lichaam is gelijk en reageert hetzelfde. Ik hou iets langer vol als het haalbaar is én als ik het leuk vind. Ik weet niet wat jouw keuze zal zijn, maar ik geef de voorkeur aan wandelen. Ik vind het geweldig fijn om in de natuur te wandelen. Het maakt me vrolijk en ik kom altijd met meer energie terug thuis. De joggers die ik op mijn wandelen tegenkom zien er meestal niet al te gelukkig uit (grapje).

 

Het derde soort voornemen betreft het sociale aspect. Ik voel dat het belangrijk is om open te staan voor anderen, om echte interesse te tonen en beter te luisteren. Van nature uit ben ik niet het ‘oversociale’ type, eerder het afwachtende, maar ik besef dat het belangrijk is dat ik een lichtje – hoe klein ook-  kan zijn in deze donkerwordende wereld.

Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt.
Johannes 13: 34

 

De laatste groep voornemens gaat over geestelijk groeien. Ik denk dat als een mens geestelijk wil groeien, hij hoogmoed moet kunnen laten varen. Hij moet niet beter willen zijn dan een ander, alleen beter dan zijn voorgaande zelf. Robert J. Mc Cracken zei in dat verband:

Soms bevinden we ons in een soortgelijke situatie als die van een kartuizerse monnik die zijn orde wou verbeteren. Die monnik moedigde met de volgende woorden zijn medebroeders aan zich te verbeteren: ‘Wanneer het op goede werken aankomt, dan kunnen we niet tegen de Benedictijnen op. Bij het prediken vallen we onder de Dominicanen en de Jezuïeten zijn ons ver voorbij wat geleerdheid betreft. Maar wat nederigheid betreft, daar staan wij aan de top!’

Als we geestelijk willen groeien, dan moeten we dagelijks geestelijk voedsel tot ons nemen. Sommige mensen mediteren, maar als je écht wil weten of God bestaat, als je écht een band met Hem wil maken, dan moet je leren de diepste gevoelen van je hart omhoog te zenden. Bidden is niet alleen gebeden zeggen.

 

Goede voornemens maken, doelen stellen… niet altijd gemakkelijk. Maar het lukt beter als we de stilte opzoeken en even nadenken zoals Friedrich Nietzsche:

Heb ik nog een doel?
Een haven, waarheen mijn ziel zich richt?
Een goede wind?
Ach, enkel wie weet waarheen hij vaart,
weet ook welke wind hem goed en gunstig is.

Als we onze haven weten, dan kunnen we de wind bepalen, doelen stellen. We moeten niet bang zijn als we eens vallen. Bekijk het als ganzenbord spelen. je kunt steeds weer opnieuw beginnen, tenzij je in de put blijft zitten.
Het is ook geen schande om langzaam vooruit te komen, wel om stil te blijven staan. denk maar aan de fabel van de schildpad en de haas.
We moeten onze doelen niet te hoog stellen, dat werkt ontmoedigend. Maar we moeten ze ook niet te laag stellen, dat geeft geen voldoening.
We moeten dromen, maar om ze te laten uitkomen moeten we wel wakker worden!
Comtesse Diane de Beausacq formuleerde op een mooie manier hoe we te werk moeten gaan:

Het ongeduld heeft vleugels
en vliegt zijn doel voorbij.
Het voornemen pakt zijn koffer
en mist de reiskoets.
De wilskracht vertrekt te voet
en komt waar zij wezen wil.

Soms zijn we ongeduldig en willen we direct ons doel bereiken. Misschien moeten we beseffen dat het onderweg zijn al zoveel moois te bieden heeft? Soms maken we alleen maar voornemens om de volgende januarimaand te beseffen dat we ze helemaal vergeten waren, dom, dom, dom. Wat is er nodig? Dromen, denken, ideeën krijgen, doelen stellen, plannen maken, doen, doen, doen… en dan volgt succes.

Ik heb meer bereikt in mijn leven en ben gelukkiger geworden door het stellen van doelen en aan de verwezenlijking te werken. A. Schopenhauer zei:

Elk bereikt doel
is weer het begin
van een nieuwe weg
en zo tot in het oneindige.

Dat is zo waar. Doel na doel, dromen, plannen, uitwerken en doen: zo leven we ons leven echt.
Niet opgeven, blijven proberen. Niet tevreden zijn met halfslachtig gedoe. De volgende uitspraak van Dieter F. Uchtdorf kan je ook van toepassing brengen op alle doelen:

When it comes to living the gospel, we should not be like the boy who dipped his toe in the water and then claimed he went swimming. As sons and daughters of our Heavenly Father, we are capable of so much more. For that, good intentions are not enough. We must do. Even more important, we must become what Heavenly Father wants us to be.

Ik wens je succes met het schrijven van je 365 pagina dikke boek! Vergelijk je nooit met waar een ander staat en raak niet ontmoedigd. Rome is ook niet op één dag gebouwd!

Shoot for the moon.

Even if you miss,

you’ll land among

the stars.

(Les Brown)

 

Januari: doorgang tussen verleden en toekomst.

We zijn bijna januari. Deze maand is genoemd naar Janus, de Romeinse god van de doorgangen en het begin, van het openen en het sluiten. Janus had een speciaal voorkomen: hij had een hoofd met twee gezichten, een aan de voorzijde en een aan de achterzijde. Met zijn ene gezicht keek hij terug naar het verleden om zijn eigen fouten en successen te ontdekken. Door zijn andere gezicht keek hij naar de toekomst om plannen te maken voor het nieuwe jaar.

Janus laat me een beetje aan een tijdmachine denken. We kennen allemaal wel verhalen waarin een tijdmachine  voorkomt. De teletijdmachine in de stripverhalen van Suske en Wiske, en die in ‘De Kruistocht in spijkerbroek’ van Thea Beckman lieten me soms verlangen naar een tijdreis. De film ‘Back to the Future’ gaf daar nog wat meer dimensie aan en recentelijk creëerde de reeks ‘The Flash’ de gedachte dat tijdreizen best griezelig kan zijn.
In een tijdmachine trek je aan een hendel en je keert terug naar je eigen verleden of naar een gebeurtenis uit het verleden, zoals de veldslag bij Waterloo of zo. Als je de hendel naar de andere kant duwt, kom je in de toekomst en kan je dingen aanpassen zodat ze anders verlopen.
De Schriften leren ons dat God deze ‘tijdreismogelijkheid’ bezit en soms geeft Hij die ook aan profeten. In de geschriften van Abraham bijvoorbeeld: ‘De Heer nu had mij, Abraham, de intelligenties getoond die waren georganiseerd eer de wereld was; en onder al dezen waren er velen van de edelen en de groten.’
En ook Johannes de Openbaarder zag alles van het begin tot het eind (zie het boek Openbaring in de Bijbel).
Sommige mensen dromen wel eens over iets dat voorbij is of over iets dat nog moet gebeuren. Misschien verlangen wij ook wel eens naar een herbelevenis – voor de fun of om iets te veranderen. Sommigen willen weten wat de toekomst voor hen in petto heeft, vandaar het succes van horoscopen. Maar de meesten van ons zullen -buiten wat dagdromerij- steeds in het ‘nu’ verblijven.
Toch kan de maand januari een soort van tijdmachine zijn. Het is de ideale maand waarin we terug kunnen kijken op wat voorbij is en plannen kunnen maken om in wat komt meer ‘effectief’ te leven.
Deze periode van het jaar mogen we de lessen niet vergeten die we in het afgelopen jaar geleerd hebben. Het is de enige tijd van het jaar waarin we massaal terugkijken naar het verleden en dan starten met een nieuw begin op een onbeschreven blad. Nieuwjaar is dan ook volgens mij een van de beste dagen waarin we voornemens kunnen vormen en beslissingen kunnen nemen die de rest van ons toekomstig leven een positieve richting kunnen geven.

Het einde van het jaar
is geen einde en geen begin,
maar een voortgaan met alle wijsheid
die ervaring ons kan bijbrengen.
(Hal Borland)

 

Als ik terugkijk naar 2016 dan verschijnen op mijn netvlies niet zo fraaie beelden: aanslagen in ons eigen land, in Europa en in de rest van de wereld, vluchtelingenstromen, angstige en boze burgers, het bouwen van muren, de ‘jungle’ in Calais, IS, Aleppo, mislukte staatsgreep in Turkije en de nefaste gevolgen voor de rechten van de mens aldaar, Brexit, het bluf- en pokerspel van Rusland, Noord-Korea en nog heel wat andere landen, de verkiezing van Donald Trump, de zwartepieten en kerststallen heisa en … Pokémon Go.
Terwijl volgens mij de wereld op zijn grondvesten davert gaan jonge en niet zo jonge burgers op jacht naar fictieve figuurtjes.
Ik ben er nog niet uit wat me het meest zorgen moet baren: PokémonGo of de toestand in de wereld. Wie speelt struisvogel?

I fear the day that technology
will surpass our human interaction.
The world will have a generation
of idiots.
(Albert Einstein)

Weet je wat ik fijn zou vinden? Dat men in het dagelijks nieuwsbericht ook positief nieuws zou brengen. De balans in evenwicht brengen. Hoop creëren. De realiteit in het juiste perspectief plaatsen. Ik geloof nog steeds dat er massa goed nieuws is, niet sensationeel maar wel belangrijk.
Terwijl mijn haardvuur zo’n tien keer per jaar fijn stof door de schoorsteen spuwt, geeft het me hoop om te lezen dat vliegers onder getijdewater energie kunnen opwekken: één vlieger van 20 x 35 m zou volgens het tijdschrift Eos stroom leveren voor 1.200 huishoudens.
Ik glimlach als ik lees dat de kans zeer groot is dat polio in 2017 volledig wordt uitgeroeid, dat wetenschappers CO2 in steen veranderen en dat het gat in de ozonlaag aan het genezen is.

In Knack lees ik dat zo’n vier lichtjaren van onze aarde een tweede aarde is ontdekt, dat men een herbruikbare draagraket heeft uitgevonden en dat de gravitatiegolven (golven in de kromming van de ruimtetijd) ècht zijn waargenomen. Een echte tijdreis lijkt niet meer zo futuristisch.
Een Amerikaanse computer berekende het grootste priemgetal ooit. Als je het cijfer zou uitschrijven is het 22km lang en het zou drie jaar duren om het voor te lezen.
In plaats van in de verleiding te komen je als doel te stellen dit getal voor te lezen, is het beter om eens naar al dat ‘vrijwilligerswerk’ om je heen te kijken. Ik ken verschillende vrijwilligers. Iemand organiseert om de twee weken een muzikaal happymoment in een bejaardenhuis. Iemand anders is buddy voor een vluchteling, nog iemand is geëngageerd in de ouderraad op een school. Ik ken mensen die af en toe meehelpen in een klas, die buren helpen, die opbeurende bezoekjes brengen aan zieken. Ik ken er die hun creatief talent gebruiken om kinderen te laten lachen, om volwassenen te laten genieten van woord, beeld en muziek.

Stel dat er dagelijks in het nieuws zo’n vrijwilliger aan bod mocht komen, zou dat de Pokémonjacht verminderen en meer vrijwilligers opleveren? Begrijp me niet verkeerd, ik heb niets tegen computerspelletjes en de digitale vooruitgang, zolang het maar een vooruitgang is.

Straks worden in veel Vlaamse huisgezinnen nieuwjaarsbrieven voorgelezen. Het is meestal een ontroerend, soms grappig moment waarbij kinderen hun goede voornemens in een al dan niet ludieke woordkeuze even op een rijtje zetten.
Januari associëren we dan meestal ook met goede voornemens en doelen stellen.

Goede voornemens zijn een stellage.
Je kunt er niet in wonen.
Je dient het aan te kleden met goede daden.
(Geert Grub)

Sommigen zullen een pak goede voornemens maken, anderen hebben misschien gekozen om dit jaar geen enkel voornemen te maken, omdat ze weten hoe moeilijk het is je er aan te houden.
Nochtans zijn goede voornemens een machtig hulpmiddel om het leven gelukkiger en succesvoller te maken.
Een goed voornemen is een verlangen om vooruitgang te maken, niet om iemand anders te willen zijn.

Iemand anders willen zijn,

is verspilling van wie je bent.

(Kurt Cobain)

We kennen misschien wel het verhaal van de grote bokaal dat illustreert wat we moeten doen om onze tijd goed te gebruiken. Je hebt grote stenen, kiezelsteentjes, zand en water om de bokaal mee op te vullen. Je moet eerst de grote stenen in de pot doen. Als je eerst de kleinigheden erin doet, krijg je die grote stenen er nooit meer in.
Als we onze tijd in het nieuwe jaar goed willen gebruiken, dan moeten we ons afvragen wat de grote stenen van ons leven zijn. Wie kleinigheden als zand en steentjes belangrijk vindt, zal merken dat zij zoveel plaats innemen dat er geen tijd meer overblijft voor wat echt belangrijk is.

Ik kan de hele wereld niet helpen, jij kan dat ook niet. Maar ik kan wel de kleine wereld rondom mij mooier maken, dat kan jij ook. Ik weet niet wat politiekers  het komende jaar zullen beslissen, ik kan geen terreurdaden tegenhouden, ik kan geen oorlog stoppen, ik kan geen huisvesting geven aan alle vluchtelingen. Ik kan wel, door wie ik ben en door wat ik doe in de kleine wereld rondom mij een verschil maken. Hoe klein dat verschil ook is, het is een verschil.

Ik ga deze dagen luisteren naar mijn leven van het afgelopen jaar. Elk moment heeft me iets te vertellen. Dan ga ik mijn grote stenen bepalen. Volgende week vertel ik daar meer over.

Geniet van je tijdreis deze week!

Kerstmis: vreugdefeest of aanstootgevend?

 

 

In deze periode van het jaar waarin we de geboorte van de Heiland herdenken, zijn er veel lessen te leren. De meeste van deze lessen komen als we zien, luisteren en lezen. Niet zozeer van de woorden en de beelden, maar van wat we voelen in ons hart.

De boodschap van Kerstmis is
dat de zichtbare en materiële wereld
verbonden is met
de onzichtbare geestelijke wereld.

 

Ik hou ervan om naar kerstliedjes te luisteren en kerstverhalen te lezen. Het brengt in mezelf een zoete geest van herinneringen, vrede, reflectie en inzicht mee.

‘A Christmas Carol’ is misschien wel het meest bekende fictieve kerstverhaal. Het heeft heel veel mensen beïnvloed en men zegt wel eens dat Charles Dickens Kerstmis uitgevonden heeft.
Kerst bestond natuurlijk al lang voor Dickens geboren was. Maar voor zijn beroemde kerstverhaal was Pasen het meest gevierde christelijke feest. In bepaalde protestantse gemeenschappen werd het vieren van Kerstmis op 25 december als een heidens feest gezien. De reden dat we kerst op 25 december vieren heeft niks te maken met de geboortedatum van Jezus Christus, want die zou wel eens in de lente  kunnen geweest  zijn.
De Germanen vierden rond 21 december de joelfeesten waarbij de boze werd verjaagd en het licht begroet. In de vierde eeuw besloot keizer Constantijn de Grote dat Kerstmis op 25 december zou worden gevierd. Op deze datum werd rond de Middellandse Zee tot dan toe de zonnegod vereerd. Constantijn vond dat die eer beter paste bij Christus, die gezegd had dat Hij het Licht der wereld was. Om de kerk aantrekkelijk te maken voor nieuwe bekeerlingen stelde paus Julius I 25 december als de geboortedag van Christus in.

Wisten jullie trouwens dat de Germanen in het joelfeest altijd een groenblijvende boom in huis haalden? In de 16de eeuw verklaarde Luther de kerstboom tot symbool van de geboorte van Christus. Eerst stond de boom alleen in kerken, pas eind 19de eeuw zag men hem ook verschijnen in de protestantse huiskamers. De katholieken gaven de kerststal de ereplaats in hun huis.
De huidige tradities rond het kerstfeest zijn van land tot land verschillend. Door de globalisering dringen de Amerikaanse commerciële kerstgewoontes overal door, ook in ons land.
Maar of we nu een kerstboom al dan niet versieren, kerstkransen hangen of cadeautjes geven, als die dingen bij ons de kerstgeest oproepen zit het wel goed.

Wat is kerst?
Het is mildheid voor het verleden,
moed voor het heden
en hoop voor de toekomst.
(Agnes M. Pahro)

En deze quote brengt me dan weer bij het verhaal van Ebenezer Scrooge die de drie geesten van kerst op bezoek kreeg. Dickens schreef dit tot de verbeelding sprekende kerstverhaal in het begin van de 19de eeuw. Deze tijd was een donkere periode voor de werkmens. De meerderheid van de kinderen geboren in het arbeidersmilieu, stierf voor hun vijfde levensjaar. Kinderarbeid, hongersnood en uitbuiting waren schrijnende toestanden waarmee Dickens ook zelf in zijn jeugd geconfronteerd werd.
Het is misschien interessant om te weten dat Dickens een leeftijdsgenoot was van Friedrich Engels. Ze leefden allebei in Engeland en waren alle twee geraakt door de slechte levensomstandigheden van de arbeiders in hun tijd. Beiden hadden een talent om te schrijven. Terwijl Engels schreef over een politieke revolutie – hij vormde de inspiratie voor het ‘Communistisch Manifest’ van Karl Marx – beschreef Dickens een andere revolutie. Hij schreef over een revolutie van het hart. Hij schreef over het belang van welzijn voor de kinderen en de nood aan sociaal dienstbetoon. Dickens schreef het onsterfelijke  ‘A Christmas Carol’.

Kerstverhalen als dit, kerstfilms, kerstmuziek, … ze roepen warme gevoelens op in een – ondanks de opwarming van de aarde –  steeds koeler wordende wereld.
Dieter F. Uchtdorf zei: (in het Engels, maar er zou veel verloren gaan in mijn letterlijke vertaling)

This is a season of rejoicing! A season of celebration! A wonderful time when we acknowledge that our Almighty God sent His Only Begotten Son, Jesus Christ, to redeem the world! To redeem us!

It is a season of charitable acts of kindness and brotherly love. It is a season of being more reflective about our own lives and about the many blessings that are ours. It is a season of forgiving and being forgiven.

But perhaps most of all, let it be a season of seeking the Lamb of God, the King of Glory, the Everlasting Light of the World, the Great Hope of Mankind, the Savior and Redeemer of our souls.

I promise that if we unclutter our lives a little bit and in sincerity and humility seek the pure and gentle Christ with our hearts, we will see Him, we will find Him – on Christmas and throughout the year.

 

Ik las deze week een nieuwsbericht over een bepaalde gemeente die de kerststal wou verbannen omdat die aanstootgevend zou zijn voor sommige mensen. Als men de kerststal aanstootgevend vindt, dan heeft men het kerstverhaal niet begrepen.
Misschien moet het desbetreffend gemeentebestuur en de anti-kerststal sympatisanten het volgend verhaal eens lezen en laten doordringen:

 

Op een keer, het was enkele dagen voor Kerstmis, schilderden drie mannen op een muur:
Vreemdelingen buiten!’
Wat later kon je in de kleine stad horen:
‘Kom, nu is het genoeg. Wij doen wat op de muur staat. Wij zijn weg!’
Eerst kwamen de pakjes cacao naar buiten, dan de chocolade en de pralines in hun kerstverpakking. Zij wilden naar Ghana en West-Afrika.
De koffie volgde.
De ananas en de bananen kropen uit hun kisten.
Ook de druiven uit Zuid-Afrika.
De peperkoek en de koekjes twijfelden. Want zij zijn gemaakt van meel uit België, maar kregen hun pittige smaak van kaneel uit India.
Japanse computerspelletjes trokken in lange rijen naar het oosten.
In de lucht zag men kalkoenen terug naar Engeland vliegen, en tapijten die naar Teheran wilden.
De stoololie en de benzine vormden beken en vloeiden naar Saudi-Arabië en Koeweit.
Auto’s vielen uit elkaar:
wat uit aluminium gemaakt was, trok naar Rusland, het koper trok naar Zimbabwe, het ijzer naar Brazilië, de rubberen onderdelen naar Congo.
Na drie dagen herinnerde er niets meer nog aan vreemdelingen. Omdat het bijna Kerstmis was, zongen de mensen Stille Nacht, maar dan heel stil omdat het eigenlijk een Oostenrijks liedje is.
Maar één stel was gebleven: Maria, Jozef en hun zoontje Jezus.
‘Wij blijven,’ zei Maria, ‘want als wij ook weggaan, wie zal er dan nog de weg naar de menselijkheid kunnen wijzen?'( naar H. Wôllenstein)

 

The glitter of the season should never

prevent us from truly seeing

The Prince of Peace.

(Dieter F. Uchtdorf)

Vrolijk kerstfeest iedereen!

 

 

Cadeautjestijd

In deze tijd van het jaar staat in heel wat huizen op een centrale plaats een kerstboom te pronken met ballen, hartjes, popjes, slingers en lichtjes. Men moet goed zoeken om er nog een stalletje naast te vinden. Om de mooi ingepakte cadeautjes te zien heb je echter geen bril nodig. Cadeautjes zijn een deel van Kerst geworden.

 

Toen ik een kind was waren pakjes onder de kerstboom zeldzaam. De Sint had pas geschenkjes gebracht en Nieuwjaar stond te wachten om zijn cadeaus te geven. In mijn tienerjaren groeide de commerce rond het kerstgebeuren en men kon de eerste kerstman Hohoho horen roepen. Tegenwoordig kan je je geen kerst meer inbeelden zonder cadeautjes.

The spirit of Christmas puts in our hearts
a desire to give joy to other people.
(Henry B. Eyring)

Weet jij nog welk geschenk er voor jou vorig jaar onder de kerstboom lag? Was het een hippe trui of een paar glanzende schoenen? Was het je lievelingsparfum of een juweel? Of was het een boek dat op je verlanglijst stond om te lezen, of een Bongobon? De kans bestaat dat de cadeaus die we kregen vervlogen zijn met het verstrijken van het jaar. De trui is misschien gekrompen in de was en de schoenen zijn versleten. De parfum is leeggespoten en het juweel ligt ergens in een doosje. Het boek is uitgelezen en de bon is opgesoupeerd.

Weet je nog welk geschenk je ooit met je hele hart hebt gegeven? Deze vraag laat je waarschijnlijk dieper nadenken en ik ben er zeker van dat enkele tedere herinneringen naar boven komen.

Het is door te geven
in plaats van te krijgen
dat de geest van kerst
in ons huis binnenkomt.

Ik herinner me de vele ‘geheime missies’ die we met ons gezin uitvoerden. Met de allures van 007 werd een verrassingspak door een supersnelle Flash aan een deur gedropt. Het geven bracht een warm gevoel waar ik nu nog vrolijk van kan worden.
En wat is er zaliger dan een geschenk uit te zoeken voor een geliefde en dan, als het pakje geopend wordt, met een glimlach en fonkelende ogen beloond te worden?

Rond kerst zoeken we cadeautjes die we willen geven aan mensen die we graag zien.  Sommige van de beste geschenken kan je echter niet inpakken.

Paul kreeg eens als kerstcadeau een sportwagen van zijn broer. Toen Paul op kerstavond zijn kantoor uitkwam, stond een armtierige jongen met bewonderende blikken naar zijn glimmende nieuwe racewagen te kijken.
‘Is die auto van u, meneer?’
Paul knikte. ‘Die heb ik voor kerstmis van mijn broer gekregen.’
De jongen was verbijsterd.
‘Bedoelt u dat u hem hebt gekregen? Zo maar voor niks? Tjonge, ik wou dat …’
Hij aarzelde even. Natuurlijk wist Paul wat die jongen wou wensen. Dat hij ook zo’n broer zou hebben. Maar Paul voelde een rilling over zijn rug lopen toen de jongen zei:
‘Ik wou dat ik zo’n broer zou kunnen zijn.’
Paul keek de jongen verbaasd aan en in een opwelling vroeg hij: ‘Heb je soms zin om even een eindje mee te rijden in mijn auto?’
‘Cool!’
Nadat ze een stukje gereden hadden draaide de jongen zich met glinsterende ogen naar Paul en vroeg: ‘Meneer, zou u voor mijn huis willen stoppen?’
Paul glimlachte. Natuurlijk wilde die knaap zijn buren laten zien dat hij met een chique auto naar huis werd gebracht. Maar Paul vergiste zich weer.
‘Wil je daar stoppen, bij die twee treden? Ik kom direct terug.’
De knaap rende het trapje op. Even later kwam hij terug, maar nu heel langzaam. Hij droeg zijn kreupele broertje in zijn armen, zette hem neer op de onderste trede en wees naar de auto.
‘ Daar staat hij, maatje. Precies zoals ik het je vertelde. Hij heeft hem voor kerstmis van zijn broer gekregen en hij moest er geen cent voor betalen. Er komt een dag dat ik jou er net zo een zal geven… Dan kan je zelf gaan kijken naar al die feestelijke etalages waar ik over verteld heb.’
Paul stapte uit zijn auto en tilde de kleine jongen op de voorbank. De oudere broer ging met glinsterende ogen naast hem zitten en gedrieën begonnen ze aan een feestelijke rit die ze zich nog lang zouden herinneren.
Die kerstavond begreep Paul wat Jezus bedoeld had toen Hij zei: ‘ Het is zaliger te geven …’

 

 

De waarde van een geschenk
wordt niet bepaald door de prijs.
(Gotthold Ephraim Lessing)

Natuurlijk is het leuk om iets te geven. Als het met ons hart gegeven wordt is het goed. Maar misschien moeten we ook eens stilstaan bij de niet-tastbare geschenken die we kunnen geven. Niet voor niets zei Ralph Emerson:

Het enige geschenk is een deel van jezelf.

Een deel van jezelf geven, dat kan oprechte aandacht en tijd zijn. Er is een kerstlied: ‘Have yourself a merry little Christmas’. We kunnen onszelf een prachtige kerst geven als we de geschenken onthouden die God ons gegeven heeft, en als we deze zoveel mogelijk aan anderen geven.

Be an angel to someone else whenever you can,
as a way of thanking God for the help
another angel has given you.
(Eileen Elias Freeman)

Nog een laatste gedachte over cadeautjes. Stel je voor dat je de prachtige pakjes die je gaat krijgen met verwondering bekijkt: Wat is het mooi ingepakt? Wat zou er in zitten? Je schudt er eens mee en legt het dan neer zonder het ooit open te doen.
Dat zou maar raar zijn. Maar eigenlijk doen we dat soms met de geschenken die God ons geeft.

‘ Want wat baat het een mens indien hem een geschenk wordt gegeven en hij het geschenk niet aanneemt? Zie, hij verheugt zich niet in hetgeen hem wordt gegeven, evenmin verheugt hij zich in hem die de gever is van het geschenk.’ L&V 88:33

God offers His priceless gifts freely to all at Christmas and throughout the year. I pray we will not leave them unopened but receive them.
And as we do, we will be filled, step by step and degree by degree, with love, joy, peace, purity and power. (Douglas D. Holmes)

 

Kerstfeest, een familiefeest waar we het grootste geschenk aller tijden vieren: het geschenk van de Zoon van God, Jezus Christus.

Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
Johannes 3: 16

We voelen ons dikwijls gestresseerd in de kerstperiode. We willen de perfecte cadeautjes vinden, de volmaakte menu samenstellen en ons huis in een echte kerstsfeer dompelen. Ik geniet ervan om dit te kunnen doen en het zal een pak van mijn hart zijn als alles op tijd in orde is. Net zoals de meeste mensen hou ik van geven en het is fijn om dit in deze periode van het jaar dat eens extra in de verf te kunnen zetten.
Geniet van het shoppen, relax af en toe met een goed kerstboek, luister naar kerstliedjes en vergeet niet dat er een heleboel mensen wachten op je niet-ingepakte cadeautjes.

 

Nog een boekentip (Engelstalig): The Gift van Richard Paul Evans.

 

Filmpje: The first gift of Christmas:

Herinneringen … parfum van de ziel.

linda-sint
Daar sta ik, zwart op wit, met rubberen laarsjes aan en heel bedeesd voor een stokoude Sinterklaas. Ik moet toen een jaar of vier geweest zijn en ik herinner me niets meer van dit waarschijnlijk spannend-eng bezoekje aan die heilige man.
Ik herinner me wel nog veel andere leuke Sinterklaasmomenten. Als de Sint zijn dikke boek waar alles ingeschreven stond bovenhaalde, was ik altijd wel een beetje zenuwachtig. Ik was volgens de normen wel een ‘braaf’ kind, maar ik had toch ook wel af en toe iets mispeuterd. Ik voel nog mijn klamme handen toen ik me voorstelde dat ik op de lijst van de stoute kinderen stond. Niet bij de hele stoute, maar toch stout genoeg om de vervulling van speelgoedwensen te verspelen. Gelukkig waren (en zijn) er nooit stoute kinderen.
Wat me echt is bijgebeleven is dat spannende verwachtingsgevoel de week voor zes december. Ik herinner me de elektrische spanning die in ons huis hing, het kippenvel op mijn armen, toen er hard op de buitendeur gebonsd werd en een handvol ‘mokskes’ naar binnen werd gegooid. Zwarte Piet deed zijn ronde om te zien of we wel lieve kindjes waren.
Ik begrijp echt niet waarom men nu zo’n heisa maakt rond de Zwarte Piet van dit kinderfeest. Ik heb nooit, niet als kind, noch als kritische tiener, noch als adolescent, noch als volwassene deze zwarte hulp van de Sint als racistisch ervaren. Hij was gewoon een van de vele mythische figuren die een kinderhart een bang-blij sprongetje liet maken.

Good memories are real blessings

Ik heb ook fantastisch leuke herinneringen aan de Sinterklaasbelevenis met mijn kinderen. In november startten de Sinterklaasliedjes. Met hart en ziel werd er toen hier in huis, door groot en klein, gezongen over de stoomboot die uit Spanje kwam, over appeltjes van oranje, de zak van Sinterklaas en de maan die door de bomen schijnt.
De Sint komt in Vlaanderen in het weekend voor zes december. Hij kan natuurlijk niet overal gelijk zijn, vandaar die regel die afwijkt van onze noorderburen. In dat Sinterklaasweekend werd (en wordt nog altijd) een schoentje met een wortel, een raapje en wat suikerklontjes aan de schouw gezet. Ik moet nog steeds glimlachen bij de herinnering aan Sinterklaasochtend. De kinderen waren al super vroeg wakker en kregen gemompel van mij en mijn man dat ze nog even stil moesten zijn of de Sint zou niet komen. Nadat iedereen met gespitste oren geen Zwarte Piet hoorde, stapten we allen op een rijtje heel stilletjes de trap af: mijn man met de nodige komedie vooraan, dan vier zenuwachtige kinderen en ik als laatste. Het is die herinnering die ik nog meer koester dan hun blinkende kinderoogjes bij het zien van al het speelgoed en de chocolade die rond hun schoentje stond.
Godfried Bomans zei terecht:

Het aardigste van plezierige dingen
is de herinnering.

Iets herinneren is een prachtig mechanisme van onze hersenen. Maar als we later herinneringen willen hebben, moeten we die eerst wel maken. Iets wat niet was, kan niet opgeslagen worden.
Vanaf onze geboorte beginnen we in ons binnenste een kamertje te vullen met herinneringen. Er is plaats voor mooie dingen en ook voor dingen die ons diep raken. Er zweven namen rond van geliefden en vrienden, maar ook van vijanden en tirannen. Er liggen hoopjes geluiden en geuren en stapels met woorden en afbeeldingen. Er zijn herinneringen die je wil bewaren, er zijn er ook die je wil vergeten en nooit uit dat kamertje wil laten ontsnappen.

Laten we het vreselijke verleden dat achter ons ligt, nooit vergeten, maar niet als een manier om ons op een negatieve wijze aan het verleden geketend te houden, maar eerder als een gelukkige herinnering aan hoever we zijn gekomen en hoeveel we hebben bereikt.
Nelson Mandela

Herinneringen schieten soms ineens in je hoofd. Je hoort een woord dat je vader zo dikwijls zei en je zit pardoes op zijn schoot. Of je ziet een foto van dat familiekerstfeest en voelt opnieuw de spanning van een bekendmaking. Je ruikt chocolade en wordt teruggeflitst naar een verjaardagsfeestje. Je proeft een verse wafel en krimpt ineen bij de herinnering aan een ruzie. Of je warmt je aan de open haard en je vliegt naar een weekendhuisje in de Ardennen.
Je zintuigen kunnen zomaar uit het niets herinneringen laten landen in je hart. In een oogwenk bevind je je in het verleden, soms maar heel even. Je krijgt het dan koud of warm, je lacht of je weent.

I knew that looking back on the tears would make me laugh. But I never knew that looking back on the laughs would bring tears.

Kahlil Gibran zei: ‘ De herinnering is een vorm van ontmoeting.
We ontmoeten als het ware het verleden. Wat voorbij is komt het nu binnendwarrelen, gevraagd en ongevraagd. Dikwijls is dat dubbel plezier, soms een troostend gevoel, af en toe een bittere smaak.
Het leven is kort, tijd gaat snel. We kunnen niet terug gaan en het anders spelen. Maar mooie herinneringen gunnen ons een dankbare terugblik. Slechte herinneringen kunnen ons leren om uiteindelijk met die kennis vooruit te gaan.

We each need to make peace with our own memories. We have all done things that make us flinch.(Surya Das)

Oscar Wilde schreef: ‘ Memory …is the diary that we all carry about with us.’

Het is belangrijk dat we onze kinderen en kleinkinderen een ‘dagboek’ bezorgen van goede herinneringen.
We herinneren ons gisteren, we dromen over morgen, maar we leven wel vandaag!
Vandaag maken we herinneringen voor onszelf, voor onze kinderen, onze vrienden en voor iedereen die op ons pad komt.
Een paar suggesties om mooie herinneringen bij jezelf en bij je kinderen te creëren:
Maak tijd om er altijd te zijn op de kruispunten van het leven van je kinderen.
Maak tijd om een echte vriend te zijn.
Lees voor aan je kinderen.
Bid samen.
Doe dingen samen.
Eet gezellig samen.
Bestudeer samen dingen.
Onderwijs.
Toon je liefde.
werk samen.
Lach veel.

If you wish to be
in your childrens memories tomorrow,
you have to spend time in their lives today.

 

 

Mist … een web dat niet alleen over de velden zweeft.

mist-blog
Toen ik deze morgen de gordijnen opentrok, leek de wereld verdwenen. Een grijze sluier won zienderogen terrein en een rilling rolde over mijn rug. In onze tuin zweefden bomen zonder kruinen en er was geen spoor meer te bekennen van de buren. De wereld verstopte zich en ook ik was verstopt voor de wereld. Best een leuke gedachte als je pas het wereldnieuws hebt gelezen.

Mist is een weersverschijnsel waarbij kleine waterdruppeltjes in de lucht zweven, wat de zichtbaarheid beperkt. Het is eigenlijk een wolk die op de grond hangt en kan prachtige foto’s opleveren.
Maar mist kan – precies door dat beperkte zicht – ook gevaarlijk zijn.Ongelukken scoren op zo’n dag een hoogtepunt in de verkeersgrafieken.

Ons landje zit vandaag letterlijk gevangen in een mist. Maar eigenlijk zweeft er over de hele wereld een figuurlijke mist die het zonlicht tegenhoudt, een mist die blijkbaar steeds meer terrein beslaat.
Er zijn landen waar duizenden mensen verdwijnen en monden het zwijgen worden opgelegd in een obscure politieke mist. In een mistige show van haat, leugens, bedrog en scheldpartijen werden onlangs in de VS presidentsverkiezingen gehouden. Maar voor we met de vinger wijzen geven we best toe dat ook in ons eigen parlement de scheldwoorden in het rond vliegen. Mijn kindertijd van de Fabeltjeskrant, nonkel Bob, tante Terry en Lassie is voorgoed voorbij. Zelfs het kinderfeest van zes december wordt verdacht gemaakt van racistische ondertonen.
Het lijkt alsof de mensheid verdwaald is in een vernietigende mist die zich steeds verder uitbreidt.

De zon wordt tegengehouden
door wolken van wantrouwen
aan de hemel van onze samenleving,
door de mist van onenigheid,
verdachtmaking en strijd,
door de macht van agitatie en haat.
(Phil Bosmans)

Ik las eens dat wanneer we niet kunnen zien, we links of rechts zullen gaan omdat ons lichaam niet perfect in evenwicht is. De meeste rechtshandige mensen hebben de tendens om naar rechts te keren, omdat de spieren aan die kant van hun lichaam beter ontwikkeld zijn en iets zwaarder wegen. Als we zien, dan compenseren we die balans zonder er bij na te denken. Maar in een mist wandelen mensen dikwijls in cirkels terwijl ze denken dat ze rechtdoor gaan.
Wandelen wij figuurlijk in cirkels en zijn we de weg kwijt geraakt? Moeten we ons zicht aanpassen zodat we terug evenwichtig worden?

Mist bestellen we niet op voorhand, het overvalt ons op de meest onverwachte momenten. Je bent misschien ook als eens in een slakkengangetje, met je neus bijna tegen de voorruit, naar huis gereden. Dat is best een angstige ervaring.
Het is veiligst om de lichten van je auto geregeld na te kijken. Zo voorkom je dat je bij mist nog naar het knopje van de mistlichten moet zoeken en werken al je lichten perfect.

Geestelijke mist komt ook onverwachts. Kunnen we daar iets op voorhand nakijken? Ik geloof van wel. Als we een goed geestelijk kompas hebben ingebouwd kunnen we de weg naar huis niet verliezen. Dat kompas houdt voor mij gebed, meditatie, schriftuur en opbouwende lectuur in.
Soms zit de mist ook in ons eigen hoofd.Dan lijkt het alsof al het licht blokkeert. Dat was het geval met Florence Chadwick. Toen ze tien jaar was, ontdekte Florence dat ze talent had voor zwemmen. Florence hield van uitdagingen en ze werd de eerste vrouw die het Engelse kanaal in beide richtingen over zwom. In 1952 deed ze een poging om vanaf de kust van Californië naar het eiland Catalina te zwemmen – zo’n 34 km. Na 15 uur zwemmen werd ze moe. Er kwam een dikke mist op die haar zicht op de kustlijn blokkeerde. Haar moeder voer in een bootje naast haar en Florence gaf te kennen dat ze het niet zou halen. Haar moeder en haar trainer moedigden haar aan om door te gaan, maar Florence zag niets dan mist. Ze gaf het op. Maar toen ze eenmaal in de boot zat, ontdekte ze dat ze was gestopt op slechts anderhalve kilometer van de kust van Catalina. Toen ze later werd geïnterviewd met de vraag waarom ze het had opgegeven, bekende ze dat het niet was vanwege het koude water of de afstand. Florence zei: “De mist had me te pakken.”
Ze deed later nog een poging en weer kwam er een dikke mist opzetten. Maar dit keer ging ze door en bereikte de kust, ze had zelfs het mannenrecord met twee uur verbeterd. Toen haar gevraagd werd waarom het nu anders was, zei ze dat ze tijdens de hele tocht, ook in de dikke mist, een beeld van de kust in gedachte hield.Voor Florence Chadwick was de kust haar doel.

Wij moeten op onze levenszee dikwijls zwemmen door een mist van zorgen, twijfels, problemen, uitsluiting en allerlei onzekerheden. Het is moeilijk om door die mist ons doel te blijven zien.

The only thing worse than being blind
is having sight but no vision.
(Helen Keller)

Het verhaal van Florence Chadwick leert ons dat hoe dicht we ook bij een succes staan, als we onze ogen niet op het doel blijven richten, we zullen opgeven.
Calvin Coolidge zei:

Nothing in the world takes the place of perseverence. Talent will not; nothing is more common than unsuccessful people with talent. Genius will not; unrewarded genius is almost a proverb. Education will not; the world is full of educated failures. Persistence and determination alone are omnipotent.

Verlies je doelen niet uit het oog.
Laat de dikke mist van zedelijke vervuiling
en de misleidende stemmen van de wereld
je niet van je doel en je normen afhouden.
(Elaine Dalton)

Als ik met de auto in een dichte mist rijd, dan ben ik opgelucht als er nog iemand voor me rijdt. Zelfzekerder volg ik de lichten voor mij en ik voel me veel veiliger.
Ik denk dat de mistige wereld waarin we leven meer licht nodig heeft.
Wie je ook bent, laat je licht schijnen.
Mist bestaat uit kleine waterdruppeltjes, licht kan daar doorheen schijnen. Er zijn genoeg mistdruppels van haat, hoogmoed, onbegrip, zelfzucht, bedrog en ongeloof. Ik stel voor dat we die mist met ontelbare partikels licht van liefde, nederigheid, begrip, dienstbetoon, waarheid en geloof doorprikken.
Oprah Winfrey zei:

In the mist of difficulty
lies opportunity.

Aan ons de uitdaging om de mist te laten opklaren!

Now is the time
to arise
and shine.
(Elaine S Dalton)

Onderwijs = leren?

school blog 2

Het nieuwe schooljaar is gestart. Duizenden kinderen, tieners en adolescenten sluiten de vakantiedeur en stappen of fietsen met gemengde gevoelens de schoolpoort binnen.
De eerste schooldag is altijd een mix van spanning en verwachting, en niet alleen voor de leerlingen. Ook ouders en leerkrachten produceren die dag wat meer stresshormonen.
Het jaarlijkse beeld aan de schoolingang heeft altijd wel min of meer dezelfde beelden in aanbieding. Sommige kleutertjes huilen en krijsen, terwijl andere kleintjes geen traan verpinken en zelfs niet meer omkijken naar mama of papa die met een krop in hun keel onnozel staan te zwaaien.
Op de speelplaats van de lagere school sleuren 6-jarigen een rugzak mee waar ze het liefst zelf willen inkruipen. Traantjes zijn dan al wat zeldzamer, maar die eerste ochtend vertoont bijna de hele klas symptomen van buik- en maagklachten.
Aan de middelbare scholen kan je er de meeste nieuwelingen zo uithalen: onzekere mensjes, die toch al meer dan acht jaar schoolervaring achter de rug hebben, gluren vanuit hun ooghoeken naar al die grote slungels. Ze zouden zich het liefst terug toveren naar het laatste jaar van de lagere school, toen ze de plak zwaaiden over al die ukkepukkies. Met weemoed beseffen ze dat de rangorde gewijzigd is en dat ze op dit onbekend domein hun positie weer zullen moeten verdienen.
Gelukkig zijn na een paar dagen de meeste horrorbeelden vervlogen en volgt een aanpassing aan het nieuwe leerproces.

Als we eerlijk terugdenken zijn wij, volwassenen, die gevoelens niet vergeten en weten we dat er voor deze jongeren nog veel zulke momenten zullen gebeuren: een nieuwe job, een eerste werkdag, nieuwe collega’s, een nieuwe baas … Ineens zijn onze ingewanden weer evenveel van slag als toen, aan die grote schoolpoort.

Onderwijs is slechts het minste deel

der opvoeding.

(John Locke)

Net als jullie heb ik verschillende facetten van het onderwijssysteem doorlopen. Mijn schoolloopbaan startte toen ik nog geen drie jaar was. Ik herinner me niet veel meer van mijn kleutertijd. Het kleuterschooltje had drie klaslokalen en ik zie het vage gezicht van een nonnetje en een juf met een blauwe schort aan. Aan die eerste schooljaren heb ik geen noemenswaardige complexen overgehouden. Het enige wat me blijven achtervolgen is, is het gevoel van verwarring tijdens een schilderles. We moesten een landschapje naschilderen naar het voorbeeld van de juf (of de non, dat weet ik niet meer). Ik kreeg een fikse uitbrander en voel de onrechtvaardigheid ervan nu nog altijd tot in mijn teentoppen. Ik had het gedurfd om het omgekeerde te schilderen: ik had de wolken wit en de lucht blauw gekleurd. Waarschijnlijk was de lucht buiten ook zo geschrokken van al dat tumult in die kleine kleuterklas, want vanaf dat moment zweven er, tot mijn grote opluchting,  witte wolken in een blauwe lucht.
Voor de rest had ik een zalige kleutertijd. Van kleutertesten hadden ze in die tijd nog niet gehoord, het leven van een kleuter was mooi en zorgeloos.

Toen ik zes was ging ik naar de ‘grote school’. Buiten een herinnering aan een heksenfiguur, die vooral in de refter schrik en terreur zwaaide, had ik het geluk om leuke juffen te hebben. Ik leerde zonder veel poespas lezen, schrijven en rekenen. Ik hield van spreekbeurten geven en van Frans. Ik was een gelukkig kind met veel vriendinnetjes. Pesten was een woord dat wij niet kenden. Iedereen hoedde zich ervoor om met straf naar huis te gaan, want thuis werd dat schrijfwerk op zijn minst verdubbeld.

De overgang van de lagere school naar de middelbare school verliep zonder stoten. Toen ik veertien was veranderde de schoolpolitiek en werd de school ‘gemengd’. Voor het eerst mochten jongens en meisjes naar dezelfde school gaan en in dezelfde klas zitten. De wereld van dat andere deel van het menselijk ras ging volledig open en ik onderscheidde algauw de ettertjes van de grapjassen, en de nerds van de speelvogels. Ik heb zoveel gelachen in mijn tienerjaren, maar ook veel geleerd –  van goede en minder goede leerkrachten. Van sommigen herinner ik me niets meer. Bij anderen kan ik het gezicht nog koppelen aan hun bijnaam en van enkelen weet ik ook nog hun hele naam.

Een middelmatige leraar spreekt,
een goede leraar verklaart,
een groot leraar toont,
een grandioze leraar inspireert.

Een biologieleraar ontstak het vuur voor de natuur in mijn binnenste. Ik denk dat hij fier zou zijn moest hij weten dat ik natuurgids ben.
Toen ik zeventien was, doofde de wiskundeleraar bij mij alle enthousiasme voor getallen, terwijl ik toch altijd prachtige cijfers had. Ik denk dat hij niet meer gemotiveerd was om het nut van algoritmen en parabolen te laten ontdekken door teenagers.
De leraar Frans boog zich teveel over de meisjes, wat heel gênant was, maar hij was met zijn punten ook veel guller voor hen. Niettemin hou ik aan zijn lessen toch een goede uitspraak van de Franse taal over.
Engels en Nederlands kregen we van dezelfde leraar. Er waren verschillende meisjes verliefd op hem en ik had ook wel een boontje voor deze nog jonge onderwijzer. Ik hield van zijn manier van lesgeven en droomde dat ik ooit een beroemde schrijfster of journalist zou worden.
Maar de leraar die me het meest is bijgebleven is mijn geschiedenisleraar. Hij heeft me echt laten nadenken en me verbanden laten ontdekken. Ik denk dat in zijn lessen het zaadje groeide om zelf leerkracht te worden.

Het gaat er niet om of
je binnen of buiten
de lijntjes kleurt,
het gaat erom
dat je
je eigen tekening maakt.

En zo belandde ik aan de andere kant van het klaslokaal. Ik heb enorm graag les gegeven. Ik hield ervan om de leerlingen te laten nadenken, om hen principes uit te leggen en hen dan zelf dingen te laten ontdekken. Ik probeerde hun visie op de wereld te verruimen en hen liefde voor boeken bij te brengen. Ik moedigde open communicatie aan en vond het fantastisch om jonge mensen klaar te stomen om met vastberadenheid hun dromen na te jagen. Ik was zeker geen volmaakte leerkracht en heb wel eens dingen verkeerd ingeschat. Ik vond de administratieve kant van de job uitputtend en soms zinloos. Maar het doet zo veel deugd als een oud-leerling naar me zwaait en met een brede lach ‘Dag juf Linda!’ roept.

Een leraar raakt de eeuwigheid.

Hij weet nooit waar zijn invloed

zal stoppen.

En toen kreeg ik de kans om directeur van een lagere school te zijn. Dat was een interessante, maar ook moeilijke periode in mijn beroepsleven. Door die functie uit te oefenen heb ik veel bijgeleerd over pedagogie en een school leiden. Mijn ervaring als hoofd van een school heeft me nog meer laten beseffen dat de leerkracht er toe doet!

Ik zou dan ook willen dat alle leerlingen dit nieuwe schooljaar een leerkracht hebben,
die zijn leerstof beheerst en enthousiast kan overbrengen,
die beseft dat hij lang niet alles weet en dus een leven lang verder leert,
die creatief is en
die leerlingen aanmoedigt om dingen te ontdekken en te creëren,
die kan lachen en kan troosten,
die gelooft in elk kind,
die weet dat kennis alleen niet voldoende is,
bij wie kinderen fouten durven maken,
die oog heeft voor veiligheid – fysisch en emotioneel,
die respect toont en eist,
die geduld heeft en complimentjes geeft,
die leert te onderscheiden wat waard is gelezen te worden,
die een open geest aanmoedigt,
die kritisch leert denken,
kortom, een leerkracht die met liefde lesgeeft en elk kind laat stralen.

De start van een nieuw schooljaar laat me niet alleen stilstaan bij al de scholen die tot mijn ontwikkeling hebben bijgedragen, maar ook bij de allerbelangrijkste school:de school van het leven.

Op school volg je eerst de lessen

en dan krijg je een test,

in het leven krijg je eerst een test,

en dan volgen de lessen.

We leven in de meest competitieve tijd die we ooit gekend hebben. De wereld zal ons meestal betalen wat we waard zijn. En onze waarde neemt toe door alles wat we leren en ik heb het hier niet alleen over onze ‘marktwaarde’. Alle training van ons verstand en onze handen kan ons helpen een goede invloed uit te oefenen.

Henry B. Eyring zei: ‘Onthou dat je een interesse moet hebben in leren, niet alleen voor het sterfelijk leven, maar voor de eeuwigheid.Als je begrijpt dat een geestelijk element je totale educatie verfijnt en opbouwt, dan zal je geestelijk onderwijs op de eerste plaats zetten en toch het seculiere onderwijs niet veronachtzamen. In feite zal je met die geestelijke visie harder werken op school.’

Russell M. Nelson, wereldberoemd hartchirurg, schreef: ‘Ons verstand is kostbaar. Het is heilig. Daarom is de educatie van ons verstand ook heilig. Educatie is een godsdienstige verantwoordelijkheid. Natuurlijk verschillen onze mogelijkheden en onze situaties.. Maar in het volgen van onderwijs is individueel verlangen belangrijker dan de school die je kiest en is persoonlijke drijfveer belangrijker dan de studierichting.’

Onze Schepper verwacht van al zijn kinderen dat ze zich persoonlijk ontwikkelen, dat ze kennis zoeken door studie en geloof (L&V 88:118).
Als we dit leven verlaten dan laten we al onze materiële bezittingen achter, maar de Heer heeft verklaard dat we alle kennis behouden die we in dit leven opgedaan hebben, als we naar het volgend leven gaan (L&V 130:18-19). Wat een prachtige belofte! Wat een motivatie om een leven lang te leren! Ons leren mag nooit stoppen! Als het stopt aan de klasdeur op de dag van de diploma-uitreiking, dan falen we. Er is in het leven nog zoveel meer te leren dan de dingen die we op de schoolbanken leerden. En er is nog zoveel meer op de ‘schoolbanken’ te leren dan toen we afstudeerden. We zijn nooit te oud om iets te leren!
Ik denk dat de manier waarop we les kregen een grote invloed heeft op het feit of we levenslange dorst naar kennis hebben.

Wat beeldhouwwerk is voor een stuk marmer,

dat is onderwijs voor de menselijke ziel.

(Joseph Addison)

Is onderwijs gelijk aan leren? Dat zou het meest logische zijn, maar dat is het niet altijd. Schoolmoeheid uit zich om verschillende redenen, die niet altijd zo duidelijk zijn. Mijn ervaring als moeder, leerkracht en directeur liet me inzien dat de leerkracht (en als ouder ben je de belangrijkste) dé persoon is om het motto ‘levenslang leren’ niet te laten verwateren of te laten verdrinken. Liefde is de sleutel. Zolang leerkrachten uit liefde onderwijzen en niet louter als ‘job met veel vakantie’ dan moet je je niet te veel zorgen maken. Een kind dat graag naar school gaat, is een begrepen kind.

Ik ben zo dankbaar dat ik in een maatschappij mag leven waar ik de vrijheid heb om te kiezen een leven lang te leren!

In de film ‘Dead Poets Society’ zitten pareltjes van educatie. Ik wil hem zeker nog eens bekijken.

robin williams