Hou jij van warme mensen of koele kikkers?

Terwijl ik deze tekst schrijf, toont de thermometer zo’n 25°. Heerlijk zomerweer om buiten te genieten. Maar wanneer ik het nieuwsbericht open dan valt in koeien van letters deze titel op: NIEUWE HITTEGOLF OP KOMST!
Mijn verstand draait toertjes: een hittegolf heb je als verschillende dagen op een rij 30° behalen. Ik sus mezelf dat de kans klein is dat dit opnieuw  gebeurt. De weerkaart kleurt bloedrood en ineens vind ik de zon niet meer zo leuk. Mijn speurdersblik merkt dat onze planten en bloemen in de tuin moedeloos hun blaadjes laten hangen en de hitte zegeviert al over het ‘altijd groene gras’. Het wilde gras met klavers biedt koppig weerstand, maar de anders overvloedige malse groene sprietjes zijn veranderd in roestbruine, dorre, stekelige plekken.

Toen mijn man en ik vorige week (tijdens een eerdere hittegolf) puffend in de schaduw van een parasol zaten, maakten we de opmerking dat we het ons in de winter niet meer zullen kunnen voorstellen dat we konden genieten van een ijskoud voetbad.
Pas op, ik hou van de zomer, maar niet van de hitte waarbij – zoals Loesje zegt: zelfs de zonnige kant van mijn karakter wat schaduw kan gebruiken. Temperaturen boven de 30° zijn broeinesten voor mopperaars, klagers en zeurders, hoog tijd dus dat er wat afkoeling komt. Maar ik wil de zomer echt niet verpesten met klagen over van alles en nog wat.  Hé, ik heb al meerdere keren in mijn leven een hittegolf getrotseerd en mits wat aanpassingen vind ik het wel leuk dat ik mijn favoriete alcoholvrije zomerdrank in het zonnetje kan drinken. Dat smaakt meer  verfrissend dan onder de soms saaie Vlaamse grijze wolkenhemel.

‘Wees blij dat het niet sneeuwt.
Stel je voor dat je sneeuw moest ruimen in deze hitte.’ ‘anoniem)

Ik smeedde in de wintermaanden vakantieplannen naar warme oorden en ik denk dat wel meer Vlamingen dit doen. In de living, lekker knus onder een dekentje, scrolde ik door allerlei aanlokkelijke aanbiedingen. Na weken een grijs wolkendek geduld te hebben, overspoelde me het verlangen naar een streling van de zon. Hoe komt het toch dat wij, die toch al iets noordelijker leven dan de charmante Italianen, ons laten verleiden om een zonnereis te boeken? Ik las ooit ergens op sociale media dat de zon de aanmaak van gelukshormonen stimuleert en dus mentale rust brengt en ontspanning.  In mijn wasmand lagen een heleboel volgesnoten zakdoeken en de vuilbak deed al niet veel onder met de verfrommelde papieren versie. Ik had die beloofde rust wel nodig en zag mezelf al met een zonnebril op mijn neus, een zomerhoed op mijn hoofd, lezend in de schaduw van een immense boom. Ik beleefde in mijn gedachten al het gevoel van de warmte die in me zou stromen. Ik boekte een prachtige, rustgevende reis, maar niet naar het zuiden.

Nu, met een zonnebril op mijn neus, een boek in handbereik, en in een cosy hoekje in onze tuin, vraag ik me af wat het zuiden me nog meer kan geven dan wat ik momenteel beleef in de schaduw van een grote dennenboom. Een watermeloen ligt in partjes gesneden voor mijn neus en ik smaak het zonlicht bij de eerste hap. Mijn man laat me de warmte voelen van een vers geplukte tomaat en als we het bekende deuntje van de ijskar horen, springen we als twee blije kinderen naar de straat. Even later likken we dolgelukkig van een koud ijsje terwijl allerlei soorten vlinders een dansje geven ter ere van de zomer. ’s Avonds zingt een merel een lied waar ik stil van word en ik hoop dat deze zomer nog even mag blijven duren.

‘There is something about summer –
it’s more a feeling than it is a season,
isn’t it?’ (This time tomorrow)

Google vertelt me dat warmte energie is die van het ene voorwerp naar het andere voorwerp gaat. Warmte gaat daarbij altijd vanzelf van een plaats met hogere temperaturen naar een plaats met een lagere temperatuur.
Dat is natuurlijk heel droog gezegd, maar warmte is zoveel meer. Ik associeer warmte ook met veiligheid en vertrouwen, en dat heeft niets met een hogere of lagere temperatuur te maken. Volgens de wetenschap komt er bij veiligheid en vertrouwen oxytocine vrij, een hormoon dat in verband wordt gebracht met verbondenheid en rust. Vandaar dat ik me op een kille avond in een knus  fleecedeken wikkel en dat is misschien ook de reden waarom we zo graag op vakantie naar het zuiden gaan.

Warmte heeft ook een figuurlijke, psychologische en religieuze betekenis.
De toon van een gesprek kan zelfs in de diepste winter warm aanvoelen. Als ik liefdevol begroet wordt door een vriendin, dan voelt dit warm aan. Ook de zachte knuffel van een kleinkind laat mijn bloed tintelen.
Als je ergens binnenkomt dan kan de kamer warm of kil aanvoelen. Dit wordt natuurlijk vooral bepaald door de mensen die er vertoeven, maar ook de plaatsing van het meubilair, de muziek die er speelt en de kunst aan de muur kan een warme atmosfeer brengen. Meestal typeren we dit als gezelligheid.
Toen goede vrienden ver weg gingen wonen, kreeg ik een troostende arm om me heen van vrienden die dichtbij bleven. Onlangs toonde een onbekend persoon veel interesse in hoe ik mijn schilderijtjes tot stand breng en kreeg ik een onverwacht complimentje over de evangelieboodschappen die ik geregeld post. Vele jaren geleden zei ooit een klein meisje uit het eerste leerjaar tegen mij: Sneeuwwitje is heel mooi, maar jij bent nog mooier. Al deze dingen en nog veel meer  blijven warme herinneringen die ik zal blijven koesteren. Een van de mooiste is deze wel: Het was ijskoud buiten. Mijn man komt thuis, kijkt me aan en zegt: ‘Ik sta nog steeds in vuur en vlam voor jou.’ Als me dat geen warmte geeft!
Medeleven, interesse, vriendelijkheid en liefde stralen warmte uit en is heel tegengesteld aan een ijzige sfeer die afstandelijk en gespannen is.  Je zou in dezelfde vergaderruimte in de winter gerust een zomers kleedje willen aandoen en in de zomer door een kille situatie een dikke trui over je hoofd willen trekken. Ik denk dat ieder mens die twee uitersten meemaakt en ik geloof dat we niet te lang moeten blijven stilstaan bij de kilte van onverschilligheid, jaloersheid of haat. Wentel je in de warmte van vrienden en familie en zelfs lange tijd na die fijne gebeurtenissen kan een herinnering eraan die innerlijke warmte weer laten opflakkeren en je helpen bij kille, liefdeloze situaties. Vrienden zijn het zonlicht in ons leven.

‘Als iedereen warmte kon doorgeven
aan zijn of haar medemens,
dan zou de wereld
er opeens
heel anders uitzien.’ (quotes by Bp)

Als laatste onderdeel van warmte wil ik het over het religieuze aspect ervan hebben. Innerlijke warmte wordt soms wel ‘het warm licht in je binnenste’ genoemd.
In de godsdienstbeleving staat je medemens helpen en liefhebben centraal. Ik krijg een warm gevoel van binnen als ik iets voor een ander doe. Dit klinkt cliché, maar het is wel echt. Probeer het maar.
Ik geloof in God, in mijn Hemelse Vader. Het besef dat ik echt een kind, een dochter van Hem ben, is een warm dekentje bij alles wat verkeerd gaat. Als ik met Hem praat (sommigen noemen dit bidden), dan voel ik Zijn aanwezigheid. Dit voel ik op verschillende manieren, naargelang de situatie of het gesprek dat ik met Hem voer. Het varieert van een rustig, vredig tot een heftig, warm gevoel. Dit klinkt voor sommigen misschien wat raar of zweverig, maar toch is dat speciale gevoel echt. Het is zoals ik zou proberen uitleggen hoe zout smaakt. dat is onmogelijk, je weet alleen hoe zout smaakt als je het geproefd hebt. Voilà, een uitnodiging om dit warme gevoel van God te ontdekken.
God nodigt al Zijn kinderen uit om het koude gevaar van het wereldse te verlaten en naar de warmte van Zijn licht te komen. Jezus Christus, Gods Zoon, zei: ‘Ik ben het Licht van de wereld, wie Mij volgt zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben.’ (Johannes 8:12)
Je zou het ook zo kunnen zeggen dat Jezus Christus je warmte geeft in al de betekenissen ervan; kilte staat niet in Zijn woordenboek. Toen ik Zijn leven bestudeerde, stond ik versteld van de warmte die Hij aan de mensen gaf. Maar Jezus kon hier niet blijven en dus zei Jezus Christus  tegen Zijn apostelen dat als Hij weg was, de Trooster hen alles zou vertellen. Ik vind de naam ‘Trooster’ zo mooi. Iemand die troost, schenkt warmte. Jezus had het over de Heilige Geest en het is die Geest of Gods Geest, die elk mens  o.a. Gods liefde, Gods warmte kan laten voelen. Het is zo fijn om de vredige warmte van de Heilige Geest in mijn verstand en hart te voelen.

‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
Ik zal u van Mijn Geest meedelen,
die uw verstand zal verlichten,
die uw ziel met vreugde zal vervullen.’ (L&V 11:13)

‘Maar zie, Ik zeg u dat u
het in uw gedachten moet uitvorsen;
daarna moet u Mij vragen of het juist is,
en indien het juist is,
zal Ik uw boezem in u doen branden …’ (L&V 9:8)

Het is zo fijn om door God geleid en geholpen te kunnen worden. Zijn goede, warme invloed bereikt iedereen die het wil. Mijn leven is er door beïnvloed. En om in een luchtige toon te eindigen: ik werk eraan om mijn leven zo goed mogelijk te leiden en God nog beter te leren kennen. Want door deze hitte besef ik dat ik het nooit zou uithouden in de hel.

Er zijn warme mensen en koele kikkers. Er zijn mensen die met je meeleven en je liefhebben en er zijn mensen die koudweg alles willen beheersen. Ik verkies de warme, wie verkies jij?

 

 

 

 

 

 

Het monster Covid 19.

Zo’n maand geleden, terwijl de eerste tere bloesems aan de bomen verschenen, leerde ik een nieuw woord. Het was de naam van een virus: Covid 19.
19, dat was mijn leeftijd toen ik trouwde met mijn beste maatje en het leven me toelachte met ongekende mogelijkheden. Vele jaren zijn verstreken sinds die dag en de rollercoaster van het leven bracht me hoogtes en laagtes. De geboorte van kinderen tegenover de oliecrisis ; een prachtige carrière tegenover dictaturen, oorlogen en geruchten ervan; mooie hobby’s  en verre reizen tegenover wapenwedlopen en drugs; kleinkinderen tegenover het verliezen van ouders en vrienden; luxe tegenover het weggooien van traditionele waarden en normen.
Hoewel kennis en politiek voor god trachtten te spelen in een wereld die soms heel vreemde bochten nam, was mijn hart nog gevuld met vrede. Vrede, door de kennis in een God die van me houdt en het einde vanaf het begin weet, en ik kon blijven glimlachen naar de toekomst.

Denken dat God minder bestaat
als men Hem een kleine ‘g’ toebedeelt,
is net als denken
dat de tweede wereldoorlog minder heeft plaats gevonden
als men Adolf Hitler zonder hoofdletters schrijft.
(Christiaan Barnard)

Ik werd echter meer en meer verontrust door een vervelende soort arrogantie. Journalisten, wetenschappers, politici en allerlei kwakzalvers strooiden met berichten, kennis, maatregelen en weetjes over dat nieuwe woord ‘covid 19’:
Het was niet zo erg, het was slechts een milde griep –
Het was vreselijk en enorm besmettelijk.
Het zou alleen de ouderen en de zwaksten treffen –
Iedereen moet maatregelen nemen.
We kunnen het aan –
Het wordt teveel.

Nu, er zijn dingen waarvan we weten dat we ze weten. Er zijn ook dingen waarvan we weten dat we ze niet weten. En er zijn ook dingen waarvan we niet weten dat we ze niet weten.
Wetenschappelijke kennis is heel arrogant in het negeren van het niet weten van wat we niet weten. Bijvoorbeeld: in 1687 publiceerde Isaac Newton zijn wetten van beweging en legde het fundament voor de klassieke mechanica. Ze werden aanvaard als absolute kennis, maar later werden verschillende dingen ontdekt die men niet wist: eerst kwam de  klassieke aerodynamica van James Clerk Maxwell en daarna bewees Albert Einstein  dat Newtons tijdsbegrip niet klopte. Nog later toonde de kwantumfysica aan dat de wereld van de kleinste deeltjes zich niet gedraagt zoals Newton beweerde. En 40 jaar later weerlegde de snaartheorie de kwantumtheorieën die 50 jaar later verdreven werden door de M-theorie. Waar zal die binnenkort door vervangen worden? De natuurwetten die 200 jaar lang perfect leken te functioneren, bleken helemaal niet volledig te zijn.

Nederigheid
is de grootste eigenschap
die een mens kan hebben,
en arrogantie
is zonder twijfel
de slechtste.

Vandaag de dag is in de kleinste smartphone alle kennis van de wereld te vinden. Het internet levert miljarden pagina’s antwoorden op miljarden vragen. Maar hoeveel daarvan is waar? En hoeveel weten we nog niet? Het universum bestaat voor het grootste deel uit zwarte materie waar we slechts heel weinig nog van weten. Het merendeel van de oceanen op aarde is onbekend terrein. En hoeveel begrijpen we echt van ons DNA? Hoeveel weten we van de wereld van bacteriën en virussen?
Natuurlijk worden er elke dag dingen ontdekt die ons meer kennis opleveren, maar zou het de mensheid niet meer geloofwaardigheid opleveren als we zouden toegeven dat we eigenlijk heel onwetend zijn?

Een van de beste manieren tegen arrogantie
is zeeziekte.
Een mens die over de reling hangt,
vergeet zijn allures.
(Heinz Ruhmann)

Elke minuut is er nieuws heet van de naald over covid 19: beelden en woorden die beetje bij beetje het normale ontmantelen. Ons leven wordt op zijn kop gezet in ons eigen kot.
Mensen worden bang en mijden elkaar. Ook ik voelde angst. Het kreeg een leven op zich en nestelde zich in een web van zwartdenkende draden vol verdriet en paniek. Eén kuchje en het web van wantrouwen spande zich steviger. Het monster dat covid 19 heet probeerde me mentaal in zijn macht te krijgen.
En toen was er een verandering. Ik keek door het keukenraam en zag de lente. Roze, tere bloesems wiegden zachtjes in de wind en fluisterden een belofte van nieuw leven.

Het kan niet anders.
In bloesems moeten licht en wolken,
hartstocht en precisie,
hoop en weemoed,
traditie en de mooiste vorm van oorspronkelijkheid
met elkaar versmelten.
Anders kan het niet.
(Toon Vanlaere)

Mijn web van angst verschrompelde en een stille zachte stem klopte op de deur van mijn ziel:

Sta stil en weet dat Ik God ben.
(L&V 123:17)

Lichtstralen vormden in mijn binnenste een nieuw geometrisch figuur met draden van hoop, vrede, dankbaarheid en geloof. Mijn hart zwol van vreugde toen ik in het duistere Italiaanse verdriet melodische tonen van ‘la vita e bella’ hoorde. Applaus, berenjachten, verzorgenden en burenboodschappen beklemtoonden de goedheid van de mens in heel de wereld. Samen trokken we een vuist naar het monster.
Ja, we blijven in ons kot, maar ook dit zullen we dankbaar overleven.

Dankbaarheid
bekijkt de wereld op de manier die God bedoelde,
verlicht alles rondom ons,
kijkt voorbij onze tekorten,
ontdekt het goede.
(anoniem)

Het leven heeft veel spelregels die we nog niet kennen. We negeren de Ontwerper, de Grote Jehovah, maar het universum is te ingewikkeld om te hopen dat de regels anders zijn dan dat jij wil. Kiezen voor een Ontwerper, is onderdeel van het spel van het leven. De keuze is heilig, maar het geeft je een prachtig vredig gevoel als je kiest voor God.
Ik weet dat als je je overgeeft aan het idee van een liefdevolle God die alles weet vanaf het begin, dat verlangen kennis zal worden. Je weet dan dat Hij aan het roer staat en je leven verandert in een geweldige eeuwige reis – ondanks covid19 en nog zoveel dingen die we niet weten en die we niet weten dat we ze niet weten.

Om te eindigen een mooie quote van C.S Lewis:

You may ask, ‘Why is God landing in this enemy-occupied world in disguise and starting a sort of secret society to undermine the devil?
Why isn’t He landing en force, invading it?
Well, Christians think He’s going to land in force.
We don’t know when, but we can guess why.
He’s delaying
He wants to give us the chance of joining His side freely.

En mocht je niet weten wat te doen tijdens je isolatie, de volgende website kan je uren bezig houden met je ontdekkingsreis naar de Ontwerper:

www.churchofjesuschrist.org

www.kerkvanjezuschristus.org

 

Is God een idee van de mens, of is de mens een schepping van God?

Als je vandaag durft te beweren dat je in God gelooft, dan krijg je meestal meewarige gezichten te zien. Soms vraagt men naar je opleiding of beroep en meestal is er een verbaasde reactie als het antwoord een hoge score oplevert op de wereldse ladder. Nu, ieder mens heeft vrijheid van spreken en van mening, dus is het niet te verwonderen dat er tegenstellende ideeën zijn. Het mooie van geloven is dat iedereen vrij is om de zoektocht aan te vangen.

Ik hou van open gesprekken over het al dan niet bestaan van een opperwezen. Als men begint met de stelling ‘bewijs maar eens dat God bestaat’,  dan is er meestal geen open gesprek. Stel dat ik zou beginnen met : ‘Bewijs eens dat God niet bestaat.’, waar leidt zo’n discussie toe? Je kan immers niet bewijzen dat iets niet bestaat. Je zou elke millimeter van het universum moeten uitpluizen om dit te weten en daar is het heelal veel te groot voor. Onze zintuigen zijn ook beperkt voor zo’n zoektocht. Duizenden jaren heeft de mens bepaalde delen van het universum niet gezien, waaronder de zwarte materie. We kunnen ons afvragen of er nog meer dingen bestaan die we niet kunnen zien.
Maar ook het bestaan van God kan je niet bewijzen. Ik vind dit logisch, anders zou er geen keuze meer zijn. Dan zou je dingen doen omdat het niet anders kan, niet omdat jij het wil.

Een evenwichtige agnostische vraag zou moeten gaan
over bewijs dat er een ontwerper is
maar ook over bewijs dat die er niet is.
(Mo Gawdat)

Een grote Ontwerper of een enorme toevalligheid? Ik ben geen filosoof, maar ik wil hier toch wat over uitweiden. Er is weinig gemeenschappelijk tussen het idee van toeval, de oerknal en de evolutie, en het geloof in een God als Schepper.
Als je al enkele berichten op mijn blog gelezen hebt, dan weet je al dat ik geloof dat we allemaal deel uitmaken van iets veel groters dan deze aarde alleen. Ik geloof dat mijn pa, mijn broer, mijn grootouders, mijn vriendin en nog vele anderen in een andere dimensie verder leven. Voor sommigen is dit een sprookje, maar voor mij niet. Ik ga je proberen uitleggen waarom ik geloof in een Schepper. Ik zal dingen schrijven waar je mee akkoord zal zijn, maar ook dingen die jij maar niets vindt. Ik schrijf deze blog om je hersencellen te prikkelen en enkele opmerkingen die ik maak zijn gebaseerd op wat ik gelezen heb in het boek ‘De logica van geluk’ van Mo Gawdat.

Wiskundig gezien zou alles kunnen ontstaan zijn door evolutie. Maar wat is de kans dat dit echt zou lukken? Ja, in lang vervlogen tijden heb ik op school kansberekening gehad en ik herinner me nog een van de conclusies om nooit te gokken. Ik wil het even over dobbelen hebben, dat komt dicht in de buurt bij toeval. Als je maar dikwijls genoeg gooit, komen de stenen wel eens goed terecht. Ik heb niet veel geluk gehad met dobbelspelletjes. In het ganzenbord kwam ik steevast in de vergeetput terecht en bij ‘Mens-erger-je-niet- eindigde ik meestal als laatste. Een zes gooien bracht je veel voorsprong. Gemiddeld gooi je elke zes keer een zes en als je geluk hebt gebeurt het snel. Als je met twee dobbelstenen dubbel zes moet gooien is je kans niet één op tien, maar één op 36. Hoe meer dobbelstenen, hoe minder kans ze allemaal tegelijk een zes tonen. Als je met tien stenen gooit, is de kans één op zestig miljoen! Tien dobbelstenen gooien is iets eenvoudig, als je een universum moet tevoorschijn brengen, of zelfs maar één levend organisme, hoeveel keer moet je spreekwoordelijk dan gooien? De kans dat dit lukt is zoals gooien met miljarden dobbelstenen. Zou jij daarop durven wedden?

 Ik heb nooit iets toevallig gedaan,
en geen enkele uitvinding van mij is het resultaat van toeval,
zij kwamen als gevolg van werk.
(Thomas Alva Edison)

De ingewikkeldheid van onze kosmos gaat mijn voorstellingsvermogen te boven. Ik geloof dat er simpelweg niet genoeg geluk is. Ons heelal bestaat nu zo’n 13,7 miljard jaar en de leeftijd van onze aarde is ongeveer 4,5 miljard jaar. Het leven in zijn meest primitieve vorm zou 3,7 miljard jaar geleden begonnen zijn. Dit klinkt als héél lang, maar het is echt kort als je het vergelijkt met hoeveel tijd er nodig zou zijn om iets toevallig te laten ontstaan. Opeenvolgende gebeurtenissen in een complex systeem worden nog moeilijker als het in de juiste volgorde moet gebeuren. Stel dat een prachtig veldbloemetje toevallig is kunnen ontstaan: het heeft daarna een gunstige omgeving nodig om te kunnen groeien zoals regen – maar niet te veel-, vruchtbare grond, genoeg zon – niet te veel en niet te weinig, en nog andere dingen. Evolutionisten gaan ervan uit dat deze losstaande gebeurtenissen willekeurig bleven gebeuren totdat ze per toeval allemaal samenkwamen. Dit verhaal klinkt wel goed, maar vergeet niet hoeveel keer je moet gooien om tegelijk 10 keer zes te gooien.  Er zijn miljoenen soorten levende organismen op onze aarde en er zijn nog vele soorten niet ontdekt. Hoeveel pogingen heb je nodig om dit toevallig tot stand te laten komen? Het universum zou oneindig veel tijd moeten hebben gehad, en dat was er niet.

Als dit universum in zijn miljoenvoudige orde en precisie
het resultaat van een blind toeval zou zijn,
dan is dat net zo geloofwaardig als wanneer een drukkerij explodeert
en alle druklettertjes weer op de grond terecht komen
in de voltooide en foutloze vorm van het woordenboek.
(Albert Einstein)

Wij zijn allemaal gemaakt van proteïnen, en proteïnen zijn gemaakt van aminozuren die verbonden zijn met elkaar. De manier waarop ze verbonden zijn bepaalt of de proteïne werkt zoals een pomp, strijdt tegen bacteriën, of tot een andere ‘machine’ is gevormd. Ons lichaam heeft meer dan 20 000 van die proteïne-machines. Wauw, wat een wonder! Je moet weten dat een proteïne alleen maar kan bestaan als de aminozuren heel nauwkeurig en in precies de juiste volgorde aan elkaar zijn geregen. Kan dit toevallig?

Albert Einstein zei ooit: ‘Als we kijken naar de schepping gedragen we ons als een kind dat een grote bibliotheek binnenkomt die gevuld is met boeken in een vreemde taal. Het kind weet dat de boeken door iemand moeten geschreven zijn. Het weet alleen niet hoe. Het kent ook de talen niet waarin de boeken zijn geschreven. Het kind vermoedt ergens wel een mysterieuze orde in de opstelling van de boeken, maar weet niet wat die is. Zo, stel ik me voor, staat zelfs de intelligentste mens ten opzichte van God.’ (George Sylvester Viereck in ‘Glimpses of the Great’)
Waarom is het voor velen zo moeilijk dat er een Ontwerper achter alles zit?

De IPhone en jij zijn niet toevallig ontstaan.
Er is een grote ontwerper
en er was ook een Steve Jobs.
(Mo Gawdat)

Waarom vindt de moderne mens het stom om te geloven in een Schepper? Soms hebben mensen een verkeerd beeld van God. Hij is geen tovenaar, maar gebruikt wetten. Wie krijgt de schuld van oorlogen? Wie wordt met de vinger gewezen als er mensen in armoede leven of doodgaan van de honger? Wie is de boosdoener van de vervuiling? Moeten we niet naar onszelf kijken en naar de keuzes die we maken? Het leven heeft zijn spelregels. De handleiding staat in heilige boeken. We hebben de vrijheid om te spelen, de vrijheid om te kiezen. Toeval of een God? Dat oplossen is een onderdeel van het spel.

Het geeft mij een vrij gevoel te geloven dat er een Ontwerper is. Die vrijheid maakt me gelukkig. Ik geniet van de schoonheid en complexiteit van het ontwerp. Ik geniet van mijn levensreis en kijk er naar uit om ooit de Grote Schepper, die alles organiseerde, te ontmoeten. Dat zal nog een ander leerrijk gesprek worden dan kansberekening.

Een paar tips:
– Mediteren onder de sterrenhemel.
– De Bijbel lezen.
– Het Boek van Mormon bestuderen.
– Het boek lezen ‘De logica van geluk’ van Mo Gawdat.
– Een kerk bezoeken.
– Een open gesprek voeren over het leven met vrienden.
– Durf het volgende te doen:

Put yourself in a position to begin having experiences with Him …
Ask Him to tell you if He is really there
– if He knows you.
Ask Him how He feels about you.
And then, listen.
(Russell M. Nelson)