Hou jij van warme mensen of koele kikkers?

Terwijl ik deze tekst schrijf, toont de thermometer zo’n 25°. Heerlijk zomerweer om buiten te genieten. Maar wanneer ik het nieuwsbericht open dan valt in koeien van letters deze titel op: NIEUWE HITTEGOLF OP KOMST!
Mijn verstand draait toertjes: een hittegolf heb je als verschillende dagen op een rij 30° behalen. Ik sus mezelf dat de kans klein is dat dit opnieuw  gebeurt. De weerkaart kleurt bloedrood en ineens vind ik de zon niet meer zo leuk. Mijn speurdersblik merkt dat onze planten en bloemen in de tuin moedeloos hun blaadjes laten hangen en de hitte zegeviert al over het ‘altijd groene gras’. Het wilde gras met klavers biedt koppig weerstand, maar de anders overvloedige malse groene sprietjes zijn veranderd in roestbruine, dorre, stekelige plekken.

Toen mijn man en ik vorige week (tijdens een eerdere hittegolf) puffend in de schaduw van een parasol zaten, maakten we de opmerking dat we het ons in de winter niet meer zullen kunnen voorstellen dat we konden genieten van een ijskoud voetbad.
Pas op, ik hou van de zomer, maar niet van de hitte waarbij – zoals Loesje zegt: zelfs de zonnige kant van mijn karakter wat schaduw kan gebruiken. Temperaturen boven de 30° zijn broeinesten voor mopperaars, klagers en zeurders, hoog tijd dus dat er wat afkoeling komt. Maar ik wil de zomer echt niet verpesten met klagen over van alles en nog wat.  Hé, ik heb al meerdere keren in mijn leven een hittegolf getrotseerd en mits wat aanpassingen vind ik het wel leuk dat ik mijn favoriete alcoholvrije zomerdrank in het zonnetje kan drinken. Dat smaakt meer  verfrissend dan onder de soms saaie Vlaamse grijze wolkenhemel.

‘Wees blij dat het niet sneeuwt.
Stel je voor dat je sneeuw moest ruimen in deze hitte.’ ‘anoniem)

Ik smeedde in de wintermaanden vakantieplannen naar warme oorden en ik denk dat wel meer Vlamingen dit doen. In de living, lekker knus onder een dekentje, scrolde ik door allerlei aanlokkelijke aanbiedingen. Na weken een grijs wolkendek geduld te hebben, overspoelde me het verlangen naar een streling van de zon. Hoe komt het toch dat wij, die toch al iets noordelijker leven dan de charmante Italianen, ons laten verleiden om een zonnereis te boeken? Ik las ooit ergens op sociale media dat de zon de aanmaak van gelukshormonen stimuleert en dus mentale rust brengt en ontspanning.  In mijn wasmand lagen een heleboel volgesnoten zakdoeken en de vuilbak deed al niet veel onder met de verfrommelde papieren versie. Ik had die beloofde rust wel nodig en zag mezelf al met een zonnebril op mijn neus, een zomerhoed op mijn hoofd, lezend in de schaduw van een immense boom. Ik beleefde in mijn gedachten al het gevoel van de warmte die in me zou stromen. Ik boekte een prachtige, rustgevende reis, maar niet naar het zuiden.

Nu, met een zonnebril op mijn neus, een boek in handbereik, en in een cosy hoekje in onze tuin, vraag ik me af wat het zuiden me nog meer kan geven dan wat ik momenteel beleef in de schaduw van een grote dennenboom. Een watermeloen ligt in partjes gesneden voor mijn neus en ik smaak het zonlicht bij de eerste hap. Mijn man laat me de warmte voelen van een vers geplukte tomaat en als we het bekende deuntje van de ijskar horen, springen we als twee blije kinderen naar de straat. Even later likken we dolgelukkig van een koud ijsje terwijl allerlei soorten vlinders een dansje geven ter ere van de zomer. ’s Avonds zingt een merel een lied waar ik stil van word en ik hoop dat deze zomer nog even mag blijven duren.

‘There is something about summer –
it’s more a feeling than it is a season,
isn’t it?’ (This time tomorrow)

Google vertelt me dat warmte energie is die van het ene voorwerp naar het andere voorwerp gaat. Warmte gaat daarbij altijd vanzelf van een plaats met hogere temperaturen naar een plaats met een lagere temperatuur.
Dat is natuurlijk heel droog gezegd, maar warmte is zoveel meer. Ik associeer warmte ook met veiligheid en vertrouwen, en dat heeft niets met een hogere of lagere temperatuur te maken. Volgens de wetenschap komt er bij veiligheid en vertrouwen oxytocine vrij, een hormoon dat in verband wordt gebracht met verbondenheid en rust. Vandaar dat ik me op een kille avond in een knus  fleecedeken wikkel en dat is misschien ook de reden waarom we zo graag op vakantie naar het zuiden gaan.

Warmte heeft ook een figuurlijke, psychologische en religieuze betekenis.
De toon van een gesprek kan zelfs in de diepste winter warm aanvoelen. Als ik liefdevol begroet wordt door een vriendin, dan voelt dit warm aan. Ook de zachte knuffel van een kleinkind laat mijn bloed tintelen.
Als je ergens binnenkomt dan kan de kamer warm of kil aanvoelen. Dit wordt natuurlijk vooral bepaald door de mensen die er vertoeven, maar ook de plaatsing van het meubilair, de muziek die er speelt en de kunst aan de muur kan een warme atmosfeer brengen. Meestal typeren we dit als gezelligheid.
Toen goede vrienden ver weg gingen wonen, kreeg ik een troostende arm om me heen van vrienden die dichtbij bleven. Onlangs toonde een onbekend persoon veel interesse in hoe ik mijn schilderijtjes tot stand breng en kreeg ik een onverwacht complimentje over de evangelieboodschappen die ik geregeld post. Vele jaren geleden zei ooit een klein meisje uit het eerste leerjaar tegen mij: Sneeuwwitje is heel mooi, maar jij bent nog mooier. Al deze dingen en nog veel meer  blijven warme herinneringen die ik zal blijven koesteren. Een van de mooiste is deze wel: Het was ijskoud buiten. Mijn man komt thuis, kijkt me aan en zegt: ‘Ik sta nog steeds in vuur en vlam voor jou.’ Als me dat geen warmte geeft!
Medeleven, interesse, vriendelijkheid en liefde stralen warmte uit en is heel tegengesteld aan een ijzige sfeer die afstandelijk en gespannen is.  Je zou in dezelfde vergaderruimte in de winter gerust een zomers kleedje willen aandoen en in de zomer door een kille situatie een dikke trui over je hoofd willen trekken. Ik denk dat ieder mens die twee uitersten meemaakt en ik geloof dat we niet te lang moeten blijven stilstaan bij de kilte van onverschilligheid, jaloersheid of haat. Wentel je in de warmte van vrienden en familie en zelfs lange tijd na die fijne gebeurtenissen kan een herinnering eraan die innerlijke warmte weer laten opflakkeren en je helpen bij kille, liefdeloze situaties. Vrienden zijn het zonlicht in ons leven.

‘Als iedereen warmte kon doorgeven
aan zijn of haar medemens,
dan zou de wereld
er opeens
heel anders uitzien.’ (quotes by Bp)

Als laatste onderdeel van warmte wil ik het over het religieuze aspect ervan hebben. Innerlijke warmte wordt soms wel ‘het warm licht in je binnenste’ genoemd.
In de godsdienstbeleving staat je medemens helpen en liefhebben centraal. Ik krijg een warm gevoel van binnen als ik iets voor een ander doe. Dit klinkt cliché, maar het is wel echt. Probeer het maar.
Ik geloof in God, in mijn Hemelse Vader. Het besef dat ik echt een kind, een dochter van Hem ben, is een warm dekentje bij alles wat verkeerd gaat. Als ik met Hem praat (sommigen noemen dit bidden), dan voel ik Zijn aanwezigheid. Dit voel ik op verschillende manieren, naargelang de situatie of het gesprek dat ik met Hem voer. Het varieert van een rustig, vredig tot een heftig, warm gevoel. Dit klinkt voor sommigen misschien wat raar of zweverig, maar toch is dat speciale gevoel echt. Het is zoals ik zou proberen uitleggen hoe zout smaakt. dat is onmogelijk, je weet alleen hoe zout smaakt als je het geproefd hebt. Voilà, een uitnodiging om dit warme gevoel van God te ontdekken.
God nodigt al Zijn kinderen uit om het koude gevaar van het wereldse te verlaten en naar de warmte van Zijn licht te komen. Jezus Christus, Gods Zoon, zei: ‘Ik ben het Licht van de wereld, wie Mij volgt zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben.’ (Johannes 8:12)
Je zou het ook zo kunnen zeggen dat Jezus Christus je warmte geeft in al de betekenissen ervan; kilte staat niet in Zijn woordenboek. Toen ik Zijn leven bestudeerde, stond ik versteld van de warmte die Hij aan de mensen gaf. Maar Jezus kon hier niet blijven en dus zei Jezus Christus  tegen Zijn apostelen dat als Hij weg was, de Trooster hen alles zou vertellen. Ik vind de naam ‘Trooster’ zo mooi. Iemand die troost, schenkt warmte. Jezus had het over de Heilige Geest en het is die Geest of Gods Geest, die elk mens  o.a. Gods liefde, Gods warmte kan laten voelen. Het is zo fijn om de vredige warmte van de Heilige Geest in mijn verstand en hart te voelen.

‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u:
Ik zal u van Mijn Geest meedelen,
die uw verstand zal verlichten,
die uw ziel met vreugde zal vervullen.’ (L&V 11:13)

‘Maar zie, Ik zeg u dat u
het in uw gedachten moet uitvorsen;
daarna moet u Mij vragen of het juist is,
en indien het juist is,
zal Ik uw boezem in u doen branden …’ (L&V 9:8)

Het is zo fijn om door God geleid en geholpen te kunnen worden. Zijn goede, warme invloed bereikt iedereen die het wil. Mijn leven is er door beïnvloed. En om in een luchtige toon te eindigen: ik werk eraan om mijn leven zo goed mogelijk te leiden en God nog beter te leren kennen. Want door deze hitte besef ik dat ik het nooit zou uithouden in de hel.

Er zijn warme mensen en koele kikkers. Er zijn mensen die met je meeleven en je liefhebben en er zijn mensen die koudweg alles willen beheersen. Ik verkies de warme, wie verkies jij?

 

 

 

 

 

 

Vogels, nesten en nestwarmte.

Tussen de aprilse grillen door vliegen kleine en grotere vogels druk heen en weer door onze tuin. Mos wordt driftig uit het gras geplukt en takjes en twijgen verdwijnen in de lucht. Een schichtige huismus fladdert weg met een verweerd stukje touw in haar bek.De vogels zijn hun nesten aan het bouwen en verfraaien. Ik vind het geweldig dat ik mag genieten van dit lentespektakel.

To find the universal elements enough;
to find the air and the water exhilarating;
to be refreshed by a morning walk
or an evening sauntner …
To be thrilled by the stars at night;
to be elated over a bird’s nest
or a wildflower in spring –
these are some of the rewards
of the simple life.
(John Burroughs)

Een nest is een veilige plek om eieren te leggen en jongen groot te brengen. Het verschaft warmte en bescherming. Vogelnesten kunnen de vorm en grootte van een vingerhoed hebben of bestaan uit een gigantische hoop bladeren en aarde. Het kunnen meterslange donkere tunnels zijn of enorme platforms van twijgen.
Elk jaar vind ik wel ergens een snoezig nestje in onze hagen of bomen. Dat eksters onze dennenboom aan het inpalmen zijn, vind ik bedenkelijk. Ik heb het niet zo met grote nesten. Zo hadden we vroeger een rokerig probleem en moest er een gigantisch kauwennest uit onze schoorsteen gehaald worden.
Nesten zijn uniek aan elke vogelsoort. Vogels zijn op dat vlak misschien wel wijzer dan mensen. Een merel bouwt een nest voor merels, een zwaluw voor zwaluwen en een ooievaar voor ooievaars. Ze zijn niet jaloers op elkaars nest en proberen het ook niet na te bouwen. Stel je voor, een ooievaar die een nest bouwt zoals een boerenzwaluw.
Niettemin zijn nesten ware kunstwerkjes en heel vindingrijk. Soms is er een isolerende laag gras of dons, soms bekleed met veren of modder. De paradijsmonarch bouwt zijn nest van gras, maar plakt de boel aan elkaar met spinnenwebben. Huismussen gebruiken soms touw, papier en zelfs plastic. Karekieten bouwen riethalmen aan elkaar en Australische eksters gebruiken wol die ze uit de rug van een schaap trekken.
Nesten bouwen is hard werken. Sommige vogels maken meer dan duizend vluchten om voldoende nestmateriaal te verzamelen.

Vogels kunnen ons
heel wat leren over
ons eigen nest.

Als ik een vogel zie broeden dan komt het woord ‘nestwarmte’ in mijn gedachten. Nestwarmte is een behaaglijk gevoel van warmte en geborgenheid. Het heeft weinig te maken met de structuur of grootte van je mensennest, maar alles met liefde en aandacht.
Nestwarmte is niet iets uit lang geleden romantische tijden;
Nestwarmte is een thuis hebben waar je jezelf mag zijn;
Nestwarmte is een toevluchtsoord voor donkere dagen;
Nestwarmte is een bescherming tegen de boze wereld;
Nestwarmte is waar je de geluiden herkent:
het kraken van de trap,
het piepen van een deur,
het tikken van opa’s klok,
zachte muziek,
vrolijke dansmuziek en stoelen die plaats maken.
Nestwarmte is de geur van boeken;
Nestwarmte is een verhaaltje voor het slapen gaan;
Nestwarmte is knielen en vouwen van armen;
Nestwarmte is helpen, lachen, knuffelen, huilen en troosten;
Nestwarmte is daar waar liefde heerst.

Zoals alle levende wezens hebben kinderen nestwarmte nodig
om hun persoonlijkheid harmonisch te kunnen ontwikkelen.

Net zoals een vogel hard moet werken aan zijn nest, zo verschijnt nestwarmte ook niet uit het niets. Men moet veel tijd en energie steken om van een huis een thuis te maken, om nestwarmte de kans te geven zich binnen de muren te kunnen nestelen.
Natuurlijk doen miljoenen ouders hun best om ervoor te zorgen dat hun kinderen zich gewenst en bemind voelen. Toch blijven er problemen die ons hulpvermogen te boven gaan: in sommige delen van de wereld is er door een gebrekkige economie en politiek ontoereikende gezondheidszorg, weinig of geen onderwijs, onvoldoende voedsel, kinderarbeid en slechte levensomstandigheden. Gelukkig is het lot van vele kinderen verbeterd door talloze organisaties en privé-initiatieven, maar we moeten alert blijven ook in ons eigen land. Het gezin is het fundament van de maatschappij, dat mogen we nooit vergeten of niet geloven.
In 2013 kregen hier meer dan 27 000 kinderen en jongeren te maken met de bijzondere jeugdzorg. Dat is verschrikkelijk!
‘Een paar honderdduizend Vlaamse kinderen nemen niet alleen een aanzienlijk deel van het huishouden op zich, ze zorgen ook voor hun vader of moeder. 20 000 à 40 000 van hen zijn jonge mantelzorgers, die een ouder met een handicap of chronische ziekte bijstaan. Bij de anderen gaat het om ernstige psychische problemen of een verslaving.’ (Knack nr. 13 2017)
Zorgen voor je kinderen is meer dan een dak boven het hoofd, eten en bescherming bieden. Het is even belangrijk ze te leren wat hoop is, ze nestwarmte te geven en een gevoel van stabiliteit en zekerheid te bieden.(Ronny Mousse)’

Zorg ervoor dat het gezin de plaats is
waar kinderen het anker kunnen vinden
dat ze in deze moeilijke tijd nodig hebben.
(Harold B. Lee)

Probeer je even voor te stellen welk een warme maatschappij we zouden hebben moest er in alle gezinnen respect en liefde zijn tussen ouders en kinderen; moest er thuis vriendelijk en rustig gesproken worden, moesten kinderen kunnen opgroeien met een gevoel van waardering en dankbaarheid.
Vogels alarmeren elkaar wanneer er gevaar dreigt. Is het niet nodig dat wij ‘onze broeders hoeder’ blijven? Oog hebben voor de problemen dichtbij onze deur en een helpende hand toesteken, nestwarmte doorgeven …
Gordon B. Hinckley zei:
‘Ieder kind, en daar zijn weinig uitzonderingen op, is het voortbrengsel van een gezin, goed, slecht of onverschillig. Als kinderen opgroeien, wordt hun leven in grote mate een weerspiegeling en voortzetting van alles wat ze thuis leren. Als men daar ongevoelig met elkaar omgaat, elkaar uitscheldt, woede-uitbarstingen heeft en niet trouw aan elkaar blijft, zullen de vruchten duidelijk te zien zijn, en waarschijnlijk wordt dat in de volgende generatie herhaald. Als er daarentegen verdraagzaamheid heerst, vergevingsgezindheid, wederzijds respect, inschikkelijkheid, vriendelijkheid, medeleven en barmhartigheid, zullen ook die vruchten duidelijk te zien zijn, en die zullen een eeuwige oogst opleveren. Ze zullen positief, aangenaam en fijn zijn. Als ouders barmhartigheid tonen en leren, zal dat in het leven en het gedrag van de volgende generatie herhaald worden.’

May we make of our homes
sanctuaries to which our family members
will ever want to return.
(Thomas S. Monson)

Het doorbreken van een cirkel zonder nestwarmte is moeilijk, maar kan! Waar een wil is, is een weg!

Ik passeer nog dikwijls het huis waar mijn kinderen opgegroeid zijn. Als ik de klok in mijn geheugen dan even terugdraai, dan vullen warme gevoelens van liefde, genegenheid en dankbaarheid mijn hart. Ja, soms zakte de temperatuur wel eens een paar graden, maar daar was nestwarmte:
de koekoeksklok die elk half uur riep;
de geur van wafels, tomatensoep, versgebakken brood en fondue;
de stemmen van ouders en kinderen,
van familie en vrienden;
het samen aan tafel;
het bidden en smeken;
het knuffelen en lachen;
het chillen en spelen;
de schoenen in het schoenrek;
de jassen aan de kapstok;
de foto’s aan de muur;
de tientallen boeken;
de reusachtige kerstboom;
de magnoliaboom in bloei;
de vissen in de vijver;
de poes die rond je benen draaide.

Het huis waar we nu wonen is kleiner en ziet er anders uit, maar wordt dagelijks aangevuld met warmte. De koekoeksklok roept nog steeds en in de keuken hangen geregeld geuren van heerlijke maaltijden, de stemmen van mijn man en mezelf vullen meestal de ruimte, maar ook die van de kinderen, de kleinkinderen, familie en vrienden vinden hier hun weg. Twee plaatsen aan tafel is de norm, maar meer dan af en toe worden stoelen bijgezet. Bidden en smeken gebeurt nog steeds. Er staan nu wel minder schoenen op het rek en de jassen hangen al helemaal niet meer op een rijtje in de gang. Foto’s van kinderen, kleinkinderen en dierbaren staan op de kast. De kerstboom is kleiner en in plaats van een magnolia staat er een pracht van een kastanjeboom in de tuin. Vissen zwemmen ook hier in een vijver en hebben het gezelschap van salamanders en oekedoelekens. En het is de poes van de buren die nu rond mijn benen komt draaien. Nestwarmte? Ja, hoor!
Ik las ergens dat nestwarmte is wat blijft als je weggaat, wat wacht tot je komt. En pas als de kuikens gevlogen zijn en het nest uiteenvalt, dan pas wist je ‘dit was thuis’.

May your walls know joy
may each room hold laughter
and may every window open
to great possibility.

In een wereld waar nestwarmte misschien ouderwets, nostalgisch of naïef overkomt, doe ik een warme oproep om zelf in je hart die warmte te laten beginnen.
Vertel de mensen van wie je houdt dat je van ze houdt. Wanneer was het de laatste keer dat je je partner in je armen nam en zei: ‘Ik zie je graag’? Wanneer was het de laatste keer dat je je kinderen een warme knuffel gaf? Wanneer was het de laatste keer dat je je ouders verteld hebt dat je van hen houdt?
Zeggen ‘ik hou van jou’ is slechts het begin. We moeten het menen en tonen. Liefde moet zowel uitgedrukt als getoond worden.
Begin er vandaag aan, stel niet uit tot morgen. Er komt een dag waarop voor iedereen onder ons er geen ‘morgen’ meer zal zijn.

Nestwarmte creëren en doorgeven is echt niet zo moeilijk. Doe zoals Phil Bosmans schreef:

Mensen en dingen de adem inblazen
van je eigen warm mensenhart
om ze zo tot leven te brengen.

Nestwarmte …

 

 

Wat is er nu zo geweldig aan geweld?

blog geweld

 

Geweld en geweldig:

Twee woorden met slechts twee letters verschil, maar o zo tegenstrijdig.

 

Het lijkt alsof er op de wereld de een na de andere geweldsgolf losbarst en de mens meegezogen wordt in een immense geweldsspiraal.

Onverdraagzaamheid is geweld tegen de geest

en haat is geweld tegen het hart.

(Mahatma Gandhi)

Het nieuws bezorgt ons een geestelijke indigestie met een overvloed aan gewelddadige berichten, dichtbij of veraf:

Vijftig doden na schietpartij in Orlando.
Politieman en partner vermoord in Parijs.
Stakers vernielen kabinet minister.
Gewapende Syriëstrijders vertrokken naar Europa.
Conflicten in asielcentra.
Terroristen hebben mogelijk drie Belgische doelwitten in het vizier.
Cyberaanvallen.
Groeiende sociale onvrede.
Scheldtirades  tussen de Amerikaanse presidentskandidaten.
Illegale wapenhandel en mensensmokkel.
Hooligans laten golf van vernieling achter.

 

In de 17de eeuw zei Friedrich von Logau:

Als onverstand zich met geweld verenigt,

brengt deze echt de dolste wreedheid voort.

Is de mens zijn verstand aan het verliezen? Wil de mens echt deze glijbaan naar beneden?
Ik denk dat de meeste mensen de wereld wel ten goede willen veranderen. Maar ze willen hun buurman veranderen, hun collega op het werk, hun familie thuis,… Het zijn altijd de anderen die verkeerd zijn en die zich dringend moeten veranderen.

De politiekers zijn niet te vertrouwen, zegt het volk.
Het volk begrijpt er niets van, zegt de hooggeplaatste.
Mensen zitten mekaar voortdurend in de weg. Er wordt volop gebruikt gemaakt van ellebogen, van het gesproken en geschreven woord en van lichaamstaal die er geen doekjes om windt.
In het verkeer wordt er getoeterd, gebumperd en ‘gemidddelvingerd’.
In de business moeten alle woorden op papier staan, en menig papieren woord is zodanig verkeerd gespeld dat het geen waarde meer heeft.
In politieke kringen verwijt de pot de ketel dat hij zwart ziet, terwijl een schoonmaakmiddel de oplossing biedt.
Men roept en vloekt, en verwijten vliegen over de werkvloer, op het sportveld en zelfs in de huiskamer.
Men wil de ander veranderen
en men dreigt
maakt belachelijk
oefent druk uit
liegt
en grijpt naar wapens.

Voor geweld moet je leren haten.

Voor geweldloosheid moet je leren liefhebben.

(Phil Bosmans)

Geweld en geweldig: twee woorden die slechts twee letters verschillen, maar hemelsbreed tegenstrijdig zijn. Het ene vernietigt, het andere bouwt op.Ik geloof nog steeds in het goede, ook al zie ik zoveel kwaad om me heen.

Hoe geweldig is het niet

dat duizenden vrijwilligers zich inzetten in rust-, en ziekenhuizen, in jeugdbewegingen en asielcentra?

dat een vrouw haar man liefdevol blijft verzorgen?

dat leerkrachten dat ene kind in zichzelf laat geloven?

dat voetbalsupporters verbroederen?

Ik geloof nog steeds in schoonheid, ook al woekert het lelijke om me heen.
Hoe mooi is de glimlach van een kind? De uitgestoken hand van een zus? Een bejaard echtpaar hand in hand?

Ik geloof nog steeds in de liefde, ook al wordt haat gecultiveerd. De primitieve wet ‘oog om oog en tand om tand’ is al eeuwen vervangen door de hogere wet van naastenliefde. Al eens een hand proberen schudden met een gebalde vuist?

Niet het geweld

maar het goede

vernietigt het kwaad.

(Leo Tolstoj)

We kunnen een ander niet veranderen. Maar we kunnen wel met met een ander communiceren. we kunnen luisteren naar een ander. We kunnen onze mening uiten en onze waarden en normen uitleggen. Maar we kunnen een ander niet veranderen. Phil Bosmans zei eens dat de mens het enigste wezen is dat in staat is zichzelf te veranderen. Hij zei ook dat als mensen niet veranderen, er in deze wereld helemaal niets verandert.

Jezus van Nazareth onderwees:

Zalig zijn de vredestichters,

want zij zullen Gods kinderen worden genoemd.

Een vredestichter zijn is een hele opdracht in deze dolgedraaide wereld.
Ik hoop dat ouders de macht blijven inzien van hun kinderen geweldloosheid te onderwijzen.
Ik hoop dat ouders nooit te moe zullen zijn om hun kinderen te leren de anderen – wie dat ook mogen zijn-  lief te hebben.

No one is born

hating another person

because of the colour of his skin,

or his background,

or his religion.

People must learn to hate,

and if they can learn to hate

they can be taught to love,

for love comes more naturally

to the human heart

than its opposite.

(Nelson Mandela)

Ik hoop dat de mensheid nog mens genoeg is om schoonheid en goedheid te kunnen zien in elk ras, in elke cultuur, in elke godsdienst.
Net zoals zoveel schrijvers de strijd tussen goed en kwaad geweldig beschrijven, en goedheid laten zegevieren, weet ik dat  goedheid uiteindelijk zal overwinnen!
Anne Frank schreef in een van de gewelddadigste periodes van het mensdom:

Ondanks alles

geloof ik

in de innerlijke goedheid

van de mens.

Er wordt de laatste tijd veel gezegd over godsdienst en de beleving ervan. Sommigen schuiven het kwaad in de schoenen van de religie. Maar ik sta achter de woorden van Dallin H. Oaks:

‘Volgelingen van Christus moeten een voorbeeld van hoffelijkheid zijn. We moeten alle mensen liefhebben, goed naar hen luisteren en respect voor hun oprechte overtuiging opbrengen.
Hoewel we van mening kunnen verschillen hoeven we niet onaangenaam te zijn. We dienen iedereen vriendelijk te behandelen en elk soort vervolging af te wijzen, waaronder vervolging vanwege ras, afkomst, godsdienstige of agnostische overtuiging, en seksuele geaardheid. Ieder van ons dient haatdragend taalgebruik te schrappen en hoffelijk om te gaan met andersgezinden.
Hoe moeilijk het leven ook is met alle verwarring om ons heen, het gebod van de Heiland om elkaar lief te hebben zoals Hij ons liefheeft, blijft waarschijnlijk onze grootste uitdaging. Ik bid dat we dat mogen begrijpen en daar in al onze relaties en handelingen naar mogen streven.’

Geweld en geweldig, twee woorden die qua spelling op elkaar gelijken maar qua inhoud diep verschillen. Het ene maakt kapot, dwingt en zal uiteindelijk zelf ten onder gaan. Het andere tovert, zingt, danst en lacht, en zal uiteindelijk de overwinnaar zijn.

Leef een geweldig, weldadig leven!

 

Liefde is …

valentijnIk heb vandaag naar de handen van mijn man gekeken. Jaren geleden heb ik mijn handen in de zijne gelegd. Onze handen zijn veel ouder geworden. Ze zijn ruwer nu en hebben vlekjes gekregen. Rimpeltjes en aders vallen meer op. Maar wat hebben ze al die jaren niet gedaan!

Ze hebben gewerkt en geknutseld. Ze hebben gewichten gedragen: dozen, meubels en vier kinderen. Ze hebben gebeden. Ze hebben geapplaudisseerd en gefloten. Ze hebben gelachen en gespeeld. Ze hebben geknuffeld en gestreeld. Ze zijn ook wel eens boos geweest. Ze hebben pijn gevoeld en zijn soms dagen stil geweest. Maar bovenal hebben ze liefde gegeven.

 

Februari wordt wel eens de liefdesmaand genoemd en 14 februari is het Valentijnsdag, de dag van de liefde. Volgens de meeste bronnen leefde er in de derde eeuw na Christus een priester die Valentinus heette. Hij zorgde voor zieken, bejaarden en armen. Valentinus genas de blinde pleegdochter van de stadhouder van Rome. Die liet als dankbaarheid alle christelijke gevangenen vrij. Keizer Claudius II liet om die reden op 14 februari Valentinus onthoofden. Sommige bronnen zeggen echter dat hij onthoofd is omdat hij in het geheim jonge koppeltjes liet trouwen. De keizer had deze huwelijken verboden, omdat hij van mening was dat getrouwde mannen slechtere soldaten waren.

Maar er is ook een andere legende, die zou men wel eens de eerste blind date kunnen noemen. Voor de Romeinen was Lupercalia een belangrijk feest. Op 15 februari werden de namen van ongehuwde jonge vrouwen in een kom gegooid. De ongehuwde mannen mochten dan om beurt een naam trekken. Tijdens het feest werden dan de twee gekoppelde namen elkaars partner.

Deze twee legendes smolt men aan elkaar en 14 februari werd de feestdag van de liefde. In Engeland werd het de gewoonte om op die dag zijn geliefde te verrassen met een geschenk of een brief. De Engelse emigranten hebben Valentijnsdag geïntroduceerd in Amerika. De commerce heeft de traditie opgepikt en in veel Europese landen is men gevolgd. Vandaar al die rode en roze hartjes in onze winkels.

 

Hoe komt het toch dat zo iets universeels als liefde zo moeilijk te omschrijven is en zo moeilijk om te vinden is? Ik denk dat de wereld liefde te veel koppelt aan sterren, maneschijn, kaarslicht en lichamelijke aantrekkingskracht.

En ja, ik heb met mijn man al dikwijls naar de sterren gekeken, en nog niet zo lang geleden naar de maansverduistering. Een etentje met kaarslicht voelt veel romantischer dan een snelle hap in een of andere pizzahut. Maar liefde is zo veel meer dan dit en mekaar mooi vinden (hoewel ik het nog steeds fijn vind als mijn man me zegt hoe mooi ik ben).

Phil Bosmans heeft het prachtig geschreven:

 

Liefde is licht, zonder elkaar te verblinden.

Liefde is elkaar zeer nabij zijn, zonder elkaar te bezitten.

Liefde is warmte geven, zonder elkaar te verbranden.

Liefde is vuur zijn, zonder elkaar te verteren.

Liefde is ‘houden van’, zonder elkaar vast te houden. De mooiste lianen kunnen de sterkste boom wurgen door hem jarenlang stevig te omhelzen.

 

Liefde is een levend ding. Levende dingen hebben voedsel nodig, of ze kwijnen weg. Levende dingen kan men kwetsen en pijn doen. Levende dingen groeien of sterven. En dat is ook zo met liefde.

Liefde moet je uiten. Je moet met elkaar open communiceren. Over koetjes en kalfjes, over kinderen en het werk, over ditjes en datjes,, over wasjes en plasjes en over de banale dingen van je dag. Maar ook over diepere dingen en de zin van het leven. Net zoals lichamelijk één worden een feest is, is geestelijk één worden ook een feest. Samen bidden kan net zo mooi zijn als samen hand in hand over het strand wandelen.

 

Mijn huwelijk is niet volmaakt, volmaakte huwelijken bestaan niet. Er bestaan ook geen volmaakte mensen. Gordon B. Hinckley zei eens dat een succesvol huwelijk afhangt van hoe goed twee mensen kunnen vergeven, van de hoge graad van tolerantie die bereikt is.

Ik denk ook dat ’true love’, ware en volwassen liefde, er pas is nadat we elkaars gebreken ontdekt hebben en dan toch toegewijd aan elkaar blijven.

 

Liefde en trouw moeten gevoed worden. ze rijpen heel langzaam, in zon en in regen, in storm en in wind. Maar eens gerijpt maken ze van het samen-leven een fantastisch feest.

 

Ik heb vandaag naar onze handen gekeken. Ze zien er niet zo jong meer uit, ik ken ze dan ook al meer dan 40 jaar. Maar ze hebben ons gedragen en vleugels gegeven. In onze handen zie ik niet alleen lichamelijke aantrekkingskracht, maar ook geloof, vertrouwen, begrip en partnerschap. Ik zie toewijding, ouderschap, idealen, offers en onzelfzuchtigheid, geloof en liefde. Deze liefde vergaat niet. Zij leeft verder door ziekte en verdriet, door weelde en te korten, door overwinningen en ontgoochelingen, door tijd en eeuwigheid.