Weemoed in mijn tuinzetel.

nazomer

Hebben jullie dat ook, dat weemoedig gevoel in september dat langzaam vanuit je tenen opstijgt? Horen jullie ook een stemmetje dat je influistert dat die mooie zomer weer eens voorbij is?

“’t is weer voorbij die mooie zomer” is ook een liedje van Gerard Cox. Het stond in de jaren ’70 wekenlang in de hitparade. Misschien had het liedje zo’n succes in Nederland en Vlaanderen omdat het een nostalgische klank had. In onze natte lage landen kijken we immers maandenlang uit naar die lange zomerse dagen, maar voor we ’t weten zijn die weer allemaal voorbij.

Gerard Cox – Het is weer voorbij die mooie zomer.

Je hebt er maandenlang naar uitgekeken.
De koude winter wou maar eerst niet om.
Traag en langzaam kropen langs de weken.
Maar eindelijk, daar was ie toch: de zon.

De nachten kort, de dagen lang.
De ochtend vol van vogelzang.
Het scherpe, hoge zoemen van een mug.
Dan denk je: ha, daar is ie dan.
Dit wordt minstens de zomer van een eeuw.
Maar lieve mensen, oh wat gaat ’t vlug.

’t Is weer voorbij die mooie zomer.
Die zomer die begon zowat in mei.
Ah, je dacht dat er geen einde aan zou komen.
Maar voor je ’t weet is heel die zomer
Al weer lang voorbij.


De wereld was toen vol van licht en leven
Van haringgeur vermengd met zonnebrand.
Een parasol om ’t felle licht te zeven en in je kleren schuurde zacht het zand.
We speelden golf en jeux de boule en we zonken zalig in een stoel.
We dreven met een vlot op de rivier.
We werden wekenlang verwend, maar ach, aan alles komt een end
nu zit ik met mijn dia’s in de regen hier.

Herfst verkleurt weer langzaam alle bomen.
‘k heb ’s nachts al lang weer m’n pyjama aan.
Dan had je eens in juli moeten komen,
toen sliepen we ’s nachts buiten op het strand.

En ’s morgens vissen in de zon
en zwemmen zover als je kon
We voeren met een boot een end op zee.
’t is jammer dat het over ging,
’t is allemaal herinnering.
Daar doen we dan de hele winter maar weer mee.

’t Is weer voorbij die mooie zomer,
die zomer die begon zowat in mei.
Ah, je dacht dat er geen einde aan kon komen,
maar voor je ’t weet
is heel die zomer al weer lang voorbij.

Ik heb het liedje nog eens beluisterd op Youtube, doe dat ook maar eens en dan zal je het meer dan normaal vinden dat ik een beetje weemoedig de herfst tegemoet zie.

Weemoed is de aftershave van het verdriet.

(Johan Anthierens)

Wat is weemoed? Waarom voelen we ons soms weemoedig en kijken we nostalgisch terug naar het verleden?
Ik vind weemoed een raadselachtig woord met een even raadselachtig gevoel. Ik ben blij en gelukkig, maar ineens koppel ik een lied, een beeld, een geluid, … naar iets van vroeger en bekruipt me een warm verlangen naar toen, ik word overvallen door een soort heimwee en voel een zachte treurnis om wat voorbij is.

Nostalgie is

gedachten van vroeger

gestript van het gedoe van toen.

(Hanna Bervoets)

Als ik dieper in mijn nostalgische herinneringen graaf, dan merk ik wel dat in iedere moment van mijn leven wel wat ‘gedoe’ was;
Een mooie zomer met uitgeregende uitstapjes en doornatte bbq’s.
Schattige baby’s met kilo’s pampers, uren gekrijs en hoofdpijn.
Interessante uitjes met vrienden, maar waar ik niet begrepen werd.
Een toffe werksfeer met toch enkele venijnige collega’s die mijn leven meer dan zuur maakten.
Een gezonde jeugd, maar met enkele enge ziekenhuisopnames.
Een mooi huis, maar ook een periode van stresserende financiën.
Toffe familiefeestjes, maar ook slepende conflicten.
Veel plezier op school, maar ook deadlines en moeilijke taken.

Nostalgie doet ons dat allemaal vergeten. Hanna Bervoets zei het zo:

Nostalgie is een slijpmachine
die onze herinneringen bewerkt
alsof het ruwe diamanten zijn:
grillige hoekjes worden afgeschaafd
en het oppervlak opgepoetst
tot ons verleden dermate schittert
dat het iets begeerlijks lijkt.

Voorbije dingen lijken soms zo volmaakt. De snoepjes uit onze jeugd waren veel lekkerder, de liedjes veel mooier, het eten gezonder, de vriendschappen intenser en het leven zorgelozer en minder ingewikkeld. Owens Lee Pomeroy zei het zo mooi in het Engels:

Nostalgia is like a grammar lesson:

you find the present tense,

but the past perfect.

Misschien voelen we ons veilig in die nostalgische momenten, omdat vroeger toch nooit terug kan komen. Vele dingen willen we echt niet opnieuw beleven. De Franse zanger Charles Aznavour zei:

Nostalgie is de zucht naar de goede oude tijd,

waarin niets te lachen viel.

Is weemoed en nostalgie dan niet gepast? Moeten we ons ervoor schamen? Is het iets alleen voor stokoude mensen? George Eliot zei:

We could never have loved the earth so well
if we had had no childhood in it.

Weemoed wordt wel eens de brug tussen toen en nu genoemd. Maar ik begrijp echt wel dat ’toen’ niet terugkomt.
Weemoed, nostalgie, dit kan een genezende balsem zijn voor wonden uit ons verleden, maar we mogen er niet in blijven hangen. C. S. Lewis schreef: There are far better things ahead than any we leave behind.’

We kunnen geen betere toekomst hebben als we blijven denken aan gisteren. Ik zou echt niet terug willen. Ik ben mezelf geworden door alle levenservaringen die ik al had en de toekomst zal me verder blijven polijsten.

Misschien waren er vroeger sommige dingen beter (ik heb alvast de volle overtuiging dat de knalrode vierkante ‘lekstokken’ veel lekkerder waren dan enige lolly nu). Maar ik durf me schragen achter de woorden van Gordon B. Hinckley:

Er is nooit een betere tijd in de geschiedenis van de wereld geweest om op aarde te leven. We moeten allemaal dankbaar zijn dat we in deze prachtige tijd met zoveel fantastische zegeningen leven.

Het is een feit dat de mooie zomer op zijn laatste benen loopt. Ik ga genieten van een mooie nazomer en misschien zullen de kortere dagen me af en toe weemoedig maken. Maar hé, de herfst met al zijn kleuren ligt op de loer en in de verte fonkelen al kerstlichtjes. Ik ga genieten van al het moois op mijn pad, het leven gaat al vlug genoeg.

Ik zit in mijn tuinzetel. De weerman beloofde een prachtige nazomer. En dat is het ook. Ik zomer dus eventjes na. Het ruikt buiten al een beetje naar de herfst. De ‘grasparels’ blijven een hele dag liggen. De lijsterbes heeft geen oranje bessen meer en laat al bladeren vallen. Het zonlicht is niet meer zo fel. Wespen vliegen venijnig heen en weer en vlinders proberen de laatste nectar uit de vlinderstruik te halen. Spinnen weven kunstwerkjes en dikke libellen flitsen boven de vijver. Af en toe groepen vogels samen in de lucht, op weg naar warmere streken. Heel de natuur haalt weemoedig adem …

 

Meditatie aan zee.

zee blog

Een zonnige dag aan het Noordzeestrand: ik zet me neer in het zand en luister naar de wind. Is dit het perfecte plaatsje om de zware tas met strandlakens, zonnecrème, leesvoer, hapjes en drankjes van mijn schouder te gooien, of …?
Ik voel hoe een zeebries mijn haren streelt en bemerk hoe een beetje verderop het lichtwuivende duingras van een zandheuveltje me lonkt met de belofte op een eersteklas zitplaats.
Nog even stuntelig verder klauteren. Ik denk niet dat ‘klauteren’ de juiste omschrijving geeft van mijn ploeteren omhoog. Maar, hé, heb je ooit al een oma gracieus een duin zien beklimmen, beladen als een muilezel, met in de ene hand twee paar sandalen en een klein mensenhandje, en in de andere een tas vol met alle denkbare en ondenkbare strandspullen?
De achterhoede, met emmers, schopjes en grote spades, sjokt ook omhoog en keurt de strandplaats goed. In een wip lopen de groteren weer naar beneden. Het water komt op en dus is het zandkastelentijd!
Terwijl mijn man zich blaren op zijn handen schept, vlei ik me neer op een van de kleurrijke handdoeken. Ik sluit mijn ogen. Eventjes helemaal niets doen. Niets denken. Alleen maar languit genieten van de geluiden:
de bruisende golfslag,
kwetterende meeuwen,
lachende kinderen,
en het vallen van zand in een emmertje.

Onze jeugd en de zee,
ze denken dat ze oneindig zijn,
omdat we de andere oever niet zien.
(R.F.Lissens)

Ik ben vergeten hoeveel keer ik al naar de zee geweest ben, maar ze was altijd anders. De seizoenen, het weer, de wind, de sporters, mijn gezelschap en mijn gemoedstoestand, ze gaven telkens een ander beeld.
Soms was de zee een gladde spiegel waar mensen tot hun knieën in het water dromerig naar de horizon tuurden. Dan weer kolkten en lonkten luidruchtige golven surfers en moedige zwemmers tot ver buiten de boeien. Een ding blijft hetzelfde: als ik het strand en de zee zie, ben ik in een oogwenk weer een kind. Kinderliedjes als ”k Heb de zon zien zakken in de zee’, en ‘Tien kleine visjes’ springens spontaan in mijn hoofd. Ik beleef kinderlijke plezier aan warmte van het fijne zand tussen mijn tenen, het water  wel of niet over mijn voeten laten stromen, het duizelige gevoel van de steeds bewegende zee, springen over de golven en schelpen zoeken aan de vloedlijn. Nonnetjes, wenteltrapjes, kokkels, zaagjes, messchedes en andere grote en kleine strandschelpen, ik vind ze nog even mooi.
De zee heeft nog steeds iets oneindigs, ook al weet ik dat de Engelse kust echt niet zo veraf is. Ik las ergens de volgende uitspraak:

De liefde is als een schelp,

waarin je de zee van de eeuwigheid

hoort ruisen.

Wie heeft dat nooit gedaan: een schelp aan je oor houden en de zee ‘horen’?
Als ik mijn kleinkinderen nu verwonderd met een schelp aan hun oren zie staan, is een glimlach nooit ver weg.
Misschien moeten wij, de volwassenen, eens wat meer een schelp aan ons oor houden. Want alles gaat voorbij, maar de liefde blijft.
Ooit zag Phil Bosmans alle mensen als broeders in dezelfde boot varen:

Alle mensen als broeders in dezelfde boot.
Mensen die samen varen …
Een fantastisch droom.
De zon danst aan de hemel,
de vissen dartelen in de zee.
Alle mensen als broeders in ’n zelfde wereldboot.
Zwakken en sterken.
Alle volkeren en talen en rassen.
Machtigen en machtelozen.
Armen en rijken.
Mensen die samen varen,
als broeders op de wereldzee,
onder dezelfde zon,
op dezelfde baren,
wind mee,
wind tegen,
in dezelfde storm.
Er zijn geen zwakken meer,
geen machthebbers meer,
niemand wordt meer overboord gegooid,
geen mens meer in het vooronder
om te sterven van de honger.
Er is geen oorlog meer rond de commandobrug.
Zangers lopen over het dek met een lied.
Iedereen is veilig en geborgen aan boord.
Een fantastische droom.
Waarom moest ik ontwaken en zag ik
een zwaar gehavende boot op drift,
met een ontregeld kompas.
Waarom hoorde ik idealisten en profeten
wanhopig roepen
om een ‘hart’ in de boot.

Ik vraag me af wat Phil Bosmans nu zou schrijven moest hij slechts één dag het wereldnieuws lezen. Misschien schreef hij wel dat het kompas kapot zou zijn. Hij zou ontwaken met het beeld van duizenden bootvluchtelingen en drenkelingen in de Middellandse Zee. Zijn droom is een nachtmerrie geworden!
Misschien moeten de wereldleiders eens wat meer een schelp aan hun oren houden…

Aan die mooie blauwe Middellandse Zee moet ik denken als Anna haar hand in de mijne steekt en me meetrekt naar de zanderige Noordzee.
Anna en de zee,
de grote, woelige zee en de kleine, woelige Anna.
Anna, een klein roos mensenkind.
Verrukt blijft ze staan en roept:
“Kijk, Moekie! Een roos schelpje! Hier, voor jou!”
Voorzichtig stappen we samen verder over het scherpe schelpenstrand.
Met het breekbare schelpje en een nog breekbaarder mensenschelpje
spring ik over de witte golven.
Anna lacht naar mensen en meeuwen.
Mijn hart zwelt van vreugde.
Neem de zee mee, Anna,
neem ze volledig mee in je emmertje:
de schelpjes, de sponzen,de uitgedroogde krabben,..
En ’s avonds in je bed
springen er vissen en garnalen en zeemeerminnen.
Dan kruip je giechelend onder je deken
voor de haaien, de kwallen en de zeerovers.
Je oogjes knipperen nog even
en verbergen de zee in je zalige glimlach.
Een traan glijdt onverwachts uit mijn ooghoek.
Ik wrijf het nat vlug weg,
maar heb het zout alreeds geproefd.

Er moet een of ander vreemd geheim

in zout verborgen liggen.

Het is zowel in onze tranen als in de zee.

(Kahlil Gibran)

Dichters en schrijvers hebben heel wat inkt gebruikt toen ze over de zee mijmerden. Nu vult men er digitale wolken mee.
In mijn tienerjaren vond ik ‘Melopee’ van Paul van Ostaijen een van de mooiste zeegedichten.

Melopee

Onder de maan schuift de lange rivier
Over de lange rivier schuift moede de maan
Onder de maan op de lange rivier schuift de kano naar zee

Langs het hoogriet
langs de laagwei
schuift de kano naar zee
schuift met de schuivende maan de kano naar zee
Zo zijn ze gezellen naar zee de kano de maan en de man
Waarom schuiven de maan en de man getweeën gedwee naar zee

Melopee betekent ritmisch gezang en je kan het zangerige schuiven horen als je de zinnen leest. Je kan het gedicht lezen als enkel een spel van klanken en woorden.
Als ik ver genoeg van de massa opga in de klanken van de zee, worden er diep in mij woorden gevormd, dankbare, liefdevolle en ontzagwekkende woorden.
Ook ik schuif in een kano over de rivier van het leven naar de oneindige zee. Mijn kano beleeft hoogte-en dieptepunten. De maan vergezelt mijn kano naar de eeuwigheid. Ik ben niet alleen, ik heb gezelschap van een hogere bron.
Het gedicht eindigt met een vraag, een vraag naar het waarom van het leven. Het antwoord op die vraag laat de kano gedwee schuiven. Wat ook de moeilijkheden, tegenslagen en successen in het leven zijn, we schuiven allemaal naar de eeuwigheid.
Als we de verbinding van de man met de maan een zinvolle betekenis kunnen geven, dan worstelt onze kano niet. Alleen vinden we misschien dat de rivier te snel stroomt.

Een lofzang die ik graag zing (ja, af en toe zing ik wel eens) is: ‘Tel uw zegeningen’

Als op ’s levens zee de stormwind om u loeit,
als gij tevergeefs uw arme hart vermoeit,
tel dan al uw zegeningen één voor één,
en gij zegt verwonderd: God liet nooit alleen!

Tel uw zegeningen één voor één,
tel ze alle en vergeet er geen.
Tel ze alle, noem ze één voor één,
en gij ziet Gods liefde dan door alles heen.

Als je het even niet ziet zitten, als stress je genadeloos omcirkelt, als je gebukt gaat onder verdriet of onbegrip, als je door de bomen het bos niet meer ziet,
ga dan eens naar het strand,
er is nog een zee van ruimte en
er zijn nog genoeg vissen in de zee,
waai uit,
zoek schelpjes,
word zand,
word zee,
vind de maan.

 

Het staat in de sterren geschreven.

blog sterren

Nog nooit zag ik een sterrenhemel zo fonkelen als in de Dolomieten in Noord-Italië. Op tweeduizend meter hoogte, ver van alle lichtpollutie, leek het wel alsof ik midden in een sprookjesnacht beland was. Ik zag een sterrenshow die veel mooier was dan al het vuurwerk dat ik ooit al gezien heb.

Als alle vuurwerk is weggewaaid,

dat de kinderen zo verrukt,

blijven de oude, eeuwige sterren

in stille majesteit aan de hemel staan.

(Paul Heyse)

Waarschijnlijk zal in de woestijn of in ’t midden van de oceaan de sterrennacht er nog geweldiger uitzien, maar ik koester die nacht in de bergen als een van mijn mooiste natuurbelevenissen. Het was een wolkenloze nachtelijke hemel, geen wind, totale stilte en koud genoeg om een jas om te slaan. De melkweg leek een sluier geslingerd in de zwarte met diamanten bestrooide nacht. Ik kon Marguerite Yourcenar volledig begrijpen toen ze zei:

Het is niet moeilijk

verheven gedachten te koesteren

als de sterren stralen.

In de Bijbel suggereert de profeet Jeremia dat de sterren ontelbaar zijn, als de zandkorrels aan zee. Deze uitspraak geeft aan dat er veel meer sterren zijn dan die, die we met het blote oog kunnen waarnemen. Zonder hulpmiddelen kunnen we op een heldere nacht zo’n drieduizend sterren zien, het aantal zandkorrels in je hand. Maar in werkelijkheid is het aantal sterren overweldigend!

Astronomen verklaren dat de grootte en de ouderdom van het heelal buiten ons menselijk begrip gaat. Om de afstanden in de ruimte uit te drukken gebruikt men lichtsnelheid. Het licht verplaatst zich in één seconde zo’n 300 000 km. In één uur is dat 1 079 252 848,8 km. En in één jaar is de ongelooflijke afstand 9 500 miljard km !
90% van het heelal bestaat uit donkere materie. Deze materie kunnen we niet waarnemen en we weten ook niet waaruit deze donkere materie bestaat. Er is dus veel meer materie die we niet zien, dan die we wel zien.
Het heelal bestaat uit miljarden sterrenstelsels. Een sterrenstelsel bestaat uit gas en stof en sterren, miljarden sterren. De melkweg bevat zo’n 400 miljard sterren die allen in een bepaalde orde bewegen.
Deze gegevens lieten me duizelen op mijn donker hotelterras en ik voelde me heel klein in dit grote universum.

Zeg ook niet zomaar ster tegen een ster. Er zijn dubbelsterren, enkelvoudige sterren (zoals onze zon), veranderlijke sterren of Mira-sterren, Nova-sterren, hete en koele dwergsterren, blauwe en rode reuzen, witte, gele, bruine en zwarte dwergen, neutronensterren en superreuzen. En waarschijnlijk zijn er nog meer.

Hoe kon Jeremia, die ongeveer 2600 jaar geleden leefde, in een tijd waar nog geen telescopen waren, weten dat het aantal sterren dat hij zag in werkelijkheid nog veel groter was?
In Jesaja 40:26 staat: ‘Sla uw ogen naar omhoog, en zie Wie deze dingen geschapen heeft; Hij is het die hun leger voltallig tevoorschijn brengt, ze alle bij name roept door zijn grote vermogen en zijn sterke kracht; er ontbreekt er niet één.’

In de Parel van Grote Waarde lezen we dat God tegen Mozes zegt:
‘ En ontelbare werelden heb Ik geschapen; en ook die heb Ik voor mijn eigen oogmerk geschapen; en door de Zoon heb Ik ze geschapen, die mijn Eniggeborene is… Want zie, er zijn vele werelden die voorbijgegaan zijn door het woord van mijn macht. En vele zijn er die nu bestaan, en ze zijn voor de mens ontelbaar; maar alle dingen zijn geteld bij Mij, want ze zijn de mijne en Ik ken ze.’

Deze korte schrifttekst geeft ons een kleine glimp in de grootsheid van de Schepper. Daar, op de Seiseralm in de Dolomieten voelde ik me gekend en zong mijn hart een van mijn lievelingslofzangen:

‘O Here God, als ik met diepe eerbied kijk naar uw schepping ongeëvenaard; de zon en maan, een ster die snel voorbijschiet, uw macht in ’t gans heelal geopenbaard, dan zingt mijn ziel, mijn Heiland God tot U: ja, Gij zijt groot, oneindig groot.’

Voor de periode van de satellieten en de GPS gebruikten de zeelieden de sterrenmethode om hun koers te bepalen. Deze navigatie had minstens twee sterren nodig en om zeker te zijn was een derde ster noodzakelijk.
Er is veel onzekerheid in onze wereld. Het nieuws van de zomer 2016 kunnen we nu al inkaderen met een zwarte rand. Nice, Turkije, Baton Rouge, München, een piepklein dorp in Frankrijk, de massagraven in de Middellandse Zee, enz. Er zijn veel stemmen en veel wegen. En ze leiden niet allemaal naar goede plaatsen.

Bepaal je koers aan de hand van sterren,

niet aan de hand van de lichten

van ieder schip dat passeert.

(Omar N. Bradley)

Welke drie sterren bepalen mijn koers? Welke zijn jouw sterren?
Zonder te veronderstellen dat mijn sterren de beste zijn, wil ik jullie meegeven hoe de mijne noemen:

Een eerste ster op wie ik mijn levensweg baseer is schriftstudie. Ik hou ervan om in de Bijbel, het Boek van Mormon en andere schriftuur patronen te vinden die ik kan toepassen in mijn leven. In die momenten van studie en meditatie kan ik de zachte stem van mijn Schepper horen.

Een tweede fonkelende ster is mijn geloof in profeten, die de vertegenwoordigers zijn van Christus hier op aarde. Ik vergelijk ze met de Poolster die je steeds op dezelfde plaats kan vinden aan de hemel.
In de showbizz en de wereld van Hollywood vind je veel ‘nep’sterren. Hoewel ik sommige van die wereldse sterren wel bewonder om hun talent, zien mijn idolen er lichtjes anders uit, zonder glitter en glamour, maar met een immense wijsheid en kennis.

‘Voorzeker, de Heere Heere doet niets tenzij Hij zijn geheimenissen heeft geopenbaard aan zijn dienaren, de profeten.’ (Amos 3:7)

‘Wat Ik, de Heer, heb gesproken, heb Ik gesproken, en Ik verontschuldig Mijzelf niet; en al gaan de hemelen en de aarde voorbij, mijn woord zal niet voorbijgaan maar zal geheel worden vervuld, hetzij door mijn eigen stem, hetzij door de stem van mijn dienstknechten, dat is hetzelfde.’ (L&V 1:38)

Mijn derde ster is opgebouwd uit het sterrenstof van mijn toepassingen op wat ik gelezen, geleerd, gehoord en gevoeld heb. Hoe meer goeds ik doe, hoe feller deze ster schittert.
Als ik mijn levenskoers navigeer op deze drie sterren en geregeld bijstuur, dan voel ik meer vreugde en vrede. Dan weet ik dat ik de goede richting uitga.

De meeste mensen zijn als een blad dat valt,

als speeltuig van de wind

draait en wentelt het,

om ten slotte ter aarde te tuimelen.

Anderen echter,

zij zijn sterk in de minderheid,

lijken op de sterren die een vaste baan hebben,

zij zijn onbereikbaar voor de wind

en bezitten een wet en koers in zichzelf.

(Herman Hesse)

Net als iedereen is voor mij het leven niet altijd rozengeur en maneschijn en fonkelende sterren. De kunst is, om ondanks alles, de sterren te kunnen blijven zien.
Barbara Smith zei eens:

Twee mannen keken door de tralies,

de ene zag de modder,

de andere zag de sterren.

Hoe kunnen we de sterren zien terwijl de media gespecialiseerd is om de modder in de kijker te zetten? Kijk vooruit, kijk omhoog!
Ouders, grootouders, tantes, ooms, leerkrachten, buren,… we zouden kinderen van jongs af aan de weg omhoog moeten leren, zodat hun vizier altijd op de sterren gericht zal zijn. Leer hen dat elke droom begint met een dromer. Laat ze weten dat in hen de kracht, het geduld en de passie zit om naar de sterren te reiken en de wereld te veranderen!

Het is nog volop zomer en het kwaad zet zijn pionnen uit terwijl wij ons insmeren met zonnecrème. Leiders met extreme persoonlijkheidstrekken lijken tegelijk op vele plaatsen aan de macht te komen. Ze doen me denken aan Hitler,Stalin,Mussolini en Mao. Toen die figuren de plak zwaaiden waren de nachten donkerder dan donker. De sterren waren verdwenen, maar zij vonden de gele ster uit.

Toen Denemarken door Duitsland bezet werd, moesten de Deense joden van de bezetters een gele ster dragen. Zo kon iedereen hen van ver herkennen. Koning Christiaan liet op zijn kleren een gele ster naaien en hij vroeg aan de mensen van Denemarken om allemaal een gele ster te dragen. Als alle Denen en joden een gele ster dragen, dan kon men geen enkele jood meer vervolgen (naar een Deens verhaal).

Marilyn Monroe zei eens:

We are all stars

and we all serve to twinkle.

Dat is juist, maar mag ik het een beetje veranderen:

We are all stars

and we twinkle as we serve.

Veel jonge mensen zitten in parken, op straten en op pleintjes geestdriftig achter Pokémons te zoeken. Dat kan waarschijnlijk wel eventjes leuk zijn, ik hoop alleen dat ze niet vergeten ook eens omhoog te kijken. Daar kunnen ze misschien wel de grootste Pokémon ooit te pakken krijgen.

Nog enkele sterrentips voor deze maand:

  • Zoek een donker plaatsje op en geniet van de sterren.
  • Bezoek een sterrenwacht.
  • Zing met je kinderen: ’twinkel, twinkle, little star’ te vinden op Youtube.
  • Lees het boek ‘De nachtegaal’ van Kristin Hannah. Je leert er veel over gele en ander sterren. Een echte aanrader!

En, als 50-plusser kon ik dit toch niet achter houden:

De ouderdom heeft niet minder voordelen dan de jeugd,

ofschoon een ander uiterlijk.

Als de zon ondergaat,

komen er sterren aan de hemel,

die men bij dag niet ziet.

(Henry Wadsworth Longfellow)

Reik naar de sterren, tover sterren in je ogen, doe een wens als je een ster ziet vallen, en als er iets in de sterren geschreven staat is het wel dit: wees een fonkelende ster in deze soms verduisterde wereld.

Zaaien en groeien

zaaien
zaaien

Vorige week slenterde ik een tuincenter binnen, op zoek naar eenjarige plantjes voor in de tuin. Die zouden, zoals de naam zegt, een jaar moeten meegaan, maar meestal halen ze zelfs niet een jaar. In september, en anders zeker in oktober, hebben ze het welletjes gevonden. Eigenlijk zijn het dus maar halfjarige plantjes, als een zomerse hagelstorm er na een maand al geen korte metten mee maakt.

De geraniums, begonia’s, lobelia’s, surfinia’s en nog meer schoonheden, roepen kleurrijke taferelen op van Zuiderse Franse dorpjes en bebloemde houten bergchalets. Het lijkt in mijn herinneringen dat die bloemenweelde daar prachtiger is. Misschien komt het omdat het licht daar anders is?

De tuinmannen of tuinvrouwen onder ons zijn nu ook druk in de weer. Het zaaiseizoen is immers aangebroken. Wat in de plantenwinkel dan ook een herinneringscode in mijn hersenpan triggert, zijn de zaadjes. Je weet wel, ze hangen aan rekken in tientallen papieren zakjes: radijsjes, sla, bonen, wortels en nog veel meer. Ik zie mijn vader nog zo’n zakje openscheuren en tientallen piepkleine zwarte bolletjes rollen in zijn hand. In een ander zakje zaten dan weer maar een paar dikke bonen.
Groeien daar echt radijsjes uit? Boontjes? Wortelen?
Ik hoor mijn vader nog wijselijk antwoorden; ‘Als je radijsjes zaait, kunnen er geen wortels uit groeien.

Wat je zaait zal je oogsten.

Ik ontdekte al vlug dat alleen zaadjes die aandacht krijgen, groeiden.
Later, op school, liet een juf met ietwat groene vingers ons cressonzaadjes zaaien op een vochtig watje. Het magische was, dat er inderdaad tere cressonplantjes tevoorschijn kwamen. En enkele dagen later waren ze nog lekker ook!
Sommige van mijn zaai- en plantexperimenten mislukten door te veel of te weinig water, door een slechte grond, door een ontsnapte koe (echt waar!), maar meestal door te vergeten dat zaaien maar het begin is.

Plant dromen,

Wied onkruid,

en een gelukkig leven groeit.

Je moet natuurlijk onkruid leren onderscheiden. Ooit was er eens een juf die helemaal geen groene vingers had, maar ze wou wel de klas het wonder van zaaien en oogsten laten ondervinden. Ze wou niet te groot beginnen en de rage van een vierkantemeter-tuin was voor haar de oplossing. Ze kocht allerlei zaadjes en samen met de kinderen zaaide ze kwistig in haar kleine tuintje. Toen de juf ergens opving dat onkruid altijd de kop opsteekt, ging ze ongerust haar tuintje bekijken. Ze zou dat onkruid eens direct leren wie de baas was. Jammer genoeg trok ze ook alle kiemende plantjes uit. Dat jaar was er in een bepaalde klas geen oogst.

 

Een zaadje is bedoeld om te groeien. Een eikeltje kan een kanjer van een eikenboom worden.

De mens is een goddelijk zaad,
bedoeld om te groeien
tot iets wat onmogelijk lijkt.

We groeien lichamelijk, wat op tienerleeftijd heel frustrerend kan zijn. We groeien emotioneel, we leren mee te leven met een ander. We groeien sociaal, hoewel sommigen muurbloempjes blijven. We groeien intellectueel, mede dankzij de verplichte leertijd in ons land. We groeien ook spiritueel, ook al zie je in deze eeuw een flinke groeiachterstand bij een enorme hoeveelheid mensen. Nochtans is deze geestelijke groei, volgens Elizabeth Kübler, de enige reden van ons bestaan op aarde.

Om in de richting te groeien die we willen, zullen we een boom in onze tuin steunen, leiden en snoeien.
Om zelf in de gewenste richting te groeien, zullen we bewuste keuzes moeten maken. Iets wild laten groeien, levert zelden de gewenste vruchten op. Daarom is snoeien noodzakelijk.

Je krijgt niet wat je wilt,
maar wat je voor je innerlijke groei nodig hebt.
(Annemarie Postma)

 

Groeien als mens, ons ontplooien, ons ontwikkelen, vooruitkomen in het leven, dit vergt geloof, wijsheid en geduld, en is soms een pijnlijk proces.
Soms durven we onze comfortzone niet verlaten en houden we op die manier onze groei tegen.

Er waren eens twee zaadjes die naast elkaar op een vruchtbare grond lagen. Het ene zaadje zei: ‘Ik wil groeien!’
Het wilde zijn wortels diep in de grond voelen en door de aarde heen naar boven uitbreken. Het wilde met zijn tere knoppen de komst van de lente aankondigen. Het wilde de warmte van de zon op zijn gezicht voelen, en de morgendauw op zijn blaadjes.

En dat zaadje groeide en groeide!

Het tweede zaadje zei: ‘Ik ben bang!’
Het was bang voor wat hij in de donkere aarde zou tegenkomen,  als hij zijn wortels naar beneden zou laten groeien. Hij was bang om zijn tere knoppen te beschadigen, als hij door de aardkorst zou breken. Hij was bang dat als hij zijn blaadjes zou uitrollen, ze misschien door een slak zouden worden opgegeten. Hij was bang dat als hij zijn bloesems zou openen, een klein kind ze misschien zou afbreken. Dus wachtte hij liever tot de kust veilig was.

Het zaadje wachtte en wachtte.

Toen kwam er een kip voorbij.
Ze vond het zaadje
en pikte het op.

We moeten durven groeien! Als we onze dromen willen laten uitkomen, moeten we er aan werken, hard werken. Dat vergt tijd, keuzes maken, soms een pleziertje opgeven, het kan ook een mislukking opleveren, ontgoocheling, pijn. Maar als we blijven wachten om iets te proberen, zouden die dromen wel eens diep begraven kunnen worden.

We weten allemaal dat het gras niet groeit door aan de sprieten te trekken, maar door de wortels water te geven. Daarom maakt de grasmaaier na zomers regenweer zoveel overuren.

Maar opgepast! Harry Mulish zei niet voor niks:

Een boom die zo hard wil groeien

dat hij zijn wortels uit de aarde trekt,

zweeft niet ten hemel,

maar valt om.

 

Een van de bijbelverhalen die me veel heeft laten nadenken is het verhaal van de zaaier. Voor degenen die er niet vertrouwd mee zijn:

Zie, een zaaier ging eropuit om te zaaien.
En toen hij zaaide, viel een deel van het zaad langs de weg; en de vogels kwamen en aten het op.
Een ander deel viel op steenachtige plaatsen, waar het niet veel aarde had; en het kwam meteen op, doordat het geen diepte van aarde had.
En toen de zon opgegaan was, verschroeide het; en doordat het geen wortels had, verdorde het.
Een ander deel viel tussen de dorens; en de dorens kwamen op en verstikten het.
En weer een ander deel viel in goede aarde en gaf vrucht, het ene honderd-, het andere zestig-, en een ander dertigvoudig.
(Mattheus 13)

Hetzelfde soort zaad kwam op bepaalde plaatsen niet op, verdorde, verstikte en groeide. Het lag dus niet aan het zaad. De grond was de reden waarom het ene zaad groeide en het andere niet, of onvoldoende. Het eerste zaad kan je vergelijken met het verhaal van het zaadje en de kip. Als we zelf niets ondernemen, kunnen we niet groeien. Bye bye droom. Zaad tussen de stenen zou kunnen betekenen dat ik te vlug ben, geen wortels heb, en bij de minste tegenslag opgeef. Bye bye droom. Zaad tussen de dorens groeit eerst, maar wordt verstikt door de zorgen, de drang naar erkenning en rijkdom. Bye bye gelukkige droom. Het laatste zaad groeit en bloeit, maar is het je opgevallen dat niet alle zaad evenveel vruchten draagt? Er volgt geen oordeel op deze vaststelling. We zijn allemaal verschillend getalenteerd. Veel mensen sporten graag en veel, maar weinigen zijn topsporter. Veel mensen spelen graag muziek, maar weinigen zijn topmusici. Veel mensen schrijven graag hun gedachten neer, maar weinigen zijn topschrijvers.
Misschien zit er ook een waarschuwing in dat we onze dromen niet moeten vergelijken met een ander.

Er zijn piepkleine zaadjes en grote zaadbollen. Zou het niet fijn zijn moest ieder mens elke dag een zaadje planten. Moest iedereen overal waar hij komt iets achterlaten,
iets moois,
een geweldig idee,
een prachtige droom,
een helpende hand,
een schouderklop,
een brede lach.

Laat ieder dag een zaadje achter. Je zal zien, eens worden ze een tuin die je toelacht.

 

Vangen vroege vogels de dikste wormen?

merel met worm
merel met worm

Ik kijk door het raam om de waarheid van het weerbericht in te schatten. In dit grillige lenteweer piept de zon toch af en toe eens door de grijze wolken. Je ziet blauwe vlekken verschijnen en even voelt het weer echt als lente aan.
Ook de tuinvogels profiteren van dit droog momentje. Het roodborstje pikt verwoed op de plaats waar nog niet zo lang geleden, onze twee kippen een leven van scharrelplezier hadden. Ligt er misschien nog ergens een minuscuul graankorreltje?
Kool- en pimpelmezen vliegen aan en af. Er worden volop nestjes gebouwd. Een paar dagen geleden vond ik in onze brievenbus tussen de rekeningen en de reclame een hoopje mos. Gelukkig is de aannemer een meer geschikte plaats gaan zoeken voor de nieuwe woning.
Twee merels pikken woest in het gras. Ze moeten wel heel hongerig zijn, of hebben ze al de verantwoordelijkheid om een hele kroost te onderhouden? Even later vliegt één van de twee triomfantelijk weg, een lange glibberige worm tussen zijn bek geklemd.
Ocharme, die worm, die zal nu wel zo dood als een pier zijn.

Ik vind regenwormen niet van moeders mooiste. Maar ze zijn wel nuttig: ze woelen de aarde om, brengen er op die manier zuurstof in en voorzien de bodem van waardevolle humus.
Wist je dat er drie soorten regenwormen zijn: de strooiselwormen, de bodemwoelers en de diepgravers.

Strooiselwormen zijn armetierige pieren, ze krioelen er in de bovenlaag van het bos maar wat op los.

Sommige mensen zijn als strooiselwormen,

zonder veel dieptegang,

eet, drink en wees vrolijk.

De bodemwoelers leven in de bovenste dertig centimeter van de grond en zij spelen een belangrijke rol in het mengen van organisch materiaal in de bodem.

Sommige mensen zijn als bodemwoelers,

ze willen meer te weten komen,

ze proberen van alles uit,

hun leven is rijk gevuld.

De diepgravers kunnen in goed gedraineerde grond wel een paar meter diep kruipen. Wat een olympische prestatie!

Sommige mensen zijn als diepgravers,

ze zijn specialisten,

geweldige uitvinders

en grote denkers.

Zij eten, drinken en zijn vrolijk,

zij zetten dat soms wel even opzij

voor een hoger doel.

Pol le Roy zei eens: “Een massa-meeting doet me altijd denken aan een feest van regenwormen.”

Krioelende mensen, krioelende wormen…
Daar kan je wel eens in de knoop van geraken. Ik las ergens het volgende anonieme gedichtje:

De regenworm

Een reuzelange regenworm
die sprak: ‘Ik ben vandaag uit vorm,
want waar ik kruip of sta of zit,
ik merk dat ik vol knopen zit,
hetgeen mijn kronkelen vermindert
en mijn bewegingsvrijheid hindert.
Ik weet de reden daar wel van:
’t wil maar niet regenen! – en dan
verliest een regenworm de hoop
en raakt al piekerend in de knoop…’

Maar nauwelijks had hij dit verzucht
of het werd donker in de lucht
en ’t regende opeens enorm,
het was een echte regenstorm!
‘Hèhè’, zei toen de regenworm,
‘Ik kom warempel weer in vorm,

hetgeen bewijst dat al zit je nog zo in de knopen,
blijf steeds op de ontknoping hopen!’

Een eenvoudig gedichtje, maar we zitten soms wel eens in de knoop, met onszelf of met anderen. En dan vermindert ons kronkelen, we worden minder creatief. We beperken onze bewegingsvrijheid, we mijden plaatsen of vrienden. We kunnen de zon niet meer vinden en verliezen de hoop.
Al eens een knoop ontward? Daar is veel geduld voor nodig, een goed oog, soms een bril, en soms hulp van een ander. Maar wat een opluchting als de knoop weg is!

 

Winston Churchill zei:

We zijn allemaal wormen,

maar ik denk dat ik

een glimworm ben.

Als we naar de uitgestrektheid van het heelal kijken, dan kunnen we ons wel als een worm voelen. Maar wormen doen hun onmisbare deel in hun biotoop; van mensen wordt  verwacht hun onmisbare deel te doen in hun biotoop, de aarde.
Nu, een glimworm is geen worm, het is een kevertje. Maar de gedachte is wel mooi om, als je dan toch een worm bent, een glimworm te zijn en licht te geven.
Ik ben een boekenworm, maar ik wil wel graag een glimboekenworm zijn. Ik las een verhaal over een regenworm in ‘Een parel voor elke dag.’

Er was een een kleine regenworm.

Zo’n regenworm bestaat uit kleine ringen,
die elkaar voortstuwen, elkaar voeden,
en samen de grond vol gaatjes boren
zodat die goed kan ademen.
De kleine regenworm was trots op zijn werk.

Op een dag kreeg de laatste ring een idee:
‘Ik wil ook wel eens vooraan graven’, zei die.
En hij begon in de andere richting te graven,
tot grote verbazing van de andere ringen.

Maar ook zij wilden wel eens de eerste zijn.
En zo begon iedere ring zelf eerst te graven.

De kleine regenworm kronkelde zich in alle bochten.
Elke ring trok in een andere richting.
Meer nog,
ze gaven geen voedsel meer aan elkaar,
want ze wilden zelf
zoveel mogelijk groeien en sterk worden,
Ook al moesten de anderen hiervoor uitdrogen.
Ze waren helemaal vergeten
dat zij van elkaar afhingen.

Korte tijd later,
lag de worm te sterven.

 

Welk soort worm we ons ook voelen, we hebben elkaar nodig. Het is nodig dat we af en toe   IK  eens opzij zetten en de waarde van  WIJ  eens onderzoeken, niet als een strooiselworm, maar als een diepgraver. Wedden dat onze omgeving daar rijker van wordt?

Ondertussen is de zon weg. Donkere wolken schuiven traag voorbij. Het druppelt, en de druppels worden dikker. IJs valt uit de lucht en kleine bolletjes springen als mini-pingpongballetjes naar alle kanten.
Ik herinner me ineens de titel van een artikel uit de National Geographic, vorig jaar in mei:

In Noorwegen regent het regenwormen!

In het zuiden van Noorwegen vielen in april 2015 duizenden wormen uit de lucht. Dit was geen aprilgrap, dit was horror in het echt! Wetenschappers breken er zich het hoofd over.
Al verlang ik naar mooi lenteweer, ik zie toch liever hagelbolletjes dan vallende pieren.

En krijgt de vroegste vogel nu de dikste worm?

Vroeg opstaan kan zijn voordelen hebben. Maar de pannenkoeken eten, die een vroege vogel voor jou gemaakt heeft, smaken toch ook héél lekker!

 

 

Is wandelen tijdverlies?

IMG_20151228_135754

To walk or not to walk,

that’s the question.

Wandelen kan je op vele manieren doen. Je kan stappen, lopen of te voet gaan. Je kan kiezen om te slenteren, te kuieren of te trekken. Je kan zelfs flaneren.

Flaneren gaat me niet zo goed af, maar ik kijk wel graag naar mensen die flaneren.
Voor mij is ’te voet gaan’ vanzelf verlopen. De kleuterschool lag zo’n kilometer van ons huis, maar weer of geen weer, er was geen keuze buiten te voet gaan. Ik was nog te klein om moederziel alleen te gaan, dus ging moeder of tante mee. De lagere school lag nog enkele kilometers verder (in mijn ogen nog véél verder), maar mijn benen waren mijn enigste transportmiddel. Samen met mijn broer, zus, nichtje, neef en buurkinderen stapte ik elke dag gezwind naar school. ’s Avonds slenterde ik moe terug naar huis. Ik had geen stappenteller nodig, die bestond trouwens nog niet in de jaren ’60. Iedereen bereikte zonder tellen het minimum aantal stappen wat men anno 2016 als gezond bestempelt. Trouwens, fitnessen gebeurde toen ook in open lucht: lopen, fietsen, hinkelen, touwtjespringen, zaklopen, kaatsen, ‘rekkeren’, tikkertje , en nog meer van die ‘zweetbevorderende’ oefeningen. Maar ik ging het over ‘wandelen’ hebben.

Ik wandel graag. Zowel alleen, als met twee, als in een groepje.
Alleen kom ik mezelf tegen.
Met twee zijn gesprekken nog zo prettig.
En in groep leer ik zo veel meer.

Als je wandelt,

kom je niet enkel buiten,

maar ga je ook naar binnen.

(Annelies De Waele)

In onze tijd moet alles ‘sociaal’ zijn. Hoe meer vrienden op je social media, hoe geslaagder je lijkt in het leven. Alleen iets doen, krijgt een zielige of een marginale stempel. Ik hou er van om af en toe eens alleen ‘het blokje rond’ te stappen. Ik geniet dan van het wandelen zelf: verstand op nul, blik op oneindig.En weet je, er worden dan nieuwe ideeën geboren.
Dat gebeurt ook als ik met mijn man wandel. Buiten romantische ontboezemingen, zijn er ook oneindig veel ideeën ontsproten uit deze tête à tête – wandelingetjes langs de Wase velden. Heerlijk is dat! Albert Einstein zei niet voor niets:

De benen zijn de wielen

van creativiteit.

Soms is mijn wandelen ook gepland, heeft het een doel. Op stap met mijn moeder, of een natuurdomein bezoeken, of wandelen op het strand of op de zeedijk. Soms sjok ik ook achter een natuur- of stadsgids. Ik proef dan met al mijn zintuigen van het natuurlijk of stedelijk landschap.
Als je wandelt, dan beweeg je veel trager dan als je fietst. Ja, je geraakt minder ver, maar kleuren en geuren en allerlei gekke en kleine dingen vallen meer op. Maak eens tijd om door je eigen buurt te wandelen. Je gezichtsvermogen verbetert, want je merkt dingen op die je nooit  eerder zag (was die deur altijd al blauw geschilderd?). En als je de kwetterende zwaluwen hoort die boven je hoofd scheren, en je de tsjif-tsjaf in de verte hoort ’tsjif-tsjaffen’, dan weet je dat je nog niet direct naar de oorspecialist moet.

We wandelen niet

om het leven te ontvluchten,

maar opdat het leven

ons niet zou ontvluchten.

Trekken, is wat langer wandelen, met wat water en een snack in je rugzak. Dan gebeurt het wel eens dat je moet stoppen om je schoen los te maken. Je schudt hem eens goed ondersteboven en dan kan je weer fluitend verder stappen (als je adem dat toelaat).

Het zijn niet de bergen en dalen

die het wandelen

moeilijk maken,

maar het steentje

in je schoen.

 

En hiermee ben ik dan aan het filosofische pad gekomen.
We hebben allemaal wel al eens gehoord dat een voettocht van duizend kilometer met de eerste stap begint. Ons leven is een trektocht langs verschillende paden. En we moeten soms een beslissing nemen in de wegen die we willen bewandelen. Voor je een keuze maakt, is het goed om de uitspraak van Voltaire voor ogen te houden:

Wie een verkeerde weg inslaat,

moet een heel eind lopen.

Dit zal menige trekkende kaartlezer beamen.

 

Niettemin is het beter

om alleen te wandelen,

dan de massa te volgen

die de verkeerde richting uitgaat.

(Diane Grand)

 

Iemand volgen kan ook goed zijn. Een gids in de woeste bergen is van onschatbare waarde. Hij leidt je op betrouwbare wegen, hem volgen betekent veiligheid.
Jezus Christus zei: Ik ben de Weg. Volg mij.
Als de mensheid Hem zou volgen, dan zouden ze niet meer moeten zoeken naar het paradijs; dan zou heel de wereld het paradijs zijn, voor iedereen.

Het wandelseizoen is aangebroken. Profiteer van de lange dagen en ga op stap. Wandelen is nooit tijdverlies, behalve als je motto ’tijd is geld’is. Hippocrates wist al dat wandelen het beste medicijn is. En wandelen kan je geestelijk inspireren omdat het traag is.

Schildpadden kunnen

meer over de weg vertellen

dan hazen.

(Kahlil Gibran)

 

Tip!

Een toffe gezinswandeling: Ninglispo (Aywaille), regio Luik – Sougné – Remouchamps.

De Ninglispo is een zijriviertje van de Amblève. Op de parkeerplaats kan men verschillende bewegwijzerde wandelingen kiezen. Jo en ik kozen de avontuurlijke, romantische wandeling nr. 21, gemarkeerd door een blauwe rechthoek. Die is ongeveer 6 km, reken op 2 à 3 uur met kinderen.
Het eerste deel van de wandeling loopt langs en over de Ninglispo. Dat stuk zullen de kinderen het leukst vinden: over rotsen klauteren, over smalle brugjes stappen (sommige zijn echt wel heel smal), klimmen … Toch opletten bij nat en vochtig weer. Er hangen niet voor niets stevige touwen om je wat houvast te bieden. Het tweede deel van de wandeling loopt  door de bossen zacht naar beneden langs een brede weg tot aan de parking.
Het is een prachtige wandeling. Ik deed ze in de winter. In de zomer kunnen de kinderen veel waterplezier beleven in het stromend water en aan de watervalletjes.

Doen dus!

Parking Auberge du Ninglispo
Sedoz 5
4920 Sougné- Remouchamps (Aywaille)

 

Verwondering

verwondering
verwondering

Wat is verwonderen?

Ik denk dat verwonderd zijn  niet hetzelfde is als verbaasd zijn. Verbazing vindt plaats in je hoofd, verwondering in je hart.

Logica is de basis voor verbazing.

Als een feit niet in overeenstemming is met mijn verwachting, kan ik heel verbaasd reageren. Bijvoorbeeld, tijdens een cursus vogelobservatie  die ik volgde, was ik verbaasd dat het al tijd was om naar huis te gaan, toen ik de bel hoorde. Of een tijdje geleden hoorde ik iemand zingen en dacht: ‘Wauw,                                                                                    dat had ik niet van haar verwacht!’ Met mijn hersenen had ik iets anders voor ogen, dus reageerde ik                                                                                            verbaasd.

Verwondering is volgens mij iets helemaal anders.

Stilstaan met je hart
is de bron voor verwondering.

Alle kleine kinderen hebben deze houding van verwondering. Lang geleden bezaten jij en ik deze mooie eigenschap. Maar hoe groter we werden, hoe minder verwonderd we bleven stilstaan. Met de jaren wenden we aan de wereld zoals die is. Verwondering verliezen is eigenlijk triestig.

Toon Hermans zei:

 

Wie gewend is aan de dagen van zijn leven,

proeft ze niet meer,

en als je het leven niet meer proeft,

kwijnt de lust om te leven weg.

 

Ik zou zeggen: blijven proeven van het leven! Als je je eten opschrokt, dan smaak je het niet. Trager eten maakt je bewuster van de smaak.

Trager leven – stilstaan – dan komt de verwondering.

Wat een prachtig iets is het om verwonderd te kunnen zijn! In deze drukke, gestresste maatschappij hebben we dat gevoel van verwondering nodig. We willen wel, maar weten niet goed hoe we dat moeten doen. Verwondering laat ons op een andere manier kijken naar alledaagse zaken. Alles in ICT is opgebouwd uit eentjes en nullen, daar kan ik heel verwonderd bij stil te staan.

Verwondering betekent vaak dat we moeten stilstaan. Maken we er tijd voor?

Als alle dagen hetzelfde lijken,

ben je blind geworden

voor de wonderen in jouw bestaan.

De remedie is eenvoudig,

beter opletten.

(Paul Coelho)

 

Het is lente. De natuur barst uit in kleuren en geuren. Vergeet de logica en kijk eens rond met je hart. Open je ogen voor verwondering. Laat de intensiteit en de variëteit van al dat jonge natuurgeweld tot je doordringen.

Pollenallergie of niet, ga eens wandelen en sta stil bij een boom. Laat de lessen biologie varen en verwonder je over zijn stam, zijn knoppen, zijn tere bloesems en frisgroene blaadjes. Als je niet te veel kraakt, buig dan door je knieën en bewonder in onze Vlaamse bossen de pure witheid van de bosanemoon, of de verstilde paarse zee van de boshyacinten. Verwonder je over de geur die daslook verspreid, en streel je iris met de enorme hoeveelheid tinten groen in dit lentepalet. Wees even dat kleine jongetje of meisje dat verrukt  minutenlang naar een wriemelende mier of pissebed kon kijken, en verwonder je over zo veel leven.

Ik heb mezelf voorgenomen om af en toe mijn zelfvoldane ik om te ruilen voor dat kleine kind dat ik eens was: spontaan, flexibel, en elk moment klaar om me te verwonderen en wonderen te accepteren. Met zijn gedicht ‘De wolken’ laat Martinus Nijhoff me verlangen om in onze tuin op mijn rug te liggen zodat de voorbijschuivende hemel me een verwonderende prikkel kan geven.

De wolken.

Ik droeg nog kleine kleren, en ik lag
Lang-uit met moeder in de warme hei,
De wolken schoven boven ons voorbij
En moeder vroeg wat ‘k in de wolken zag.

En ik riep: Scandinavië, en: eenden,
Daar gaat een dame, schapen met een herder –
De wond’ren werden woord en dreven verder,
Maar ‘k zag dat moeder met een glimlach weende.

Toen kwam de tijd dat ‘k niet naar boven keek,
Ofschoon de hemel vol van wolken hing,
Ik greep niet naar de vlucht van ’t vreemde ding
Dat met zijn schaduw langs mijn leven streek.

– Nu ligt mijn jongen naast mij in de heide
En wijst me wat hij in de wolken ziet,
Nu schrei ik zelf, en zie in het verschiet
De verre wolken waarom moeder schreide –

Kinderen kunnen ons ontroeren en onze ziel raken, zodat we weer verwonderd durven kijken. Ook sommige volwassen kunnen de deur van verwondering uitnodigend open zetten.: een enthousiaste leraar, een bezielde spreker, een zeldzame filosoof, een gedreven natuurgids …

Door de ogen van die ander, kunnen we wat we als vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen, opnieuw ervaren in volle verwondering.

Als we durven open staan voor de schoonheid en de geheimen van het leven, dan proeven we die helende kracht van verwondering. Onze ziel maakt een sprong van blijdschap, als we ons weer verwonderen over alles wat kostbaar en inspirerend is. Als we naar de grootsheid van de natuur kijken, kunnen we diep ontroerd raken. Het is niet voor niets dat Socrates dacht dat de filosofie ontstaan was omdat de mens zich overal over verwondert. Want als we nadenkend leven, dan genieten we van de wonderen die verschijnen in ons leven.

Verwondering

maakt je leven

prachtig!

Heb je de sleutel van de deur naar verwondering nog niet gevonden? Misschien vind je hem wel in het gedicht van Pieter G. Buckinx:

Er is iets in de dingen dat ontroert…

Er is iets in de dingen dat ontroert:
het is de schoonheid niet der bloemen,
noch het glanzen van een blad, noch ’t roepen
van de roerdomp in de nacht. Het is
daarin, maar ook daarachter en daarboven
en daaronder, dieper in de grond, die
warm en geurig is als versgebakken brood.

Het zijn de sappen die onzichtbaar blijven,
diep in de wortels en het hart waarin
het leven roert. Het zijn de klanken en geluiden
die een kind kan horen als het zijn oor
te luistren legt dicht aan de grond. Het is
het trillen van de wingerdrank wanneer uw
hand haar aanraakt, en het beven van de
kever op het blad, dat groeit en zwelt.
Het is het dons der distelbloemen en de
pijn der wonden die uw vlees doorsplijt.
Het zijn de tekenen van Gods aanwezigheid.

 

Wat ik zo mooi vind aan dit gedicht, is ‘het is daarin, maar ook daarachter en daarboven en daaronder’. We hebben oren gekregen om dingen te horen, en ogen om dingen te zien, zodat we ons over vele dingen kunnen verwonderen.

Stap naar buiten, de lente tegemoet; sta stil, en kijk met de verwonderde blik van een kind naar al dat leven om je heen.

Terreur , Pasen en een bloemenveld.

bloemenveld

Ik wou een leuke tekst schrijven over narcissen, paashazen en chocolade. Een tekst over Pasen en mijn diep geloof in Jezus Christus. Maar na de aanslagen in Brussel kan ik niet anders dan ook iets schrijven over mijn verdriet, onmacht en boosheid, over geloof en ongeloof en over het gevaar van ’t scheren over die ene kam.

Toen ik in de jaren ’60 een klein meisje was, kwam niet ver van ons huis, een eerste Marokkaans gezin wonen. Ik vond het spannend en heel exotisch: de kleren, de henna, de van kleine pareltjes gemaakte armbanden, de glitter en de speciale geuren. Er was geen wantrouwen, alleen een nieuwsgierig exploreren van een andere wereld.

 

Culturele uitwisseling

is een brug

die  wederzijds begrip en vriendschap

bevordert tussen

mensen van verschillende landen.

 

Mijn opgroeien verliep heel westers; mijn scholen en mijn vrienden waren witter dan wit. Racisme was een woord met een vuile klank uit het verre Amerika en Zuid-Afrika. In Vlaanderen kabbelde het leven rustig voort. Ons dorp was onze wereld. Niet veel jaren later is de wereld ons dorp geworden. En zo komt het dat ons land een mix van nationaliteiten is geworden. Veel Belgen hebben verre roots, en met die achtergrond kleurden vreemde eet- en kledinggewoontes , en andere religies het vlakke Vlaamse land.

Ik hou van de natuur. Mijn man heeft me liefde voor de bergen bijgebracht. Ik kijk er elke zomer naar uit om te gaan wandelen in die prachtige bebloemde alpenweiden. Ook in ons eigen land kan ik genieten van de vele veldbloemen, die sommigen onkruid noemen. Misschien kunnen we als mens iets leren van de gevolgen van extreme monocultuur. Hoe zouden de alpenweiden eruitzien met maar één of twee soorten bloemen? Hoe mager zijn onze Vlaamse velden geworden? Ik vraag me af of een van mijn kleinkinderen al een korenbloem heeft zien bloeien tussen het graan …

 

Gelukkig zijn we niet allen gelijk…

We zouden elkaar niet nodig hebben!

 

Maar, wil het samenleven harmonieus verlopen, dan moet temidden van al die menselijke diversiteit, wederzijds respect en verdraagzaamheid groeien. Respect voor het anders-zijn,, verdraagzaamheid voor andere tradities en gewoontes. Is het niet prachtig om in een land te leven waar men vrij is om te denken, vrij om te zijn gedacht te zeggen, vrij om te kiezen welk kapsel men wil of welke modestijl je wil volgen, vrij om te bepalen welke studie je wil volgen, vrij om je beroep te kiezen, vrij om te geloven en vrij om je geloof uit te oefenen.

Keuzevrijheid is niet alleen de kern van onze samenleving,

maar ook de kern van mijn christelijk geloof.

Maar! Ook vrijheid heeft zijn grenzen. Een keuze mag nooit ingaan tegen de rechten van de mens. Tolerantie heeft zijn grenzen. Extremisme is nergens goed voor. Terrorisme is een van de duisterste kanten van het mensdom. Met geloof op zich, heeft dit niets te maken. Wel met het verkeerd uitleggen van bepaalde geloofsstellingen. Malala Yousafzai, zelf het slachtoffer van terreur, zei terecht:

 

The best way to fight terrorism is not through guns.

It’s through pens, books,teachers and schools.

 

Natuurlijk moeten we niet lam toekijken. Dezelfde Malala zei ook: “Terrorism will spill over if you don’t speak up.”

Dat reageren mag echter niet verward worden met haatreacties. We hebben ze allemaal wel genoeg gehoord en gelezen: Alle vreemdelingen buiten! Islam is terreur! Oorlog aan de moslims! Godsdiensten zijn dodelijk! … Wat doen we als we beledigd worden, als we verkeerd begrepen of oneerlijk behandeld worden? Wat doen we als we gekwetst worden? Slaan we terug? Sturen we een steeds grotere strijdmacht? Is het oog om oog en tand om tand? Je moet wel weten dat dan uiteindelijk heel de wereld blind en tandeloos wordt.

Christus zei: Heb uw vijanden lief; zegen hen die u vervloeken; doe goed aan hen die u haten; en bid voor hen die u beledigen en vervolgen (Matteus 5:44)

Deze leerstelling is erg moeilijk om na te leven, zeker na een harde terreurconfrontatie. Maar stel je eens voor, als we dit zouden proberen, wat dit bij ons thuis zou teweeg brengen. Of als onze buurt dit zou leven? Of als ons dorp dit zou steunen?

We mogen ook niet iedereen over de gelijke kam scheren. Het is een oude uitdrukking en als we de diepere betekenis ervan begrijpen, dan zien we in dat we dit inderdaad niet kunnen doen. Letterlijk betekende de uitdrukking: de draden van het weefgetouw altijd over dezelfde kam spannen (scheren). De weverskam is het hulpmiddel waarmee de draden van het weefgetouw op de juiste afstand worden gespreid. Altijd dezelfde kam gebruiken is niet bepaald slim, je moet als wever immers verschillende stoffen kunnen maken: smal, breed, fijn geweven, grof geweven, enz. Zo kon alles over één kam scheren de volgende figuurlijke betekenis krijgen: alles/iedereen ten onrechte op dezelfde wijze behandelen. (uit ‘Onze Taal)

 

Terrorisme bevechten is gebaseerd op angst,

vrede promoten is gebaseerd op hoop.

(Greg Mortenson)

 

Ik heb deze week al her en der gelezen dat we moeten stoppen met over hoop praten en je vijand vergeven, maar dat we hard moeten terugslaan. Maar ik geloof echt dat de enige manier waarop we vrede over de hele wereld zullen krijgen, niet alleen zal gebeuren door ons verstand te onderwijzen, maar ook door ons hart en onze ziel te onderwijzen.

 

I truly believe

the only way

we can create

global peace

is through not only

educating our minds

but our hearts

and our souls.

Malala Yousafzai

 

Er zijn mensen die de bijbel een ‘bloedboek’ noemen. er zijn er ook die geloven in de bijbel ouderwets vinden. Is het ouderwets om in God en in zijn Zoon, Jezus Christus te geloven? Is het niet meer modern om in zijn zoenoffer en de opstanding te geloven? Zo ja, dan ben ik maar ouderwets en niet modern.

Howard W. Hunter zei: ‘ De wereld waarin we leven, dicht bij huis of ver weg, heeft het evangelie van Jezus Christus nodig. Het evangelie verschaft de enige manier waarop de wereld ooit vrede zal vinden. We hebben een vreedzamer wereld nodig die ontstaat uit vreedzamere gezinnen, buurten en gemeenschappen. Om een dergelijke vrede te verwerven en te ontwikkelen moeten we anderen liefhebben, zowel onze vijanden als onze vrienden. We moeten anderen in vriendschap de hand reiken. We moeten vriendelijker, zachtaardiger, vergevingsgezinder en minder snel kwaad worden. Gods handelswijze is voornamelijk gebaseerd op overreding, geduld en lankmoedigheid, niet op dwang of harde confrontatie.’

De krantenkoppen schreeuwen ons de problemen van de wereld toe. Luidruchtige minderheden proberen onze innerlijke vrede te laten wankelen. Maar als we onze naaste liefhebben en geloven in het zoenoffer van de Heiland, krijgen we een stille zekerheid dat alles zin heeft. We kunnen in een prachtige, rustige omgeving wonen, maar ons innerlijk niet goed voelen door wantrouwen en onenigheid. Aan de andere kant kunnen we temidden van de verwoesting van een terreuraanslag een serene, onbeschrijfelijke vrede voelen.

In deze wereld van verwarring en terreur, kan de eenvoud van de paasboodschap vrede bieden. Als we de eenvoudige waarheden bestuderen die Jezus onderwees, kan er een dynamische motiverende invloed in ons leven schijnen.

Een aantal jaren geleden heb ik Israël bezocht. Ik heb aan het Meer van Galilea gezeten en mooie woorden en verhalen bestudeerd. Ik heb in de Hof van Getsemane gestaan en gemediteerd over zoveel lijden. Ik ben bij Golgotha, de Schedelplaats geweest, en getracht de gruwel van de kruisiging te begrijpen. Ik heb in een lieflijke tuin voor de lege graftombe gestaan en nog nooit zoveel dankbaarheid gevoeld. Voor sommigen kan de leer van de letterlijke opstanding vreemd schijnen, maar zonder de opstanding zou het evangelie van Jezus Christus een opsomming van wijze gezegden en schijnbaar onverklaarbare wonderen zijn – gezegden en wonderen zonder de uiteindelijke overwinning. De opstanding van Christus brengt de onsterfelijkheid en de mogelijkheid tot eeuwig leven.

 

Het kostte God niets,

zover wij dat weten,

om mooie dingen te maken;

maar de opstandige mens veranderen,

kostte Hem

de dood van Zijn Zoon aan het kruis.

(C.S.Lewis)

 

Hij is niet hier, maar Hij is opgewekt’. Die woorden bevatten alle hoop, zekerheid en geloof om ons in dit soms moeilijke leven te sterken. Voor mij is dit geen kruk om beter te kunnen wandelen, voor mij is dit de motivatie om een beter mens te zijn en te worden. Ook al doet zoveel ellende me pijn en voel ik me machteloos om bepaalde duistere krachten te stoppen, de innerlijke vrede in mijn hart biedt troost voor wat er gebeurt, en geeft zekerheid dat het goede overwint.

 

The

SAVIOR

is the source of

TRUE PEACE.

Even with the trials of life, because of the

SAVIOR’S ATONEMENT

and

HIS GRACE,

righteous living will be rewarded with

PERSONAL PEACE.

Quentin L. Cook

 

Laat de Paashaas of de Paasklokken maar komen, laat de kinderen chocolade eitjes zoeken. Lach en speel, geef onrust en verdriet een plaats, en neem de tijd om even stil te staan bij Pasen.

# Hallelujah

 

 

 

 

Licht

 

licht 1Heb je ook gemerkt dat de dagen langer worden? De donkerste tijd van het jaar hebben we weer voor een periode opgesloten. Eind maart zijn de dagen meer dan 2 uur lichter dan in januari. Ik ben blij met meer licht.

Tussen de met maartse-buien-gevulde wolken breekt een helder licht door. Na een periode van grijze en grauwe dagen schittert de zon in de lucht. Het zonlicht valt op het gras in onze tuin en tovert magische schaduwen. Nog even en de wekelijkse maaibeurten spelen weer een rol in de tijdsinvulling. In de vijver komen goudvissen een zonnebad nemen aan het nu rimpelloze wateroppervlak. Dat enkele minuten daarvoor nog een ijsvogeltje op inspectie kwam, lappen ze aan hun laars.

Ik geniet van het zonlicht achter het glas. Het licht speelt met de boeken op de salontafel, en de gele tulpen in de vaas zien er ineens geliger en zonniger uit. Ik word warm van binnen en van buiten.

 

De blijheid van het licht

vang je niet alleen op

met je ogen,

zij reflecteert binnen in je

en raakt je ziel weldadig aan.

(Toon Hermans)

 

Dat innerlijke licht is echt belangrijk, want van daaruit zie je het leven. Toon Hermans zei het wijselijk dat ‘zien nog iets anders is dan kijken, en wat wij met het leven doen vaak een groot deel afhankelijk is van hoe wij de dingen zien.’ 

Als je een foto maakt en de belichting is niet goed, dan wordt de foto flets en wazig. Maar in het juiste licht wordt hij kleurrijk en levendig. In ons leven zullen met de juiste ‘belichting’, duistere gedachten verdreven worden. Tijdens onze donkerste momenten moeten we ons focussen op het zien van het licht.

Geloof in het licht,

opdat gij kinderen des lichts moogt zijn.

Dat vind ik zo’n mooie bijbeltekst. Wij zijn kinderen van het licht. Je moet geen grote filosoof of theoloog zijn, om verwonderd stil te staan bij licht, en bij de samenhang tussen geloof en licht.

 

In het geloof zit voldoende licht

voor degenen die willen geloven

en voldoende schaduw

om degenen die niet willen geloven

te verblinden.

(Blaise Pascal)

 

Ik ondervind al een paar weken dat geloof de vogel is, die het licht voelt als de dageraad nog duister is -Tagore . Tientallen vogels dringen                  ’s morgens mijn slaperige brein binnen als ze oefenen voor het lenteconcert. Persoonlijk hoor ik liever de merel dan de lijster. De laatste beschuldig ik er namelijk van om bij zijn fluiten ook de meest doeltreffende regendans uit te voeren. Niettemin geeft het na de stille, grauwe winter een heerlijk gevoel om dat gekwetter en getjilp te horen. Een mooi seizoen ligt om de hoek. Ik vind het telkens opnieuw een wonder als ik het eerste sneeuwklokje zie piepen boven de boomschors, of de gele narcissen zie wuiven in de wind. De natuur is een wonder! En Voltaire zei het zo:

 

Alles is een wonder.

De verbazingwekkende natuurlijke ordening,

de omwenteling van zo’n honderd miljoen werelden

rond een miljoen sterren,

de werking van het licht,

het dierenleven,

alles is een groot en eeuwig wonder.

Het verbaasde me dat Voltaire in deze uitspraak ook de werking van het licht vermeldde. De huidige wetenschappers hebben hun handen vol met het in verwondering bestuderen van ‘het licht’. Ik ben geen wetenschapper, maar als ik lees over elektronen, fotonen, elementaire deeltjes en antideeltjes, dan herlees ik met nieuwe belangstelling volgende schrifttekst uit 1832:

 

En het licht dat schijnt,

dat u licht geeft,

is uit Hem die uw ogen verlicht,

hetgeen hetzelfde licht is dat uw verstand verlevendigt;

welk licht uitgaat van de tegenwoordigheid Gods

om de uitgestrektheid der ruimte te vervullen

– het licht dat in alle dingen is,

dat leven geeft aan alle dingen,

dat de wet is

waardoor alle dingen worden bestuurd

(Leer en verbonden 88)

 

Het licht schijnt altijd, en het enige wat wij moeten doen, is op te passen dat er niets treedt tussen ons en het licht. Een wijze bemerking van Ralph Waldo Trine. Wat kan er zoal tussen ons en het licht staan? Muren, letterlijk en figuurlijk, zelfgebouwd of op gebotst, seculiere hoogheidswaanzin, moeilijkheden en problemen. Maar als we de duisternis niet bemerken, zullen we het licht nooit zoeken.

In deze wereld, die zucht en kreunt onder zo veel duisternis, van Calais tot Macedonië, van Noord-Korea tot Syrië, Van Amerika tot Europa, klinken de woorden van Martin Luther King heel tijdloos:

 

Duisternis kan geen duisternis verdrijven,

enkel het licht is daartoe in staat.

Haat kan geen haat verdrijven,

enkel de liefde is daartoe in staat.

 

Maar realiteit is realiteit, en de zon zal niet altijd schijnen. Toen ik de uitspraak van Marie Jekkers las, moest ik glimlachen:

Probeer, elke keer als je tegen de lamp loopt, een beetje licht mee te nemen.

Tegen de lamp lopen, dan denk ik in de eerste plaats aan een negatieve ervaring. In plaats van dan weg te kwijnen in een duister hoekje van zelfbeklag of mistevredenheid, kan ik die mislukking meenemen naar het lichtere hoekje van kennis en ervaring. Maar tegen de lamp lopen zie ik ook als een ontmoeting met een lichtbron: boeken, films, mensen. Soms zijn er van die dagen dat ik omhelsd wordt door het licht van iets of iemand, van een ontroerende tekst, van pretlichtjes in kinderogen. Met veel vreugde neem ik dan een beetje van hun licht mee op mijn verdere levensreis.

Het schrijven van deze blog vindt zijn bestaansreden in deze woorden van Robert Schumann:

 

Licht laten schijnen

in de diepte van het menselijk hart,

dat is de roeping van de kunstenaar.

 

Geef de warmte en de kleur van het licht een plaats in je leven. Je zal zien dat alles helderder wordt …

www.mormonchannel.org      :    Patterns of Light

 

Regenmeditatie

 

I'm singing in the rain.
I’m singing in the rain.

Tik, tik, tik…

Het regent tegen het raam. Wat zeg ik? Regenen? Het plenst en het giet!

Ik kijk naar buiten en zie met lede ogen toe hoe onze groene gazon in een mum van tijd verandert in het eerste stadium van een moeras. Als ik onze kippen eten ga geven, hoor ik het water zuigen onder mijn laarzen.

Het regent al dagen na elkaar. Of zijn het weken, met hier en daar een korte adempauze waarin de zon en de wolken wedstrijd ‘om het eerst’ of ‘om ter meest’ spelen? Een scorebord hou ik al lang niet meer bij. regen is de gedoodverfde winnaar.

Waar komt al die regen toch vandaan?

Toen ik als kind voor het eerst de mechaniek van de kringloop van het water hoorde uitleggen, was ik enorm gefascineerd. Ik heb altijd al veel fantasie gehad en ik verplaatste me in het leven van zo’n waterdruppel. Ergens in het begin van mijn middelbare schoolcarrière heb ik er een prachtig opstel over geschreven. Ik, als waterdruppel, die een geweldige reis ondernam maar dramatisch eindigde op de lippen van een jong meisje met liefdesverdriet. Of hoe ontzout zeewater weer zout werd. Ik herinner me nog dat mijn werkje een enthousiaste beoordeling kreeg.

Ik kijk naar buiten en sombere gedachten kruipen in mijn hoofd. Ze kleuren het buitenlicht nog een tint of twee grijzer. Flarden nieuwsberichten staan te trappelen op het podium in mijn grijze hersenpan:

Zo veel ellende en wanhoop in de wereld,

Zo veel hebzucht en ik-zucht,

Is dat de reden waarom de aarde haar tranen niet meer in bedwang houdt?

 

Ik kijk naar buiten en het regent pijpenstelen. In Engeland regent het katten en honden. Zouden die daar ook zo van die leuke bubbeltjes in de plassen maken? Of worden die alleen in België gecreëerd door pijpenstelen die al lang door niemand meer gebruikt worden?

Ik besluit om de belletjes in de plassen wat beter te bekijken. Als ik de voordeur dichttrek, voel ik me een stuk vrolijker. Misschien zitten mijn regenjas, mijn vrolijke rubberen laarzen en een paraplu in alle kleuren van de regenboog er wel voor een stuk tussen, want ik doe zowaar een huppelpasje. Iemand zei eens:

We moeten niet wachten tot de storm gedaan is,

We moeten leren dansen in de regen.

Ik sta voor een grote plas en watertattoos rimpelen heen en weer. Bomen en struiken spiegelen in vlekken en ik twijfel om opnieuw een kind te zijn. Niemand te zien? PLETS!  De herinnering aan het gevoel wat dit springen meebrengt, verzacht het zicht van de vlekken op mijn jas.

 

De stortregen is veranderd in motregen (wie heeft dat woord nu uitgevonden?). Ik doe de paraplu even dicht en voel de regen op mijn huid. Deze zachte regen is als een douche voor mijn geest en ziel. De badkamerproducenten hebben dit al vlug opgemerkt en de ‘regendouche’ is een van de toppers in de wellness.

 

Mijn regenwandeling blijkt een stroom van filosofische gedachten teweeg te brengen. Ja, het grijze weer kan inderdaad een sombere invloed op ons hebben, en licht heeft een helende kracht. Maar wie glimlacht er niet als je Fred Astaire ‘I’m singing in the rain’ ziet zingen en dansen?

Wie denkt dat zonneschijn puur geluk is,

heeft nooit gedanst in de regen.

Dat staat genoteerd op mijn bucketlist: dansen in de regen met de man waar ik van hou. Het is leuk als hij de paraplu vasthoudt, maar ik denk dat het nog leuker zal zijn als hij mijn hand vasthoudt en we samen dansen in de regen ( en dat moet echt niet lang duren).

 

Een mens heeft ook iets met een regenboog. Dat natuurverschijnsel raakt een gevoelige snaar. Een regenboog hoort precies in een andere wereld thuis, een wereld waar alleen maar goedheid en liefde is. Maar we weten allemaal dat je zonder regen geen regenboog kan hebben. Zon en regen, nauw verbonden met elkaar.

Zonder licht zou alles doodgaan.

Licht is leven.

Levend Licht.

                            Zonder regen zou alles verdorren.

                                     Water is leven.

                                     Levend Water.

 

De regen is gestopt. Een waterzonnetje komt tevoorschijn. Ik mag mijn pad niet verwarren met mijn bestemming. Het is niet omdat het nu stormt, dat ik niet op weg ben naar zonneschijn.

Als ik even later met een kopje thee in de zetel zak, zijn mijn lichaam en geest verkwikt. Ik hou van de regen, ik hou van de zon. Buiten heeft de zon weer verloren van de regen. Ik glimlach. Het is een perfecte dag om onder een dekentje een film te kijken.

Don’t you give up.

Don’t you quit.

You keep walking.

You keep trying.

There is help and happiness ahead.

It will be alright in the end.

Trust God

and believe in

good things to come.

Jeffrey R. Holland